Studiestimulering
Vanwege het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond ontvingen hervormd-gereformeerde predikanten dezer dagen bijgaande brief, die met name was bedoeld voor de doctorandi onder hen. Helaas is in de brief zelf zoals die is verzonden in de eerste zin een verminking opgetreden. red.
Huizen, augustus 1998
Aan doctorandi in de theologie uit de kring van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk.
L.S.
Recentelijk werden vanwege de Generale Synode van onze kerk enkele onstane vacatures in hervormde kerkelijke opleidingen in ons land ingevuld. Hoewel zij o.a. dr. J. H. van de Bank en dr. A. Noordegraaf opvolgden, behoort geen van de op de vrijgekomen posten benoemde docenten tot de kring van de Gereformeerde Bond. In het verleden tekenden wij regelmatig protest aan tegen benoemingen tot kerkelijk docent of hoogleraar, onder meer wanneer de indruk bestond dat orthodox-gereformeerde kandidaten ten onrecht gepasseerd werden. Momenteel is er voor zulk protest echter geen aanleiding. De organen die voor de huidige benoemingen verantwoordelijk zijn - met name de commissie TWO - valt niets te verwijten. Men heeft zich hier ingespannen om opnieuw enkele theologen uit orthodox-gereformeerde kring benoemd te krijgen. Maar ook na een tweede advertentieronde bleek dit niet te lukken, eenvoudig omdat zich geen geschikte kandidaten aandienden.
Noopt de gang van zaken rondom de recente benoemingen ons niet tot kritiek naar buiten, zij dringt ons des te meer tot interne bezinning. Het is ons als hoofdbestuur in elk geval een zorg dat er kennelijk zo weinigen uit ons midden zijn die in staat en bereid zijn zich d.m.v. voortgezette studie voldoende te bekwamen om in aanmerking te komen voor een aanstelling aan de opleidingen tot dienaar des Woords. Het is bekend dat Calvijn het ambt van doctor ecclesiae als het vierde ambt naast de bekende drie beschouwde. Wanneer wij jaren van studie investeren om het ambt van herder en leraar te mogen ontvangen, zou het dan niet terecht zijn wanneer wij ons zo mogelijk ook de nodige ijver en volharding getroosten om het 'doctorenambt' te verwerven? Hoewel men zich uiteraard met evenveel vrucht langs andere wegen theologisch kan bekwamen, is de doctorsgraad niet alleen waardevol in zichzelf, maar momenteel ook absoluut vereist als het gaat om het verkrijgen van een academische aanstelling.
Daar komt nog iets bij. Daar waar theologen uit onze kring wel verder studeren, valt een zekere eenzijdigheid te constateren in de specialisatiekeuze. De historische vakken genieten een duidelijke voorkeur; de exegetische, systematische en praktische disciplines lijken veel minder in tel. Hoewel hier wellicht bepaalde begrijpelijke oorzaken voor aan te wijzen zijn, lijkt ons ook deze situatie niet gunstig. Zeker wanneer wij over enige tijd - ongewild - in een door en door plurale verenigde protestantse kerk terechtkomen, is het van groot belang dat orthodox-gereformeerden in de diverse deelgebieden van de theologie op niveau en met gezag hun stem kunnen laten horen.
Het is deze situatie die ons er toe noopt u enkele gedachten en vragen met het oog op de toekomst voor te leggen. Vooraf zij gezegd dat wij dit doen met enige schroom. Wij beseffen dat niet ieder van ons geroepen wordt tot gerichte studie op academisch niveau, ja dat dat in sommige gevallen (bijv. bij grote pastorale verantwoordelijkheden, of vanwege bepaalde gezinssituaties) zelfs onverantwoord kan zijn. Wij beseffen evenzeer dat het hier niet gaat om dingen die wij zelf in de hand hebben, maar dat het in de eerste plaats aankomt op de ootmoedige bede tot God, of Hij ons theologen wil geven die vanuit Schrift en belijdenis in de kerk met gezag kunnen spreken. Toch menen wij dat dit ons niet van de plicht ontslaat om de zorgen op dit terrein met elkaar te delen, en elkaar zo mogelijk tot een hand en een voet te zijn in het werken aan verbetering ervan.
