Doop en kerk
Kerk en Evangelische beweging in relatie tot het onderwijs (3)
Nadruk op de persoonlijke keus en persoonlijk geloven, en de ervaring daarvan, brengt gemakkelijk op de lijn van de volwassenendoop. Jongeren uit reformatorische kring weten daar niet altijd goed raad mee. Waar staat het in de Bijbel, dat je kinderen moet dopen? , vragen ze. Het antwoord is niet altijd zo gemakkelijk.
Baptisme
We moeten geen gewrongen pogingen doen om daar bijbelteksten voor aan te halen, al zijn ze er! We moeten onderkennen dat bijvoorbeeld ook Spurgeon, Bunyan en Philpot voorstanders van de volwassenendoop (baptist) waren, ook al was dat een reactie op de verstarde staatskerk van die dagen, waar de doop geworden was tot een bijna automatische handeling, zonder noodzaak van geloof en leven uit de verbondsbeloften. Ook de gemeente in Zjitomir, die ik in het eerste artikel noemde en met wie de Driestar contacten onderhoudt, is een baptistengemeente.
In de Christenreis van Bunyan (onder ons veel gelezen en, terecht, geprezen) functioneert de doop niet. Het zegel op het voorhoofd van Christen als hij bij het kruis komt, wijst naar de volwassenendoop. Het is veelzeggend dat dat door reformatorischen in het algemeen niet onderkend is. Kennelijk functioneert in hun eigen geloofsleven de doop dan ook niet.
Zicht op het verbond?
Dikwijls is er bij reformatorischen weinig zicht op het verbond en op de beloften van het verbond. Het verbond wordt vaak ook weinig onderstreept in de prediking en het pastoraat. Oude doopkaarten, die nog in omloop zijn, hebben als tekst (ik zeg het met eigen woorden): Ouders, u hebt heel wat beloofd. Wees daar trouw in. Daarbij mag u pleiten op wat geschreven staat in Jakobus 1:5: Zo iemand wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God begere. Die een ieder mild geeft en niet verwijt'. Terwijl het eerste van de doop niet is, dat de ouders wat beloven, maar dat God wat belooft. Zou het onder reformatorischen voorkomen, wat M. Luther dikwijls deed, als hij het moeilijk had, of werd aangevochten; dan schreef hij met grote letters op zijn schrijftafel: Baptizatus sum', Ik ben gedoopt'. Zou, als er nu nog een doopformulier werd opgesteld, het dankgebed luiden: Barmhartige God en Vader, wij danken en loven U, dat U ons en onze kinderen, door het bloed van uw lieve Zoon Jezus Christus al onze zonden vergeven hebt en ons door Uw Heilige Geest tot uw kinderen aangenomen hebt en ons dit met de heilige doop bezegelt en bekrachtigt? ' Hoe ruimer en rijker we de doop zien, hoe klemmender ook de verantwoordelijkheid en de vraag wat we ermee doen. Laten zo de jongeren op de scholen benaderd worden. Ze zijn geen heidenen. Ze dragen het teken en zegel van Gods verbond. Laten docenten hen daar het voorrecht van laten zien, ook dat de Heere het in Zijn beloften meent. En ook de ernst en de klem daarvan.
Sacramenten
Overigens: hebben de sacramenten bij de evangelischen niet een andere inhoud? Ze zijn niet zozeer tot versterking van het geloof. Ik zou bijna zeggen: hun geloof heeft geen versterking nodig. Maar ze zijn bij de evangelischen meer belijdenis van het geloof: je laat je dopen, want je gelooft. Je gaat aan het heilig avondmaal, want je belijdt Jezus. Het is heel goed om dat onze jongeren te laten zien.
En: het is niet zo gemakkelijk, zei ik, om bijbelteksten te vinden die direct wijzen naar de kinderdoop. Jongeren zitten daar wel eens mee. Maar: gereformeerden komen niet in de eerste plaats met een bijbeltekst, maar met de doorgaande lijn van de Heilige Schrift, en die is de lijn van Gods verbond: dat God de eerste is in het verbond, en dat dat mag blijken juist in de doop van de kleine kinderen.
Nodig is onze jongeren de doorgaande lijnen van de Heilige Schrift te laten zien, niet alleen als het gaat om het verbond, maar om alle zaken van geloof en leven.
De kerk
Nadruk op het persoonlijk geloven (de geloofskeus) en het geen of weinig zicht hebben op het verbond, brengt ook tot een ander kerkbegrip. De gemeente bij de evangelischen is de gemeente van wedergeborenen, waar men toetreedt, de 'believers-church'. Terwijl het gereformeerd is om te zeggen: de kerk vindt haar wortels niet in onze keus maar in het genadeverbond. Niet wij kiezen, maar God de Heere kiest, en dat vindt zijn gestalte in de gemeente waartoe wij, op grond van Gods verbond, behoren. Anders gezegd: de gemeente is van Christus, niet in de eerste plaats een gemeente van ware christenen.
Evangelischen zien ook de kerkelijke structuren niet zo zitten. Het gaat om het geloof in Jezus, zeggen ze, en verder moet je niet moeilijk doen. Denken veel reformatorische jongeren ook niet zo? Als we goed naar onze jongeren kijken, zien we dat zij de kerkelijke structuren, die dikwijls zwaar en log zijn, ook niet zien zitten.
