De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

4 minuten leestijd

In het prachtige boek van prof. dr. Heiko A. Oberman, Luther - Mens tussen God en duivel (uitgave Kok, Kampen), schrijft deze over de 'vloed van opgekropte inzichten', die bij Luther naar buiten kon stromen toen hij begreep wat Paulus bedoelde met het citaat uit het boek van de profeet Habakuk 'De rechtvaardige zal uit het geloof leven' (Hab. 2:4):

•1532

'Dat is de enige kunst van het Christen-zijn, dat ik mij afkeer van mijn zonden, en daar helemaal niets meer van wil weten, en mij enkel en alleen keer naar de gerechtigheid van Christus. Dat ik zo zeker weet, dat de vroomheid van Christus voor mij verdienste, onschuld en heiligheid inhoudt, als ik zeker weet dat dit lichaam van mij is. Ik leef, sterf en vaar naar de hemel, omdat hij voor ons gestorven is en voor ons weer is opgestaan. Ik ben niet vroom, maar Christus is vroom. In zijn naam ben ik gedoopt, ontvang het heilige sacrament, ben een leerling van de catechismus. Hij neemt ons aan, alleen omdat wij ons aan hem toevertrouwen.'

•1538

'Het woord van Gods gerechtigheid, aldus Doctor Martinus, is lang geleden voor mij als een donderslag bij heldere hemel geweest. Want omdat ik onder invloed van het pausdom las: Redt mij door uw gerechtigheid" (Psalm 31 : 1) of "door uw waarheid", dacht ik altijd dat gerechtigheid de grimmige toorn van God was, waarmee hij de zonde straft. Ik was van ganser harte een vijand van de heilige Paulus, toen ik las: de Gerechtigheid van God wordt door het evangelie geopenbaard". Maar toen ik later ontdekte hoe het een op het ander volgt, zoals geschreven staat: De rechtvaardige leeft door zijn geloof", en ook de heilige Augustinus over deze tekst raadpleegde, toen werd ik blij, want ik leerde en zag in, dat de gerechtigheid van God gelijk is aan zijn barmhartigheid waardoor hij ons als rechtvaardig oordeelt en ons ook voor rechtvaardig houdt Toen was ik getroost.'

• 1545

'Met de grote haat waarmee ik eerder het woord "gerechtigheid Gods" gehaat had, met een even grote liefde houd ik nu dat woord als het allerliefste in ere. Zo is voor mij deze tekst van Paulus werkelijk de poorten van het paradijs geweest. Later las ik het boek van Augustinus "Geest en letter", waar ik tegen de verwachting in erop stuitte, dat ook hij "gerechtigheid Gods" op gelijke wijze uitlegt als een gerechtigheid waarmee God ons bekleedt, omdat hij ons rechtvaardig maakt. En ofschoon dat nog onvolledig geformuleerd is en niet al datgene helder uiteenzet wat samenhangt met de toerekening, zo beviel het mij toch dat die gerechtigheid Gods leert, door welke wij rechtvaardig gemaakt worden.'

In hetzelfde boek staat vermeld hoe 'Alexander, de legaat van de Paus', de intocht van Luther beschreef in Worms toen hij zich voor de Rijksdag aldaar moest verantwoorden:

'Ik had mijn laatste brief al afgesloten, toen ik zojuist vernam dankzij berichten van verschillende kanten en ook door het haastig geren van het volk, dat de grote ketter zijn intocht hield. Ik stuurde een van mijn mensen naar buiten, die mij vertelde, dat hij door ongeveer honderd ruiters, vermoedelijk de Sickingen, begeleid werd tot de stadspoort. Zittend met drie kameraden in een wagen en omgeven door ongeveer acht ruiters, trok hij (omstreeks tien uur 's morgens) de stad binnen en nam zijn intrek in een herberg in de directe omgeving van de vorst van Saksen. Bij het verlaten van de wagen werd hij omarmd door een priester, die driemaal zijn kleding aanraakte en terwijl hij wegliep maakte hij er zoveel ophef over alsof hij een relikwie van een grote heilige in zijn handen had gehouden. Ik denk dat er spoedig over hem verteld wordt dat hij wonderen doet. Toen Luther uit de wagen klom, keek hij met zijn demonische ogen om zich heen en zei: "God zal met mij zijn". Toen ging hij een zaal binnen waar hij bezoek ontving van vele heren, met tien of twaalf van hen at hij ook en na de maaltijd liep iedereen te hoop om hem te kunnen zien.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's