De GLIAGG jubileert
Ruim twintig jaar geleden is er een begin gemaakt met de realisering van een gereformeerde RIAGG met een landelijke uitstraling.
Aandacht hiervoor is op zijn plaats vanwege de moeiten en strijd die dit heeft gekost. Vooral ook, omdat de zegen van onze God zo rijk is ervaren.
Dankbaarheid en ootmoed is op zijn plaats.
Na al de afgelopen jaren is er nog steeds de doelstelling, om op een gelijkwaardige manier uiteindelijk een organisatie te realiseren waar alle afdelingen (die andere organisaties - RIAGG's - al hebben) terug zijn te vinden, nl.- preventie/voorlichting - jeugd-, volwassenen-en ouderenzorg.
Zover is het nog lang niet en het is de vraag of het zover komt. De behoefte eraan is er echter wel degelijk.
Ik ga u in mijn bijdrage niet vermoeien met cijfers of een chronologisch historisch overzicht. Het lijkt mij als terugblik en met het oog op de toekomst niet onbelangrijk eens na te gaan welke bestanddelen - ingrediënten - er nu nodig zijn voor het oprichten en in stand houden en uitbouwen van een organisatie als de GLIAGG. Ik maak daarbij onderscheid tussen een aantal zakelijke en principiële onderdelen.
Is er vraag naar ons product?
Er moet worden geconcludeerd dat er ook velen binnen de gereformeerde gezindten zijn die op een behoorlijke manier met zichzelf en soms in relatie met anderen, in de knoop zitten. Er is veel psychische nood. Het is dan niet meer mogelijk om er zelf of met behulp van anderen uit te komen. Deskundige hulp is noodzakelijk.
Waarom is de vraag toegenomen?
Gelukkig is er meer openheid ontstaan over mensen met psychische nood. Werd het vroeger weggestopt en niet begrepen, nu is het een geaccepteerd menselijk probleem.
Nu zijn er - en ook 20 jaar geleden - vele organisaties die kunnen helpen. Hoewel er veel goeds gebeurt binnen deze organisaties, zijn ze neutraal in de uitoefening van de hulpverlening.
In vele gevallen betekent dit: geen of te weinig oog en ruimte voor de levensvragen die te maken hebben met relatie tot de Heere en Zijn gemeente. De ethische opvattingen gaan veelal aan de belevingswereld van vele hulpverleners voorbij. Vooral binnen de uitoefening van de zgn. menswetenschappers is weinig te vinden wat naar bijbelse normen zou moeten worden uitgevoerd.
Kortom, de hulpvrager voelt zich veelal niet thuis in zo'n neutrale omgeving, de drempel is te hoog en hij vraagt hulp van een organisatie vanuit de eigen gezindte. Dat is een legitieme zaak.
Doelstelling
Wanneer er dan druk wordt uitgeoefend om verantwoorde hulp te gaan uitvoeren, komen er ambtelijke vergaderingen, deputaatschappen en deskundigen bij elkaar en wordt er statutair een organisatie geboren. Het is dan zaak om direct vrij duidelijk de motieven tot oprichting aan te geven. Vooral naar soortgelijke organisaties en de overheid. Deze fase in de geschiedenis is goed voorbereid en begrepen - al ging dit niet altijd van harte.
Vooral het neutrale werkveld moest erkennen dat er te weinig aandacht was voor: zin, ziel en zorg.
Met de presentatie van de GLIAGG kwam er op dit punt verdere bezinning op gang. Het was voor de gereformeerde gezindte een duidelijke verificatie dat onze plannen nodig waren.
Erkenning en financiering
Wij zijn gestart, op zeer bescheiden schaal, zonder subsidie, maar financieel gedragen door kerken, diaconieën en particulieren. Dat was nodig en is nu ook nog nodig. De financiële bijdragen hebben de relatie tussen de organisatie en het kerkelijk achterland verstevigd.
De relatie met de overheid is een hoofdstuk apart. Kort geformuleerd komt het erop neer dat wij zijn erkend en op bescheiden schaal subsidie ontvangen. Uitbouw tot een noodzakelijk en gewenst niveau is nog niet gehonoreerd door Paars I en wordt misschien door Paars II bestreden. Met andere organisaties - denk aan De Hoop te Dordrecht - hebben wij het op dit moment niet gemakkelijk.
Professionalisering
Een organisatie, zoals die er nu staat, moest - soms nog meer dan de reeds bestaande - uitblinken in professionaliteit. Dus geen amateurs, maar deskundigen. Dat vraagt de overheid, maar niet minder ook de cliënt/patiënt. Dit streven is er vanaf het begin geweest. We zijn trots op onze medewerkers die met grote deskundigheid en inzet hun beroep uitoefenen.
