De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gevormd door een afhankelijk gebed

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gevormd door een afhankelijk gebed

J. P. Teeuw (77) en de hervormde gemeente van Lekkerkerk

12 minuten leestijd

Van tijd tot tijd willen we in ons blad een vraaggesprek publiceren met iemand die gedurende een langere periode van betekenis mocht zijn voor een hervormd-gereformeerde gemeente. Het motief hierbij is niet een mens centraal te stellen, maar het werk van God, zoals dat gestalte krijgt in het dagelijkse leven van de gemeente, te belichten. Vandaag deel 7: na Aartje Boon uit Molenaarsgraaf, D. Dekker uit Nunspeet, B. Marijs uit Arnemuiden, C. H. Sukkel uit Kesteren, H. Leonard uit Dordrecht, L. Vlietstra uit Hollandscheveld, nu de heer J. P. Teeuw uit Lekkerkerk. 

Geworteld in het gezelschapsleven maar betrokken op de Nederlandse Hervormde Kerk: wat Jan Pieter Teeuw, in 1920 in Lekkerkerk geboren, van zijn ouders heeft meegekregen, zette en stempel op zijn leven. In het dorp in de Krimpenerwaard maakte hij de ontwikkeling van mannenvereniging naar deelgemeente mee. 'Toen ds. P. Molenaar onze eerste predikant werd, beleefden we dat als een hoogtepunt voor de gemeente, maar het was ook een verlies; als deelgemeente ben je het zicht op de plaatselijke kerk kwijt.'

Drie jaar na de geboorte van de jonge Teeuw werd er in Lekkerkerk een hervormd-gereformeerde evangelisatie opgericht, die tot op vandaag bestaat. Het was de predikant van Nieuw-Lekkerland, ds. G. Alers, die er zijn medewerking aan gaf. Het karakter van de - hervormde - evangelisatie veranderde spoedig. 'Er kwamen weliswaar hervormde predikanten en godsdienstonderwijzers, maar vele anderen kwamen niet', zegt Teeuw.

'Toen ik een jongen was, kerkten we in deze evangelisatie. Was er een leesdienst, dan werd thuis ook wel een preek gelezen uit de boekjes van het 'Overjarig Koren' of van Wulfert Floor. De gewoonte was echter om naar de evangelisatie te gaan. Van de voorgangers logeerden er enkele ook wel bij ons. Mijn vader was van hervormden huize, mijn grootvader zat tijdens een vrijzinnige periode in de vorige eeuw nog in de kerkenraad van Lekkerkerk. Moeder kwam van een boerderij uit Opperduit, uit een gezin van thuislezers. Ze had nooit de school bezocht, maar was een wijze vrouw. Ze had thuis onderricht gekregen, in verband met de verplichte inenting.

Mijn vader zat op een openbare school, is door mijn grootmoeder bij de gereformeerde richting gekomen. Voor zijn geboorte waren er al twee broertjes die Jan heetten, gestorven. Toen er weer een zoon geboren werd, zei de familie: "Die moetje geen Jan noemen, anders heeft dat kwalijke gevolgen". Voor mijn moeder was dit echter een teken dat ze zo niet verder leven konden. Er volgde een duidelijke omkering. En deze zoon werd weer Jan genoemd, mijn vader.

Mijn ouders kwamen vaak bij mensen uit het gezelschapsleven, zoals de toen bekende Manus van den Hoven uit Giessendam. Ik weet nog dat mijn grootmoeder - kinds geworden, zoals we dat toen noemden - bij het gezelschap zat. Ze vroegen haar te eindigen, waarna ze een gebed uitsprak waaraan, om zo te zeggen, niks mankeerde. En zodra ze amen zei, was het weer fout.'

Hervormd gedoopt

'Ik herinner me ook dat ik doordeweeks met moeder naar de kerk ging en thuisgekomen zei: "Dat was een goede dominee".
De anderen vroegen: "Hoe weet jij dat nu, een jongetje van vier, vijfjaar? " Ik zei: "Ik hoor het aan het gebed". Als dat een afhankelijk gebed was, dacht ik: dat zit goed.

