De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

15 minuten leestijd

Kerk-zijn: welke vormen?

Uit de PerKerk-zijn: welke vormen? Me bezinnend op een thema voor deze rubriek, lees ik in mijn dagblad dat een collega op een zendingsdag heeft gezegd dat het er in deze tijd van verdeeldheid, waarin allerlei wind van leer om ons heen waait en de dienaren van het Woord almeer aangevochten worden, niet op aan komt nieuwe methoden te zoeken om kerk te zijn in deze tijd maar op het gemeenschappelijk inwachten van de vervulling met de Heilige Geest (ds. K. Veldman in Reformatorisch Dagblad van 6 juli 1998). Daar kun je het uiteraard van harte mee eens zijn. Kerk-zijn is een wonder en het betekent dat je voortdurend beseft dat je oorsprong bij God Zelf ligt.

Aan al onze woorden en daden gaat Gods Dabar vooraf, eens en gedurig! Dat besef maakt niet zelfbewust en hoogmoedig, maar heel nederig en bescheiden. Wij hebben het niet in onze vingers en wij weten het heel vaak niet hoe het allemaal moet en zal gaan. En juist in onze tijd dringt dat besef ons ertoe gemeenschappelijk ook te vragen naar wat God van ons eist om Zijn Evangelie in onze samenleving tot klinken te brengen.

Immers, de Geest zoekt wegen in de tijd. Hij zoekt bij het hart te komen van de mens' en als kerk hebben we daar dienstbaar aan te zijn.

En wie missionair is ingesteld (en geldt dat niet voor elke rechte volgeling van Jezus? ) is er nooit gerust op of zijn methode van verkondiging en overdracht nog wel de enig juiste is. Paulus werd immers ook de Joden een Jood en de Grieken een Griek opdat hij er enigen gewinnen mocht. Ik moest aan dat alles denken toen ik in het Centraal Weekblad het volgende las van de hand van prof. dr. H. M. Vroom onder het opschrift Nieuwe vormen.

'Wie de hand aan de ploeg slaat, moet niet achterom kijken. Wij maken mee dat de structuur van de samenleving in een paar generaties diepgaand verandert. Hoe zal de kerk moeten veranderen om in deze samenleving te passen? De kerkelijke structuur is in hoofdzaak een parochiestructuur: lokale gemeenten met mensen uit de buurt, die op zondag samenkomen en door de week samen allerlei activiteiten kunnen ontplooien.

Die indeling is van later tijd. Je kunt je niet voorstellen dat de eerste christelijke gemeenten in steden als Corinthe en Rome een wijkindeling hadden. Het waren huisgemeenten waar nieuwkomers bij kwamen als ze leden hadden leren kennen en tot geloof waren gekomen. Zo schijnen er ook nu in de grote steden veel huisgemeenten te zijn, zonder verder verband met een kerk. Doe-het-zelvers, zogezegd, die met een bijbelvertaling en een liedboek uit de evangelische boekhandel hun eigen gang gaan. Een enkele dominee volgt dit voorbeeld na en begint voor zichzelf, samen met een deel van de gemeente, dat wel.

In sommige delen van het land gaat het kerkelijk leven tamelijk ongestoord verder zoals het lange tijd gegaan is. Maar in andere delen loopt het spaak. Iemand van zestig jaren jong merkte laatst op: "Ik ben zo ongeveer de jongste bij ons in de kerk. Over twintig, dertig jaar is het bij ons voorbij." Het CDA verliest per verkiezingen meer dan een zetel aan trouwe stemmers die in een periode van vier jaar zijn overleden. De christelijke zuil verliest aan aanhang en samenhang. Mensen zoeken het veel meer zelf uit. Minder mensen dragen de kerk; meer mensen komen er alleen als ze iets nodig hebben. (Jammer, dat wel.)

Door deze ontwikkelingen staan de predikanten onder druk. Doe je het wel goed? Wat kun je nog meer doen? Vrijwel elke gemeente heeft groepen die de liturgie en de kerkdiensten helpen voorbereiden. De dominees delen de verantwoordelijkheid met anderen, maar besteden ook veel tijd aan de kerkdienst. Tegelijk hoor je dat de conflicten rond predikanten toenemen. Het is moeilijk om een enthousiaste sfeer te houden in een firma die niet goed loopt, en wie is een makkelijker zondebok dan de dominee?

We zullen de teruggang onder ogen moeten zien en nieuwe manieren moeten vinden om mensen aan de rand en buiten de kerk het evangelie te brengen. Een enkele kerk neemt initiatieven. Tegelijk is er weer meer belangstelling voor geloof en bezinning. De hernieuwde belangstelling is individualistisch: men bindt zich niet. Het relativisme heerst: men zoekt naar wat waardevol is, maar zal niet vlug van andere meningen zeggen dat ze onwaar zijn. "Voor jou is dat waar, voor mij iets anders".'

