De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gerechtvaardigd door het geloof (10 - slot)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gerechtvaardigd door het geloof (10 - slot)

9 minuten leestijd

Een vorig keer haalde ik Comrie naar voren. Hij houdt ons voor dat het woord rechtvaardigmaking aan de vierschaar (de rechtbank) is ontleend. Deze vierschaar wordt in het geweten van de zondaar opgericht. Wanneer dit gebeurt, is er sprake van een rechter, een officier van justitie (de aanklager d.i. de wet), een advocaat en een gedaagde.

De gedaagde wordt door de officier van justitie beschuldigd. Met andere woorden: de zondaar gaat tot in het diepst van zijn ziel verstaan dat hij schuldig is voor God. Hoe dat in zijn werking gaat? Door de prediking van het Woord. Die prediking is uitwendig. Daarom is - zo zegt Comrie - de Heilige Geest nodig die het gepredikte Woord in het hart verklaart. Inwendig overtuigt de Geest van zonde, gerechtigheid en oordeel. Tot in het diepst van de ziel leert men zien dat de zonde overal huist. De onbekwaamheid ten goede - waarover ik in een vorige serie heb geschreven - wordt een levende zaak. De zondaar spreekt er niet alleen over, maar hij weent erom. Dat behoeft niet altijd met tranen te zijn die op het gelaat te zien zijn. Het hart kan wenen vanwege de smart over de zonden.

Een voorwaarde

Comrie ziet de overtuiging van zonde tot in het diepst van de ziel als een voorwaarde om de rechtvaardigmaking deelachtig te worden. Dit laatste is ondermeer op te maken uit het volgende citaat: 'Eenieder moet er in zulk een trap zoveel van hebben, om hem een verbrokene van hart en verslagene van geest te maken, eer hij de rechtvaardigmaking ondervonden heeft'. Ik ben het met Comrie eens als hij zegt dat er alleen sprake is van vrijspraak als er schuld wordt gekend. Als gedaagde voor de rechtbank in het dagelijks leven moet men óók weten, waarom men gedaagd is en wat de eigenlijke schuld is. Maar ik maak wel een kanttekening hierbij als Comrie spreekt over zo 'n trap tengevolge waarvan men weet dat het hart is verbroken en de geest verslagen.

Hoever gaat namelijk zo'n trap. Wanneer ik dit lees, denk ik aan meer dan één huisbezoek dat door mij is afgelegd. Meer dan eens hoorde ik gemeenteleden zeggen: 'Wanneer ik genoeg zondekennis bezit, zal de Heere mij wel genadig zijn'. Zondekennis is nodig, maar wie maakt uit, wanneer dat genoeg is? Wanneer is de trap bereikt die Comrie voor ogen heeft.

Vanuit pastoraal oogpunt zeg ik dat Comrie hier wel wat voorzichtiger had kunnen spreken. Niet wij maken uit, hoe diep óf hoe omvangrijk de overtuiging van zonde, gerechtigheid en oordeel is. De mate en de trap daarvan wordt door de Heere uitgemaakt. Hij is daarin souverein. Ook daarvan kan met de dichter gezegd worden: 'De HEERE is recht in al Zijn weg en werk'.

De Heere is vrij en vrijmachtig! Als zodanig moeten wij Hem laten werken. Dat wil zeggen dat wij Hem niet moeten voorschrijven, hoe diep Hij met ons moet gaan. Hij maakt dit zelf uit.

Hierbij wil ik nog een opmerking maken. Ontdekking aan zonde alsmede de omvang daarvan kan nooit een voorwaarde zijn. Hoogstens kan er gezegd worden dat het de weg is waarlangs Christus in het geloof wordt geopenbaard.

Wanneer wij werkelijk een gedaagde zijn en wij op de hoogte zijn van onze schuld tegenover God en onze naaste, zal het ons meer om de vrijspraak c.q. Christus te doen zijn dan dat wij blijven steken in de overtuiging. Of wat nog erger is: van de overtuiging een grond maken voor de zaligheid.

