Uit de pers
Preken beoordeeld
Soteria is een kwartaalblad voor evangelische theologische bezinning. Het bestaat intussen 15 jaar en dat is voor de redactie aanleiding dit najaar een symposium te beleggen. Ter voorbereiding worden twee themanummers uitgebracht. Het eerste verscheen onlangs (15e jaargang nummer 2, juni 1998) met als thema Evangelisch preken. Het gaat de redactie hierbij vooral om de vraag hoe het geloof wordt overgedragen door kennis en ervaring en de balans daartussen. Het nummer waaruit we dit keer willen citeren, kent een uitvoerige en zeer lezenswaardige uiteenzetting van de hand van drs. C. R. van Setten over de evangelische samenkomst en liturgie en de plaats van de preek daarin. Anoniem zijn er zes preken beschikbaar gesteld aan de redactie waarvan er twee integraal staan afgedrukt. Het betreft hier preken die zijn gehouden in evangelische gemeenten. De redactie heeft deze preken grondig besproken en dr. R. R. Ganzevoort, zelf Nederlands Gereformeerd predikant, vat de resultaten samen in een artikel waar hij boven zet: paradoxen van evangelisch preken.
Dr. Ganzevoort wil niet de preken beoordelen. Veeleer is het zijn opzet aan de hand van de zes preken een spiegel te creëren. Hij laat zien dat de preek in de evangelische samenkomst een andere plaats heeft dan in meer reformatorische diensten. In deze diensten staat de preek centraal en in de preek gaat het vooral om uitleg van het Woord. In evangelische samenkomsten is de preek slechts één onderdeel en in de preek gaat het vooral om een persoonlijk appèl. De uitleg krijgt meer een plaats in doordeweekse bijbelstudiegroepen. Ganzevoort vat samen: de preek staat in de reformatorische traditie vooral in het kader van het leren, in de evangelische samenkomst gaat het vooral om het vieren.
Dr. Ganzevoort formuleert zes paradoxen als hij de zes evangelische preken nader analyseert en die legt hij dan vervolgens nader uit.
'De paradox van de tekst: Evangelischen pretenderen bijbelgetrouw te zijn, maar lopen het risico de tekst enkel als kapstok te gebruiken.
De paradox van de hoorder: Evangelischen pretenderen aan te sluiten bij de moderne mens, maar lopen het risico een heteronoom systeem over te dragen dat voor de betrokken hoorder weinig ontplooiing biedt en pastoraal onvoldoende blijkt.
De paradox van de wereld: Evangelischen pretenderen een missionaire houding te hebben, maar lopen het risico de 'boze wereld' zo buiten te sluiten dat er geen communicatie is.
De paradox van de prediker: Evangelischen pretenderen een persoonlijke benadering, maar lopen het risico het normatief gezag zo te benadrukken dat er geen ruimte meer is voor gezond kritisch luisteren.
De paradox van de gemeente: Evangelischen pretenderen de viering van de gemeenschap, maar lopen het risico van individualisme en heilsegoïsme.
De paradox van God: Evangelischen pretenderen de soevereiniteit van God centraal te stellen, maar lopen het risico van dogmatisme en schenden van het geheimenis.'
Het woord 'paradox' ziet hier op een uitspraak die bij nader inzien niet lijkt te kloppen met de feiten. Je zegt bijbelgetrouw te willen zijn, maar je laat de tekst te weinig werkelijk aan het Woord komen.
Paradox van de tekst
'"Heerlijk hè, dat die Schrift maar open blijft gaan." Dit zinnetje komt uit de (elders in dit nummer afgedrukte) preek die volgens de redactie waarschijnlijk "het meest evangelisch" is van de zes preken die we bespraken. De prediker benadrukt met deze woorden en op andere plaatsen dat de bijbel centraal staat, de bron en de norm is. Dat wordt ook onderstreept door met regelmaat teksten te citeren. Zo wordt de boodschap uitgezonden dat het hier gaat om bijbelgetrouwe prediking.
Toch zijn daar vragen bij te stellen, nog los van theologische meningsverschillen over de precieze inhoud van de bijbelse boodschap. De vragen draaien om de rol die de bijbel daadwerkelijk toebedeeld krijgt in de preek. Opvallend is bijvoorbeeld dat de tekst uit Micha consequent wordt toegeschreven aan Amos. Inhoudelijk wordt de tekst niet uitgelegd of aan de orde gesteld. Alleen het woord "wandelen" dat tot thema is gekozen, komt terug. Henoch wordt vervolgens als voorbeeld geïntroduceerd, maar ook daar zijn de bijbelse gegevens niet bepalend.
