Globaal bekeken
De nagalm zal nog lang doorklinken' stond boven een impressie over de slotmanifestatie van de actie tegen de 24-uurseconomie van de hand van M. Catsburg in RMU Contact Hier volgt het slot:
'(...) En toen kreeg minister Wijers van economische zaken na ontvangst van de 805.347 handtekeningen het woord. Hij was overduidelijk niet onder de indruk. Noch van de meningen van zijn voorgangers, noch van de 800.000 handtekeningen. Voor hem lag het allemaal heel duidelijk:
"Er is geen tendens tot een 24-uurseconomie, wat dat ook moge zijn". Hij haalde de deze maand afgeronde evaluatie van zijn Winkeltijdenwet erbij. Uit het onderzoek blijkt dat 7, 3 miljoen mensen als consument tevreden zijn met de ruimere avondopenstelling van winkels. Met het tegenover elkaar stellen van de 7, 3 miljoen tevreden consumenten tegenover de 800.000 handtekeningen was voor hem eigenlijk de kous af.
De mening van de burger is duidelijk volgens Wijers: "De burger heeft de smaak te pakken. Banken en andere vormen van dienstverlening zullen ook langer open moeten". Allerlei regels die "niet meer van deze tijd zijn" dienen te verdwijnen. Zo moeten gemeentes de volledige vrijheid krijgen om zelf te bepalen of winkels op zondag open zijn of niet. "De burgers willen dat zelf bepalen. Er moet geen inperking door oude regels plaatsvinden", aldus de minister
Genoeg stof voor een stevige discussie, maar helaas de tijd was om. Een laatste, haastige vraag uit de zaal legde echter nog even stevig de vinger op de zere plek. "Minister Wijers, u heeft gegevens uit een onderzoek geciteerd waaruit blijkt dat veel Nederlanders op "'ongewone"' tijden willen winkelen. Waarom heeft u uit datzelfde rapport niet geciteerd dat nog meer Nederlanders aangeven (namelijk 89 procent) niet op diezelfde tijden te willen werken? " Er kwam een antwoord, maar niet op de vraag.'
...
In een lezenswaardig themanummer van Beweging (Reformatorische Wijsbegeerte) over sport schrijft dr. J. P. Verhoogt het volgende over sport in de oudheid:
'In hët oude Griekenland werden filosofen naast sporthelden in de beeldengalerij in de plaatselijke tempels vereeuwigd. Daarbij deelden filosofen net zozeer in de eer en roem van sporthelden als andersom. Lichaamsoefening, kamp en strijd vormden namelijk een fundamenteel levensbeginsel in de Griekse samenleving. Daarvan getuigen de periodieke sportfestijnen, waarvan de vierjaarlijkse atletiekwedstrijden vanaf de 7e eeuw voor Chr. in Olympia wel de bekendste zijn geworden. Onder het gezag van de beschermgod Zeus en onder het wakend oog van ordecommissies en juryleden streden atleten daar hartstochtelijk om de eer, voor zichzelf maar vooral voor hun stad van herkomst. Met de Spelen werd namelijk zowel de eenheid en verbondenheid tussen alle Grieken als de eeuwige rivaliteit tussen de Griekse stadstaten bevestigd. Dat het daarbij in de eerste plaats om de sportieve prestatie ging, bewijzen de symbolische prijzen voor de winnaars: in Olympia waren dat eenvoudige kransen van wilde olijf. Maar deze winnaars lieten zich daarna wel goed betalen door de Griekse steden die graag "kampioenen" in hun plaatselijke wedstrijden zagen optreden.
Reeds op de eerste Olympische Spelen verliest het spel dus al veel van zijn onschuld aan de sport vanwege periodieke organisatie, regelstelling en de jacht op roem en materieel gewin. (...)
Het nieuwtestamentische christendom zoals verkondigd door Paulus stond wel ver af van de Griekse verering van lichaam en geest of ratio. De wijsheid der Grieken werd tot dwaasheid vanuit het leven uit de geest Gods. Dat leven werd gesteld tegenover een "leven naar het vlees". Daarmee werd in overdrachtelijke zin een leven bedoeld dat is afgewend van God en gericht op aardse vergankelijkheid. Maar vlees werd ook meer letterlijk opgevat als lichamelijkheid en dan als bron van hartstocht en begeerte die tot afvalligheid leidt. In de christelijke geloofstraditie heeft voor het lichaam, en zeker voor lichamelijke ontspanning in spel en sport, dan ook weinig waardering bestaan. Vanuit het christelijk geloof komt de lichamelijke mens vooral in beeld als zieke of stervende mens jegens wie barmhartigheid moet worden betoond.
In de christelijke Middeleeuwen nam het toernooi een belangrijke plaats in. Maar volgens Huizinga is het, vanwege zijn hoofse gestyleerdheid, nauwelijks sport te noemen. Schilderijen laten overigens zien dat, hoewel de kerk een afkeer had van vrolijk krachtenspel, het gewone volk zich daar regelmatig aan te buiten ging. In de Renaissance ontwikkelt zich dan, geïnspireerd door de klassieke oudheid, de aanzet van een modern opvoedingsideaal waarvan ook de lichamelijke oefening deel uitmaakt.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's