Geen ander Evangelie
Hoewel in brede delen van de protestantse kerken de Heidelbergse Catechismus, zeker de prediking ervan buiten beeld is, duiken van tijd tot tijd in de kerkelijke discussies toch wel elementen ervan op. Dat is bijvoorbeeld het geval met zondag 30, waarin het gaat om het onderscheid tussen 'het avondmaal des Heeren en de paapse mis'. Kan dat wel en mag dat wel, zoals daar gesproken wordt over de mis als 'vervloekte afgoderij'? Ook in kerken, waar de catechismusprediking (nog) in ere is, worden hier van tijd tot tijd vragen gesteld. Ter verdediging wordt nogal eens het argument opgevoerd, dat in de tijd, waarin de Heidelbergse Catechismus werd opgesteld, het in de discussies, zoals ook in het hele leven, veel ruwer toeging dan vandaag. Feit is inderdaad dat in openbare disputen of in polemische geschriften soms woorden en bejegeningen werden gebruikt, waarvoor men vandaag zou terugschrikken. Elke tijd heeft zijn vormen, ook zijn uitdrukkingsvormen.
En wat het 'vervloeken' betreft, had niet al eerder het concilie van Trente ook de leer van de Reformatie vervloekt? En pauselijke banvloeken waren toch ook aan de orde van de dag? Maar daarmee is niet alles gezegd. Het woord 'vervloeking' is ook een woord, dat in de Schrift voorkomt, in het Oude Testament en het Nieuwe Testament. En wel in direct verband met de Evangelieverkondiging.
Galaten 1
Dezer dagen las ik nog eens het prachtige boek van prof. dr. Heiko A. Oberman 'Luther - mens tussen God en duivel' (uitgave Kok, Kampen). In de paragraaf over de rijksdag van Worms in 1521 zegt hij, dat Luther na de rijksdag de handen in de lucht stak en riep: 'ik ben er door, ik ben erdoor'. En dan zegt Oberman:
'Staande oog in oog met de hoge heren van het Rijk heeft hij gesidderd onder de zware last van de situatie. Maar dat was het niet alleen! Sedert zijn eerste theologische experimenten in 1509 was hij er zich van bewust dat het echte geloof de moed moet hebben de engel te vervloeken die een ander evangelie verkondigt (Gal. 1 : 8). Hij had grenzen getrokken tegenover 'Joden' en 'Grieken', tegenover Mozes en Aristoteles, hij had onderwezen, geschreven en gepreekt tegen wettische ondergraving en filosofische overwoekering van het evangelie. Nu zag hij zichzelf opeens voor die grens geplaatst.'
Sedert de herfst van 1509, schrijft Oberman, hebben twee bijbelteksten grote invloed op Luther geoefend: Onderzoekt alle dingen en'behoud het goede' (1 Thess. 5 : 20) en 'Doch al ware het ook, dat wij, of een engel uit de hemel u een Evangelie verkondigde, buiten hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt.' (Gal. 1 : 8). Luther had zich om zo te zeggen de overtuiging van Paulus toegeëigend, dat hij het evangelie van Christus voluit verkondigde. Paulus was overtuigd van 'de autoriteit van zijn leer', zegt Calvijn. Zo ook Luther. En dan gaat het om het Evangelie van die Christus, die God de Vader uit de doden heeft opgewekt (Gal. 1 : 1) en die Zichzelf heeft overgegeven voor onze zonden (vs. 4). Luther zelf zegt bij dit Schriftwoord: Zo is dan dit artikel, dat Christus door Zijn dood en opstanding ons van onze zonden en de dood verlost heeft, het voornaamste der christelijke leer, waarin de kennis van alle godzaligheid begrepen is.' En dan, alleen dan geldt: die een ander evangelie brengt dan dit, die zij vervloekt, al was het een engel uit de hemel, die dit bracht; een voorbeeld overigens 'aan de onmogelijkheid ontleend' (Calvijn).
Velen in de dagen van Luther en Calvijn waren óók van overtuiging, dat ze het evangelie van Christus verkondigden. Maar het ging om een ander evangelie dan het evangelie van de Gekruisigde en Opgestane. Calvijn stelt hier, ten aanzien van Galaten 1 : 8, scherp de 'papisten' tegenover de 'christenen' en spreekt dan over 'het ingewikkelde geloof van de papisten. Hij verwijst verder ook naar 1 Cor. 12:3, waar Paulus zegt, dat iemand, die door de Geest spreekt, nooit Jezus een vervloeking kan noemen; en anderzijds, dat niemand Jezus Heere kan noemen dan door de Heilige Geest. Wie wederomgeboren is door de Heilige Geest gelooft in de Christus der Schriften en heeft daarom de leer van de rechtvaardiging door het geloof lief, omdat daarin het zoenoffer van Christus centraal staat.
