De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

6 minuten leestijd

Vrouwen, ambt en dienst, gesprek tussen verschillende visies op basis van de Schrift, met bijdragen van de hand van dr. A. N. Hendriks, drs. A. van Veen-Vrolijk, mevr. G, Velema-Drent en prof. dr. W. J. Ouweneel. Barnabas-Heerenveen 1998, - paperback, 127 blz., ƒ 24, 95.

Vrouwen, ambt en dienst is een boek over de man-vrouw verhouding met het oog op de positie van de vrouw in de christelijke gemeente. Sinds enkele tientallen jaren is de discussie over dit 'hot item' in de kerken van reformatorische huize losgebrand.

Maatschappelijke ontwikkelingen waarin nadrukkelijk om gelijkberechtiging van de vrouw wordt gevraagd, noopten tot diep nadenken, niet in het minst over de vraag, of men zich in de gereformeerde traditie niet mede schuldig maakte aan een verregaande onderwaardering, om niet te zeggen discriminatie van de vrouw. Er kwam een herbezinning op gang, vooral op het punt van de bijbelse gegevens met betrekking tot de man-vrouw verhouding en de positie van de vrouw in de christelijke gemeente. Een herbezinning die in sommige kerken van gereformeerde huize en in evangelische gemeenten intussen leidde tot openingen in de richting van de vrouw in het 'ambt' (als diaken, maar in sommige evangelische kringen ook als voorganger). Het onlangs gehouden EO-onderzoek 'De boodschap en de kloof constateerde, dat 55% van de EO-achterban een vrouwelijke dominee bijbels niet verkeerd acht.

In bovengenoemd boek zijn vier auteurs met elkaar in gesprek over één en ander, twee mannen en twee vrouwen, allen vanuit de overtuiging, dat de Bijbel het in de onderhavige zaak als doorslaggevend Woord van God voor het zeggen heeft. Zij komen evenwel niet allemaal precies op hetzelfde punt uit. Elke auteur levert een bijdrage in dit boek waarop de drie andere reflecteren. Zij luisteren naar elkaar - dat doen ze bepaald - maar blijven uiteindelijk toch op hun ingenomen standpunt staan. Zo is het boekje een beetje een pingpongspel geworden.

Dr. A. N. Hendriks (predikant Geref. vrijgemaakt) houdt voet bij stuk: op basis van de Schriftgegevens geen mogelijkheid voor de vrouw om een kerkelijk ambt te bekleden. Drs. A. van Veen-Vrolijk (hebraïca, met een evangelische achtergrond) vindt vanuit haar - werkelijk verrassende - uitleg van Gen. 1-3, dat de vrouw haar eigen unieke plaats moet herkrijgen in kerk en gezin. Maar dat houdt volgens haar niet in, dat zij ook als (lerende) oudste in de gemeente zou mogen functioneren, wel als diacones. Mevr. G. Velema-Drent (publiciste o.a. van 'Adam, vraag hulp'; evangelisch-charismatisch) valt het meest uit de toon die door de andere auteurs wordt aangeslagen. Zij struikelt welhaast over 'die moeilijke Paulus' en trekt op basis van haar interpretatie van de schepping van man en vrouw (Gen. 1 en 2) de conclusie, dat man en vrouw in de gemeente dezelfde plaats kunnen innemen. God maakte geen verschil in het uitdelen van de gaven van Zijn Geest. Zou Hij dan aan de vrouw verbieden om van de haar geschonken gaven op enig terrein gebruik te maken? Vooral het boek van de beide Winstons 'Vrouwen in de gemeente van Christus' waarin gesteld wordt, dat Paulus het in 1 Kor. 14 en 1 Tim. 2 uitsluitend over gehuwde vrouwen heeft, heeft haar kennelijk geïnspireerd. Prof. dr. W. J. Ouweneel (hoogleraar-docent te Heverlee, Potchefstroom en Amersfoort; vergadering van gelovigen) stelt als laatste in zijn bijdrage en in zijn reacties op wat de anderen schrijven, scherpe vragen. Hij blijft naar eigen zeggen existentieel met het probleem worstelen. Maar tegelijkschrijft hij wel met stelligheid niet te kunnen inzien, dat de Schrift de vrouw toestaat als lerende oudste in de gemeente op te treden.

Ik moet zeggen, dat mijn denken over de dingen die in dit boek aan de orde zijn, behoorlijk is opgescherpt, vooral door de heldere analyses van bijbelteksten, in het bijzonder van de kant van dr. Hendriks en mevr. Van Veen-Vrolijk. Tegelijk ben ik blijven zitten met een berg van vragen, waarop ik - om met Ouweneel te spreken - vooreerst het antwoord niet heb en die m.i. in dit boek toch wel beter beantwoord hadden kunnen zijn.

Dat zou zeker het geval zijn geweest, wanneer men de nodige helderheid had verschaft inzake de 'hermeneutische' achtergrondsvraag: hoe ga ik met de Bijbel om? Om iets te noemen: Is Paulus daarin voor ons voorbeeldig, richtinggevend en normatief of is hij dat niet? Is Paulus' interpretatie van Gen. 1-3, inclusief de door hem daaruit afgelezen scheppingsgegevens over het hoofd-zijn van de man (Adam) en de 'onderworpenheid' van de vrouw inwisselbaar voor een andere interpretatie?

Men kan zich afvragen, of een discussie als in dit boek gevoerd, wel echt zin heeft. Het viel me op, dat elke auteur in feite blijft staan op het ingenomen standpunt. Zou het - om een voorbeeld te noemen - nu zo erg zijn geweest, als mevr. Velema-Drent het haar opponent gewonnen had gegeven, dat zij al te fluks - op basis van een zeer aanvechtbare exegese - van Junias in Rom. 16 : 7 een vrouwelijke apostel maakt? Kortom, in wat ik in dit boek ben tegengekomen aan gedegen Schrift onderzoek, o.a. in de uiteenzettingen van Hendriks, ben ik zeker versterkt in mijn overtuiging,

a) dat een christenvrouw met de haar geschonken gaven een eervolle plaats moet hebben in het werk der bediening (in onderwijs, pastoraat, diaconaat) in Christus' gemeente, stellig op een waardiger wijze dan de gereformeerde traditie haar toestond;

b) dat een christenvrouw er geen probleem mee behoeft te hebben, dat de 'ambten', zoals deze in de Calvijnse traditie kerkelijk geordend zijn, - de beste weergave van de Nieuwtestamentische orde van de kerk naar mijn inzicht - nog steeds aan mannen worden toebetrouwd, evenals dat het geval was in de tijd van het Nieuwe Testament en kort daarna.

c: dat wij 'bediening' en 'ambt' in een betere samenhang en samengang met elkaar vorm zullen hebben te geven, beter dan tot nu toe onder ons het geval was.

Wellicht is het zinvol, als de discussie die in het boek 'Vrouwen, ambt en dienst' wordt gevoerd, wordt voortgezet in een studiegespreksgroep met een soortgelijke samenstelling als die van de auteurs van het boek. Een belangrijke doelstelling zou dan m.i. moeten zijn, dat men 'hermeneutisch' op één spoor probeert te komen om van daaruit de randvoorwaarden te formuleren die dienen kunnen als ijkpunt voor een bijbelse gereformeerde visie op de man-vrouw verhouding met het oog op de gemeente. Misschien dat het studierapport van de Gereformeerde Bond ('Man en vrouw in bijbels perspectief, 1987/2) - helaas in de literatuurvermelding van het boek dat ik hier bespreek nergens genoemd - ook een handreiking zou kunnen zijn ten dienste van deze voortgaande bezinning.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's