'Ede' is weer begonnen
Met 'Ede' bedoelen wij de opleidingen voor godsdienst-pastoraal werker en godsdienstleraar. Daar hebben wij een bijzondere band mee. Hier werken drie hogescholen samen: de Christelijke Hogeschool Ede, de Christelijke Hogeschool 'De Wittenberg' en de Theologische Hogeschool 'Johannes Calvijn' die uitgaat van de Gereformeerde Bond (de THGB). We zijn blij met deze samenwerking. Samenwerking móet ook. Dat geldt zeker voor het christelijk hoger beroepsonderwijs. Wie een beetje thuis is in onderwijsland zal dat onmiddellijk beamen. Zeker in een tijd van alsmaar verdergaande secularisatie. Ook de orthodoxie is door dat virus zichtbaar aangetast.
Weest nuchter en waakt
Ds. G. Biesbroek van het bestuur van de THGB knoopte daarbij aan. Bij de opening van het academisch jaar op 3 september hield hij de meditatie. De apostel roept ons in zijn eerste brief op om nuchter en waakzaam te zijn. Secularisatie is geestelijke dronkenschap. De mensen leven in een roes. Dat gevaar bedreigt ook ons. Daaruit moeten we wakker geschud worden. Wakker worden én alert zijn. Want de duivel gaat rond als een briesende leeuw. Kun je satan aan? Ja, als je vast staat in het geloof. Dat is niet een kwestie van gevoel. Mensen willen tegenwoordig ergens een goed gevoel bij hebben. Maar vast staan in het geloof is radicaal anders. Het is de verankering van je leven in de Heere Jezus Christus. Alleen dan sta je sterk in het kerkenwerk. In verbondenheid met al onze broeders en zusters, verspreid over heel de wereld.
Eschatologie en pastoraat
Het Hoger Beroeps Onderwijs wordt per definitie beroepsgericht gegeven. Dus ook een vak als dogmatiek. Daarom had dr. J. Hoek, opleidingscoördinator van de opleiding godsdienst-pastoraal werk als thema voor zijn openingscollege gekozen eschatologie én pastoraat. Het gaat in de eschatologie om de christelijke toekomstverwachting. Daarin staat Christus centraal. Hij is de Alfa en de Omega. Zoals Hij op Hemelvaartsdag is opgevaren naar de hemel, zo zal Hij terugkeren: lichamelijk, zichtbaar, in heerlijkheid. Deze boodschap mogen en moeten wij overbrengen naar de mensen. En dan zo dat die boodschap ook werkelijk aankomt. Dat moet onze grote zorg zijn. De bezinning daarop valt onder het pastoraat.
De context waarin de boodschap klinkt
De nieuwtestamentische brieven zijn voorbeelden van pastorale geschriften onder eschatologische hoogspanning. Wat daarbij opvalt is dat de apostelen een open oog hebben voor de concrete situatie waarin de gelovigen zich bevinden. Christus Zelft zegt: Ik weet waar gij woont. De gelovigen mogen zich herkend weten in hun eigen noden en vragen. Zij krijgen de boodschap van de grote toekomst des Heeren te horen in haar consequentie voor hun persoonlijk leven hier en nu. Dat persoonlijk leven is nooit los te denken van de cultureel-sociale context. Wij zijn kinderen van onze tijd.
Het is dus van groot belang te weten in het pastoraat waar onze gemeenteleden zich bevinden. Dat is niet meer dezelfde maatschappelijke, culturele en geestelijke situatie als die van de christenen uit de eerste eeuw tot wie de apostelen zich richtten of de historische achtergrond van de Ziekentroost achter in het klassiek gereformeerde kerkboek. Dat was een tijd waarin men dagelijks ondervond dat je midden in het leven door de dood omgeven was, de zuigelingensterfte hoog was, de levensverwachting gering en de stand van de medische wetenschap veel lager dan nu. Rondom het jaar 1000 lag Europa in de greep van de angst voor het goddelijk gericht dat men aanstaande dacht. Op weg naar 2000 zien mensen een doemscenario voor zich van binnenwereldlijke zaken: het broeikaseffect, atoombewapening, overbevolking, uitputting van energiebronnen en zo meer. We mogen er niet meer van uitgaan dat de moderne mens die we in het pastoraat ontmoeten, het wereldbeeld deelt dat in het Nieuwe Testament en in de kerkgeschiedenis van vele eeuwen een vanzelfsprekende geldigheid had. We leven nu in een tijd waarin dood en eeuwigheid voor het besef van velen meer op een afstand liggen. Het agnosticisme (werkelijkheid is voor jou alleen wat je als werkelijkheid ervaart; of daar nog wat achter zit weet je niet en eigenlijk interesseert het je ook niet), materialisme en egoïsme voeren de boventoon.
De overdracht van de boodschap
Om mensen de boodschap van wat God zegt over te brengen, moet je voor hen openstaan. Een intense luisterhouding in het pastoraat is de vooronderstelling voor echte communicatie. Het gaat bij communicatie om het hoe van de ontmoeting en het contact, maar vervolgens ook om de inhoud van de ontmoeting en de overdracht van de boodschap binnen die ontmoeting. De pastor is er immers niet alleen om te luisteren, maar óók om op een gegeven moment te spreken. De christelijke toekomstverwachting is een zinvolle thematiek voor een huisbezoekronde gedurende het winterseizoen.
