De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ik zie, ik zie...

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ik zie, ik zie...

5 minuten leestijd

'Maar Mozes zei tot het volk: reest niet, staat vast, en ziet het heil des HEEREN, dat Hij heden aan u doen zal, want de Egyptenaars, die gij heden gezien hebt, zult gij niet weer zien in eeuwigheid. De HEERE zal voor u strijden en gij zult stil zijn.' Exodus 14 : 13-14

'Ik zie, ik zie wat jullie niet zien en de kleur is... 'spelen kinderen. Het ene kind moet raden wat het andere ziet; het weet alleen de kleur.

Op weg naar Kanaan staan de Israëlieten op een dag voor de Rode Zee. De weg gaat niet verder. Alsof een slagboom is neergelaten. Wat nu!? En kijk eens, daar achter hen! Grote stofwolken. En hoor eens! Gedreun van galopperende paarden, geratel van strijdwagens, knallende zwepen. De farao! De schrik slaat de Israëlieten om het hart. Dit wordt hun ondergang, hun dood.

Met Israël ontdekken we hier, dat de weg van de Heere niet zonder bestrijding is, de weg van het geloof niet zonder aanvechting. De farao zet de achtervolging in. Reken maar! We zijn zomaar niet van hem af. Het valt op, dat de farao niet uit is op de dood van de Israëlieten, wel op hun dienst, slavendienst (vs. 5). Hij wil de Israëlieten wat graag terug, want de economie... Ziet u, farao is de macht die ons tot slaven maakt. Houdt hem in de gaten, want voor we het weten haalt de farao ons terug en zijn we weer slaaf van... ja, waarvan? Soms denk ik wel eens: de farao heeft ons allang ingehaald; slaven die we zijn, slaven in dienst van de economie, gericht op meer, alsmaar meer, groter, beter; slaven van onze eigen belangen, begeerten en wensen; slaven van de zonde. Wie ontkomt aan de farao? Wie redt ons?

'Vreest niet, staat vast!' roept Mozes ons toe. Hoe kan hij het zeggen!? 'Ik zie, ik zie wat jullie niet zien. 'Dat is Mozes' geheim, het verschil tussen hem en het volk, tussen rust en vrees, tussen geloof en twijfel. U moet er eens op letten hoe belangrijk 'zien' is in dit hoofdstuk. Goed kijken is heel be­ langrijk. Ook in het leven van het geloof. Onderweg. 'Ik zie, ik zie... 'Wat ziet Mozes dan? U hoeft niet te raden, Mozes raadt ons: 'Ziet het heil des HEEREN, dat Hij heden aan u doen zal.' Wat dat heil is, blijkt uit het vervolg: '...de Egyptenaars die gij heden gezien hebt, zult gij niet meer zien in eeuwigheid.' Nu nog de farao zien, nu nog het gevaar, de macht van de boze en de zonde, maar nog even en we zien er niets meer van, helemaal niets. Nu nog wel, straks niet meer. Wat zit daar tussen, tussen nu en straks? Daar zit God tussen. Hij komt tussenbeide. Kijk maar!

Een pad, dwars door de zee. Een weg waar geen weg is! De HEERE redt, uit de beklemming, uit de nood, de angst en dood. Om nooit te vergeten. Precies. Vasthouden! 'Hij die wolken, lucht en winden, wijst spoor en loop en baan, zal ook wel wegen vinden waar uw voet kan gaan.' Maar er is nog iets. Iets wat wij nogal eens over het hoofd zien, maar ondertussen een grote troost is, een troost onderweg, bij dreiging en in bestrijding: God schakelt ook de farao uit.

En wij? Wij staan met Israël op de oever, aan de zijlijn. De HEERE redt. Hij baant een weg. Hij overwint. 'De HEERE zal voor u strijden en gij zult stil zijn. 'Strijden. Zo is het. En de strijd is bitter. Kijk maar op Golgotha. Ook daar komt God tussenbeide. In Jezus Christus, Zijn Zoon. Zo ook op de paasmorgen. Het graf is open! God baant een weg waar geen weg is. Hij verlost uit de macht van zonde en dood én Hij overwint de macht van zonde en dood. 'Ziet het heil des HEEREN!' roept Mozes. Goed kijken! Daar komt het op aan. Niet op het gevaar zien, maar op het heil des Heeren zien. Niet achterom kijken, maar omhoog kijken, naar de Heere Jezus kijken, op het kruis zien, een blik in het open en verlaten graf. Dat is geloven!

Wat u dan ziet? Ik zie, ik zie... dat God redt én overwint. Dat Hij de Eerste is en de Laatste, de Almachtige. Daarom zult u stil zijn. Dat wil niet zeggen: zwijgen. Stil zijn is: ons eigen werk stil leggen, rusten in Zijn werk, dat volbracht is. Wat u moet doen als farao u op de hielen zit? Stil zijn is u gewonnen geven, overgeven aan Hem, uw Redder, Jezus Christus. Meer niet. 'Is dat alles? ' Alsof dit niets is. U gewonnen geven aan Hem is de hoogste activiteit van het geloof. Doe het! Dan zult u eens zien! In vertrouwen op de Heere opent zich een weg en worden we verlost. Zeker weten. Want wat is het laatste? Niet de farao. Niet de aanvechting. Wat wel? 'En Israël zag de grote hand, die de HEERE de Egyptenaars bewezen had...' Nog een keer dat 'zien', 't Is de laatste keer. Die grote hand is het laatste! Ik zie, ik zie... Ziet u het ook? Gods rechterhand is hoog verheven en daarom, daarom zal ik niet sterven maar leven!

'Ik zie, ik zie... en Zijn naam is HEERE.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 1998

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Ik zie, ik zie...

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 1998

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's