Achter de coulissen (1)
Schouwspel
Achter de coulissen van de schouwburg lijkt het me vaak net zo spannend en interessant als ervóór. Immers, daar bevindt zich de regisseur. Hij/zij heeft de touwtjes in handen. Het stuk wordt uitgevoerd en de tekst wordt geïnterpreteerd zoals hij het wil.
Je hebt er ook de souffleur. Hij zegt de teksten voor als een speler een black-out heeft. Of als er een te lange stilte valt, omdat iemand niet verder kan.
Alleen, het publiek in de zaal ziet geen regisseur en hoort geen souffleur. Ze ziet alleen het spel zoals het gespeeld wordt. Ze hoort alleen het verhaal zoals het gezegd wordt. Ze heeft er ook geen directe invloed op. Ze kan achteraf of soms al in de pauze haar mening ventileren. Je kunt het allemaal maar niks vinden. Of je kunt er buitengewoon door geboeid en diep geroerd van raken. Maar invloed heb je niet. Je bent buitenstaander, toeschouwer, waarnemer.
Wat wel kan is je van tevoren grondig voorbereiden op de inhoud van het op te voeren stuk. Je kunt via de prospectus van het toneelgezelschap terecht komen bij relevante informatie. Je kunt je vergewissen van de inzichten van de regisseur en kennisnemen van zijn overwegingen die tot zijn interpretatie hebben geleid. Je kunt je op de hoogte stellen van de kwaliteiten van de toneelgroep. Om zo optimaal mogelijk profijt te hebben van wat er die avond zich voor je ogen afspeelt.
Achter de coulissen wil zoveel zeggen als: je bent een buitenstaander. Maar daar is wat aan te doen, door je te verdiepen in de tekst van het stuk. En vooral door kennis te nemen van de opvattingen van regisseur en gezelschap.
Meta-historie
Dat is het eigenlijk wat prof. Ouweneel wil in zijn studie over 'De Negende Koning'. Hij noemt dat de meta-historie. Dat wat zich afspeelt achter (meta) de historie. Wat wij er van zien en lezen in krant en journaal is lang niet alles. Achter de beelden en de verhalen speelt zich een andere werkelijkheid, de échte werkelijkheid, af. Wij kijken tegen de voorkant van de coulissen aan. Wij zien de spelers en hun spel.
Wij geven hen ons applaus. Of wij fluiten hen uit. En we hebben soms het idee dat we het doorzien wat er allemaal op het toneel van de wereld gebeurt. Of we hebben onze handleidingen waarmee we de loop der dingen menen te doorzien.
Voor prof. Ouweneel is er maar één echte betrouwbare gids om de geschiedenis te doorzien in haar verborgen zin en dat is de Schrift. Hij meent dat de openbaring die ons daarin wordt gedaan ons brengt achter de coulissen. God geeft ons inzicht in Zijn bedoelingen. Hij geeft Zijn geheimen via de Schrift aan ons prijs, mits we uiteraard de juiste interpretatie te pakken hebben.
Prof. Ouweneel is de overtuiging toegedaan dat het hem gelukt is in dit boek om die Schriftuitleg te geven die ons brengt tot het hart van Gods gang door de tijd naar Zijn doel. Hij houdt wel enkele kleine slaagjes om de arm, maar toch, zo zit het wel ongeveer.
Ik moet eerlijk toegeven dat het boek me in veel opzichten heeft geboeid. Ouweneel heeft een vaardige pen, is erudiet zonder het te etaleren, heeft een heldere trant van redeneren, is logisch en consequent in zijn benaderen van een probleem. Je komt zomaar niet los van wat hij beweert en met zijn stukken aantoont. Vooral omdat hij de overtuiging heeft dat alles wat hij beweert regelrecht uit de Schrift is opgediept.
Inhoud
Laat ik eerst kort en heel summier aangeven wat de hoofdlijn van zijn studie is. Wij spreken, als we het hebben over de geschiedenis van deze wereld, over 'wereldrijken'. En we noemen er de namen bij van de diverse heersers en koningen: Augustus, Otto III, Karel de Grote, Napoleon, Hitler om wat voorbeelden te noemen.
Maar in werkelijkheid zijn deze grote mannen slechts pionnen in de handen van de werkelijke heersers: onzichtbare, geestelijke machten. Engelvorsten noemt Ouweneel ze. Hij komt daartoe door wat hij leest in Daniël 10 : 20 en 21. Daar is sprake van de 'vorst der Perzen', de 'vorst van Griekenland' en de 'vorst Michael'. Dat kunnen geen aardse vorsten zijn, dat moeten vorsten 'achter de coulissen' zijn die de spelers vóór de coulissen in hun greep hebben. Het zijn hemelwezens die de touwtjes in handen hebben. Zij sturen, bepalen en manipuleren de loop der dingen, uiteraard niet buiten de grote Regisseur om. Dat heeft alles te maken met het bijbels gegeven dat de werkelijke strijd op het toneel van de wereldgeschiedenis die is tussen het Lam (De Negende Koning) en de draak.