Al kerkten we in de evangelisatie, we zijn hervormd gedoopt. M'n vader had toch altijd een hang naar de Hervormde Kerk. Doordat de evangelisatie mensen in het bestuur kreeg die niet-hervormde predikanten of oefenaars lieten voorgaan, werd het in de praktijk al gauw een vrije evangelisatie. Als jong predikant kwam toen ds. W. L. Tukker bij ons met een lezing: "Waarom hervormd? " Dat maakte indruk.' In 1946 werden Teeuw en zijn verloofde getrouwd door ds. J. van den Heuvel, toen te Schoonhoven. 'We gingen in Bergambacht wonen. Belijdenis deed ik er bij ds. Ewoldt. De volgende paar jaar volgde ik de catechetencursus bij dr. H. Bout en ds. L. Vroegindeweij. Vijfjaar na ons trouwen keerden we terug naar Lekkerkerk. De evangelisatie was toen al zodanig van ligging dat sommige mensen in Nieuw-Lekkerland bij ds. B. Haverkamp kerkten, terwijl anderen naar Ouderkerk gingen. Dat vrije van de evangelisatie was niet volgens de doelstelling van de oprichters. Daarom hebben we geprobeerd een groep te vormen die ernaar streefde dat de gereformeerde prediking op de kansel van de plaatselijke hervormde kerk zou komen, die geheel vrijzinnig was. De kerkelijke gemeente van Lekkerkerk behoort tot een minderheid in de Krimpenerwaard, in meerderheid rechtzinnig. Er loopt een vrijzinnige streep door de waard, beginnend bij Lekkerkerk. Ammerstol is vrijzinnig, evenals Stolwijk, Berkenwoude en Haastrecht. Wat daar omheen lag, was gereformeerd. Een verklaring daarvoor is niet te geven.'

Teeuw noemt het kerkelijk besef in de beginjaren van de evangelisatie dunnetjes. 'Er werden vanuit de evangelisatie twee doopdiensten per jaar in de kerk gehouden. Toen wij in Lekkerkerk terugkwamen, is er al snel een mannenvereniging opgericht. In het winterseizoen nodigden we dan een predikant uit om door de week een lezing of preek te houden. Uit de opkomst lazen we dan af hoeveel mensen er achter stonden. Wie er voorgingen? Ds. L. Vroegindeweij, ds. G. Boer, ds. Van der Ent Braat, ds. Timmer, ik meen dat ds. Jac. van Dijk nog een keer geweest is. In de evangelisatie kwamen godsdienstonderwijzers als Mouw uit Gouderak, Van Leeuwen, ook ds. P. Zandt, ds. Leenmans uit Bleskensgraaf, later ds. H. G. Abma en ds. J. van den Heuvel, die evenals ds. Zandt uit Delft kwam. Toen de afdeling van de GB des zondags diensten ging beleggen, kwam ds. Van den Heuvel al gauw bij ons preken. Ik kwam nogal eens bij hem in zijn studeerkamer in Schoonhoven. Ja, van hem heb ik veel geleerd. Toen we het eens hadden over het nut van het lezen van bekeringsgeschiedenissen, in onze kring gebruikelijk, greep hij het boekje van Eva van der Groe en zei: "Dit is nog een ouderwetse", al had hij zijn vragen bij deze boekjes in het algemeen. Het is ds. Van den Heuvel die het meest een stempel op mij gezet heeft. "Ik hoor het aan het gebed", zei ik als kind, als mij gevraagd werd hoe de dominee gepreekt had. Datzelfde afhankelijke bidden kwam ik bij ds. Van den Heuvel tegen. Hij was ernstig en onderwijzend en een liefhebber van catechismusprediking. Dat heeft mij gevormd. Hij had een heel eigen prediking, maar welke predikant heeft dat niet? Met allerlei vragen kon ik bij hem terecht.'

Politiek

'In de eerste periode bleef het in de evangelisatie wat dor omdat er bijna geen belijdenis werd gedaan. De oude hulpprediker A. de Redelijkheid hield bij ons catechisatie; mijn vrouw, in 1991 overleden, heeft in Ouderkerk bij hem belijdenis des geloofs afgelegd. Sinds de afdeling van de Gereformeerde Bond opgericht werd, groeide het met de evangelisatie wat uit elkaar en is er in Lekkerkerk geen belijdenis meer gedaan.

