Cultuuromslag of cultuurverval
Wie is in staat om de eigen cultuur en de ontwikkelingen daarin historisch te duiden? Men is immers niet in staat voldoende afstand te nemen. Ieder mens is met huid en haar bij en in de eigen cultuur betrokken. Het eigentijdse levensgevoel dringt door de kieren van ons aller bestaan. Men ademt de cultuur, waarin men leeft, om zo te zeggen in en uit. Cultuurkluizenaar kan men vandaag nauwelijks wezen, alleen al vanwege de media die dwingend aanwezig zijn en het moderne levensklimaat opstuwen en verbreiden. Toch zijn er symptomen te noemen, die kenmerkend zijn voor de ontwikkelingen in de cultuur. Enerzijds is er het sterk toegenomen individualisme, met de daarmee verbonden sterke drang tot vrijheid en onafhankelijkheid. Anderzijds is de mens meer en meer opgenomen in een wereldwijd web. Daaraan ligt met name ten grondslag de geweldige vlucht van de communicatie in deze tijd. Ik behoef alleen maar te noemen de vlucht, die Internet in enkele jaren tijds genomen heeft, waardoor mensen toegang hebben tot een ongekend, wereldwijd reservoir van informatie. Onze cultuur is informatiecultuur geworden.
Zo ook vermengen zich levenssferen meer dan ooit het geval is geweest. De informatiecultuur, de gemakkelijke toegang, die ieder heeft tot andere levenssferen, beïnvloedt diepgaand de menselijke geest. Het medium televisie heeft in deze zijn duizenden verslagen, een medium als Internet zal, naar het zich laat aanzien, zijn tienduizenden verslaan, alleen al omdat Internet steeds nauwer verweven wordt met het dagelijks werkpatroon van de mens. Steeds meer informatie wordt zo voor steeds meer mensen toegankelijk.
Is dat alles negatief te duiden? Enerzijds zijn er aan de ontwikkelingen in de com municatietechniek, zoals bij elke nieuwe vinding, zegenrijke kanten. Maar niet minder is er de keerzijde, de vloek, omdat de menselijke geest er negatief door kan worden beinvloed, in het ergste geval door wordt vergiftigd.
Omslag
Al lang spreken we over de cultuuvomslag, die zich langzaam maar zeker voltrekt. Er voltrekt zich een omslag naar wat genoemd wordt Babelcultuur: de mens bouwt zich vanwege de hoge vlucht van wetenschap en techniek een toren, waarvan het opperste tot in de hemel reikt. De resultaten zijn alom indrukwekkend zichtbaar. Wat zich echter in de menselijke géést aan veranderingen voltrekt is moeilijk exact te verwoorden. Maar in geestelijk opzicht - ik bedoel dan op het terrein van de menselijke geest - is het leven meer en meer verbrokkeld geraakt. Er is sprake van een omslag van gemeenschapsleven en gemeenschapsbesef naar het individuele leven, los van binding aan een gemeenschap, los ook van binding aan gemeenschappelijke normen en waarden. Daarmee is ten diepste ook de omslag gegeven van de christelijke cultuur in het Westen naar de niet-christelijke Babelcultuur, waar we langzaam maar zeker zijn ingeschoven. De heilzame waarden van het Evangelie worden niet meer gemeenschappelijk beleefd. Het christelijk geloof is verwezen naar de binnenkamer. In het publieke leven heeft dat nog nauwelijks betekenis. De tekenen van het Evangelie worden één voor één uitgewist. Onchristelijke of zelfs antichristelijke tekenen komen er voor in de plaats.
Een ander aspect is dat de cultuur, waarin ieder om zijn vrijheden of rechten komt, ook meer en meer een genots-en consumptiecultuur is geworden. De moderne mens wil een maximum aan genot uit dit leven halen, ten koste vaak van verantwoordelijkheid voor de ander.
Verval
In NRC/Handelsblad stond een opmerkelijk artikel van Micha Kat, aangeduid als freelance journalist en classicus. De titel luidt 'Erotische genotscultuur duidt op verval'. De auteur schroomt niet over de decadentie, het verval, letterlijk zelfs het 'neerstorten'van onze cultuur te spreken. Letterlijk zegt hij: 'In een decadente periode denkt de mens louter aan zichzelf en jaagt zijn eigen genot na. Het geld dat daarvoor nodig is verklaart de ongebreidelde geldzucht van nu.' In dit verband vergelijkt hij de ontwikkelingen in onze cultuur met de neergang van de oude Romeinse cultuur.
Hij citeert hier oude schrijvers. Met 'verval' bedoelt hij heel concreet de ontwikkeling in een samenleving, die wordt gekenmerkt door 'bederf van de traditionele waarden'. Dat bederf geldt niet alleen met betrekking tot de seksualiteit, zegt hij. Intussen richt hij, als het over verval van normen en waarden gaat, daarop wél de schijnwerper. Decadentie en erotiek zijn sterk met elkaar verweven. Zo noemt hij de optocht van homosexuelen op boten door de grachten van Amsterdam een uiting van 'extravagante decadentie' (buitensporig verval). 'De felle kleuren van de kleding, de overheersende erotische symboliek en het koortsachtig extraverte (naar buiten gekeerde, v. d. G.) gedrag van de deelnemers zijn typerend aan decadent gedrag en doen sterk denken aan beschrijvingen van vergelijkbare scènes uit het oude Rome en Byzantium'.
De heer Kat citeert hier (bisschop) Cyprianus in het jaar 250 na Christus: 'Er is geen onschuld meer in de politiek, geen rechtvaardigheid meer in de rechtbanken, geen meesterschap meer in de kunsten en geen discipline meer in het moreel gedrag.'
