Zorgelijke ontwikkelingen In hervormd gereformeerde kring
Afnemend kerkelijk besef
In het interview van drs. P. J. Vergunst met de heer J. P. Teeuw te Lekkerkerk, dat veertien dagen geleden in deze kolommen werd geplaatst, kwam een treffende en ook veelzeggende passage voor inzake hervormd kerkelijk besef. De heer Teeuw heeft mede aan de wieg gestaan van de evangelisatie, die in Lekkerkerk terzijde van de vrijzinnige hervormde gemeente werd gesticht. Maar altijd was er, zegt de heer Teeuw, het zicht op de plaatselijke gemeente. Daar diende het Woord Zijn plek te hebben. Uiteindelijk werd de evangelisatie aldaar kerkelijk, ambtelijk ingeschakeld.
Zo leefde het bij het hervormd gereformeerde voorgeslacht. Het ging om de doorwerking van het Woord in de hele kerk.
De heer Teeuw merkte intussen in het hierbovengenoemde interview op, dat hij bij zijn zes zonen niet meer datzelfde kerkelijk besef, dat op de hele kerk gericht is, aantreft als bij hem reeds jong aanwezig was. Het gaat hier dan overigens om een nageslacht, dat regulier hervormd meeleeft. Het zicht op de hele kerk, op de Hervormde Kerk met name - we herkennen dat - neemt echter af. Ongetwijfeld speelt daarbij een rol, dat in het Samen op Wegproces de Hervormde Kerk bezig is te verdwijnen. Ik bespeur bij mijzelf, laat ik hierin eerlijk zijn, dat ik minder verwachtingsvolle verhalen schrijf over de vaderlandse kerk dan dertig, twintig of tien jaar geleden, hoezeer mijn historisch besef ook onaangetast is gebleven en 'de vaderlandse kerk' geestelijk in mijn botten zit. De vraag wordt nu sterker hoe we de herwormde gemeenten heel houden en ook in hun gezamenlijkheid heel houden. Daaraan hebben we de handen meer dan vol.
Evangelisaties
Soms was het nodig in hervormde gemeenten van uiteenlopende signatuur een richtingsevangelisatie in het leven te roepen. In vele gevallen heeft het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond ook meegedacht alvorens het kwam tot stichting van een evangelisatie of werd bemiddeld om een evangelisatie te voorkomen. Zwaar woog daarbij wat de identiteit van de plaatselijke gemeente was en of de initiatiefnemers het oog bleven houden op de plaatselijke gemeente en zo op de Hervormde Kerk als geheel.
In de jaren, waarin ik zelf mijn bijdrage heb mogen leveren aan het werk van de Gereformeerde Bond, ben ik ook bij het ontstaan van enkele evangelisaties betrokken geweest. Soms was er de pijn: kan het wel, mag het wel? De afgelopen tientallen jaren hebben vele evangelisaties intussen een kerkelijke, ambtelijke status gekregen. In een enkel geval is de kerkelijke status ophanden.
Overigens is van kerkelijke zijde het minderhedenvraagstuk vaak 'opgelost' door het in het leven roepen van een deelgemeente. Met alle ontbindende gevolgen voor de geiheente vandien. Het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond heeft hiertegen altijd verzet aangetekend, omdat de synode zo over de plaatselijke kerkenraad heengrijpt en daarmee in feite tucht oefent. Deelgemeenten ontstonden dan ook hoofdzakelijk in hervormd gereformeerde gemeenten en waren dan grosso modo van midden orthodoxe signatuur.
Niet ambtelijk
De evangelisatie, niet-ambtelijk als ze is, is in feite geen gemeente. Dat werd in vele evangelisaties altijd pijnlijk gevoeld. De ambten en derhalve de sacramenten ontbraken. Daarom kwam het voor, dat gerenommeerde hervormd gereformeerde predikanten niet voorgingen in evangelisaties, al voelden ze zich in hun hart met het volk verbonden, dat er samen kwam. Dat gold voor ds. W. L. Tukker, hoogkerkelijk als deze was en dacht en praktiseerde. Het gold ook voor ds. J. T. Doornenbal, hoewel uitsluitend op zondag; op doordeweekse avonden trok hij naar 'de einden der aarden'. Anderen wilden wel in evangelisaties voorgaan maar deden dat niet in confessionele gemeenten. Dat gold bijvoorbeeld voor ds. G. Boer in de voormalige evangelisatie van Scheveningen.
In de vooroorlogse jaren maar ook nog daarna werd in De Waarheidsvriend als ook in het Gereformeerd Weekblad echter met verve gewaarschuwd tegen 'onkerkelijke praktijken'. Het ging dan om samenkomsten, die werden belegd in gemeenten, die wat de prediking betreft waren gekenmerkt door binding aan de Schrift en de belijdenis.