Concreet zijn wij daarom voornemens een studiestimuleringsbeleid op te zetten, dat gericht is op de bevordering van de (post-academiale) theologische studiezin in het algemeen en van promotie-studie in het bijzonder. Daartoe zouden we allereerst graag een bestand aanleggen van promoti en promovendi uit onze kring met hun specialisatiegebieden. Van daaruit moet het in de tweede plaats mogelijk zijn in kaart te brengen waar zich onder ons 'witte plekken' bevinden in de theologische encyclopedie, en daar op enigerlei wijze bekendheid aan te geven. Zij die nog vóór een specialisatie c.q. een promotiestudie staan kunnen hier dan desgewenst rekening mee houden. In de derde plaats denken we na over mogelijkheden om kerkenraden bewust te maken van het belang van voortgezette studie door hun predikanten, zodat de laatsten desgewenst de benodigde instemming en medewerking kunnen verwachten.
In de vierde en laatste plaats willen we graag komen tot de oprichting van een 'Beraad van Gereformeerde Theologische Promovendi', met de bedoeling elkaar onderling te steunen en stimuleren op de lange en eenzame weg die een promotiestudie nu eenmaal vaak is. Hierbij denken wij aan het (bijv. halfjaarlijks) beleggen van studiedagen, waar twee promovendi een concept-hoofdstuk van hun onderzoek in bespreking geven. De werkwijze kan analoog zijn aan die van theologische disputen: elke deelnemer krijgt de werkstukken van tevoren thuis, en beraadt zich op gesprekspunten. Deze vorm van 'intervisie' dient ter verdieping/verbetering van het dissertatieproject, maar vooral ook ter onderlinge opscherping en bemoediging. Verder kan tijdens de bijeenkomsten ook ingegaan worden op praktische problemen bij 'promoveren in de pastorie', bijv. time-management, omgang met theologisch anders georiënteerde promotores/begeleiders etc. Tussendoor kan er ruime gelegenheid zijn voor persoonlijke ontmoetingen. De beide docenten vanwege de Gereformeerde Bond, prof. dr. A. de Reuver en dr. W. Verboom, zijn bereid als vaste mentoren van een dergelijk beraad op te treden. Ook in allerlei academische geledingen is het beleggen van dit soort 'promovendi-dagen' momenteel overigens zeer gebruikelijk, omdat men hun waarde ontdekt heeft voor de bevordering van de studieresultaten.
Onze vraag aan u op dit moment is, of u op enigerlei wijze medewerking aan deze plannen wilt en kunt verlenen. Graag zouden we van u vernemen of u als theologisch doctorandus nog promotieplannen heeft, en zo ja, in welke richting deze gaan. Mocht u ze niet hebben, dan kan het wellicht zinvol zijn ons te melden waarom niet, waarop ze eventueel gestrand zijn etc. Zodoende ontstaat wellicht wat meer zicht op belangrijke hindernissen. Mocht u wel promotieplannen hebben, dan zouden we graag ook vernemen of u eventueel wilt deelnemen aan het bovengenoemde op te starten Beraad. Wij van onze kant willen u daar in elk geval alvast van harte toe uitnodigen.
We wijzen er tenslotte nog op, dat u onze plannen niet in Kuyperiaans-antithetische zin dient te verstaan. Wij zijn ervan overtuigd dat heel de kerk erbij gebaat is wanneer meer predikanten, godsdienstleraren en andere theologen uit orthodox-gereformeerde kring hun theologische studie gericht en op niveau zullen voortzetten. In dit verband is het goed te weten, dat ook de commissie TWO onze boven uiteengezette voornemens voluit steunt.
Wellicht wilt u even de tijd nemen om zich op een en ander wat te bezinnen. Wij zouden het fijn vinden om daarna, tot uiterlijk aan het einde van dit jaar, iets van u te mogen vernemen.
Met een broederlijke groet en heilbede.
Voor het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk,
dr. ir. J. van der Graaf, algemeen secretaris
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's