Ik ken een reactie die onder ons na zo'n stukje vrij snel klinkt: dan moet je het pand je toebetrouwd ook maar getrouw bewaren. Anders heb je de neergang aan jezelf te danken. Ook al schuilt er een waarheidselement in deze gedachtegang, de adder onder het gras wordt zichtbaar: hoogmoed, zelfgenoegzaamheid. Dat kwaad straft zichzelf, als we ons daar niet bijtijds van bekeren.

Kerk-zijn: welke normen?

Het probleem zit 'm onder andere in het woord 'gemeenschappelijk' dat ds. Veldman gebruikt. De oplossing voor veel problemen van onze tijd ziet hij in het gemeenschappelijk inwachten van de vervulling met de Heilige Geest. Maar waar vind je dat onder christenen in onze tijd? Hoe droevig is immers niet de verdeeldheid en de partijdigheid, de gebrokenheid en onderlinge vervreemding. Ik las een aantal weken geleden een verslag van een ontmoeting tussen afgevaardigden van wat wel  ge- noemd wordt de 'kleine oecumene' ter rechterzijde van het gereformeerde spectrum onder ons volk: Christelijke Gereformeerden, (vrijgemaakt) Gereformeerden en Nederlands Gereformeerden. De één wees de ander min of meer af. Men zou niet belijdenisgetrouw genoeg zijn en een verbondsautomatisme voorstaan. Verslagen en ontredderd lieten de afgewezenen merken zich absoluut niet herkend te weten in deze kwalificaties.

In Koers (26 juni 1998) praat Paul Meinders met ds. J. M. Mudde, Nederlands Gereformeerd predikant van Enschede-Zuid over 'de impasse van de kleine oecumene'. Zijn de verschillen werkelijk een kwestie van leer of is het eerder een zaak van sfeer? Nederlands Gereformeerden, aldus ds. Mudde, proberen zo katholiek mogelijk gereformeerd te zijn. Dat wil zeggen: Niemand van wie Jezus Christus zegt 'Je bent van Mij' durven wij buiten de Kerk te plaatsen.

'"We concentreren ons op de kern van het geloof: Jezus Christus en Die gekruisigd. Die kernbelijdenis is ook uitgangspunt van de Heidelbergse Catechismus (Zondag 1). Dit belijden is ook herleid­baar tot het Nieuwe Testament. Wij geloven in het verzoenend leven, lijden, sterven en opstaan van de Heere Jezus Christus. Dat geloof hebben de Kerken van de kleine oecumene met elkaar gemeen. Die gemeenschappelijkheid is wat mij betreft de basis van alle samensprekingen."

Plus

Daarmee brengt u het merg van het christelijk geloof onder woorden. Hoe komt het dat die samensprekingen al jarenlang in een impasse verkeren? "Ik denk dat we dit allemaal met de mond belijden. Ik denk zelfs dat we het in ons hart ook allemaal zo beleven. Maar zodra het erop aankomt om dat in de praktijk van de kerkelijke verhoudingen waar te maken, blijkt al snel dat het niet gaat om Christus alleen, maar om Christus plus iets."

Bedoelt u daarmee te zeggen dat de Kerken van de Reformatie feitelijk in dezelfde fout vervallen als de Kerk van Rome?

"Die plus is niet uit te zuiveren. Ook de Nederlands gereformeerden hebben er last van. Wel tref je in mijn kerkgemeenschap een zekere gedrevenheid aan om die plus te reduceren. Misschien zijn wij, vanuit onze ontstaansgeschiedenis, extra alert op dit punt."

"Ik denk in dit verband aan het fenomeen van de doorgaande Reformatie. Na de Vrijmaking van 1944 hebben gereformeerden opnieuw hard gewerkt aan de vorming van een eigen zuil, compleet met een politieke partij en tal van maatschappelijke G-organisaties. Dat heeft denk ik tot een situatie geleid waarin je gereformeerde identiteit alleen serieus werd genomen als je participeerde in zoveel mogelijk lagen van die zorgvuldig geconstrueerde organisatiestructuur. Het komt mij voor dat de omhelzing van dit totale pakket als een plus in het geloofsleven is gaan functioneren. Juist de laatste jaren is hierin een kentering gekomen."

"Ook in bevindelijke kring is er zo'n plus. Daar is het Christus plus een bepaalde opvatting over de Statenvertaling. Christus plus bepaalde kledingvoorschriften. Als je die plussen niet of niet helemaal overneemt, rijst er twijfel over je christelijke identiteit. Daarmee wil ik niet zeggen dat er geen verbinding is tussen het geloof in Christus en de levensheiliging. Die verbinding is er wel degelijk, maar die komt niet altijd op dezelfde wijze tot uitdrukking. Daarin zouden we elkaar dus enige ruimte moeten gunnen."

