Globaal bekeken
In de Amsterdamse Westerkerk, met om zo te zeggen een gemeente van Bolsward tot Maastricht, stormt net al lange tijd nadat de vermaarde 'preektijger' van de Westerkerk ds. N. A. M. ter Linden is opgevolgd door zijn vrouwelijke collega F(okkelien) Oosterwijk. Ter Linden heeft zich, naar het gerucht luidt, in het conflict niet onbetuigd gelaten. Reden waarom ds. E. Overeem, oud-preses van de gereformeerde synode, niet zonder enig cynisme in Centraal Weekblad onder de titel Red de Wester? het volgende aan het papier toevertrouwde:
'Over een paar maanden komt er een aanvulling op de kerkorde. Hoe de tekst precies zal luiden is nog niet bekend, want de synode moet er nog over vergaderen. Ik kan nu alleen nog maar de strekking puntsgewijs weergeven.
1. Het is een predikant voortaan verboden een groot persoonlijk stempel op de gemeente te zetten. De dominee gaat immers voorbij, en de gemeente blijft.
2. Het is een gemeente voortaan verboden een nieuwe predikant te beroepen als de oude nog geen jaar weg is. Een jaar is een redelijke ontwenningsperiode voor de gemeente. Na dat jaar kan de nieuwe predikant onbevangen aan het werk.
3. Het is een predikant voortaan verboden om, na het aannemen van een beroep naar een nieuwe gemeente of het aanvaarden van een andere werkkring, zich nog langer met de gang van zaken in de oude gemeente te bemoeien. Dit verbod strekt zich uit tot de voordeur én tot de zijdeur. Elke uitlating, ook in kleine kring, over de gang van zaken in de vorige gemeente is strafbaar.
4. Het is iedereen voortaan verboden om zich misprijzend over een ander uit te spreken. In het bijzonder geldt dit voor predikanten. Spreken zij over een collega als "die meneer" of "die juffrouw", dan is dat reden voor kerkelijk ingrijpen.
De achtergrond van deze aanvulling op de kerkorde is de gang van zaken rond de Amsterdamse Westerkerk. Herhaaldelijk is deze kerk op een onverkwikkelijke manier in de publiciteit gekomen. Een comité probeert de "Wester" te redden door met de botte bijl te hakken op de nieuwe predikant. Bekende voorgangers en oud-predikanten van de gemeente schrijven brieven dat zij niet meer in de "Wester" kunnen preken. Daarmee leveren zij geen bijdrage aan de oplossing van de problemen. De huidige predikant wordt aan de schandpaal genageld en de gemeenteleden zijn het slachtoffer Kerkelijke instanties dienen nu in te grijpen. Uiteraard zal de aanvulling op de kerkorde voor het gehele land gelden.
Nu zullen mensen buiten de Amsterdamse grachtengordel beweren: die aanvulling op de kerkorde is helemaal niet nodig. Die vier punten zijn toch gewoon een kwestie van gezond verstand? En wij dienen God ook met ons (gezond) verstand lief te hebben. En gezond verstand kun je kerkordelijk niet regelen; waar dat ontbreekt, helpt de kerkorde ook niet meer. Wij hebben geen behoefte aan die vier punten, want we zijn al jaren helemaal gewend om zo te werken.
Tegen deze mensen moet ik zeggen: u hebt misschien wel gelijk, maar u krijgt het niet. U begrijpt toch wel dat Amsterdam maatgevend is voor het hele land? U maakt zich schuldig aan kerkordelijk provincialisme. U loopt achter. U leeft nog in de tijd dat er geen aparte centra zijn die alles doen om te overleven, ook als de oude predikant weg is. U leeft nog in de tijd dat de dominee een mens is om "u" tegen te zeggen. U weet langzamerhand toch wel dat er uit de rest van het land geen kerknieuws komt dat de moeite waard is? Een feestelijke doopdienst in Leeuwarden haalt het toch niet bij de Amsterdamse troebelen op de voorpagina ?
Nee, we zullen eraan moeten geloven: een aanvulling op de kerkorde, van minstens vier punten. Want dat is de Amsterdamse School, waarvan de "Wester" één van de centra (geweest) is. We krijgen dus een steeds dikkere kerkorde, met steeds minder gezond verstand. De liefde is ook verdwenen; maar dat hoef ik niet te schrijven, want dat wist u al.
