De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

11 minuten leestijd

Zonderlingen?
In De Reformatie schreef prof. dr. F. van der Pol (hoogleraar aan de Theologische Universiteit te Kampen) een aantal artikelen over de Vroege christenen. In het nummer van 8 augustus gaat hij in op de maatschappelijke houding die de samenleving in de eerste eeuwen innam ten opzichte van de christenen. Hij schrijft dat martelaren met sympathie werden bekeken. Anderen verachtten de christenen op intellectueel gebied en versleten hen voor a-culturele, atheïstische naïevelingen. Weer anderen hadden kritiek op de christelijke ethiek. Prof. Van der Pol gaat in het artikel waaruit we dit keer citeren in op de reacties van de eerste christenen op deze vooroordelen en kritiek. De woordvoerders van de christenen worden wel de Apologeten genoemd. Ze hebben hun best gedaan om met de stukken aan te tonen dat alle vooroordelen ongegrond waren. De christelijke levenswijze stemde overeen met de hoogste ethische idealen. Prof. Van der Pol citeert uit een apologie van Justinus Martyr.

'Justinus maakt de keizer en diens zonen de levensstijl van de christenen duidelijk: "Met seksuele uitspattingen houden christenen zich niet op. Wat bij u openlijk in praktijk wordt gebracht en uw goedkeuring geniet, daar nemen wij afstand van. Zo leren christenen dat het slecht is pasgeboren baby's te vondeling te leggen. De praktijk leert, dat deze - als ze al blijven leven - aan ontucht worden prijsgegeven. Wij die vroeger ook opgingen in ontucht, zijn nu gericht op kuisheid. Wij die elkaar haatten en vermoordden, die ons huis niet openstelden voor wie niet tot dezelfde volksgroep behoorden, wij leven nu, na de komst van Christus, als disgenoten. Wij bidden voor onze vijanden en trachten hen die ons ten onrechte haten met christelijke liefde te overtuigen". "Ditzelfde kunnen we waarnemen bij velen. Ze veranderden hun levenswijze. Ze gaven zich gewonnen, na van dichtbij de ingetogen levensstijl van hun gelovige buren gadegeslagen te hebben of hen in het zakendoen te hebben meegemaakt. Dat wil niet zeggen dat er geen onechte christenen zijn. Constateert men bij sommigen dat ze niet volgens deze leer leven, laat men dan weten dat ze geen christen zijn, ook al belijden ze Christus' leer met de lippen", aldus Justinus Martyr.'

Nog een citaat van een andere Apologeet onderstreept eveneens de loyaliteit van de christenen tegenover de staat en laat zien aan welke hoge ethische eisen men vasthoudt.

'We lezen ook van een apologie die gericht was aan de Romeinse Senaat. De schrijver, Tertullianus (ca. 150-223), stelt zich in zijn Apologeticum (197) heel loyaal op tegenover de staat. Hij keert zich tegen de mening dat het Romeinse Rijk zijn macht te danken heeft aan de heidense religie. Hij wijst er ook op dat christenen voor de keizer bidden en voor het voortbestaan van diens rijk: "Wij bidden voortdurend voor het welzijn van de keizer. We vragen voor hem om een lang leven, om ongestoorde macht, om veiligheid in zijn huis, om dappere legers, om een getrouwe senaat, om eerlijke onderdanen, om een vreedzame wereld. Dat neemt niet weg dat we weigeren bij zijn persoon te zweren. Als de staat of de keizer de plaats van God inneemt. moet een christen zich verzetten. Het is belangrijker God te vrezen dan de proconsul of de keizer", aldus Tertullianus. En hij vervolgt: "Christenen worden uitgemaakt voor vijanden van de samenleving, omdat ze thuisblijven als de keizer weer één van zijn brasserijen organiseert; wanneer de keizer alles naar buiten draagt en er in de straten gedineerd wordt, zodat de hele stad begint te ruiken als een taveerne. Er wordt dan modder met wijn aangemaakt en na de maaltijd begint iedereen rond te jagen en worden er bendes gevormd om misdaden te plegen en ontucht, onbeschaamdheden, verleidelijke plezieren, ongeremde lusten. Moet je deze immorele losbandigheden beschouwen als loyaliteit? Is het een eerbare praktijk als je je huis bij publieke feesten zo inricht, dat het op een boerenhuis lijkt? " Tertullianus bekritiseert de levensstijl binnen de Romeinse samenleving. Hij merkt op dat er nauwelijks meer verschil is te zien tussen wat men noemt eerbare dames en prostituees. In ieder geval niet wat betreft hun kleding. Gematigdheid en soberheid zijn in onbruik geraakt. De goden worden niet gebeden om een goed huwelijk, maar om echtscheiding.

