De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Drie kleine vossen (3)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Drie kleine vossen (3)

7 minuten leestijd

Wij noemen nog een tweede kleine vos. Dat is het intellectualisme. Wat is dat voor een geestelijk verschijnsel? Het is een richting, die op het denken eenzijdig de nadruk legt en de andere functies in de menselijke ziel als willen en gevoelen niet of maar zeer weinig tot haar recht doet komen. Een intellectualist heeft een overdreven voorstelling van de krachten van verstand en rede. Hij meent door begrippenvorming een ding volkomen te kennen en te beheersen. Hij vergeet, dat er in de ziel nog andere krachten zijn, die van niet minder waarde zijn dan het intellect. Wij denken hierbij aan willen en gevoelen.

Men kan op verschillende gebieden en in onderscheiden relaties intellectualist zijn. Het intellectualisme op religieus gebied meent, dat de echte religie bestaat in begripsmatige kennis van de geopenbaarde waarheid. Het rekent weinig of niet met het dienen en vereren van God. Het intellectualisme op godsdienstig terrein verliest alle gloed en bezieling. Het verkilt meestal in dor en droog orthodoxisme. De waarheid wordt ons gepresenteerd in een uitstekend gedocumenteerde dogmatiek, maar alle geest en leven is er uit geweken. De schrijver van zulk een boek heeft niet met de alzijdige behoeften van de geestelijke mens gerekend. Alleen met het redenerende verstand. Vaak zijn zulke boeken uiterst splinterig ingedeeld.

In de twaalfde zondag van onze Heidelbergse Catechismus wordt een drievoudig ambt van Christus ons aangewezen. Profeet, priester en koning. Maar in harmonie daarmee vinden wij nu ook de naam christen in het nauwste verband met de naam Christus. Die beide kunnen en mogen nooit gescheiden worden. Er zijn geen christenen buiten de Christus. Alle ware christenen zijn Christus ingelijfd en op die manier aan zijn zalving deelachtig. Maar nu doet zich het feit voor, dat er ook in het profetisch ambt een eenzijdigheid wordt gelegd. De intellectualist legt eenzijdig de nadruk op het profetisch ambt. De kennis wordt verheerlijkt. Voor de intellectualist is Christus een voorbeeld, de dogmatiek een dor systeem, de ethiek een scholastisch samenstel van geboden en regels, die zij op de schouders van anderen leggen en zelf met hun vinger niet aanraken.

Een christenmens kan aan het intellectualisme ten offer vallen. Hij gaat dan bijvoorbeeld zweren bij wat de vaderen voorheen hebben geleerd. Wij zoeken dan geen bewijsplaatsen uit Gods Woord, maar uit één van de meest geliefde godgeleerde. Dat kunnen Engelse puriteinen zijn. Theologen uit de Nadere Reformatie, zelfs Luther en Calvijn. Het doet er niet toe welke personen - maar zij zijn voor de intellectualist de bron van alle waarheid. Het gaat er ons nu niet om de waarde van deze klassieke geleerden te betwisten. Zij zijn van onvergelijkelijke grootheid. Ze vormen een gedegen erfenis van het voorgeslacht. Wee over ons, wanneer wij ze niet willen raadplegen. Maar bij de intellectualist worden het standbeelden uit een museum. Dode poppen achter een vitrine. Waarom? Omdat wij onmiddellijk dóór hebben dat de leer van deze beroemde personen in het leven van de intellectualist geen rol speelt.

Uiteraard kan de intellectualist ook mank gaan aan de andere kant. Hij gaat zweren bij moderne en eigentijdse theologen. Wij zweven dan op de thermiek van wat de hedendaagse geleerden hebben gepubliceerd. Wij verslinden hun boeken. Wij hollen achter hen aan. Alles wat de vaderen hebben gezegd geldt niet meer in enig opzicht. Wij leven in een verlicht christendom van onze levensperiode. Naar ons oordeel is deze levenshouding even dwaas. Het beste is een middenpositie te bewaren. De kerk leeft bij de geheiligde traditie. Wij dragen de schat van het Woord mee uit oude, verre tijden. Het voorgeslacht gaf de erfenis mee, maar niet om die onaangeroerd te laten. Welneen, ook het huidige geslacht denkt na, studeert op het Woord. De oude pastoraaltheoloog Claus Harms zegt ergens: Men rekene de klassieken alle eer waard, in een behoorlijke mate. Maar er moet alleen nog dit bijgevoegd worden: Laat ons ook, zoveel doenlijk is, de navorsingen van onze tijdgenoten bijhouden. Want echt waar, wat in het land der levenden groeit, is ook niet alles onkruid, en... in de nesten van de tegenwoordige tijd vindt men niet enkel en alleen windeieren...

