De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De apostel Paulus en onze zuil

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De apostel Paulus en onze zuil

10 minuten leestijd

1. Jeugd: heidens of heilig?

'Soms glipte hij het stadion binnen en woonde de wedstrijden in worstelen en hardloopen, in discus-en speerwerpen of in zwaardvechten bij en kwam met fonkelende ogen en een bonzend hart weer in de rommelige Jodenwijk terug'. Aldus fantaseerde prof. dr. A. M. Brouwer over de jeugd van Paulus in Tarsen. Hij groeide immers op in een Hellenistische stad.

Maar prof. Van Unnik zei van niet. Paulus verklaarde immers zelf voor de Joodse Raad in Jeruzalem: Ik ben een Jood, te Tarsen in Cilicië geboren, doch in deze stad opgevoed aan de voeten van Gamaliel' (Hand. 22 : 3). Logeerde de student bij zijn zus? Dan werd de Farizeeër toch beschermd opgevoed: niet in een heidense maar in de heilige stad! Hier is hij gevormd. (De jongeman werd zelfs fanatieker dan zijn leermeester: die wilde christenen tolereren; hij wilde ze vervolgen!) Die Hellenistische cultuur leerde hij dan pas goed kennen na zijn bekering, als volwassene. Het maakt verschil, hoe je naar een cultuur leert kijken: van jongsaf of later, door onbekeerde of door bekeerde ogen. - Toepassing: het kan goed zijn om op te groeien in een beschermde wereld (bv. in de refo-zuil). Dan kun je later best de wereld in. Maar niet zonder Christus!

2. Christus en de wereld

Want wie heeft Paulus de wereld in gezonden? Niet rabbi Gamaliel, maar de Heere Jezus Christus. Wij bewonderen Paulus' bekeringsgeschiedenis: 'Saul, Saul...!' - 'Wie bent U? en wat wilt U? ' In de Rechte Straat doorleefde hij zijn schuld en daar ontving hij vergeving. Pure bevinding.

Maar hij werd metéén ook 'gezonden' tot een 'licht der heidenen': zending. Die twee zijn bij ons vaak losgekoppeld: bevindelijke kringen zijn zo missionair niet, missionaire kringen niet zo bevindelijk. Maar bij Paulus viel bekering samen met roeping!

Dat hangt ook samen. Het O.T. kende nog geen zendingsbevel: geen 'missie' zonder Messias. Maar Christus' bloed en de Geest doorbraken de scheidsmuur. Paulus schakelde ook medewerkers in. Zo nam hij de jonge Timotheüs mee, al was niet zo bekeerd als hij.

- Toepassing 1: Waar de 'wet' domineert (ook onder christenen), dreigt isolement: dan hebben wij geen boodschap aan de wereld; maar als het Evangelie klinkt en Christus ons geopenbaard wordt, gaan de deuren open! Zo ging het Piëtisme van de 'stilte' naar de 'verte'.

Toepassing 2: 'Bevinding' en 'zending' zijn geen tegenstelling. Het gaat om een attitude (houding): 'bevindelijk' is niet gesloten maar open. Zolang de zending in de zuil niet doorwerkt, krijgen wij ook geen zicht op de school.

3. Met het Woord in de tijd

Toen ik in Amsterdam eens over de Kurios preekte, die van de macht der zonde bevrijdt, trof dat een afkickende 'verloren zoon'. Paulus preekte bij de Joden de Messias, maar bij de heidenen de Kurios (Hd. 13). Hij preekte dus contextueel. Toch had hij in Athene nog een 'cultuurshock'. Maar toen knoopte hij aan bij 'de onbekende god' en 'n heidense dichter. Aanknopen is niet aanpassen: hij verzweeg Gods oordeel en Jezus' opstanding niet. In Corinthe wilde hij 'niets anders weten dan Jezus Christus en dien gekruisigd' (1 Cor. 2).

Was hij geradicaliseerd? Maar juist aan deze gemeente schreef hij: 'De Joden ben ik een Jood geworden' - en de wet-lozen a.h.w. een wetteloze (1 Cor. 9). Hij gebruikte mét de Griekse taal ook cultuurelementen (bv. in Romeinen 2: 'van nature' en 'geweten', termen van de Stoa). Apologeten, kerkvaders en concilies deden ook zoiets.

- Toepassing: ook wij mogen in onze tijd de uitdaging van de cultuur aangaan, onze boodschap (niet versmallen maar) toespitsen, ook op de jeugd. Biddend om de verlichting van de Heilige Geest.

