Om de heiligheid van het leven
In twaalf regio's werden weer de ambtsdragersvergaderingen van de Gereformeerde Bond gehouden, namelijk op de vrijdagavonden 4 en 11 september. Ondergetekende sprak te Woerden en Harderwijk. De tekst van het referaat wordt in drie afleveringen geplaatst. v. d. G.
'Ethiek grensbepalend voor de kerk' (1)
Inleiding
'Gedraag je', zeggen mensen tegenover elkaar. Dat is eigenlijk ethiek: 'gedraag je'. Dan gaat het om het gedrag, het gedragspatroon van mensen onderling. Ethiek als vak is eigenlijk zedenleer. We benaderen dit thema in deze vergaderingen niet op een wetenschappelijke wijze, maar het gaat om onze levenshouding, om goed en kwaad.
Binnen iedere levensbeschouwing is sprake van ethiek. Godsdiensten hebben elk ook een eigen ethiek. Er is ook een algemene ethiek, noem het humanistische ethiek. Daarin staat de humaniteit centraal, de wijze waarop mensen met elkaar omgaan.
In de christelijke ethiek gaat het om een dimensie meer. Allereerst is christelijke ethiek als het goed is genormeerd aan de Heilige Schrift. En dan gaat het om de levenshouding, het levensgedrag van mensen, allereerst ook tegenover God en dan ook tegenover elkaar. Het leven van ons mensen is immers geschapen leven en voltrekt zich voor het Aangezicht van de Schepper.
In de dogmatiek wordt de heilige leer vertolkt, in de ethiek gaat het om het leven. Overigens is er geen scheiding aan te brengen tussen dogmatiek en ethiek. Er is immers een twee-eenheid van leer leven, van woord en daad. Woord en daad zijn zelfs één in de Schrift (Dabar). Om het nog anders te zeggen: rechtvaardiging staat niet los van heiliging.
Het hele leven
In de ethiek gaat het intussen om het hele leven: het persoonlijke leven en het leven in de bredere verbanden van de wereld. Ethiek valt te onderscheiden in arbeidsethiek, milieu-ethiek, sociale ethiek, oorlogsethiek, persethiek. Maar ook in dit alles gaat het om het persoonlijke gedrag van mensen, om hun levenshouding.
De afgelopen tientallen jaren was er een verschuiving zichtbaar van de dogmatiek, de christelijke leer naar de ethiek en dan met name naar de macro-ethiek, de ethiek inzake de grote levensverbanden. We kunnen hier denken aan de kernbewapening, aan de rassenkwestie, de milieuproblematiek. Soms werd de wijze, waarop over deze zaken werd gedacht, tot 'status confessionis', tot staat van belijden verklaard.
Dan rijzen vragen over ethiek en tucht. Wanneer mensen of groepen van mensen óver grenzen gaan, hoe zal dan de kerkelijke tucht funtioneren?
Tenslotte zij ter inleiding gezegd, dat ethiek voor het persoonlijke geloofsleven van het grootste belang is. De afgelopen jaren wordt her en der gesproken over 'groei in het geloof. Dat is op zich een bijbels gegeven al zien we hier soms een tendens van zelfwerkzaamheid, los van de rechtvaardiging. De apostel Paulus begint echter zijn brieven vaak met dank uit te spreken over het geloof van de gemeenten aan wie hij zijn brieven richt en spreekt dan over 'de liefde, die men heeft tot alle heiligen. In de wijze van omgaan met elkaar komt het geloof tot uitdrukking. Daarom staat levend geloof ook naar groei wat in de vruchten openbaar komt. Paulus bijvoorbeeld spreekt in 2 Korinthe 9 : 10 over 'vermeerdering van de vruchten der gerechtigheid'.
In het hiervolgende gaan we op drie terreinen nader in. Allereerst trekken we enkele Bijbels-theologische lijnen, vervolgens gaat het over de roeping van en binnen de gemeente en de kerk en tenslotte eindigen we met enkele concrete aandachtsvelden.
De Schrift over de heiliging
Het levensgedrag van een christen wordt aangeduid met levensheiliging. Het leven dient heilig te worden gehouden. Wat heet heilig? Het groot woordenboek van Van Dale zegt bij het woord heilig, dat dit betekent 'zonder zonde', 'geestelijk volmaakt' en dat dit slechts geldt van God en Christus. Inderdaad God is de Heilige, de Verhevene. De Schrift spreekt ook over Zijn heilig Kind Jezus en we belijden de Heilige Geest.
Maar intussen heeft deze heilige God Zich met het leven van onheilige mensen verbonden. In Psalm 22 : 4 lezen we: Doch gij zijt heilig, wonende onder de lofzangen Israels'. In de lofzang van zondige mensen wordt de heilige God lof toegezongen. En bidden we ook niet in het Onze Vader Uw Naam worde geheiligd!