Behjdenisgeschriften
Ik zeg van de kerk twee dingen:
1. Evangelischen hebben het in het algemeen niet begrepen op (de) belijdenisgeschriften. We willen alleen de Bijbel, zeggen ze, geen menselijke geschriften. Hoewel men zelf, in bijvoorbeeld de beginselverklaring van de Evangelische Alliantie, ook een soort belijdenis of 'leefregel' heeft. We zullen de belijdenisgeschriften niet verabsoluteren. Ze ontstonden in een heel bepaalde tijd en in een heel bepaalde situatie. Maar we willen ons er wel graag aan houden. Ze behoren, althans de drie Formulieren van enigheid, tot het geloofsgoed van de Reformatie. Miskenning van de belijdenisgeschriften is miskenning van wat God in de geschiedenis van de kerk heeft gegeven.
Onze tijd is a-historisch. In 'De Boodschap en de Kloof' lees ik dat de vrijgemaakte jeugd zo weinig belangstelling heeft voor de eigen geschiedenis en leer. Mijns inziens geldt dat de jeugd in het algemeen. Het is een kenmerk van onze tijd. Alsof het mogelijk is het verleden, wat God ons gaf in de geschiedenis van de kerk, te vergeten en helemaal opnieuw te beginnen. Het is een bekend gezegde: 'Wie van de geschiedenis niets heeft geleerd is genoodzaakt haar over te doen'.
Laten docenten in het onderwijs proberen de waarde van de geschiedenis te laten zien. Dat geldt de docenten geschiedenis. Laten de godsdienstdocenten de waarde van de belijdenisgeschriften zien over te dragen: de rijkdom van zondag 1 van de Heidelberger, de zekerheid van het geloof, zoals die in de catechismus doorklinkt, de hoge waarde van het verbond en van de doop in de catechismus en in de Ned. Geloofsbelijdenis, de rijkdom en de troost van de verkiezing en onze menselijke verantwoordelijkheid, zoals die in de Dordtse Leerregels doorklinkt. Dan is men bijbelsconstructief bezig.
Drie formulieren van on-enigheid
Overigens: de drie formulieren van enigheid hebben de reformatorische gezindte geen eenheid gebracht. 'Tien maal gereformeerd' kan eigenlijk niet. En dat kan 'elf maal gereformeerd' worden als het Samen op Weg-proces uitloopt op het aan de kant blijven staan van een aantal gemeenten, met de bedoeling de Hervormde Kerk voort te zeggen. De kerkelijke verschillen blijven, waarbij elke kerk inmiddels zijn eigen kerkcultuur heeft. Moet het ons niet veel te zeggen hebben, dat soms evangelischen spreken van de drie formulieren van on-enigheid? Als jongeren op de scholen met vragen in die richting komen, moeten we maar niet te grote woorden hebben.
Strakke vormen
2. Evangelischen vinden de gevestigde kerken dikwijls veel te formalistisch. In de kerk gaat het veel te strak toe, zeggen ze, met veel te vaste vormen. En dat zeggen reformatorische jongeren hen vaak na.
Ik kan daar een eind in meekomen. Reformatorischen steigeren dikwijls bij de minste of geringste liturgische verandering. Laten we daar oog voor hebben en proberen de kerkelijke en liturgische vormen te relativeren. Jongeren mogen weten dat onze kerkdienst niet gelijk is aan die van de eerste christengemeenten. En dat onze vormen door de West-Europese cultuur zijn heengegaan. En dat er in de wereldkerk kerken van gereformeerd belijden zijn waar het anders toegaat dan bij ons, en dat dat ook kan. Dat weten onze jongeren ook! Denk aan het toerisme en de internationale contacten. En ze weten dat het in evangelische gemeenten of andere reformatorische kerken anders toegaat. Onze jongeren shoppen op de religieuze markt, zegt het boek 'De Boodschap en de Kloof', zoals ze zappen op de tv en surfen op Internet.
Ik denk aan andere muziekinstrumenten dan alleen het orgel, waar ik overigens geen voorstander van ben; ik houd het graag op het orgel. Maar andere muziekinstrumenten zijn niet onbijbels.
Ik denk ook aan het zingen van het vrije lied. Nederland is een van de weinige landen met een gezangenkwestie. In een tijd van enorme secularisatie moest dat er eigenlijk niet zijn.
Waarbij ik overigens mijn grote voorliefde voor de Psalmen uitspreek. Ik wil niet zeggen dat alles anders moet. We moeten goed bedenken dat de eredienst waarbij we van jongs af zijn grootgebracht, iets vertrouwds, iets van 'nestgeur' heeft. Daarom maken veranderingen de gemeente gauw onrustig. Dat mogen we tegen onze jongeren zeggen.
Jongeren mogen echter wel weten dat het anders kan, dat het in de geschiedenis of elders in de wereld ook anders gebeurde of gebeurt. En we mogen ze tevens proberen bij te brengen dat elke gemeente zijn historische groei heeft, ook wat betreft de vormgeving van de eredienst. Zonder dat we die verabsoluteren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 1998
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 1998
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's