Elke cultuur heeft zijn eigen onzichtbaar hemelwezen. Ze zijn door JHWH geschapen en instrumenten in Zijn hand en oefenen een beslissende manipulerende invloed uit op de verschillende culturen.
Prof. Ouweneel zet acht wereldrijken op een rij. Hij leest deze af uit Daniël 2, 7 en 10. Ook in Openbaring 17 wijst hij deze rijken aan. Doorslaggevend voor zijn visie is de uitleg van de profetische gedeelten van de Schrift. We komen daar nog op terug.
Israël
Fundamenteel in Ouweneels benadering van de geschiedenis is de positie van Israël. Uiteindelijk draait daar alles om, om wat God weldra met Zijn volk zal doen.
De wereldgeschiedenis wordt immers beheerst door de strijd tussen het Lam en de draak. Het Lam is de Messias van Israël. En de draak is de engelvorst van het Romeinse Rijk. Dat Rijk lijkt voorbij. Maar dat is slechts schijn. Het is iedere keer weer in een andere gestalte opgestaan. En het zal zich nog eenmaal in al zijn gruwel en bitterheid vertonen. En dan beroept Ouweneel zich voor het volgende op de joodse traditie: Esau/Edom staat voor het Romeinse Rijk.
Anders gezegd: het gaat in de geschiedenis om Jakob/Israël aan de ene kant (of: God en de Messias van Israël) én om Esau/Edom aan de andere kant. Hij geeft dan een uitgebreide toelichting bij deze joodse exegese van Genesis 32. In wat we daar lezen en in wat daar bij de Jabbok gebeurt, stuiten we op één van de grondtrekken van heel de wereldgeschiedenis. Dr. F. de Graaff (1918-1993) gaf ons al eerder een soortgelijke uitleg van Genesis 32 in zijn 'Het geheim van de wereldgeschiedenis' (1982). Ouweneel bekent zich voor een deel ook schatplichtig te zijn aan de visie van F. de Graaff.
In dit hoofdstuk (Genesis 32) staat de grondthese ook van Ouweneels boek. Ik citeer: 'De geschiedenis van de Westerse cultuur vertoont, vanuit metahistorisch geloofsstandpunt bezien, als een van haar voornaamste trekken het diepliggend conflict tussen Jakob en Esau, dat wil zeggen: tussen Israël en de God van Israël enerzijds en Satan, de engelvorst van Edom/Rome anderzijds'.
En de uitkomst van deze strijd staat vast: de Westerse cultuur zal aan haar eind gebracht worden door de komst van de Messias van Israël en de vestiging van het Godsrijk (=duizendjarig rijk) Ouweneel interpreteert van hier uit het lot van het joodse volk de eeuwen door. Juist en vooral in het 'christelijke' Westen.
'Christelijk'
Met opzet zet Ouweneel steeds 'christelijk' tussen aanhalingstekens als hij het heeft over bv. de kerk van Rome. Wat werkelijk christelijk is, ziet hij veelmeer in wat hij noemt het 'ware, bijbelse christendom'. En dat bevindt zich veelal naast en ver van het officiële 'christendom'. Hij denkt dan aan de Donatisten en de Montanisten en later in de 19e eeuw uiteraard aan J. N. Darby bij wie Ouweneel zijn geestelijke wortels terugvindt en gevonden heeft.
Hij oordeelt uiterst negatief over de bekering van Constantijn de Grote, zo beslissend en bepalend voor het verloop van de geschiedenis van de christelijke kerk. Immers door hem werd ze van een vervolgde een door de staat begunstigde kerk. Ouweneel echter is het met Heering eens die sprak van 'zondeval van het christendom' (1928).
De kerk verliest haar geestelijke vrijheid en raakt door een duivelse list verzwagerd met Esau/Edom. Ouweneel concludeert dat uit de positie van de joden: zij raakten na Constantijns ommezwaai opnieuw en gruwelijk in de knel. Welnu, hoe kan Christus iemand bekeerd hebben die vervolgens Zijn volk begint uit te roeien? Hier ligt ook de achtergrond van alle ellende die Israël vanuit de 'christelijke' kerk heeft ondervonden tot in de dagen van Hitler (het zevende rijk) toe.
Daar ligt ook een belangrijk deel van zijn moeite met de gevolgen van de Reformatie. Het protestantisme heeft haar strijd verloren, vindt hij, onder andere door haar gruwelijk falen in de houding tegenover de joden.
Als Ouweneel in de 19e eeuw aankomt geeft hij zich bloot als hij aangeeft waar zijn sympathieën liggen als het gaat om de uitleg van de profetische delen van de Schrift: de duizenden christenen die tijdens het Réveil weer oog kregen voor de heerlijke toekomst van het bekeerde etnische Israël in het Messiaanse vrederijk. En voor de letterlijke uitleg van de profetieën van het Oude Testament en zo ook voor wat Ouweneel noemt de 'ware, eschatologische interpretatie van het boek Openbaring'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's