Afstemming
Het diaconaal besef en inzet t.b.v. de hulpverlening aan de medemens wordt binnen de gereformeerde gezindte veelvuldig uitgeoefend. We kennen organisaties die algemeen maatschappelijk werk, thuiszorg en allerlei andere takken van dienst uitoefenen. Veelal worden deze organisaties vakmatig betiteld als zgn. eerste-lijnsorganisaties.
De GLIAGG is specialistischer van aard en is een tweede-lijnsvoorziening, het is vergelijkbaar met een huisarts en een specialist.
Het zal iedereen duidelijk zijn dat er t.b.v. de gereformeerde gezindte slechts één tweede-lijnsorganisatie zich op de diverse terreinen kan organiseren.
Afstemming tussen de vele organisaties was en blijft noodzakelijk. In de geschiedenis van de GLIAGG is dit vaak een moeilijk punt geweest. Er is door alle betrokkenen niet altijd even correct en verstandig mee omgegaan. Ons past in dit opzicht ook de nodige ootmoed.
Gezindte en gezindheid
De GLIAGG kent drie participanten, t.w.:
- de Christelijke Gereformeerde Kerken
- de Gereformeerde Gemeenten
- de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk.
Drie korte opmerkingen hierover.
De participanten kenden elkaar al van vorige initiatieven. Er is - mede door participantenoverleg met bestuur en directie - een hartelijke band ontstaan. Met deze drie is de totale gereformeerde gezindte niet genoemd. In de toekomst moet dit veranderen. Allen die staan op de basis van Woord en belijdenis moeten dit initiatief gaan dragen, over de volle breedte!
Het is naar mijn overtuiging ook noodzakelijk samenwerking te zoeken met allen die volgens bovengenoemde normen werken en handelen. Ik denk daarbij aan de hulpverlening vanuit de meer evangelische hoek.
Deze tijd vraagt erom. Daarom is het zaak om ons hierop nu al te bezinnen. Niet wachten tot het plotseling moet. Met deze twee genoemde kerken is er ook een bestuurlijke relatie via deputaatschappen en wordt er op de synodes gerapporteerd. Deze band is goed en functioneel.
De belangrijkste zaken
Nog twee zaken moeten worden vermeld. Alles kon en mocht gebeuren omdat de Heere God ons dit alles geeft. Dit is geen goedkope opmerking, maar iets wat herhaaldelijk wordt beleden en beleefd door allen die aan de GLIAGG zijn verbonden. Deze houding bepaalt mede de cultuur van de organisatie.
Gebod - gebed
Een wat persoonlijke ervaring mag in deze bijdrage ook wel worden genoemd. Ik heb nog nooit zo sterk elders ervaren dat onze organisatie gedragen wordt door het gebed van velen. Het zijn de kinderen van de Heere die smeken om de voortgang van het werk. En dit vermag veel en houdt ons dicht bij alles wat door het Evangelie wordt voorgehouden voor ziel en lichaam beide. Met alles wat aan beleid en strategieën wordt uitgedacht is er binnen de organisatie ook iets aparts: we leven van de wind!
Consistent beleid
Het beleid dat organisatorisch en inhoudelijk wordt gevoeld werd ook geïllustreerd op het symposium van zaterdag 27 juni jl. Het thema voor deze dag was: ambtelijke zorg, gemeente en professionele hulpverlening bij psychische nood.
In de congresmap zat een schriftelijke verantwoording waarom men dit thema had gekozen. Ik noem u er enkele:
- De plaats en functie van het ambt zijn niet meer zo vanzelfsprekend. Gemeenteleden gaan niet automatisch naar een ambtsdrager als ze het moeilijk hebben.
- De christelijke hulpverlening heeft de professionalisering nog niet echt verwerkt. De integratie 'geloof en hulpverlening' verdient blijvende aandacht.
- De stress van het moderne leven en de individualisering stempelen het gemeente-zijn. Het noodzakelijke 'omzien naar elkaar' staat daardoor onder druk.
Er waren in de ochtend drie sprekers: de (ex-)patiënt, de pastor en de hulpverlener. Ze gaven vanuit hun positie heel duidelijke en indringende zaken door aan de vele hoorders. Ik doe hiervan geen verslag, maar geef enkele opmerkingen door die u en mij zeker aan het denken zullen zetten.