Dr. Hoek onderscheidt dan in het pastoraat rondom de 'laatste dingen' vijf aspecten:
- laten we het memento mori (gedenk te sterven) plaatsen in het perspectief van het maranatha (Heere kom!);
- het confronterend pastoraat als reactie op een oppervlakkige gerustheid: hoe zullen wij dan ontkomen, indien wij op zo grote zaligheid geen acht geven;
- het corrigerend pastoraat: Paulus waarschuwt de christenen in Thessalonica tegen een overspannen verwachting waardoor zij niet meer toekwamen aan hun opdracht voor dit aardse leven;
- het troostend pastoraat, vooral gericht op stervenden en rouwdragenden; er is in de hemel wel erkenning maar de kennis van God staat centraal: God alles in allen;
- appellerend pastoraat; de hoop activeert ons; we mogen werken zolang het dag is en waken tot de morgen komt, want de Heere is nabij, de Meester staat voor de deur.
Het kerkenwerk en de kerkelijk werker
Drs. A. G. van de Weerd, de directeur van de afdeling waaronder de opleiding tot godsdienst-pastoraal werker ressorteert, sprak over de gemeente als organisatie. Want dat is de gemeente óók. Er zijn kerkenraden, er zijn predikanten, ouderlingen en diakenen, er zijn gemeenteleden die meedoen in allerlei vormen van kerkenwerk. Maar laat dat goed geregeld worden, anders wordt het kerkelijk leven een tobberig verhaal. Een eerste voorwaarde is dat we begrip hebben voor elkaars werk en dat de juiste prioriteiten worden gesteld. De toespraak van drs. Van de Weerd geeft ons aanleiding tot het maken van enkele opmerkingen.
De secularisatie heeft ook onze gemeenten aangetast. Van buitenaf en van binnenuit. Wie denkt dat het in eigen gemeente nog wel meevalt, ziet de werkelijkheid niet onder ogen. Wat onze studenten op stage waarnemen en vastleggen in hun verslagen, liegt er niet om. Met name de predikanten worden overbelast door pastorale zorgen waar we vroeger niet of nauwelijks mee te maken kregen. Relatieproblemen zijn daarvan een duidelijk voorbeeld. Dat vraagt om professionalisering van het pastoraat. Maar een predikant moet nog zoveel meer. Als hij dat van zichzelf niet vindt, vinden anderen dat wel. Hij moet goed uitkijken, anders heeft hij niet meer de tijd en de rust om zich voor te bereiden op de prediking. Dat is zijn eerste taak. Hij is dienaar van het Woord van God. Maar dat mag ook weer geen excuus zijn om andere verantwoordelijkheden te laten liggen. Het ambt betekent niet alles zelf doen, maar alles samen doen. Zo hebben ook de apostelen gewerkt. Paulus had een kring van medewerkers om zich heen, mannen én vrouwen, ieder met de hem of haar geschonken gaven. Het pastoraat van predikanten en ouderlingen in onze tijd is haast ondenkbaar zonder goed opgeleide professionals zoals godsdienst-pastorale werkers. Als in een grotere gemeente nog geen pastoraal team is gevormd, zou dat een aandachtspunt kunnen zijn bij de opstelling van het beleidsplan.
Een sluiproute voor de vrouw naar het ambt?
Soms is er bij predikanten en kerkenraden een zekere huivering te bespeuren om één van onze vrouwelijke studenten een stageplaats te geven. Dat is te begrijpen. Komt niet van het één het ander? Nu de vrouwelijke kerkelijk werker en dan straks toch langs deze omweg de vrouwelijke predikant? Voor alle duidelijkheid: de THGB is - populair gezegd - een 'werkmaatschappij' van de Gereformeerde Bond, heeft in deze zaak hetzelfde standpunt als het hoofdbestuur en voert als THGB hetzelfde beleid. Een huis dat tegen zichzelf verdeeld is, kan niet bestaan. Laten we echter niet krampachtig gaan doen, maar wijs zijn naar het Woord. Er komen steeds meer alleengaanden, zowel mannen als vrouwen. Dat vraagt om permanente begeleiding. Predikanten en ouderlingen kunnen dat op de duur niet aan. Vaak missen ze daarvoor de nodige scholing. Bijvoorbeeld voor de taak van begeleiding van alleengaande vrouwen. Voor deze taak zou een vrouwelijke kerkelijk werker aangetrokken kunnen worden. Dat kan ook ongelukken voorkomen.
Wij hebben op onze opleiding vrouwelijke studenten die zelf tegen de vrouw in het ambt zijn, maar toch als vrouw dienstbaar willen zijn in het Koninkrijk van God. Vrouwen die net als Tryfena, Tryfosa en Persis destijds in Rome willen arbeiden in de Heere. Laten we daar blij om zijn! De ambten zijn er om de gaven in de gemeente te stimuleren en te coördineren, maar niet om ze te frustreren. Ook hierop is het apostolisch vermaan van toepassing: Blust de Geest niet uit.
Is er werk voor kerkelijk werkers?
Die vraag wordt vaak gesteld. Er zijn zeker mogelijkheden. Soms gebeurt het wanneer een kerkenraad vraagt om namen, er op dat moment niemand van onze (afgestudeerde) studenten beschikbaar is. Maar belangrijker nog is wat de heer J. E. van Delden, directeur van de Christelijke Hogeschool 'De Wittenberg' zei in zijn slotwoord: de Heere Jezus ziet dat de velden wit zijn om te oogsten. Hij ziet het. Hij zegt het. Daarom is er werk aan de winkel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's