4. Hart voor de stad

Wij zijn met Jona geneigd de grote stad te mijden, maar Paulus zocht de grote steden juist op: uitgezonden door Antiochië bezocht hij bovenal de cultuurstad Athene. Hij begon als tentenmaker in de havenstad

Corinthe. Hij 'stond' in de religiestad Efese. Hij wilde vooral naar de hoofdstad Rome. Wereldsteden zijn altijd brandpunten van een cultuur. Daarin ontstonden gemeenten van Christus. Juist in Corinthe sprak de Heere tot zijn hart: 'vrees niet. Ik heb veel volk in deze stad'. Ook op weg naar Rome kwam de Heere over. - Mijn bekeerde vader werkte als arbeider bij de Shell in Rotterdam-Pernis: daar sprak de Heere eens direct tot zijn hart.

- Toepassing: Wie als leraar zelf de confrontatie mist, mist ook de bevinding ervan. Leef mee met de kleine kerk in de grote stad! En betrek de school meer op de stad: bv. door projecten en stages. Begeleide confrontatie. Een bijbaantje helpt ook!

5. Efese: kerk in een school

Bij ons leiden kerkscheidingen tot isolement. Maar bij Paulus? Wel 'scheidde Paulus de discipelen af in Efese (53 na Chr.), wegens: laster (Hd. 19). Maar dit 'oerschisma' verlaagde juist de drempel voor mensen uit heel Asia: de gemeente kwam nu samen in een gewoon schoolgebouw. Paulus doceerde ook door-de-weeks (dankzij een tropenrooster). - Maar Christelijke scholen heeft Paulus niet gesticht.

Wij mogen dankbaar zijn voor de kerstening, vooral in het onderwijs. Maar niet de school doch de kerk is 'pilaar der waarheid'. De kerk is Gods werk, de 'zuil' mensenwerk. Groen van Prinsterer hield mét de 'Vaderlandse Kerk' vast aan de openbare school-met-de-bijbel. Hij zag de 'bijzondere' christelijke scholen na de Afscheiding als 'een noodoplossing': want nu bereiken wij het volkskind niet meer. Hier begon volgens Groen de ontkerstening. Kuyper maakte van de nood een deugd. En hij won de schoolstrijd.

- Les: een reformatorisclie school is dan een dubbele noodoplossing. Als de nood dringt, mag het. Dan mogen we zelfs dankbaar zijn. Maar laten wij niet als Kuyper weer van de nood een deugd maken. Wel gaat het in die noodoplossing om de grote thema's: geloof en wetenschap, kerk en maatschappij, en niet alleen om eigen stijl.

6. Welke naam?

Wij vinden het woord 'christelijk' inmiddels te vaag. Wij zijn 'reformatorisch'. Paulus schaamde zich niet voor de ene Naam, maar noemde zich geen 'christen'. Hij moet die 'nick-name' in Antiochië (Hd. 11) wel gehoord hebben. Waarom nam hij die dan niet over? Ik denk: Paulus wilde geen onnodige breuk met de synagoge. Zo ontstond in Berea geen schisma! En: in het Romeinse Rijk was het jodendom een 'geoorloofde godsdienst' (religio licita), maar een nieuwe 'sekte' zou daar niet onder vallen. Hij wilde geen vervolging uitlokken. Zo is bv. de kerk in Indonesië zuinig op de godsdienstvrijheid.

- Toepassing: Wij behoeven ons niet nodeloos te 'profileren'.

7. Tegen de stroom in

Hoe gedroeg hij zich? Op reis naar Rome was de passagier in Kreta - bij mooi weer - tegen uitvaren van het schip. Toen ieder optimistisch was, waarschuwde hij dus. Doch in de storm, toen ieder pessimistisch was, bemoedigde hij. Zo sprak de kerk vaker tegen de stroom in: bij de vooruitgangsgedachte kwam Da Costa met zijn Bezwaren, maar bij doemdenken roepen we: Er is hoop! Als wij echt iets te zeggen hebben, zal men vroeg of laat luisteren.

- Toepassing. Om adequaat te kunnen reageren, moeten we wel in de wereld staan, op ons werk of in de straat, of die kunnen bereiken, bv. via christelijke partijen en media. Laten de leerlingen dat volgen. Na schooltijd moet je je zelf kunnen verantwoorden.

8. Als 'christen' in de wereld

Wij zijn vaak bezorgd voor de eigen groep, maar Paulus was op het schip bezorgd voor de hele bemanning. Dat had hij van geen vreemde. Dat is pas solidariteit.

De antithese komt van de andere kant: als ze niet luisteren. Paulus deed wat Jezus bad: niet van de wereld, wel in de wereld! Niet wereldgelijkvormig, niet wereldvreemd. Over welke wereld hebben wij het? Lees Johannes over het kernwoord 'wereld' in vier betekenissen: geschapen of gevallen, geliefd of vijandig.

Paulus kreeg gezag: hij verbood matrozen te ontsnappen. Later zegt hij: nu eten! Hij dankte God in het openbaar, waar wij nauwelijks stil durven bidden. Hij sprak profetisch, priesterlijk en koninklijk. Dat is nu een christen, zegt de Heidelberger.

- Toepassing: ledere 'christen' heeft drie functies, de drie ambten. Zo mogen wij jonge christenen vormen: durven spreken, durven bidden, leiding durven geven.