Het is niet alleen 'de erotiek van de grachtenparade' dat de schrijver brengt tot de conclusie, dat onze tijd voldoet 'aan alle klassieke kenmerken van een decadent tijdperk', maar ook: 'de opkomst van 06-lijnen, van kinderporno op Internet, van seksvacanties, van parenclubs, van seks in reclame en de media..., van luxe badkamers met felgekleurde tegels, van de Viagrapil, van de plastische chirurgie, van erotiek in de mode, van tal van nieuwe drugs...'.
Tot zover enkele aspecten uit dit artikel, nu eens niet in een krant of periodiek, waarin men dit verwachten kan maar in een krant, die de liberaliteit niet schuwt. Die analyse is niet nieuw maar wel opmerkelijk en onderbouwd. We vallen de schnjver in zijn analyse van onze cultuur geheel bij. Worden bepaalde schrijvers, zoals Gerard Reve, niet openlijk als 'decadent' gewaardeerd?
Uitzicht
Na elke cultuur komt weer een cultuur, zegt de schrijver. Hier volgen we de schrijver verder kritisch. Hij verwacht, dat de afbraak van gevestigde structuren nog wel even zal doorgaan, dat onze rechtsstaat nog verder zal afkalven, dat de politiek nog minder greep op de samenleving zal krijgen en dat ook het niveau van literatuur en beeldende kunsten verder zal dalen. Hij acht echter ook 'de redding nabij': de peuters van nu zullen worden geconfronteerd met een samenleving 'met nieuwe en onbedorven waarden die weer een richtsnoer zullen geven'.
De vraag is zulk een optimisme terecht is. Met betrekking tot de oude cultuur sprak Paulus nog over 'de tijden der onwetendheid' en over Hem, 'die niet ver is van een ieder van ons' (Hand. 17). Maar die oude Griekse en Romeinse culturen zijn gekerstend. 'God dan, de tijden der onwetendheid overziend hebbende, verkondigt nu alle mensen alom, dat zij zich bekeren'. Die verkondiging is niet zonder uitwerking gebleven, zoder dat alles uit die oude culturen voor de nieuwe, door het Evangelie gestempelde cultuur moest wijken. Het Romeinse recht bijvoorbeeld bleek heel fundamenteel te zijn. En dat ontwikkelingen op zedelijk gebied, met name in de toen opkomende homocultuur, later werd geduid als decadentie, als verval is veelzeggend.
Vandaag zien we de omgekeerde beweging. Keert onze cultuur, gezien de decadentie inzake normen en waarden, terug tot een heidens verleden, en dan nog een heidens, waarin goede zeden in verval raakten? We zijn bezig die God te rug toe te keren, die de apostelem hebben verkondigd.
Het ergst is het wanneer christenen in deze trend van de tijd onherkenbaar worden. Wat te denken van een positief op de Gay Games gerichte kerkdienst, die mede stond onder auspiciën van dezelfde Amsterdamse Raad van Kerken, die (N.B.!) bezwaar aantekende tegen evangelisatiewerk door jongeren tijdens de Gay Games? Het is maar uit welk vaatje ook de kerk tappen wil.
Ombuiging
De vraag prangt hierbij of een samenleving, die ooit door het christendom werd gestempeld en die in verval raakt, weer opnieuw tot bekering, tot her-kerstening is te brengen. Zal het misschien onmogelijk zijn om diegenen, die eens verlicht zijn geweest en afvallig zijn geworden, weer tot bekering te brengen (Hebr. 6 : 4-6)?
Als er nog uitzicht is voor een cultuur in verval, is het de vraag welke bronnen daarvoor zullen worden aangeboord. Er is voor ons slechts één Bron, waaruit echt herstel van de cultuur te verwachten is, de Heilige Schrift, met daarin de heilzame normen van Gods geboden. Het is de vraag of onze cultuur nog weer aangesloten zal raken op deze Bron, waaruit eeuwenlang is geleefd.
Het gaat er intussen vooral ook om hoe we als christenen zullen leven in en reageren op een cultuur, die zo'n fundamentele omslag meemaakt als wij in onze dagen beleven. Het is van beslissende betekenis of van ons geldt 'gij geheel anders, gij hebt Christus leren kennen' of dat we gelijkgeschakeld aan de hedonistische (genotzuchtige) cultuur leven. De christelijke levens houding raakt dan niet alleen de seksualiteit, ze raakt ook het geld. Op beide terreinen slaat de genotscultuur toe.
Van prof. dr. A. A. van Ruler is het woord, dat we theocratisch leven kunnen (zullen) ook al worden we niet theocratisch geregeerd. Zouden juist in een samenleving, waarin mensen in toenemende mate leven alsof God niet bestaat, christenen niet dienen te leven alsof de samenleving nog beslissend veranderd zal (kunnen) worden? En zou het getuigenis van de kerk tegen de decadentie dan niet temeer noodzakelijk zijn?
Christen zijn hangt immers niet af van meerderheid of minderheid maar van persoonlijke, levende aansluiting op de Bron, die ons tot ons heil is geschonken. De Deense dominee Kaj Munk zei ooit, dat de wereld behoefte heeft aan (door de Geest) vernieuwde mensen. Zo is er hoop op vernieuwing van de samenleving.
Maar zullen we niet altijd zeker, in een kantelende cultuur, letten op de naderende voetstappen van Christus? Hij komt om de aarde te richten. Hij spreekt in de tekenen der tijden. Hij oefent de zijnen in een kantelende en neerstortende cultuur.
Als zodanig vraagt onze tijd om grote waakzaamheid. We beleven vandaag meer dan een cultuuromslag. Een christelijke cultuur wankelt. Dat mag decadentie zonder weerga heten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's