Kenmerkend is dan ook de zinsnede: "Er zou nog veel over Henoch te zeggen zijn, ondanks dat er zo weinig over hem geschreven is."
Het gaat hier niet om een beoordeling van één preek. In een andere besproken preek was de bijbeltekst aan bod in ongeveer 15% van de hele preek. De vragen die hier zijn opgeroepen lijken - met alle mogelijke nuances - wezenlijk voor evangelisch preken als genre. De andere afgedrukte preek biedt dan ook een soort contrast. Hier staat de tekst wel centraal, wordt een grondige uitleg geboden, en worden geen punten toegevoegd die niet in de tekst staan. Toch zal juist deze preek als minder evangelisch ervaren kunnen worden, omdat er zoveel accent op de tekst ligt, en relatief weinig op de toepassing voor het persoonlijk geestelijk leven.
De vraag is dan ook of evangelische preken wel zo bijbelgetrouw zijn als gepretendeerd wordt.
Er is veel (en vaak terechte) kritiek op kerken en stromingen waar de bijbel niet hetzelfde gezag heeft als in de evangelische beweging. Maar juist evangelisch preken loopt het risico de bijbeltekst als kapstok te gebruiken voor een boodschap die niet in de tekst zelf ligt. Die boodschap kan waar, juist en goed zijn, maar de vraag blijft staan of het de boodschap van die tekst is. Kortom: Evangelischen pretenderen bijbelgetrouw te zijn, maar lopen het risico de tekst enkel als kapstok te gebruiken.'
Kapstokpreken komen niet alleen in evangelische kringen voor. Van een zeer rechtzinnig predikant in één der reformatorische kerken zei iemand eens: Onze dominee heeft wel elke week een andere tekst, maar hij houdt er steeds dezelfde preek bij.
Paradox van de hoorder
'Evangelische preken willen dicht aansluiten bij de moderne mens. Juist omdat de zondagse dienst niet in de eerste plaats bedoeld is voor studie, maar voor verkondiging en evangelisatie.
Dat uitgangspunt kan betekenen dat de bijbel iets minder aan bod komt (zie het vorige punt), en dat er meer ruimte is om aan te sluiten bij de mens. Gebeurt dat ook? In verschillende van de besproken preken wordt dat geprobeerd. Met een aantal concrete voorbeelden en vragen die kunnen spelen wordt een verbinding ook wel degelijk gelegd.
Tegelijk bestaan ook hier wezenlijke vragen. Zo is één van de preken met name gericht op het bieden van troost in het lijden. Dat wordt ook heel dichtbij gebracht door een stukje als: "Als u bidt, als u worstelt met uw levensvragen, als de nood u tot de lippen stijgt... en er maar geen antwoord komt, vergeet dan vooral niet in de ogen van God te kijken. (...) Mogelijk zult u voor het eerst van uw leven de tranen van God zien voor uw leven." Maar in diezelfde preek wordt gezegd: "Verheerlijking van Gods Naam en bevordering van Zijn rijk, waarin het belang van het individu ondergeschikt is aan de belangen van het Koninkrijk Gods." Met deze (en vele andere) woorden wordt het lijden in een rationeel begrijpelijk kader geplaatst. Deze dogmatische verklaring staat echter op gespannen voet met de pastorale nabijheid.
In een andere preek gaat het over Thomas, en de weg die hij aflegt van ongeloof naar geloof. Wat die weg precies is wordt niet uiteengezet. Ernstiger is dat Thomas negatief wordt neergezet. Dat betekent dat de hoorder zich niet in hem zal herkennen. Thomas leeft alleen in eigen kracht, hij is pessimistisch, kleingelovig, en hij begrijpt niet wat Jezus zegt. Of dat een herkenningspunt biedt voor een zoeker kun je je afvragen. De keuze voor de hoorder is wel beperkt geworden: of hij/zij herkent zich niet en wordt niet bereikt, of hij/zij accepteert de beschrijving, en kan dan alleen vanuit een negatief zelfbeeld tot inkeer komen.
