Boekbespreking
J. H. Schrijver, Korte Geloofsleer, deel 3, een handreiking aan de christelijke gemeente in de crisis van deze tijd, serie: Wegwijzers in de gereformeerde theologie, Uitg. Kok Voorhoeve, Kampen 1998, 118 blz., ƒ 23, 90.
Met dit boek completeert de auteur, hervormd(gereformeerd) predikant te Woerden, zijn beknopte geloofsleer. Hij heeft er in een strak volgehouden tempo aan kunnen werken (de eerdere delen verschenen in 1994 en 1996), en het is voorwaar een felicitatie waard dat hij het geheel nu tot een afronding heeft weten te brengen! Het korte bestek waarin hij zijn geloofsleer moest onderbrengen leidde er overigens wel toe, dat keuzes gemaakt moesten worden. Nu het werk compleet is, wordt duidelijk hoe die uitgevallen zijn. In het oog springende lacunes zijn de leer aangaande de kerk (de ecclesiologie), de rechtvaardigings-en heiligingsleer, en de sacramentsleer. Met name de ecclesiologie wordt m.i. node gemist, omdat in onze tijd zovele discussies zich hierop toespitsen (SoW!). De auteur zou ons een dienst hebben kunnen bewijzen wanneer hij had geschetst hoe een gereformeerde ecclesiologie het wezen, de breedte en de grenzen van de gemeente ziet.
Maar laten we liever letten op wat ons in het laatste deel van deze korte geloofsleer wél geboden wordt. Dat zijn beschrijvingen van achtereenvolgens de leer van de Heilige Geest (pneumatologie), de aard van het geloof, en de leer aangaande de laatste dingen (eschatologie). Terecht voert de auteur een pleidooi voor een zelfstandige pneumatologie. Hij wijst erop dat men deze in de dogmatieken binnen het gereformeerde protestantisme veel minder vaak tegenkomt dan men zou verwachten. Hoewel Calvijn wel 'de theoloog van de Heilige Geest' genoemd is, komt de Heilige Geest in veel dogmatische handboeken uit de gereformeerde traditie (tot aan de Beknopte Gereformeerde Dogmatiek uit 'Apeldoorn' toe) toch slechts indirect ter sprake, en wel in het kader van de heilsorde.
Maar, zegt ds. Schrijver, de Heilige Geest heeft met veel meer te maken dan alleen met de heilsorde, bijv. ook met de schepping, de inspiratie van de Bijbel, de kerk (Ef. 2 : 22) en de toekomst (Rom. 8 : 23). Enkele van deze verbanden werkt hij vervolgens ook wat nader uit, evenals uiteraard de heilsorde. Op een evenwichtige manier schrijft hij verder over de gaven van de Geest, de zogeheten charismata (p. 62-65).
Logisch is dat na de pneumatologie het geloof aan de orde komt. Het geloof wordt naar reformatorische opvatting immers gewerkt door de Geest. In de lijn van Calvijn wordt het beschreven als kennis van God, vertrouwen op God en toestemming van wat God in Zijn Woord zegt. Ds. Schrijver verzet zich tegen allerlei latere onderscheidingen in 'soorten' geloof: geloof is geloof in de bijbelse zin van het woord, of het is geen geloof. Ook een term als 'zaligmakend geloof verwerpt hij: niet het geloof, maar Christus maakt zalig (74v).
De behandeling van de leer der laatste dingen tenslotte is breed maar helaas niet zo diepgaand. Ook hier zal de beperkte ruimte de auteur wel parten gespeeld hebben. Allerlei zaken die in de eschatologie thuishoren (trouwens ook zaken die men er niet direct verwacht, zoals in paragraaf 3.5 de prediking) worden inderdaad besproken. Maar de auteur geeft vaak slechts zijn mening zonder zich de tijd te gunnen die ook enigszins systematisch bijbels en theologisch te verantwoorden. Gemeenteleden die (al dan niet onder evangelikale invloed) vragen hebben over bijvoorbeeld het duizendjarig rijk, de antichrist, de 'opname van de gemeente' etc, zullen daardoor niet het gevoel krijgen dat ze echt verder geholpen worden.
De auteur gebruikt een breed scala aan theologische bronnen; behalve op Calvijn, Heppe en Bavinck beroept hij zich van tijd tot tijd ook op Miskotte, Van Ruler en Schilder en verwijst hij naar Angelsaksische schrijvers als Francis Schaeffer, Alister MacGrath en Martin Lloyd Jones. Verder proeft men hier en daar de invloed van B. Wentsel. Zijn (meestal kritische) verwijzingen naar Barth zijn over het algemeen uit de tweede hand (behalve op p. 78v). In de literatuurlijst misten we intussen recente werken als A. van de Beeks studie over de pneumatologie (De adem van God), en het enkele jaren geleden verschenen overzichtswerk Gegrond geloof.
De 'crisis van deze tijd' waarnaar de ondertitel verwijst en waarmee toch wel vooral de ontkerkelijking bedoeld zal zijn, speelt in dit boek niet echt een rol. Het bouwwerk van de gereformeerde theologie staat ongeschokt overeind. Dat de tijd waarin we leven niet wat meer door deze geloofsleer heenwaait is enerzijds wellicht een gemis; anderzijds kunnen we het ook weleens als een verademing ervaren...
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1998
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1998
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's