Tertullianus haalt gewoontes van christenen aan die blijk geven van sociale bewogenheid: "Het is gebruik dat iedereen op een bepaalde dag van de maand geheel vrijwillig een zeker bedrag apart legt. Dit geld wordt niet uitgegeven aan feestmalen en brasserijen, maar om armen te begraven, kinderen zonder ouders te onderhouden, ouderen die aan huis gebonden zijn te helpen, matrozen die schipbreuk hebben geleden bij te staan, om slaven die in de mijnen moeten zwoegen en wie op eilanden en in gevangenissen zijn ondergebracht, het leven te verlichten. Wij zijn bereid bezittingen te delen met elkaar: alles wat we hebben, is gemeenschappelijk, behalve onze vrouwen. Dit enige aspect dat jullie met elkaar delen, daarin delen wij bewust niet".'

Tertullianus kan het naar waarheid zeggen dat christenen goede burgers zijn, een zegen voor het Rijk. Er gaat een genezende invloed op de samenleving van hen uit. Prof. Van der Pol onderstreept dat Tertullianus' Apologie helder en aansprekend is. De doorsnee-Romein kan het goed begrijpen en precies weten wat hij bedoelt. Hij geeft inzicht in de maatschappelijke betrokkenheid van de christen in die tijd. Uit de Apologie blijkt ook de diaconale instelling van de eerste christenen en hun sociale inzet binnen een heidense cultuur.

'Eenzelfde bericht vinden we in de (Eerste) apologie van Justinus Martyr: "Wie de middelen heeft, geeft naar believen wat hij wil. Wat op deze manier bijeengebracht is, daarmee helpen we weduwen en wezen, degenen die door ziekte of om een andere reden behoeftig zijn, de gevangenen en de vreemdelingen in de gemeente; ook verlenen we sociale hulp aan allen die in de stad zijn". We zien hier de christelijke kerk bezig zoals deze zich via de bekende handelsroutes langs de hoofdwegen en rivieren van het Romeinse Rijk had verspreid; christelijke gemeenschappen die tot in de tweede helft van de derde eeuw gevestigd waren in vooral stedelijke gebieden met hun eigen problematiek. De christenen streefden een relatieve harmonie na met hun heidense buren. Ze bouwden een duidelijke reputatie op tijdens de rampen die de Romeinse wereld troffen vanaf het midden van de derde eeuw. Het staat vast dat er in het jaar 251 in Rome meer dan 1500 weduwen en armen werden ondersteund door de christenen in deze stad. Christenen zorgden voor de armen. De latere keizer Julianus de Afvallige (361-63), die zelf ook enige tijd christen geweest was, moest toegeven dat het zorgen voor de armen door de christenen veel bekeringen tot gevolg had. "Waarom", zo schreef hij. "hebben wij geen oog voor hun goedwilligheid tegenover vreemdelingen, voor hun zorg voor de doden en voor de heiligheid van hun levens die samen de grootste oorzaak vormen voor de toename van wat door ons gezien wordt als atheïsme? "'

Prof. Van der Pol trekt dan enkele conclusies. Tegenover de onzedelijkheid van het heidendom stellen de Apologeten de zedelijkheid en de hoge sociale moraal van het christendom. De wereld is de plaats waar de christen ook door zijn gedrag voor Christus moet winnen.

'De levenswijze van de christenen, hun leven als gemeente en hun gedrag in de samenleving hadden een wervende werking. Een echt christelijke levensstijl heeft vandaag ook uitstraling: Een verworden cultuur is gebaat met een werkelijk doorleefde christelijke sociale en persoonlijke ethiek.

De deelname van christenen aan het maatschappelijk verkeer vormde een belangrijke missionaire factor. Rondreizende evangelisten volgden de bekende handelsroutes. Christenen deelden hun geloof mee als ze langs de wegen reisden. Christelijke handelaren evangeliseerden. Voor vandaag betekent dit een uitdaging op het punt van de toegenomen mobiliteit en internationalisering: de christen die actief bezig is in de (internationale) handel en het (elektronische) verkeer, beschikt over een belangrijk instrument om het christelijk geloof in de samenleving present te stellen.

De christelijke gemeenten in de Vroege Kerk waren hoofdzakelijk stadsgemeenten. Het waren zelden complete families die christen werden. Veel vaker waren het individuen. Christenen zorgden voor de kansarmen in de maatschappij. Voor vandaag houdt dit een uitdaging in op het punt van christelijke dienstverlening: In een over-geprofessionaliseerde en op doelmatigheid ingerichte zorgsector vormt de christelijke traditie van maatschappelijke dienstverlening en het liefdebetoon aan naasten en buren een zeer belangrijke factor. Dit raakt collectieve samenlevingsverbanden; maar gezien de toegenomen individualisering in de samenleving zeker niet minder ook de persoonlijke contacten. Christelijke naastenliefde dienen we in toenemende mate te beschouwen als een niet te onderschatten oorzaak van kerkgroei.'

