Open vensters naar Jeruzalem (2)
'Daniël nu had in zijn opperzaal open vensters tegen Jeruzalem aan.' (Daniël 6: 11m.)
Daniël had het gebod van de koning overtreden. Hij was des doods schuldig. Zijn vijanden juichten. Nu is het met hem gedaan. Zij nemen hem gevangen, brengen hem naar koning Darius en werpen hem ten slotte in de leeuwenkuil.
En de afloop? Wij allen zullen die wel weten. Daniël zegt zo treffend: 'God heeft de muil der leeuwen toegesloten, dat zij mij geen kwaad gedaan hebben'. Hij redt van de dood! 't Is een wonder van die God, bij Wien uitkomsten zijn, zelfs tegen de dood. Dat is niet weinig, maar onuitsprekelijk groot!
Daniël belijdt, dat de almachtige God Zelf de muil van de leeuwen toegesloten heeft, zó volkomen, dat hierna een heidense vorst openlijk moet erkennen: daar is geen God, Die alzo redden kan, gelijk Deze. Hij heeft Daniël uit de macht der leeuwen verlost.
Maar zou Hij, Die daartoe bij machte is, ook ons dan niet verlossen uit alle noden en gevaren, die ons persoonlijk, maar ook als gezin en Kerk bedreigen?
Hij kan en Hij zal! 'Op Uw noodgeschrei, doe Ik grote wond'ren'. Maar dan ook alleen op het gebed. Als Daniël de vensters gesloten had, als hij voor de bezoeking bezweken was, dan zou hij nooit zo Gods bewarende hand hebben ervaren. Ook hij was zwak en weerloos in zichzelf. Ook hij had geen kracht en moed in zichzelf, maar wél geopende vensters naar Jeruzalem. En dat was zijn behoud!
Daarom mogen wij ons wel afvragen: Zijn onze vensters wel open, open naar de hemel? Is dat soms de oorzaak, dat alles zo onzeker, zo vaag en donker vaak is, omdat bij wijze van spreken, onze vensters gesloten of beslagen en verduisterd zijn door allerlei invloeden van binnen en van buiten? Doe dan, gelijk Daniël, en bid en doe belijdenis voor de Heere, onze God.
Stel u dan voor het open venster, wanneer u begeert heilig voor God te leven, maar steeds meer ongerechtigheid in uw hart ontdekt, dat er in u, in uw vlees, geen goed woont.
Stel u dan voor het open venster met al uw zonden en schuld, als u bevreesd zich afvraagt: hoe zal ik ooit voor God bestaan kunnen, hoe word ik ooit van mijn schuld en zonden verlost?
Hij alleen is een machtig en genadig God, die u daarvan verlossen kan. Jezus' bloed toch reinigt van alle zonden en Hij heeft toch volkomen aan Gods gerechtigheid voldaan op Golgotha. Daar in het hemelse Jeruzalem, zo lezen wij in de Hebreeënbrief, is Hij de bedienaar van de ware tabernakel. Stel u dan voor de open vensters, hoe donker de nacht ook is, en hoe machtig en hoeveel Gods vijanden ook zijn.
Stel u dan voor de open vensters, hoe de wereld ook kraakt op haar fundamenten en hoe donker ook in onze tijd de toekomst zijn mag.
Stel u dan voor de open vensters met al uw zorgen, noden, vragen en problemen van het gezin en persoonlijk leven.
Hij, de Heere hoort het gebed en houdt Zijn machtige handen beschermend en bewarend over ons uitgebreid.
Daar is geen nood, voor wie zo in nood verkeren! Dat wil uiteraard niet zeggen, dat wij altijd en uit iedere nood gered worden. Hoeveel christenen zijn later niet voor de leeuwen geworpen, of zijn levend verbrand. Hoe werd en wordt ook nu nog van vele kanten de Chr. Kerk bedreigd en onderdrukt.
En hoeveel christenen moeten hun kruis en beproevingen heel hun leven dragen. En tóch, ook dan behoeft hun leven niet mislukt en de gebeden niet onverhoord te zijn! Hij gaf moed en krachten, zodat de martelaren de leeuwen rustig in de ogen konden zien, en anderen zingend de brandstapel beklommen. Zij gingen immers niet hun ondergang, maar hun verheerlijking tegemoet.
En als de doorn in het vlees pijnlijk blijft steken, dan mogen ze ervaren, dat Gods genade hun genoeg is.
En dat alleen, omdat God, de Vader, Zijn Zoon geen verhoring heeft gegeven aan het kruis; omdat Hij Hem niet verlost heeft van de leeuwen, dood en ellende. Anderen heeft Christus verlost, maar niet Zichzelf, en de God des levens heeft Hem ook niet bewaard voor de macht van de dood, zodat Gods Gemeente mag zingen:
'Gij hebt, o HEER', in 't dood'lijkst tijdsgewricht, mijn ziel gered, mijn tranen willen drogen'.
En daarom, vertoon u maar veel voor de open vensters, die naar het hemels Jeruzalem uitzien. Eenmaal, vroeger of later, langzaam aan of heel plotseling zullen onze ogen, die in Prediker 12 zo treffend genoemd worden 'de vensters', gesloten worden. Maar geen nood voor hen, die hier 'geopende vensters' gekend hebben. Gelijk Noach de moe gezworven duif, na de zondvloed, door het geopende venster van de ark naar binnen haalde, zo mogen zij dan rusten in Jezus' uitgebreide Middelaarsarmen eeuwig en altoos.
'Veilig in Jezus' armen, veilig aan Jezus' hart, daar in Zijn teer erbarmen, daar rust mijn ziel van smart'.
En daar behoeven de vensters niet meer geopend te worden, want daar mogen wij, naar Gods beloften. Hem zien van aangezicht tot aangezicht.
Hem, die Zich voor de Zijnen heeft doodgeliefd aan het kruis, opdat die God hen uit de macht van leeuwen, satan en dood verlossen kon!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's