In De Waarheidsvriend kon men hier veelvuldig stukken tegen komen van ds. J. J. Timmer, in het Gereformeerd Weekblad liet ds. I. Kievit zich niet onbetuigd. Er bleken altijd wel voorgangers te zijn, die bereid waren in zulke 'overige samenkomsten', zoals een advertentierubriek heette, voor te gaan, bevoegd maar vaak ook onbevoegd. Zulke voorgangers werden met naam en toenaam genoemd. Ds. W. L. Tukker sprak bij zijn aantreden als voorzitter van de Gereformeerde Bond zelfs nog over 'het kranke deel van de Gereformeerde Gezindte'. Bekend werd het gezegde, dat er voorgangers zijn, die als men hen geen viswater geeft, stropers worden. Vaak kwamen zulke samenkomsten uiteindelijk terecht in afgescheiden wateren. Met de Hervormde Kerk en de plaatselijke hervormde gemeente hadden ze geen band (meer).
Monster
Zulke situaties doen zich ook nog vandaag voor. Soms is er een evangelisatie naast een evangelisatie. Ik noem hier ook de hervormd gereformeerde gemeente van Monster, waar de predikant van die gemeente, na een langdurige kerkelijke procedure, werd losgemaakt en direct daarna met een eigen groepje er tussenuit ging en een evangelisatie stichtte. Ook hier blijken predikanten bereid voor te gaan. Een triest voorbeeld van 'onkerkelijke praktijk'. Laten we dan maar niet te snel meer de Hervormde Kerk laken omdat ze zo tuchteloos is.
Besef
De vraag is intussen of het kerkelijk besef, het verlangen om de Hervormde Kerk te laten voortbestaan ten spijt, niet geducht aan het tanen is en of het gemeentelijke leven hiervan niet de schade ondervindt. Dat blijkt op zich al uit het feit, dat ook in hervormd gereformeerde gemeenten mensen zich de dominee van hun keuze uitzoeken. Kerktoerisme heet dat, mogelijk gemaakt door de toegenomen mobiliteit van het merendeel van de kerkgangers. Het komt in alle kerken voor. Niet in het minst echter ook in hervormd gereformeerde kring. Van gemeentelijk besef blijft zo weinig over. Van kerkelijk besef nog minder. Het gaan naar gemeenten, waarvan de dominee beter bevalt, duurt overigens zolang de dominee duurt. Gezinnen worden zo kerkelijk ontworteld. Kinderen hebben in hun eigen gemeente geen kerkelijk thuis meer en vinden dat uiteraard ook niet tien, twintig of zelfs vijftig kilometer verder. Wat zal er bij hen nog over blijven aan kerkelijk besef? De kerk is toch waar de gemeente is? Ik zeg het nog sterker: Zal dit verschijnsel op den duur de ontkerkelijking niet nog verder bevorderen?
Maar met deze individuele keuzen is het laatste woord nog niet gezegd. Een consequentie van het kerktoerisme gaat zich namelijk ook de laatste tijd structureren in hervormd gereformeerde gemeenten.
Rijssen
Laat ik nu concreet worden. Velen zijn geschokt door berichten over het stichten van een evangelisatie in de hervormde gemeente van Rijssen. In een gemeente van hervormd gereformeerde signatuur, met 's zondags 3500 kerkgangers, gaan ongeveer 200 kerkgangers (de aantallen, die genoemd worden, variëren) sinds kort hun eigen gang in een evangelisatie, waar 's zondags aparte kerkdiensten worden gehouden. Mag dat verantwoord heten? Het laat zich van buitenaf niet of moeilijk beoordelen óf en hóé er communicatie is geweest tussen de initiatiefnemers en de centrale kerkenraad. Maar zelfs wanneer beleid in deze of wanneer de communicatie met elkaar ter discussie zou staan, is daarmee toch niet gelegetimeerd, dat hier evangelisatiesamenkomsten worden belegd, buiten de ambten om?
Ook vandaag zijn er echter voorgangers - zestig in totaal, bevoegd of onbevoegd! - , die bereid zijn van 'de einden der aarde' te komen om hier voor te gaan. Dit speelt zich af in een gemeente, waar alle onderdelen, tot de kleinste splintergroepen toe, uit het brede spectrum, dat Gereformeerde Gezindte heet, aanwezig zijn.
Zouden we op deze wijze - dat is een vraag die me in toenemende mate benauwt - nog geloofwaardig zijn wanneer we ons inzetten voor het behoud van de Hervormde Kerk?
Nijkerk
En dan de hervormde gemeente van Nijkerk. Daar vraagt een groep van 800 tot 1000 mensen om ruimte, die men zich momenteel niet toegemeten ziet. Nadat eerst de provinciale visitatie zich met de kwestie heeft ingelaten, heeft het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond leiding gegeven aan gesprekken tussen 'verontrusten' en het moderamen van de centrale kerkenraad.
Het moderamen van de centrale kerkenraad heeft in een schrijven aan alle gemeenteleden verslag gedaan van wat de afgelopen tijd is gebeurd. In dit rondschrijven wordt ook de bemoeienis van het hoofdbestuur in deze genoemd. Dat is de reden, dat we er hier ook op ingaan. Omdat er ook sprake is van een weergave ten-dele.