Een slotconclusie waar we onze lering mee kunnen doen. Onze samenleving lijkt in toenemende mate, althans in ethisch en maatschappelijk opzicht, op die waarin de eerste christenen leefden. We kunnen aan hen en hun levendige dialoog met de samenleving nog altijd inspiratie opdoen.

Bij-zonderling?

Iemand die op allerlei manieren als christen probeert de discussie met zijn tijdgenoten aan te gaan, is bisschop Muskens van Breda. Hij kan het politici soms lastig maken met zijn kritische vragen, bijvoorbeeld over het probleem van de armen in onze samenleving. Wat hij er in ieder geval mee bereikt, is belangstelling van de media en daar kunnen politici weer niet omheen, of ze dat nu leuk vinden of niet. In de Volkskrant van 29 augustus stond zijn antwoord op de vraag naar de portefeuille van Bisschop Muskens. De redactie van het katern Economie vraagt wekelijks een bekende Nederlander naar zijn of haar omgang met geld en goed. Muskens gaf er dit antwoord op:

'Ik interesseer me niet voor geld. Elke maand maakt het bisdom 1723 gulden en 32 cent over op mijn rekening. Daarover betaalde ik vorig jaar 4424 gulden belasting. Wat overblijft, besteed ik aan boeken, kleding en reizen. Zo nu en dan help ik nog wat arme mensen. Vergeleken bij hen heb ik het immers veel te goed. Ik geniet kost en inwoning van het bisdom en ik heb ook nog een auto met chauffeur. Over niet al te lange tijd ontvang ik AOW en pensioen.

Ik bezit vier stoelen, waarvoor ik bij elkaar duizend gulden heb betaald, een bed, veel boeken en een aantal souvenirs uit de landen waar ik ben geweest. Verder probeer ik mijn bankrekening zo te bewaken dat er hoogstens tienduizend gulden op gevonden wordt bij mijn overlijden. Daar kunnen ze de uitvaart van betalen, plus een eenvoudig kruis op mijn graf.

Ik kom uit een welgestelde boerenfamilie, maar geld speelde in de familie geen rol. Het was gewoon goed leven. Ik wist al zeer jong dat ik priester wilde worden. Mijn ouders betaalden de opleiding, ik meen vijfhonderd gulden per jaar. In 1962 werd ik tot priester gewijd in Den Bosch. Van de parochie kreeg ik kost en inwoning, plus vijftig gulden in de week. Sindsdien heeft de kerk altijd in mijn onderhoud voorzien. Vroeger droomde ik ervan om priester te worden. Maar dat was een geheel andere dan die ik nu ben. Het kerkelijk ambt nu is veel uitdagender. Het gevestigde, verburgerlijkte priesterleven heeft plaats gemaakt voor betrokkenheid. In plaats van dagelijks te worden vereerd, worstel ik nu met kwesties in de samenleving.

We leven in West-Europa op een eiland van welvaart, omringd door een oceaan van vreselijke ellende. Elke dag worden wij een grotere bron van irritatie voor miljarden mensen die in bittere armoede leven. Kunnen wij ons niet matigen? Moeten sporthelden voor vele miljoenen worden gekocht en verkocht? Is het geen schande dat een vertegenwoordiger van ABN Amro vorige week met een glimlach van voldoening op tv verklaarde dat zijn bank dankzij de slechte economie in andere landen nog meer winst had weten te maken?

Ik weet dat er beweerd wordt dat de katholieke kerk zelf ook schatrijk is. Maar dan vraag ik altijd: waar zijn die rijkdommen? Natuurlijk, er zijn kerkgebouwen. Maar die vertegenwoordigen toch geen marktwaarde? Je raakt ze aan de straatstenen niet kwijt als je ze zou willen verkopen. Al die kerken in Rome? Zeker, daar staat een prachtig cultureel erfgoed. Maar dat is wel geheel geconfisqueerd door de Italiaanse staat en door de gemeente Rome. Of ze zijn in particulier bezit. De katholieke kerk bezit helemaal geen vermogen. Wat ze heeft, geeft ze weg. Het zijn vooral Nederlanders die zich over die vermeende rijkdom beklagen. Dat komt doordat ons land zelf zo weinig cultureel bezit heeft, denk ik.

Ik probeer door mijn sobere leven een voorbeeld te zijn voor anderen. In de politiek zie ik helaas een andere tendens. In het regeerakkoord en in de regeringsverklaring is nauwelijks aandacht voor de armen. Wel voor tweeverdieners. Daar verzet ik mij tegen.'

In een ingezonden stuk enkele dagen later merkte iemand terecht op dat als je kost en inwoning geniet plus een auto met chauffeur van het bisdom, dat ook inkomen is, waardoor het totale plaatje nog niet eens zo sober is als het lijkt. In ieder geval méér dan de armen voor wie hij, overigens zeer terecht, opkomt. Dat hij sober leeft zal zeker waar zijn. Daarin is hij een voorbeeld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 september 1998

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 september 1998

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's