Het evangelisatiebestuur wilde de verschillende kerkgenootschappen bij elkaar houden, waarvoor ik zeker begrip heb; alleen had men het dan beter een vrije evangelisatie kunnen noemen. De scheiding onder elkaar deed zeker pijn. De groep die in de evangelisatie achterbleef, bestond voor een belangrijk deel uit niet-hervormde mensen. Wij lieten ons adviseren door ds. G. Boer, toen te Gouda.

In februari 1956 is die afdeling opgericht en gaf het hoofdbestuur toestemming met kerkdiensten vanuit de afdeling te beginnen. De eerste dienst hadden we in november, in de hal van de nieuwe Eben Haëzerschool. In het begin zaten daar vogels van diverse pluimage; ook wat ontevreden confessionelen en wat gereformeerden. Dat is nu wat gestabiliseerd. Ik zeg wel eens: het is een behoudende groep, rechts van het midden.

In de jaren vijftig speelde de politiek ook een rol. Het afdelingsbestuur heeft zich daar steeds buiten gehouden. In het bestuur zaten zowel mensen van de AR als van de SGP, maar over politieke zaken werd nooit gesproken. Ik weet nog dat ds. Abma die eerste jaren niet bereid was bij ons voor te gaan. Later, toen hij uit de politiek was, kwam hij wel bij ons preken. Hij maakte tegenover ds. P. Molenaar eens de opmerking: "Ik heb nog een ereschuld aan Lekkerkerk".'

Doop

Teeuw beaamt dat hij van jongs af aan geleefd heeft in de dienst des Heeren.

'Ja, jawel; ik herinner me momenten op de markt, dat ik al die mensen zag lopen en schreeuwen en dacht aan de vraag hoe het zou zijn als allen voor God moesten verschijnen.

Het verbond is heel belangrijk voor me. Nee, niet dat het geloof een automatisme is. Ik heb vaak gedacht hoe men in veel kerken eraan komt dat het geloof vanzelfsprekend zou zijn. Een mens voelt toch de vijandschap bij zichzelf, maar als er in de prediking gewezen wordt op de doop, dan weet je: "Zo ligt het, daar vind ik Gods belofte, daar mag ik op pleiten".

Ik had in mijn jonge jaren de begeerte om predikant te worden, ben nu blij dat mijn zoon Piet (ds. P. J. Teeuw uit Veenendaal, red.) het geworden is en dat Alfred (kand. A. A. Teeuw uit Ridderkerk) preekt. Ik heb me er volledig bij neergelegd dat het predikantschap voor mij niet was. Wel mocht ik veertig jaar de mannenvereniging leiden, het onderwijs uit de Schrift ontvangen en doorgeven. Op de verenigingsavonden voelde je het gewicht ervan.

Wat het predikant-zijn betreft, weet ik nog dat ds. Tukker het tijdens een dienst vroeg: "Wat heeft de gemeente hier al opgeleverd? Zijn er al predikanten? " Dan kwam dat op je af. Ik herinner me dat ik er met mijn zoon Piet, die in 1981 predikant in Groenekan werd, vertrouwelijk over sprak en ik blij was met zijn antwoord. Dit jaar is kand. N. den Ouden uit onze gemeente in Tholen bevestigd.'

Het duurde lang voor de afdeling van de Gereformeerde Bond de avonddiensten in de oude dorpskerk mocht houden. 'Toch was dit voor ons erg belangrijk. De drempel in de hal van de school was voor velen hoog. Konden we des avonds opgaan in het kerkgebouw, dat zou dit de kerkgang zeker ten goede komen. Tijdens de periode van ds. M. J. de Jongh is er veel veranderd. Ik herinner me nog dat ds. De Jongh in zijn studeerkamer tegen me zei: "Ik heb van huis uit geleerd om in goede harmonie te leven met de Gereformeerde Bond". Zijn vader was in Gorinchem vrijzinnig predikant geweest. Door zijn opstelling kregen wij beurten in de kerk.

Een hoogtepunt was daarbij dat ook het sacrament van het heilig avondmaal bediend kon worden. Velen waren er, vooral jongeren, die nog nooit gezien hadden hoe de tekenen van brood en wijn werden uitgereikt. Voor de meeste lidmaten kwam de nodiging ook daadwerkelijk voor het eerst in hun leven.