In beide voorbeelden komt het er dus op neer dat de hoorder direct wordt aangesproken, maar vervolgens te horen krijgt dat hij of zij zich moet onderwerpen aan beelden, dogma's en normen van buiten. Veel ruimte voor eigen visies is er niet. Dat is een probleem als je werkelijk wilt aansluiten bij de mens, zeker bij de moderne mens. Wie mensen wil bereiken zal moeten aansluiten bij hun beginsituatie. Mensen bereiken betekent ook hen serieus nemen in hun eigenheid van beleven, denken en handelen. Evangelische preken pretenderen aan te sluiten bij de moderne mens, maar lopen het risico van een "slikken of stikken"-benadering.'
Ook in deze beoordeling herkennen we ons zelf als we eerlijk zijn. Hoe makkelijk trekken we soms niet een lijn uit de tekst naar onze hoorders, zonder ons af te vragen of we daarbij niet onze eigen visie vereenzelvigen met die van de bijbel.
Sommige hoorders voelen zich dan geblokkeerd en worden niet werkelijk geraakt, zoals we het als prediker wel bedoelden.
Paradox van de prediker
'Evangelischen pretenderen een persoonlijke benadering te kunnen bieden. Inderdaad is in een aantal preken de prediker nadrukkelijk op de voorgrond aanwezig. Opnieuw: vooral de preken die de redactie als het meest evangelisch zag, zijn ook de preken waar dit het sterkst gebeurt. Een paar voorbeelden: "het is niet voor niets dat ik dit woord heb gekregen om in ons midden te leggen." "Denk niet dat ik er belang bij heb om zo te spreken. Ik spreek liever aardige dingen, ik neem u liever voor mij in, maar dan dien ik mijn Meester niet, maar mijzelf." De prediker maakt zo duidelijk dat hij met goddelijk gezag spreekt. De voorbeelden uit zijn eigen leven brengen hem wel wat dichter bij de mensen, maar daarna maakt hij meteen weer duidelijk dat wat hij zegt woorden van God zijn: "Dan mag je ervaren dat als je bv. het Woord uitwerkt op de computer de Heer vlak naast je zit en je gedachten inspireert en terwijl je typt Hij je de woorden ingeeft." "Al schrijvende inspireerde de Geest." En tot slot: "Lieve mensen, ik moet eindigen, terwijl ik nog zo weinig gezegd heb. Er is teveel wat ik bij me moet houden, te weinig wat ik kwijt kan." In een andere preek wordt verteld dat wonderen minder vaak voorkomen als we soms zouden willen, maar de prediker zelf heeft in elk geval een persoonlijk geadresseerd wonder ontvangen. Al deze voorbeelden schetsen een profetisch prediker, rechtstreeks geïnspireerd, geprangd door zijn roeping. Dat is wel heel openhartig, maar het werkt zo uit dat de woorden en gedachten van de prediker onaantastbaar worden. Tussen Gods Woord en de woorden van de preek wordt de luisteraar weinig marge geboden.
Er is heel wat discussie mogelijk over de vraag hoeveel je van jezelf laat zien in de preek. Een al te afstandelijke onpersoonlijke preek kan makkelijk afstand wekken tussen de tekst en de hoorder. Wat dat betreft mag de persoonlijke nabijheid en betrokkenheid ook zichtbaar worden.
Het is dan alleen de vraag of je je opstelt naast de hoorders of - zoals in de voorbeelden - naast God en tegenover de gemeente. Dat laatste is riskant. Je bekleedt dan jezelf met een normatief gezag dat onder verwijzing naar directe inspiratie onaantastbaar wordt. Evangelischen pretenderen een persoonlijke benadering, maar lopen het risico het normatief gezag zo te benadrukken dat er geen ruimte meer is voor gezond kritisch luisteren.'
Als laatste van de zes paradoxen citeren we de
Paradox van God
'Uiteindelijk gaat het om God. Ook daar hebben evangelischen stevige pretenties. Tegen alle lege vrijzinnigheid en koude orthodoxie hebben zij het volle evangelie (of hoe het ter plekke ook genoemd mag worden). God staat op de eerste plaats, en er is geen sprake van dat er aan zijn macht, heiligheid, liefde en nabijheid getornd zou mogen worden. Je zou het kunnen vatten onder de noemer van de soevereiniteit van God, die evangelischen centraal zeggen te stellen. Op het eerste gezicht is dat in de preken die besproken worden ook zeker het geval. Of het nu gaat om de liefde, de heiligheid of de macht van God, er is geen zweem van twijfel.
Voor een deel wordt dat zichtbaar in het vanzelfsprekende herhalen van de centraal geachte boodschap: schepping, zondeval, het offer van Christus, persoonlijke bekering, enzovoorts.