"De plus maakt dat het kerkelijke leven in Nederland heel vaak een sektarisch karakter draagt. Het is namelijk kenmerkend voor een sekte je identiteit te verbinden met de plus.'"

Hoe sterker je dat 'plus' onderstreept, des te minder ruimte komt er voor het 'gemeenschappelijke van het leven in afhankelijkheid van de Heilige Geest. Daar weten we in onze eigen gelederen binnen de Hervormde Kerk ook alles van. De 'plussen' worden 'minnen' als het gaat om de kracht van het getuigenis van het Evangelie in de gemeente en erbuiten. Aan het slot van het gesprek spreekt ds. Mudde de hoop uit dat er een oecumene zou mogen ontstaan in onze tijd die van 'beneden' naar 'boven' en van 'binnen' naar 'buiten' gaat. Hij bedoelt daarmee: van samenwerkingsverbanden als EO en VBOK naar binnenkerkelijke verbanden.

Oecumene van het hart

Over dat thema sprak ds. A. van der Veer op de ledenraadsvergadering van de Evangelische Omroep op 22 juni 1998. Ik citeer enkele delen uit deze jaarrede van de voorzitter van de EO, omdat het alles te maken heeft met het thema van onze rubriek. De EO is een beweging geworden, aldus min of meer de inzet van ds. Van der Veer. Een beweging van christenen die elkaar over kerkmuren heen herkennen als broeders en zusters in Jezus Christus: De oecumene van het hart. Dat was niet de opzet van de oprichters van de EO, maar dat is geboren in de harten van eenvoudige gelovige mensen. Maar het grijpt wel terug op wat de oprichters van de EO ooit bedoelden.

'Als een stroom

Een beweging ontstaat. Als een stroom die plotseling aan de oppervlakte treedt. Niemand weet precies waar zijn oorsprong ligt. Je graaft hem niet. Hij is er. Plotseling sta je ervoor. Je kunt hem niet tegenhouden. Wel negeren, er aan voorbij lopen. Maar hij is er wel.

Ik zie de EO als een onderdeel van een stroom, die er al veel langer is. Hij was er in de vorige eeuw, maar ook in de eeuwen daarvoor. Hij is niet beperkt tot Nederland, maar hij is er wereldwijd. Een prachtig voorbeeld hiervan is het teken van de vis. Absoluut geen exclusief EO-teken, maar een eeuwenoud teken van christenen die de Heere Jezus Christus van ganser harte liefhebben als hun Verlosser en Zaligmaker. Die christenen zijn er altijd geweest. Die christenen zijn er overal. Er zijn tijden dat ze stil en gerust in hun gemeenten leven en werken. Maar er zijn ook perioden in de geschiedenis, dat er een onstuimige behoefte is om elkaar over kerkmuren heen te ontmoeten. Vaak niet in de gemakkelijkste tijden. Juist als het moeilijk werd, kwam dat verlangen naar boven. Of moet je zeggen dat het God zelf was die juist in die donkere tijden de geestelijke herkenning gaf? Was Hij het niet die in bijbelse tijden Elia erop wees, dat er nog duizenden waren, die hun knieën voor Baal niet hadden gebogen?

Doch Ik zal in Israël zevenduizend overlaten, alle knieën die zich niet gebogen hebben voor de Baal, en elke mond die hem niet gekust heeft". (1 Koningen 19 : 18)

En wat te denken van de tijd van de Reformatie, van de revivals in vele landen, van het Europese Reveil?

Een beweging als een stroom... De oecumene van het hart.

Waar liggen zijn bronnen? Ik denk ten diepste niet in ons hart, maar in het hart van God.

Donkere tijden

Opvallend is dat de oecumene van het hart vaak beleefd wordt in donkere tijden. Uit onderzoek onder EO-leden blijkt dat een belangrijke meerderheid somber is over de huidige situatie van ons land en volk. Een meerderheid denkt dat in de toekomst slechts een kleine kern van getrouwe christenen zal overblijven. Een ongeveer even grote groep ziet de islam als een grote bedreiging voor het christendom in dit land. Een nipte meerderheid verwacht dat het niet lang meer zal duren voordat christenen hier minder vrijheden zullen hebben. Velen zijn ervan overtuigd in de eindtijd te leven. Zou dit denken niet één van de redenen zijn om mee te doen met deze zo duidelijke beweging van christenen, die openlijk willen belijden dat Jezus hun Heere is? Natuurlijk weten zij dat vele dingen hen scheiden, maar nog meer weten zij dat de levende Christus hen bindt. De onderlinge herkenning en de daaruit voortvloeiende waardering voor elkaar is er gewoon. Onuitroeibaar. Soms tegen de wens van eigen kerkgenootschappen in, zoeken christenen elkaar op in conferenties, zangavonden, praise-samenkomsten, toogdagen, vakantiediensten en gezamenlijke acties voor de nabije en verre naaste.'