In het rondschrijven wordt melding gemaakt van het feit, dat verontrusten een deelgemeente hebben aangevraagd, toen het overleg met de CK géén, voor hen bevredigend resultaat had opgeleverd. De CK vroeg toen het hoofdbestuur leiding te willen geven aan gesprekken. Dat resulteerde in een voorstel van het hoofdebestuur om een vierde wijkgemeente te creëren, zonder perforatie van wijkgrenzen. Terecht stelt de CK, dat het hoofdbestuur perforatie van gemeentegrenzen 'radicaal afwijst'. Derhalve besloot de CK te Nijkerk een buitengewone wijkgemeente - dus onder verantwoordelijkheid van de CK - toe te staan aan de verontrusten. Terecht wordt in de brief ook gesteld dat het hoofdbestuur voor deze optie niet warm loopt. Hoewel een buitengewone wijkgemeente in een gemeente met verschillende modaliteiten de meest kerkelijke oplossing is om een minderheid te integreren, is het toch ook een oplossing met de meest verregaande perforatie, die men zich denken kan. Mensen moeten intekenen om bij zo'n wijkgemeente te behoren. Daarom gaat het besluit van de CK te Nijkerk veel verder dan het voorstel van het hoofdbestuur beoogde.
We vragen ons af of dit besluit in feite niet is genomen om elkaar kwijt te raken. Vragen in deze gelden de CK, ze gelden ook de 'verontrusten', die lijken te bewilligen in een buitengewone wijkgemeente, en dus in een 'status aparte'. En dat, terwijl men ten opzichte van elkaar moest verklaren, dat 'Schrift en belijdenis' niet in het geding zijn, al voegde de vertegenwoordiging van de centrale kerkeraad daar aan toe 'objectief; 'subjectief lag het anders.
Men mag al blij zijn, dat oorspronkelijke plannen voor een deelgemeente niet zijn doorgegaan. Maar dit kan, naar ons oordeel, ook de oplossing van de kwestie in Nijkerk niet zijn. Welke hervormd gereformeerde predikant zal bereid zijn in zo'n situatie te treden?
Zorg
'Nijkerk, een teken', zou ik met een variant uit de schoolstrijd ('Hardegarijp, een teken') willen opmerken. Het zijn zorgelijke ontwikkelingen, die zich voordoen. Waar is het kerkelijk, liever nog het gemeentelijk besef onder ons? De heer Teeuw had gelijk. Het is tanende. Onze positie in SoW wordt er aanmerkelijk door verzwakt. Dat heeft ook consequenties in de gemeenten.
Gemeenten versmallen. Gemeentelijk beleid versmalt navenant. Er was ooit een generatie van leidinggevende dominees - L. Vroegindeweij, W. L. Tukker, J. van Sliedregt, G. Boer, L. Kievit, om er slechts enkelen te noemen - die elkaar in hun verscheidenheid accepteerden, hoewel soms ook kritiseerden, maar die in principe in de breedte van de hervormd gereformeerde gemeenten konden worden beroepen. Het is er vandaag verre van.
Er doet zich dan ook een indringende vraag voor, die voor elke kerkenraad relevant is. Verscheidenheid heeft zich in hervormd gereformeerde kring altijd voorgedaan. Over historisch besef gesproken. Soms gingen in het verleden ook de tegenstellingen hoog, hetgeen zelfs tot uitdrukking kwam in scherpe polemieken. Vandaag slaat echter de fragmentatie toe, gevoed door het moderne levensgevoel. Er zijn in hervormd gereformeerde kring in toenemende mate de circuits en de circuitjes. Dat moet fnuikend heten voor gemeenten. De onderlinge acceptatie vermindert. Men scherpt elkaar daardoor ook niet meer op. Het gaat ook vaak niet meer echt om de vragen van 'Schrift en belijdenis' maar om attitude, om 'houding'; of om 'ervaring' ook, en dat laatste is zeer modem.
Node
Node stelden we hierboven enkele zaken concreet aan de orde. Het zou goed zijn wanneer elke kerkenraad er zich op zou bezinnen hoever ook in hervormd gereformeerde kring de (vanouds aanwezige) verscheidenheid, naar twee kanten maar wel binnen de grenzen van Schrift en belijdenis, mag gaan. Sommigen staan aan de fronten van de secularisatie. Anderen zijn geroepen te houden wat men heeft. Kan hier geen accolade meer worden geslagen? Voor grote gemeenten speelt de vraag van wettige verscheidenheid bij het beroepingswerk. Voor kleine(re) gemeenten speelt die vraag bij het uitnodigingsbeleid van predikanten voor de zondagse diensten van het Woord. Zijn hier geen verschuivingen en daarom vereenzijdigingen opgetreden? Zullen we elkaar vasthouden? Opdat de gemeenten heel blijven. Waarom zou Huizen niet meer kunnen 'ruilen' met Elspeet, Middelharnis met Ouddorp, 's-Grevelduin-Capelle met Sprang-Capelle, Tholen met Dirksland en Amsterdam met Genemuiden?
We mogen bidden om de heelheid van de gemeente, in wettige verscheidenheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's