Christologie
Het woord 'vervloeking' mag dus naar de Schriften alleen worden gebezigd wanneer het Evangelie van Christus, het evangelie van Kruis en Opstanding in het geding is. Er is geen ander evangelie. Het raakt geheel en al de christologie. Buiten dit evangelie van de verzoening, zei Groen van Prinsterer, is er geen gereformeerde kerk, is er zelfs geen kerk. In de tijd van de Reformatie ging het met betrekking tot de christologie op het scherp van de snede. Zó moet de zinsnede in zondag 30 ook worden verstaan. Niet vanwege gebruikelijke taal in die tijd maar vanwege het hart van het christelijk geloof durfden de opstellers van de Heidelberger zo te spreken. Snijd deze woorden uit de belijdenis der kerk weg en men moet deze woorden ook uit de Schriften zelf wegsnijden.
Als er in deze in de sacramentsleer van Rome in de loop van de tijd principiële wijziging zou zijn opgetreden, zou dat ook wijziging vragen van de gereformeerde belijdenis op dit punt. In de Heidelberger wordt trouwens geen vervloeking over mensen uitgesproken - wat Galaten 1 wel doet als de verkondiging van het evangelie in het geding is - maar over de mis zelve, over de sacramentsleer dus. In de actuele discussie bleek echter door vertegenwoordigers van 'Rome' de officiële sacramentsleer met verve te worden verdedigd. Het historische geding tussen Rome en de Reformatie is nog steeds actueel. En daarom ook zondag 30 van de Heidelbergse Catechismus.
Diffuus
Intussen moet nog wel iets anders worden gezegd. Staat overal binnen het protestantisme, zowel in de lutherse als in de gereformeerde traditie, het Evangelie van Kruis en Opstanding, en als zodanig de rechtvaardiging door het geloof alléén, nog centraal? Er is in de loop der jaren sinds de Reformatie ook een vloedgolf van vrijzinnige theologie van onderscheiden aard over de kerken gegaan, waardoor een ander evangelie is binnengedrongen 'buiten hetgeen wij u verkondigd hebben'. Wanneer een ander evangelie wordt verkondigd en een andere leer aangaande Kruis en Opstanding, zonde en genade, wordt uitgedragen, geldt toch echter ten allen tijde en overal wat de Schrift zegt: vervloekt? De vraag is of we dit nog onomwonden durven zeggen.
Dan is er nog wèl een andere kant. Recent nam ik samen met mr. G. Holdijk in het Gelderse 's-Heerenberg deel aan een paneldiscussie ter gelegenheid van 350 jaar vrede van Munster. In het kasteel Berg was een tentoonstelling ingericht onder het motto 'Spanje of Oranje'. Aan dat panelgesprek namen ook twee rooms katholieke theologen deel, waaronder dr. A. Bodar. Deze zei ook daar weer zich verwant te voelen met orthodoxe protestanten, méér dan met vele rooms katholieke vrijzinnigen vandaag. Hij noemde daarbij ook de rechtvaardiging door het geloof. Deze bekentenis is verrassend maar brengt mij niet dichter bij het officiële 'Rome'. Feit is wel, dat de vrijzinnigheid, waarin het verzoenend lijden en sterven van Christus wordt ontkend, in welke kerk dan ook, niet minder een ander evangelie heeft gebracht dan waarover Paulus spreekt. Er is in de Rooms Katholieke Kerk, met name in Nederland, de laatste tientallen jaren ook wel een en ander veranderd. De vraag is echter of het veranderingen waren in de richting van 'geen ander Evangelie' of in de richting van vrijzinnigheid.
Ooit voegde de (omstreden) rooms katholieke theoloog Schillebeeckx Karl Barth toe, dat de verschillen tussen Rome en de Reformatie inzake de rechtvaardiging veel kleiner waren geworden. Waarop Barth antwoordde, dat, als dit waar was, we achter Trente terug zouden moeten. Maar: welk Rome en welke nazaten van de Reformatie zijn dichter bij elkaar gekomen?
Waarschuwing
Rest de vraag of bij hen, die zich graag op de Reformatie, op Luther en Calvijn, beroepen, het evangelie van de genade onvermengd gebleven is. Of geldt, gezien de geweldige verbrokkeling en de grote verdeeldheid, ook hier het woord, dat Calvijn van toepassing verklaarde op de kerk van Rome van zijn dagen: 'ingewikkeld geloof? Staat overal nog echt centraal, wat Luther zegt bij Galaten 1: 'niet wat ik voor mijzelf doen zal (want dat leert mij de wet); maar wat een Ander voor mij gedaan heeft...? ' Op allerlei wijzen, ook zeer rechtzinnig, kan dit evangelie immers verduisterd worden?
Hoe vaak heeft bovendien de één de ander, ook in de gereformeerde traditie, niet tot ketter verklaard, ten spijt dat het Evangelie van Kruis en Opstanding niet in het geding was. Soms is zelfs heel concreet de vloek uitgesproken over evangeliedienaren. Men behoeft echter nog niet letterlijk de vloek uit te spreken om in dezelfde geest te oordelen, openlijk of heimelijk. Daarom moet men wel weten waarom het gaat wanneer men de zwaar geladen woorden van Galaten 1 overneemt. Het gaat hier wel op het scherp van de snede.
'Ik voer geen strijd over mijn eigen leven' - zei Luther - 'maar over de leer van Christus!' Geen ander Evangelie!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's