Voorzover ik Comrie begrepen heb, heeft hij zijn standpunt uitvoerig beschreven om mensen op een pastorale manier te helpen. Toch is hij naar mijn mening niet helemaal aan de classificatiemethode ontkomen.

Beschrijvend

Wat mij ook is opgevallen is het feit dat Comrie zeer beschrijvend te werk gaat. Soms krijg je de indruk dat hij een soort rechtbankverslag doet als hij schrijft over de vrijspraak i.e. de rechtvaardigmaking door het geloof.

Comrie heeft het trouwens niet over één aanklager als hij over de officier van justitie spreekt, maar over meerderen. Als voornaamste noemt hij de wet van God, maar daarna volgen: het geweten van de mens en de satan. Deze laatste klaagt de mens aan en houdt hem voor dat er voor hem geen heil is, omdat hij te zwaar in het krijt bij God staat. Het vonnis des doods zal over hem worden uitgesproken.

Wat werken de drie aanklagers uit? Zij zijn er de oorzaak van dat de zondaar zich op het allerdiepst vernederd. Het recht van God wordt toegevallen. De Heere wordt geen onrecht meer toegeschreven als Hij de zondaar voor altijd weg doet.

Echter... als de zondaar op het allerdiepst verootmoedigd is en op zijn vonnis wacht, treedt de Zoon als Advocaat op. Jezus Christus stelt aan Zijn Vader Zijn lijdelijke en dadelijke gehoorzaamheid voor. Hij vertelt Zijn Vader dat déze gehoorzaamheid voldoende is om de zondaar vrij te spreken.

Zijn lijden en sterven is een volkomen verzoening voor alle zonden. Het is een volkomen werk op grond waarvan de Vader de gedaagde (de schuldige) kan vrijspreken.

Christus neemt het dus bij de Vader voor de zondaag op. Maar intussen gebeurt er ook iets in het hart van de schuldverslagen zondaar. Christus laat zich zien. Dit zien is weliswaar nog geen hebben. Niettemin wordt de mens daardoor wel enigszins bemoedigd. In het bijzonder gebeurt dit als Christus Zich bekend maakt in Zijn Borgtocht. Dan komt er - zoals Comrie zegt - een onuitsprekelijke begeerte naar Hem, maar ook maakt de ziel zich zorgen óf Christus haar Borg wil zijn. Wanneer zij ziet op zichzelf kan het nooit. Wat doet daarom Christus? Hij openbaart Zich nog méér aan de ziel. Hij doet dit als een volkomen en gewillig Middelaar! Op die manier wordt de ziel overtuigd dat Hij met haar te doen wil hebben. De ziel komt dan zover dat zij Zijn gerechtigheid aangrijpt en dat zij zegt: 'U kiest mijn ziel voor eeuwig tot haar Koning'.

Hoe nu het vonnis wordt geveld en de vrijspraak wordt uitgesproken, wordt door Comrie zeer uitvoerig beschreven. Het zou te ver voeren om over de bekendmaking van de vrijspraak te schrijven. Het enige wat ik ervan opmerk is dat die bekendmaking uitwendig en inwendig is. Uitwendig in het Woord des Heeren, maar zij wordt door de Heilige Geest inwendig in het hart uitgewerkt. Objectief en subjectief worden door Comrie dichtbij elkaar gehouden. Wel kan het voorkomen dat de bekendmaking van het vonnis c.q. de vrijspraak inwendig vroeger óf later wordt ondervonden.

Is zien geen liebben?

In het bovenstaande liet ik u lezen dat Christus Zich in Zijn borgtocht vertoont aan de ziel, maar dat dit zien nog geen hebben is. Als ik Comrie goed versta, bedoelt hij hiermee te zeggen, dat het ten diepste gaat om het bezit van Christus, zodat er gesproken kan worden van zekerheid des geloofs.