Wat doe je, aldus ds. Van der Veer, als zoiets ontstaat? Een stroom kan een zegen zijn, maar kan ook dingen omverwerpen. Hij stelt dan aan de orde de relatie tussen de EO en de kerken.

'Mijns inziens zouden allerlei vormen van samenwerking tussen kerken - de officiële oecumene - aan kracht winnen, als men meer oog zou hebben voor deze geestelijke herkenning die christenen heden ten dage ondanks verschillen toch beleven. Bij de EO kunnen wij ervan getuigen, hoe samenbindend, hoe versterkend dit in de afgelopen jaren heeft gewerkt en ons in staat heeft gesteld, het moeilijke werk van de verkondiging van het Evangelie via radio en televisie te doen.

Het gaf en geeft een geweldige band tussen ouderen en brengt jongeren in groten getale bijeen. En dat in deze tijd.

Heel graag wil de EO deze ervaringen ten dienste stellen van de kerken. Heel graag willen wij de kerken dienen. Kan het niet nuttig zijn om juist daar, waar kerkelijke samensprekingen dood lopen, door te geven wat onze ervaringen zijn en wat in het hart van kerkleden leeft? Waar het op het topniveau soms niet lukt, lukt het soms wel op het grondvlak. Waar de officiële kerk groepen in de samenleving niet bereikt, kan het soms wel via radio, tv en andere activiteiten.

Het is goed voor kerkleiders en scribenten kennis te nemen van wat de leden van hun kerk er zelf van vinden. Een onderzoek dat de EO in het afgelopen jaar hield, leverde verrassende resultaten op onder zijn achterban. De EO-leden vinden het lidmaatschap van hun kerk en gemeente echt niet onbelangrijk, maar graag zouden zij zien dat de kerken op verschillende terreinen, bijvoorbeeld op diaconaal vlak, de handen ineen zouden slaan. Voor hen is er nu ook de tijd gekomen van de oecumene van de handen.

De EO constateert de oecumene van het hart. Het hart als levenscentrum. Het hart als zetel van wil, gevoel, verstand. Je mag daarom van die geestelijke herkenning doorwerking verwachten. Onze constatering is dat onze achterban ernaar uitziet. Men wacht op de kerken. Wij ook!'

Ds. Van der Veer geeft aan dat we met de oecumene van het hart niet klaar zijn. Het mag niet gaan om een soort EO-theologie. Daar zijn we als EO niet voor. Ik citeer: 'We willen binnen een achterban die over allerlei zaken verschillend denkt, bruggen bouwen door als EO een platform te bieden voor gesprek en ontmoeting'.

'Want hoe meer je elkaar herkent in de Heere Jezus Christus, hoe meer de verschillen je verdriet doen. Daarom is voor mij oecumene van het hart, een oecumene van een verbroken hart.

Ik heb verdriet over gescheiden Avondmaalstafels, over al die kerkgemeenschappen die er in Nederland toch blijven, en helemaal over het opbreken van gesprekken tussen kerken, die in de praktijk in menige plaats heel dicht bij elkaar staan.

Je realiseert je dat de oecumene van het hart geen eindpunt is. We mogen de oecumene van het hart niet als een warm bed gebruiken en berusten in de kerkelijke verdeeldheid. Toch kunnen de kerken hun winst doen met de oecumene van het hart, deze verzilveren en daarop verder bouwen. Oecumene van het hart is dan wel niet het fundament, maar hopelijk wel het cement daarvoor. En dat geeft hoop temidden van alle gebrokenheid.'

Toen er onlangs de nodige commotie ontstond over de oecumenische viering van de eucharistie in de Grote Kerk van Apeldoorn, werd door iemand opgemerkt dat kerkleiders soms twisten over zaken waar kerkmensen niet meer warm voor te krijgen zijn. Nu was dat naar mijn mening toen ten onrechte. Kerkleiders hebben de roeping de zaken zuiver te houden binnen de kerken. Maar het kan wel zijn dat we het zicht op de werkelijkheid verliezen door ons al te zeer vast te bijten in kwesties waarvan velen in de kerken en onder de gelovigen de zin nauwelijks meer inzien. Bovendien, is het niet onze roeping te streven naar eenheid met allen die in Christus zijn?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1998

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1998

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's