Maar dan vraagt de Eeuwige en Heilige God van Zijn volk ook om een heilig leven. In 1 Petrus 1 : 15, 16 lezen we 'Als gehoorzame kinderen, wordt niet gelijkvormig aan de begeerlijkheden, die te voren in uw onwetendheid waren. Maar gelijk Hij, Die u geroepen heeft, heilig is, zo wordt ook gij zelf heilig in al uw wandel'. En dan wordt heel pregnant gezegd: Daarom dat er geschreven is. Weest heilig, want Ik ben heilig'.
In de Schrift komt zo het woord heilig honderden malen voor. Als een afglans, een afspiegeling van de heiligheid van God. Waar God echt Zelf onder Zijn volk wilde wonen, in de Tabernakel werd gesproken van het Heilige der Heiligen. Wie zal daar toetreden en leven? ! Maar verder wordt de aanduiding heilig gebruikt voor personen en voor zaken.
Gelovigen heten zelfs heiligen. Zo begint Paulus zijn brieven aan de gemeenten van Efeze en Kolosse. De gemeente van Macedonië en Achaje doen handreiking aan de heiligen in Jeruzalem (Romeinen 15 : 26).
Gelovigen als heiligen kunnen in dit opzicht niet in de schaduw van de heilige God staan. Ze zijn dan ook geen heiligen in zichzelf, maar ge-heiligden, geheiligden in Christus Jezus.
De Schrift leert ons bovendien geen perfectie. De mens bereikt nooit een volmaakte status. Hij blijft zondaar tot de laatste snik. Paulus zegt, en dat geldt zijn hele leven, Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen van het lichaam dezes doodsl Maar nochtans ook: ik dank God door Jezus Christus, onze Heere (Rom. 7 : 25). Mensen, gelovige mensen zijn, zoals van Kohlbrugge werd gezegd onheilige heiligen. Door het geloof wordt de mens gerechtvaardigd, wordt hij ook geheiligd. Daarom betekent groei in het geloof wel groei in heiliging.
In Openbaring 22 : 11 lezen we de twee kanten; 'Die onrecht doet, dat hij nog onrecht doe; en die vuil is, dat hij nog vuil worde; en die rechtvaardig is, dat hij nog gerechtvaardigd worde; en die heilig is, dat hij nog geheiligd worde.' Maar dan staat er ook het beloftevolle woord: En zie ik kom haastig; en Mijn loon is met Mij, om een ieder te vergelden, gelijk zijn werk zal zijn'.
Apart
In de heiliging van de christenmens ligt ook afzondering begrepen. Door de doop is de gelovige apart gezet. 'Mijn volk zal alleen wonen', wordt van het volk van het oude verbond in het Oude Testament gezegd. Minder zonden doen, meer zondaar worden, zei men vroeger. In dat apart gezet zijn is de levensheiliging gestempeld door de verborgen omgang met God in de vreze des Heeren. Als kerntekst daarbij zouden we kunnen noemen Micha 6 : 8 'Hij heeft u bekend gemaakt, o mens, wat goed is; en wat eist de Heere van u, o mens dan recht te doen en weldadigheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God? ' Dat is de les van Micha 6. Een kerntekst mag het heten voor de persoonlijke ethiek.
In de ootmoedige wandel met God, zoals ook gold voor Henoch in het begin van de mensheid, is opgenomen het doen en nastreven van het recht en het liefhebben van de weldadigheid of de barmhartigheid.
Geboden
Op die weg, waarop de Godvrezende met Zijn God wandelt, heeft de Heere Zelf Zijn heilzame geboden gegeven, zijn heilige geboden. Ook van de wet geldt, dat ze heilig is; en het gebod is heilig en rechtvaardig en goed. (Rom. 7 : 12) Hoewel echter de wet heilig is, heiligt de wet zelf de mens niet, zegt de Hebreeënbrief (Hebr. 10 : 1). Voor die heiliging is meer nodig. Dat lezen we in Hebreeën 10 : 9: Zie Ik kom om Uw wil te doen, o God', zei de Borg. We worden geheiligd door het offer van het lichaam van Christus, dat éénmaal is geschied (vers 10). Daarom is in de verzoening, door het offer van Christus op het kruis van Golgotha ook de heiliging van de mens begrepen. Heiliging is dan ook ten diepste gave van Christus. Daarom kan en mag heiliging ook nooit leiden tot een wettische kramp.
Wel is heiliging dan ook opgave. En dan in die zin, dat het gebod ten goede is en een gebod is met een belofte. Psalm 119 is zo één grote lofzang op de geboden en de inzettingen des Heeren. Daar wordt gesproken over de vreugde der wet.