Toch denk ik dat wij met zo'n uitdrukking als 'zien is nog geen hebben' erg voorzichtig moeten zijn.

Wij gaan ervan uit dat Comrie en vele anderen na hem dit hebben gedacht én gezegd om mensen op een pastorale manier bij te staan.

Ook in onze tijd wordt trouwens wel gezegd: 'Zien is nog geen hebben'. Uit de aard der liefde neem ik aan dat dit te goeder trouw wordt gezegd. Alleen... wij moeten niet vergeten dat wij in de Bijbel nergens deze woorden tegenkomen. Het is naar mijn mening daarom geen bijbelse uitdrukking als er wordt gezegd: 'zien is nog geen hebben'.

Ik denk aan Johannes de Doper. Hij zegt tot eenieder welmenend: 'Ziet het Lam Gods dat de zonde van de wereld wegdraagt'. Wie het Lam tóen met ogen des geloofs heeft gezien, mocht weten: Hij is van mij en ik ben van Hem.

Ook wil ik Luther noemen. Hem horen wij ook niet zeggen dat 'zien nog geen hebben is'. Wel hoor ik hem zeggen: 'Wat u in Hem ziet, is voor u Christus. U bezit Christus, in wat Hij voor u is'.

Het is mij niet onbekend dat er schommelingen in het geloofsleven kunnen zijn. Ook kan Christus Zich wel eens verborgen houden. Maar dat alles wil niet zeggen dat zien is nog geen hebben. Wie op Christus ziet, bezit Hem. Daaraan behoeft men nooit te twijfelen óf te wanhopen!

Wel zeg ik met Comrie dat het zien op Christus d.i. het bezitten van Hem door de Heilige Geest in het hart wordt uitgewerkt. Wat ons objectief in de Schrift wordt meegedeeld, wordt subjectief ondervonden. Ik voeg eraan toe dat het zien op Christus steeds sterker wordt in het leven des geloofs. Wij weten niet alles van Christus als wij Hem leren kennen. Steeds meer wordt ons in de loop der jaren van Hem geopenbaard. Hoe meer wij bij de Heere blijven, steeds meer zullen wij Hem leren kennen. Ook zal met alle schommelingen tóch de zekerheid van het geloof toenemen.

Bij de Heere blijven, hoe doen wij dat? Heel eenvoudig: door de middelen te gebruiken. Het zien op Christus heeft alles te maken met het onderzoeken van de Schrift, met het gebed met de kerkgang etc.

Wie daarin verachtert, zal bemerken dat Christus terugtreedt. Dat dit tot een verachteren in de genade leidt, zal duidelijk zijn.

Is het nodig?

Opzettelijk heb ik stilgestaan bij het gerechtvaardigd worden in de vierschaar van het geweten. De vraag komt op: Is het nodig dat ieder mens gerechtvaardigd wordt in de vierschaar van zijn consciëntie? Ik wil gaarne dit als antwoord geven! Om zalig te worden moet eenieder in de Heere Jezus geloven. Ik hoor de Zaligmaker zeggen: 'Dit is het eeuwige leven dat zij U kennen en Degene die Gij gezonden hebt'. Het gaat om het geloof! Om het zaligmakend geloof, zoals ik in één van de eerste artikelen heb geschreven. Ook moeten wij er maar eens op letten dat in de brieven van Paulus geloof en rechtvaardigmaking altijd samenvallen. Wie gelooft, ontvangt vrijspraak van al zijn zonden en schuld. In het geloof is Christus de Heere, onze gerechtigheid. Door het geloof in Hem zijn wij rechtvaardig voor God. De Heere ziet ons aan als hadden wij zelf voor alle zonden betaald. De gerechtigheid van Christus is mijn gerechtigheid. Lof zij Christus! In het geloof is Hij mijn rechtvaardigmaking.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juli 1998

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Gerechtvaardigd door het geloof (10 - slot)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juli 1998

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's