De patiënt
De heer A. Walhout, zelf eens patiënt, maar nu voorzitter van de cliëntenbond, hield de aandacht van het publiek vast tot op het laatste moment. Hij riep op om oog te hebben voor de zwakken. Probeer in te leven wat het betekent pijn in het hart/geest te hebben waardoor nood en zwaar lijden ontstaat. Laten we niet gaan redeneren waarom iemand zwaar depressief is. Het kan iedereen overkomen. Zeg de pastor en gemeentelid niet te veel, maar wees trouw in het meeleven.
Continuïteit is belangrijk en een gedurig gebed wordt in dankbaarheid gevoeld en ervaren, al wordt het niet altijd tegen de ander gezegd. Opvallend was ook dat hij als preventie doelen aangaf:
- armoedebestrijding en eenzaamheid oplossen.
Ik vertaal het maar zo, maak het deze mensen en hun omgeving niet nog moeilijker dan ze het al hebben. Hier liggen vele praktische punten die wij ter hand kunnen nemen.
De pastor
Prof. dr. W. H. Velema gaf aan dat de pastor als geen ander in psychische nood er moet zijn als hoeder. Bij de herder proberen te houden.
In onderscheid met de hulpverlener gaat het de pastor om de relatie met God in het oog te houden. Daarbij is belangrijk met name te spreken over de Beloften die God geeft in Zijn woord. De pastor moet zich open en begrijpend en niet autoritair opstellen. Hij moet zich inspannen dat de gemeente zich zo instelt dat er in de praktijk veel gebeurt in het omzien naar elkaar. Er moet steeds worden gepeild: is het diaconaat van de gemeente gegroeid en zijn er positieve ontwikkelingen?
De hulpverlener
Drs. P. Eikelboom was niet onduidelijk in zijn stellingname. Hij pleit voor een bezield hulpverlener. Dat begint al bij de intake, waar ook ruimte is om de patiënt te laten vertellen van zijn geestelijke nood en de beleving ervan.
De hulpverlener moet dit kunnen delen. Echte nabijheid is er vooral als dit gebeurt vanuit de christelijke hulpverlening. De godsdienstige beleving is ook geïntegreerd in de persoonlijkheid van de patiënt. Godsbeelden zijn bepalend en moeten worden onderkend.
Er is in de relatie hulpvrager en hulpverlener ook distantie nodig als het gaat om helpen. Het is anders dan binnen het pastoraat. Vooral als de patiënt dingen stelt en keuzes maakt die afwijken van de Heere en zijn normen en waarden.
Indien dit hoort bij het proces dat de patiënt vanuit zijn verantwoordelijkheid meemaakt, dan is de hulpverlener niet de eerste die hierover corrigerende adviezen voorstelt. Daarmee zou hij het genezingsproces kunnen blokkeren.
Hier treedt een spanningsveld op tussen de professie en de pastor. Een goed samenspel is dan nodig. Dat is er lang niet altijd en dat moet verbeteren.
Dit punt kwam ook terug in de forumbespreking en vraagt nog veel denkwerk. Het spreekuur, dat speciaal voor ambtsdragers is ingesteld, functioneert.
Een boek
Er werd nog een boek aan de voorzitters van de drie participanten aangeboden. De titel is gelijk aan het thema van het symposium. De inhoud bestaat uit twee delen. Een aantal bijdragen waarin nog dieper op genoemde onderwerpen wordt ingegaan. Drs. A. Verhoef heeft aan de hand van gesprekken met betrokken mensen die met de GLIAGG te maken hebben, een historisch gedeelte geschreven. Opdat wij niet vergeten! Het is een lang verhaal geworden. Hopelijk geeft het u een indruk van wat ons bezig moet houden.
Een professionele organisatie kan wellicht doorgaan met steun van de overheid en uw financiële bijdrage. Dat is de ene kant van het verhaal.
De andere kant? Die is voor ons allemaal. Voor christenen in deze tijd is er werk aan de winkel. De christelijke gemeente staat daarbij centraal. Het vraagt om een zichtbare uitstraling in dienstverlening én verkondiging.
W. Huizer
bestuurslid en mede-oprichter
De referaten komen in het volgende 'Poortnieuws'. Aanmelding als donateur/ abonnee: Postbus 4890, 3300 AL Dordrecht.
Het boek 'Ambtelijke zorg, gemeente en professionele hulpverlening bij psychische nood' is uitgegeven door: J. J. Groen, Heerenveen, 320 blz. voor de scherpe prijs van f 29, 95.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1998
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1998
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's