"Dat plaatsvervangend offer is Jezus voor ons en eenieder die waarachtig gelooft en wederom geboren is, wordt weer uitgenodigd om met God te gaan wandelen." Ook komt het naar voren in het beeld van de onderkant van het borduurwerk, als het gaat om het lijden. Vreemd doet het aan als de zin van het lijden wordt aangegeven met:
"Hoe zou ooit de kracht van de brandweer openbaar worden zonder dat er ooit branden zouden zijn? Hoe zou Gods kracht tot verlossing en uitredding openbaar komen zonder die benarde situaties waarin gelovigen verkeren en hem smeken om hulp? " Dat roept meer vragen op dan het beantwoordt, zeker als er achteraan wordt gezegd: "Jezus is de grote dirigent van het leven. Hij geeft geen noot verkeerd aan en slaat geen enkele noot over." In het vervolg probeert de prediker dan ook te verklaren waarom het lijden ons treft, waarbij de nadruk ligt op het "onwrikbare, onveranderlijke, kosmische Rijk Gods met zijn eeuwige grondwet." De dogmatiserende lijn in deze preek wil Gods leiding in en betrokkenheid bij het lijden pastoraal aan de orde stellen.
De schematisering neigt er echter toe openheid voor het geheimenis te blokkeren.
In de preek over 1 Samuel 5 gaat het over Gods heiligheid. Die wordt in enigszins angstaanjagende termen geschilderd, en de preek loopt dan ook uit op de waarschuwing: "Pas als we hem elke dag dienen, mogen we verwachten dat Hij ook elke dag voor ons zal zorgen." Of die angst hetzelfde is als de eerbied voor het geheimenis is echter de vraag. In de preek over Thomas wordt diens "niet weten" wel erg negatief ingekleurd. Het raadselachtige van de opmerkingen van Jezus wordt er uit gefilterd, alsof Hij letterlijke heldere taal sprak.
Op sommige punten is er wel sprake van een verwondering over het geheimenis dat niet met woorden te vatten is: "Achter onze begrenzingen ligt het Koninkrijk Gods en ik heb daar geweldige verwachtingen van." Dat vinden we ook in de preek over Jesaja, waar de heiligheid van God ongrijpbaar blijft. Hier spreekt de verwondering van Jesaja, die (mysterie!) God heeft gezien. De preek over Johannes 9 tenslotte laat (net als de tekst) de vragen staan, maar door de vergeestelijkende uitleg krijgt de preek wel een moraliserend, moeterig sfeertje.
Hoewel zeker op dit punt de preken nogal verschillen, is toch kennelijk het risico van dogmatisme en moralisme aanwezig. Dat blokkeert de openheid voor het geheim van Gods openbaring.
Anders gezegd: de openbaring wordt te weinig als geheimenis uitgedragen, en teveel als een leerstellig heldere, inzichtelijke en boven alle discussie verheven boodschap gebracht. Wanneer echter het geheimenis wordt verklaard, dan wordt het tegelijk geschonden. Evangelischen pretenderen de soevereiniteit van God centraal te stellen, maar lopen het risico van dogmatisme en schenden van het geheimenis.'
De vragen zijn scherp, aldus dr. Ganzevoort. Maar dat is met opzet zo gedaan. Het gaat daarbij niet om een oordeel over evangelische preken in het algemeen. Het gaat er om fundamentele vragen te ontdekken om zo ook je eigen preken onder ogen te zien. Daar is deze bijdrage m.i. goed in geslaagd. Dr. Ganzevoort zet het resultaat van zijn analyse naast de pretentie van de evangelische beweging. Immers, die is ontstaan uit reactie tegen de kerken. Wat in de gevestigde kerken allemaal veel minder is, dat zou bij hen allemaal veel meer te horen en te vinden zijn. Ganzevoort wil geen oordeel uitspreken over de vraag of die kritiek terecht is. Wel stelt hij aan het eind van zijn interessante bijdrage de vraag aan de orde of de evangelische beweging de pretentie waar kan maken. Is er inderdaad sprake van vernieuwing, van opwekking? Of gaat het veeleer om een vorm van restauratie?