9. Als de wereld meevalt...

Oud-leerlingen, vooral studenten, zeggen ons, dat de 'wereld' achteraf wel meeviel. Kan dat? Ja, in het N.T. valt het Romeinse Rijk mee. Vooral om het Romeinse recht. Zo beriep Paulus zich (als arrestant!) op de keizer in Rome. Al in Jeruzalem had hij zich tegen geseling beroepen op zijn Romeinse burgerrecht (Hd. 22). Lucas citeert ook Festus over het Romeinse recht (Hd. 25). Zij waren zelf Romeinen en spraken ook positief over hun rijk! (Conzelmann: Die Unschuld des Imperiums. Van Eek is kritischer in: Paulus en de koningen). Pas later slaat het waarde-oordeel om: van Romeinen 13 naar Openbaring 13. Er is dus nog veel goeds in deze wereld. Hoe kan dat? De wereld ligt toch in het boze? ! Ja, maar er is - sinds Gods verbond met Noach, de regenboog - ook Gods algemene genade. Die werd vooral zichtbaar in het Romeinse Rijk. En dat schip lijkt wel het Rijk in het klein: een staatsschip met graan uit Egypte voor Rome. Maar als dat in gevaar komt, kan Paulus niet uitstappen: 'kerk' en 'wereld' zitten in dezelfde schuit.

Verder: bij de schipbreuk redde de hoofdman Julius Paulus' leven. Begrijpelijk: zij hadden hun leven aan hém te danken. Maar Paulus kwam veel vaker goede heidenen tegen: in Jeruzalem Lysias, in Caesarea Festus en straks op Malta Publius.

De 'barbaren' daar heten zelfs 'zeer menslievend'. Er zijn dus nog veel goede mensen op de wereld. Maar is het mensdom dan niet gevallen? ! Ja, doch er is ook Gods bemoeienis: weer die algemene genade.

- Toepassing: de wereld kan ook meevallen. Zijn wij te somber en gaven wij vanuit onze 'zuil' een onnodig somber beeld aan de jeugd? Dat kan. Maar wij mogen hoger kijken: net als die goede dingen bewijzen die goede mensen Gods 'algemene genade'! Die leer zouden we bijna vergeten, maar zij kan onze jongeren juist helpen, om in de wereld te staan: het is - ondanks alles - Gods wereld.

10. Luister naar een zendeling

Zo leerden wij veel van Paulus als zendeling. Zo moeten wij nog naar zendelingen luisteren. Bij ons zijn dat buitenbeentjes. Maar zending kan een eye-opener zijn. Zo kan men de hele kerkgeschiedenis herlezen als zendingsgeschiedenis. Boeiend. Zo kan men ook bij aardrijkskunde en geschiedenis de zending ter sprake brengen. Waarom doet onze zuil toch mee met die (wereldse!) scheiding van terreinen? Ik denk aan de zendeling Leslie Newbigin.

Hij was naar Brits Indië gegaan om hindoes te bekeren, maar ontdekte hoe geseculariseerd het Westen was. En toen hij na de oorlog terugkwam bleek hoe Vooruitgang hier was omgeslagen in doemdenken. Omgekeerde cultuurshock. Hij pleitte nu voor 'missionaire confrontatie' met het Westen. Zijn analyse vind ik zeer verhelderend: de 'Verlichting' was een Aha-Erlebnis: wij kunnen nu alles verklaren.

Maar zo is onze cultuur gespleten: 'objectieve wetenschap is normatief, godsdienst is privé-zaak. Normen en waarden ook.

Newbigin zag die gespletenheid vooral in... het (Britse) onderwijs! En die gespleten cultuur is na de oorlog ook nog omgeslagen: autonome rede en geweten bleken een illusie. Wij hebben weer een na-kritisch verstaanskader nodig. Terug naar de bron! Jezus trok zich niet met de Essenen terug in het klooster van Qumran of met de Zeloten in de vesting Massada, maar predikte overal het Koninkrijk Gods als claim op alle terreinen van het leven, tot het kruis toe. En Zijn ecclesia knielde niet voor de keizer!

- Toepassing: Leer van zendelingen 'transcultureel' denken. Laat zendelingen op school hun verhaal vertellen. Ga zelf op reis. Ook met de leerlingen. Zij krijgen nu alles nog in één pakket mee: Woord en traditie. Het gevaar bestaat dat ze het hele pakket klakkeloos overnemen of met de shibboleths het oude goud weggooien. Maar op reis leer je onderscheiden, wat cultuur-en traditiegebonden is en wat onopgeefbaar Woord van God. Dat is het zaad der wedergeboorte en het licht op hun pad.

(Lezing voor docenten van de Scholengemeenschap Pieter Zandt in Kampen en van het Wartburgcollege in Rotterdam over toerusting van schoolverlaters)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De apostel Paulus en onze zuil

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's