In Mea Shearim, in de Joodse orthodoxe wijk in Jeruzalem, kan men mensen tegenkomen, die de hele dag bezig zijn met het lezen van de Thora. Desgevraagd zeggen ze, dat dat voor hen vreugde is: de vreugde der wet. Hoeveel te meer zal dan voor de christen de vreugde der wet gelden, omdat de wet immers door Christus vervuld is en als zodanig leefregel der dankbaarheid is? 'In alle volmaaktheid', zegt Psalm 119 : 96, 'heb ik een einde gezien, maar Uw gebod is zeer wijd.' Daar is geen einde aan. 'Hoe lief heb ik Uw wet! Zij is mijn betrachting de ganse dag' (vers 97).
Geheiligd
Wat wordt er dan allemaal geheiligd in het leven van de christen? We mogen zeggen, dat bijvoorbeeld de tijd wordt geheiligd. De zondag bijvoorbeeld is een heiligdom in de tijd. Bedoeld om Gods Naam te heiligen, maar tegelijkertijd bedoeld om tot rust te komen. Als zodanig heeft de zondag ook een afglans naar het Sabbatsjaar en het Jubeljaar. Dit heeft betekenis voor de sociale ethiek.
Verder wordt in het leven van de christen de schepping geheiligd. In Psalm 8 lezen we de scheppingsopdracht. Maar deze Psalm is ingeklemd tussen de woorden aan het begin en aan het eind Heere onze Heere, hoe heerlijk is Uw Naam op de ganse aarde. In de rechte omgang met de geschapen werkelijkheid wordt Gods Naam verheerlijkt. Dat brengt ons tot een rechte milieu-ethiek. Het Oude Testament is in dit verband zeer concreet. Daarover heeft prof. dr. J. Douma behartigenswaardige woorden geschreven. In oorlogstijd bijvoorbeeld mochten bomen niet worden ontbladerd. Toen het volk Israël door de woestijn trok moesten de uitwerpselen worden begraven of het afval worden verbrand. Dat stelt ons voor de vraag hoe we omgaan met het huisvuil.
Wie vandaag door de woestijn trekt in Israël, onder leiding van een joodse gids, wordt getroffen door de zorgvuldigheid, waarmee joden ook met de woestijn omgaan. Men kan in de woestijn eigenlijk nergens schade aanrichten. Maar de woestijn wordt schoon gehouden.
Eschatologisch
Tenslotte mag in dit bijbels theologische gedeelte niet ontbreken, dat de heiliging in het leven van de christen een eschatologisch perspectief heeft, een perspectief gericht op de eeuwigheid.
'De koningen brengen de eer en de heerlijkheid van de volkeren in in het Nieuwe Jeruzalem', lezen we in Openbaring 21 : 24 en 26. Er is kennelijk één en ander in het leven van de volkeren, dat eeuwigheidsperspectief heeft. Een cantate van Bach, de vlag van het Leger des Heils, zei vroeger dr. J. J. Buskes. We kunnen dat moeilijk al te concreet duiden. Maar de strekking is duidelijk: Heere onze Heere, hoe heerlijk is Uw naam op de ganse aarde'. Ook in gerechtigheid onder de volkeren komt dat openbaar. Wanneer dat hier en daar tot uitdrukking wordt gebracht heeft dat eeuwigheidsperspectief. Dat gaat boven het persoonlijke uit. Gerechtigheid verhoogt toch een volk en zonde is de schandvlek der natiën! (Spr. 14 : 34) Daarom heeft men vanuit de Joodse orhodoxie niet zonder reden vragen gesteld aan het christendom inzake de doorwerking van de gerechtigheid na de komst van Jezus, Die door christen beleden wordt als de Messias. Waar is de gerechtigheid van de Messias gebleken in het christelijke Europa en in de christelijke landen? Men wijst dan bijvoorbeeld op de verschrikkelijke holocaust.
In Zacharia 14 lezen we (vers 20, 21), dat zelfs op de bellen van de paarden staan zal DE HEILIGHEID DES HEEREN. En de potten in het huis des Heeren zullen zijn als de sprengbekkens voor het altaar; Ja al de potten in Jeruzalem en in Juda zullen de Heere der heerscharen heilig zijn. Ook hier staat de heiüging in het perspectief van de toekomst. In onze Statenvertaling wordt hier dan ook verwezen naar de teksten uit Openbaring 21 en 22, waarin het over het einde aller dingen gaat.
Tenslotte er is het bekende lied 'Al wat gedaan werd uit liefde tot Jezus, dat houdt zijn waarde en het zal blijven bestaan'. Dit woord komt rechtstreeks uit de Schriften. 'Want God is niet onrechtvaardig, dat Hij uw werk zou vergeten, en de arbeid der liefde, die gij aan Zijn Naam bewezen hebt, daar gij de heiligen gediend hebt en nog dient'(Hebreeën 6 : 10).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 september 1998
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 september 1998
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's