'Waar vernieuwing een stap vooruit is, daar is restauratie een stap terug. Het probleem is alleen dat de twee zo op elkaar kunnen lijken. Zo is in een aantal opzichten de evangelische prediking te beschrijven als vernieuwing. Ik zou de stelling wel aandurven dat de evangelische beweging op verschillende punten een adequate vertaling van het reformatorisch gedachtengoed is in de termen van het eind van de twintigste eeuw. Die aansluiting ligt dan vooral in het moderne denken, dat gekenmerkt wordt door woorden als individualiteit, rationaliteit en instrumentaliteit. De evangelische beweging legt nadruk op de individuele keuze, op een begrijpelijk en kloppend systeem van waarheden, en op de functionaliteit van het geloof (je hebt er wat aan). Soms wordt dat doorgevoerd in instrumentele visies op wonderen en genezing op gebed, maar dat is gelukkig geen gemeengoed. Bovendien sluit de evangelische beweging aan op een nieuwe behoefte aan beleving en ervaring van het geloof en op de behoefte aan een nieuwe gemeenschap met het wegvallen van de oude verbanden waar mensen in leefden.
Tegelijk is die aansluiting voor een deel schijn. In dit artikel is duidelijk geworden dat de pretenties niet altijd worden waar gemaakt. De individualiteit is beperkt tot de keuze of je wel of niet het systeem overneemt. Voor mondige en kritische mensen is (in elk geval in de prediking) weinig ruimte. De rationaliteit is beperkt binnen de vooronderstellingen van het systeem. En de instrumentaliteit werkt niet zo door dat in de preken echt het nut en de functie van het geloof zichtbaar wordt.
Bovendien is het de vraag of met deze vertaling niet wezenlijke elementen verloren zijn gegaan. Ik heb eerder in dit artikel vragen gesteld bij het verlies van aandacht voor het collectieve (en verbonds-)denken, en voor het risico dat de soevereiniteit van God (wat een geheimenis is in het reformatorisch denken) wordt plat geslagen tot een helder dogmatiserend en moraliserend systeem. Ik ben me er van bewust dat dat in de reformatorische traditie even vaak fout is gegaan, maar de pretentie van vernieuwing betekent dat herhaling van de fouten niet de bedoeling kan zijn.
Er is sprake van restauratie, wanneer onder het mom van 'dichterbij' de tekst en de hoorder uit het gezichtsveld raken. Uiteindelijk komt het er dan op neer dat de mondige mens van onze tijd met moderne middelen wordt teruggebracht naar een tijd en wereldbeeld waar de waarheid in een kerkelijk hiërarchisch systeem wordt vastgelegd. Restauratie als zogenaamde vernieuwing betekent dat veel van het goede van de reformatorische traditie schade lijdt en dat er geen werkelijke aansluiting komt bij de mensen die men bereiken wil.
Werkelijke vernieuwing is er als recht wordt gedaan aan de Schrift, waarin de tekst voor zich mag spreken en met al zijn weerbarstigheid, raadselachtigheid en prikkeling in ontmoeting wordt gebracht met mondige mensen, die zelf even weerbarstig, raadselachtig en prikkelend (of geprikkeld) zijn. Werkelijke vernieuwing is er als de prediker zichzelf niet verheft als iemand die Gods geheimenissen doorgrondt, maar naast de hoorder staat en een open ontmoeting met de wereld aangaat. Werkelijke vernieuwing is er als het kan komen tot een nieuw soort gemeenschap van mensen van deze tijd met elkaai" en met de God van wie we nooit meer dan een glimp hebben opgevangen.
Uiteindelijk zal de hele vraag bovendien achterhaald blijken, wanneer meer nog dan nu het levensgevoel van mensen bepaald wordt door de verbrokkeling en het wegvallen van overkoepelende waarheidssystemen. Kortom: als de moderniteit door de postmoderniteit vervangen wordt. Of de evangelische beweging in staat zal zijn in die veranderde cultuur nog steeds een boodschap te hebben, zal afhangen van de vraag of ze tot werkelijke vernieuwing in staat is. Voor die vraag is de spiegel van dit artikel hopelijk bruikbaar. En als het helpt om de pretenties wat te verminderen of ze wat meer waar te maken, ben ik een gelukkig mens.'
Als we zo breedvoerig geciteerd hebben uit een eerlijke beoordeling van 'evangelisch preken' waar kritiek niet werd verzwegen, daar hebben we geenszins de bedoeling gehad om te suggereren alsof het bij ons dan toch maar allemaal beter zou zijn. Wie in deze spiegel kijkt, ziet ook zichzelf helder. Zo is het mij althans vergaan. Ook óns preken is slechts ten dele. We hebben niets om onszelf op de borst te slaan. We kunnen wel het nodige leren van deze beoordeling.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's