Een intellectualist leeft bij citaten, die het einde van alle tegenspraak moeten zijn. Er zweeft iets papierigs om hem heen. Het is menigmaal een boekenmens. Hij is zelf doorgaans weinig geoefend in de rijke school der levenservaring. Hij kan u ergeren door u al maar te beleren. Om dit lot te ontgaan is het goed u veelszins te oefenen in de omgang met de Schriften en vooral daarnaast in de omgang met eenvoudige mensen. Dezelfde Claus Harms van zoeven zegt: De Evangeliedienaar moet met twee armen in de bovenzinnelijke wereld reiken, opdat hij wat hebbe om te geven. Dat is: Hij moet een wetenschappelijk en een bespiegelend leven leiden. Hij moet daarnaast ook met twee armen in de zinnelijke wereld reiken, opdat hij wete te geven en fysiek geven kunnen. Juist eenvoudige mensen hebben het natuurlijk geheim van zichzelf te zijn. Zij kunnen uiteraard niet kennisnemen van alles wat in de boeken staat. Het behoeft ook niet. Want als zij hun Bijbel kennen en hun catechismus - welnu dan hebben zij slechts een fijne intuïtie nodig om met tintelende humor een raak oordeel te geven over het oude en het nieuwe.

Inderdaad, het intellectualisme is de dood voor het geloofsleven. Maar niet alleen voor het geloofsleven. Ook voor de paedagogiek. Wij hebben uit de historie een voorbeeld van een man bewaard, die de mening verkondigde, dat hoe knapper de kinderen werden, des te beter ze zouden worden. Volgens Herbart zou het doel van de opvoeding wezen het aantal voorstellingen te vermeerderen. Door het getal en de aard van de voorstellingen wordt het verloop van het psychische leven bepaald. U kunt - zo meende hij - eigenlijk door onderwijs van een mens maken wat ge wilt. Deze intellectualistische opvoedingstheorie heeft het schoolonderwijs en de schoolopvoeding in de tweede helft van de 19e eeuw voor een groot deel beheerst. De levenservaring heeft anders geleerd. Niet één deel van 's mensen vermogen moet worden gevormd. Alle vermogens moeten in ontwikkeling worden gebracht. Tezeer verwaarloost het intellectualisme het werken van de Heilige Geest.

Ook de economie kan onder het intellectualisme lijden. Vooral dan, wanneer bepaalde grote economen het maatschappelijke economische stelsel naar hun kant willen voegen. Wij noemen hier alleen twee namen Marx en Keynes. Hoezeer heeft de eerste het communistisch regiem bepaald en in hoeverre is de tweede nog maatgevend? Altijd daar waar grote economische regelgevingen eenzijdig intellectueel het wereldleven bepalen gaat er iets fout. Wij moeten leren, dat niet eenzijdigheid, maar meerzijdigheid het leven alleen bevruchten kan. Wat is ons dan nodig in de school te blijven van Hem, die de Waarheid is. Door Hem alleen wordt eenzijdige uitwoekering van krachten voorkomen en zal het economische leven gezond zijn en blijven. Wie de geschiedenis van het economisch leven zorgvuldig bestudeert, bemerkt, dat geen enkele ideologie het leven eenzijdig bevorderen kan. Zo ergens, dan heeft hier de gehoorzaamheid van hoofd en hart een rol te spelen op alle terreinen.

Tenslotte, de eeuwen door heeft het intellectualisme een rol gespeeld in de staatsleer. Het begon al bij Plato. Het ging door bij Rousseau. Het werd voortgezet bij Marx. Altijd waar men een staatsleer ontwierp en deze invoerde met harde hand - daar kwam verwarring, verkilling, tenslotte revolutie. Weet u, tot in onze tijd toe krioelen ze door de wereld de plannenmakers, de idealisten, de wolkenfietsers, de wereldverbeteraars. Ze lijden aan overmaat van verstand. Ze komen met hun ontwerpen. Het ene idee nog al mooier dan het andere. Maar het helpt alles niets. Dat komt omdat elk ontwerp eenzijdig is en doorgaans één bepaalde factor vergeet.

Wij doen er wijs aan niet ten offer te vallen aan eenzijdigheid. Wij moeten leerlingen blijven van de Heilige Schrift, die voor de vermogens van ons mensen een heilige drieslag leert: hoofd én hart én hand.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juli 1998

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Drie kleine vossen (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juli 1998

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's