Een ander hoogtepunt was de benoeming van de heer J. A. Kruithof als officieel hulpprediker, waardoor hij ook de kerkenraadsvergaderingen bijwoonde. We voelden ons echt een gemeente aan het worden, waarvan ik nu zeg: "Er zijn wonderen gebeurd!" Toen we in 1969 voor mijnheer Kruithof een pastorie bouwden, kwam er spontaan in één week 70.000 gulden binnen.

Hoe moeilijk het soms was in de kerkenraadsvergaderingen, we probeerden toch mee te denken en als het ware in de huid van de andere broeders te kruipen. We waren als gereformeerden niet beter, maar wisten, wat we ook wel eens zeiden, dat we allen dezelfde genade nodig hadden.'

Zicht op de kerk

In de jaren tachtig werd de afdeling van de GB omgezet in een deelgemeente. De morgendiensten werden in het Venster gehouden, waar 450 mensen een plaats kunnen vinden. In 1986 werd ds. P. Molenaar de eerste predikant van de Lekkerkerkse deelgemeente, in 1993 opgevolgd door ds. J. R. Volk. Als hulpprediker had eerder de eerwaarde heer H. Jonker in de gemeente gearbeid, die als predikant na twee jaar naar Nijkerkerveen vertrok.

'De kerkenraad van Lekkerkerk stemde niet toe in een buitengewone wijkgemeente. Aanvankelijk dacht men aan een predikant voor buitengewone werkzaamheden, maar dat bleek kerkordelijk niet te realiseren. Gelukkig, zeggen we achteraf. Ook een deelgemeente is echter een noodsituatie, is een veredelde evangelisatie. En tóch: er is een kerkenraad, er is bediening van de sacramenten.' Teeuw wil echter niet van een ideale situatie spreken. 'De strijd die wij kenden om heel Lekkerkerk te bewaren bij de gereformeerde belijdenis, kent men niet meer. Contacten met de plaatselijke kerkeraad zijn er slechts dan één keer per jaar. Daarmee is zonder meer iets verloren gegaan. Ik vraag me zelfs af: als we nu opnieuw als afdeling van de Gereformeerde Bond begonnen, zouden we hetzelfde zicht op de kerk hebben? Mede gezien het gebeuren rond Samen op Weg? Ik heb de indruk dat mijn zes zonen dat hervormd-zijn wat anders beleven dan ik. Zij kijken meer naar de eenheid in de gereformeerde gezindte, al zijn ze allemaal wel hervormd. Als ik bijvoorbeeld in familieverband voor een huwelijksdienst naar een christelijke gereformeerde kerk ga, rijd ik niet zonder nadenken een hervormde kerk voorbij! Dat hebben mijn jongens niet.

Wat de toekomst betreft: ik bid om de weg van de Heere met de kerk te mogen verstaan. De almacht van God is groot. Hebben we daar voldoende oog voor? Wat er nu gebeurt - en laten we beseffen dat we er schuldig aan staan! - doet me denken aan de ballingschap van het joodse volk. Welke verwachting was er in die dagen van een terugkeer? Wij kunnen de Hervormde Kerk echter niet voortzetten, welke vorm we ook kiezen. En dan kun je huiveren, omdat je zo gebonden bent aan die kerk! Van jongs af aan! Mijn ouders waren gezelschapsmensen, mét zicht op de Hervormde Kerk!'

Geloofsleven

'Je moet de mensen in de Krimpenerwaard goed kennen, willen ze zich over het geloofsleven tegen je uitspreken. Als ze een preek gehoord hebben, proef je wel wat het Woord voor mensen betekent. Over het innerlijk praat men niet makkelijk. Ik weet dat mijn vader, een stille man naar wie je moest luisteren en die veel oude schrijvers las, tijdens zijn ziek-zijn ineens enkele woorden over de dierbaarheid van Christus, over Zijn beminnelijkheid sprak, waarvan hij tijdens een preek genoten had. Die momenten blijven je bij. Als ik als kleine jongen ondeugend was, nam moeder me bij de hand, moest ik voor de stoel op de knieën en zei ze me het gebed voor. En tóch: stille mensen!'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Gevormd door een afhankelijk gebed

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's