Een schrale troost voor u: de Dordtse Leerregels zijn vervaagd, maar we krijgen de Amsterdamse Leerregels ervoor in de plaats. O, wat zijn we heden blij...'
.................
De huidige ambassadeur van Zuid-Afrika in Nederland, Carl G. Niehaus, zat onder het oude bewind in Zuid-Afrika gevangen vanwege zijn verzet (als blanke) tegen de apartheid. In Allerwegen (orgaan voor de zending) vertelt hij over een telefoongesprek, drieëneenhalfjaar geleden, toen hij nog in Zuid-Afrika was:
Toen ik de stem aan de andere kant van de lijn hoorde, werd ik ijskoud. Dit was de stem van de politieman die mij bij mijn aanhouding had ondervraagd en gemarteld. Maar het was niet dezelfde arrogante stem die mij midden in de nacht in mijn cel had wakker geschreeuwd, of met knersende tanden had gedreigd dat ik moest praten of anders als een hond zou verrekken. Dit was een onzeker stamelende stem, mij dringend vragend of hij mij alsjeblieft mocht spreken. In brokkelige zinnen vertelde hij hoe hij een zenuwinstorting had gehad, omdat hij niet meer verder kon gaan met de misdaden die zijn superieuren van hem verwachtten om uit te voeren. Toen het duidelijk was dat hij voor hen niet meer van enig nut was, hadden ze hem naar het klachtenbureau in een klein dorpje aan de westkust van Zuid-Afrika gestuurd om daar verstoten en vergeten te proberen met zichzelf in het reine te komen. Ik heb hem gevraagd of ik hem de volgende dag mocht terugbellen en heb die nacht geworsteld met de vraag of ik hem zou moeten zien. Uiteindelijk heb ik toch het besluit genomen om hem te ontmoeten.
Twee dagen later sprak ik hem in de lobby van een hotel in Johannesburg. Hij was een schim van de grote, gespierde man, die mij met één klap uit de stoel van zijn kantoor had geslagen. Hij beefde over z'n hele lichaam en grote zweetdruppels parelden op zijn voorhoofd. Er was duidelijk een onweerstaanbare behoefte bij hem om mij te vertellen van de vreselijke dingen die hij gearresteerden had aangedaan. Sommigen had hij gemarteld met elektrische schokken, anderen het hoofd onder water gehouden, totdat ze bijna verdronken waren. Keer op keer had hij dit gedaan totdat zij waren gaan praten. Hij zei dat hij alles in het openbaar wilde brengen en dat ik hem zou moeten helpen om dat te doen. (Toen de Commissie voor Waarheid en Verzoening een jaar later tot stand is gekomen, is hij dan ook voor de Commissie verschenen.) Aan het einde van het gesprek vroeg hij mij hem te vergeven. Dit was een van de moeilijkste vragen, misschien wel de allermoeilijkste die ooit aan mij gesteld is. Hoe graag ik dat ook wilde, ik kon hem niet zeggen dat ik hem vergeving schonk. Alles wat ik kon zeggen was dat ik het zou proberen. Nu, zelfs nadat hij voor de Commissie voor Waarheid en Verzoening is verschenen, kan ik nog niet zeggen dat ik hem kan vergeven, maar ik probeer het nog steeds. Er is geen dag waarop ik niet met deze vraag worstel, maar hem vergeven kan ik nog niet. (...)'
.................
In De Wekker stond een bijdrage over 'Psalmen en gezangen nu ook in het Twents'. Het Twents Gezangenboek (vertaling Gerrit Monsink) telt 568 pagina's. Hier volgen twee vertalingen, de eerste van 'De Heer is mijn herder' van J. J. L. Ten Kate (Psalm 23), de tweede van 'Van U zijn alle dingen'van Jan de Liefde:
• De Hear is mien Scheper!
Al nöadert het graf
Op Oe za-k vertrouwen
het lecht za-k anschouwen
in 't duuster miej treusten
oew stok en oew staf.
• O mocht ik Oe beminnen
zo as Ie miej bemeent,
loat heil'ge vreas van binnen
miej leiden as oew keend!
Mocht ik den riekdom winnen,
dén later recht begeent;
en wördn nooit ofeleid mien zinnen
duur wat mooi schient verbleend.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's