De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wat moeten wij met de nieuwste 'Kuitert'?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wat moeten wij met de nieuwste 'Kuitert'?

8 minuten leestijd

Dr. H. M. Kuitert, emeritus hoogleraar theologie van de Vrije Universiteit, heeft een nieuwe pennenvrucht het licht doen zien, een stevig boek van 320 bladzijden, gewijd aan de christologie. Het.gaat dus om het zicht op de persoon van Jezus Christus. Wie was en is Hij, wat weten we van Hem, welke betekenis heeft Hij voor gelovigen vandaag?

Als altijd is ook deze publicatie met grote publiciteit omringd. Op z'n minst drie dagbladen ruimden op hun voorpagina plaats in voor een bericht over de verschijning van het boek JEZUS - nalatenschap van het christendom. Meteen kwamen de commentaren los, veroordelend van orthodoxe zijde, min of meer instemmend of meer kritisch bevragend uit de breedte van de kerken. In het dagblad Trouw is een serie ingezonden stukken op gang gekomen en het Confessioneel Gereformeerde Beraad heeft een bezwaarschrift aangekondigd. Wat je ook van Kuitert kunt zeggen, hij weet de aandacht te trekken en zijn opvattingen zo aan de man te brengen dat er naar hem geluisterd en op hem gereageerd wordt. De gemiddelde lezer van de Waarheidsvriend zal niet direct naar de boekhandel snellen om 'de nieuwste Kuitert' aan te schaffen, maar hij of zij wil wel graag weten wat er in dat boek staat en of je er als orthodox gelovige wat mee zou kunnen. Ik geef om te beginnen een overzicht in vogelvlucht.

Wat er in staat

Kuitert zet in met wat hij noemt 'de afbladdering van de kerkelijke Christus'. Het traditionele beeld dat de kerkelijke leer van Christus schetst als waarachtig God en waarachtig mens 'doet' het niet meer in deze tijd. Het mes is gezet in de eeuwenoude overlevering die zo onaantastbaar leek. Binnen de kerken is er geen sprake meer van eenheid in het Jezusbeeld. 'Het behoudende deel van de christenheid hoort 's zondags de preken aan zoals ze altijd gehouden werden: Jezus en dien gekruisigd. Het deel dat zich progressief noemt, experimenteert met de betekenis van Jezus dat het een lieve lust is' (17). Kuitert wil bezien of we nu aan willekeur zijn overgeleverd of dat er toch ergens een norm, een meetlatje is waaraan een christologie, een uiteenzetting over de betekenis van Jezus, zou moeten voldoen. Niet dat hij iemand de wet zou willen voorschrijven, want mensen mogen geloven wat ze willen. Maar het zou toch goed zijn te bedenken dat een christologie iets te maken moet hebben met de historische figuur van Jezus van Nazareth zelf.

Voordat Kuitert zijn eigen visie ontvouwt, vertelt hij eerst uitvoerig hoe het gekomen is tot de aantasting van het orthodoxe Jezus-beeld. We worden uitvoerig geïnformeerd over de historisch-kritische benadering van de evangeliën: het is in het leven van Jezus niet gebeurd zoals de evangelisten het beschrijven. De evangelisten hebben als het ware vanuit vrome verbeelding Jezus opgehemeld. Zoals het op vrome prenten de gewoonte was en is om Jezus af te beelden met een nimbus, een stralenkrans om het hoofd, zo is er een krans van legenden om Jezus heen verteld. Dat Hij over het water liep, of dat Hij de jongeling van Naïn of Lazarus uit de dood opwekte zijn zulke verhalen die Zijn bijzondere betekenis willen aangeven. Maar het zou een misvatting zijn om ze te willen lezen als weergave van feiten die ooit in de geschiedenis gepasseerd zijn. Hetzelfde geldt ook van de verhalen over de maagdelijke geboorte van Christus, over Zijn Hemelvaart en zelfs over Zijn opstanding. Het dode lichaam van Jezus is niet weer levend geworden, maar de verhalen drukken de overtuiging uit dat de zaak van Jezus voortgang heeft en dat Hij zelf, net als elke gelovige, eeuwig bij God leeft.

Kuitert gaat dus helemaal mee met de vrijzinnige visie op Jezus zoals die, met alle variaties, sinds de I8e eeuw in zwang is gekomen. Binnen deze vrijzinnige positie maakt hij zijn keuzes om tot een zijns inziens verantwoorde christologie te komen.

De historische Jezus als maatstaf

Kuitert hecht eraan dat wordt vastgehouden aan de historiciteit van Jezus. Er heeft inderdaad een Jezus van Nazareth geleefd, zoon van Jozef en Maria, die door Zijn onderwijs als rabbi indruk maakte onder zijn tijdgenoten. Het is volgens Kuitert onmogelijk dat Jezus zichzelf zag als de Zoon van God, in de zin van het kerkelijk dogma, dus als God uit God, Licht uit Licht, waarachtig God uit waarachtig God. Dat zou al te zeer strijdig zijn met het joodse geloof dat Hij aanhing. Deze Jezus met zijn opmerkelijke profetische boodschap in de lijn van het Oude Testament is aan het kruis vermoord. Zijn volgelingen hebben echter vanuit de overtuiging dat Hij leefde (dat Zijn zaak zich ondanks alles toch doorzette) de verhalen over Hem doorverteld en Hem daarbij meer en meer 'opgehemeld'. Een cruciale positie heeft Paulus ingenomen. Bij deze apostel vinden we namelijk de interpretatie dat Jezus het door God gegeven zoenmiddel is om de verhouding tussen God en de mensen die schuldig tegenover Hem staan, te zuiveren. Voor joden is Jezus als verzoener niet nodig, aangezien die immers vanouds de weg van de verzoening kennen door middel van de offers. Maar het nieuwe van Paulus' visie op Jezus is dat hij nu de heidenen in Jezus een eigen offerlam heeft gegeven en in de Goede Vrijdag een eigen Grote Verzoendag. Kuitert is heel blij met deze visie van Paulus en vult de betekenis van Jezus met name zo in. Er is verzoening nodig, zo beseffen mensen. God moet immers wel toornig zijn vanwege onze zonden. Wij mensen zijn verantwoordelijk voor het kwaad dat wij bedrijven. God neemt ons in die verantwoordelijkheid zo ernstig dat Hij niet zomaar zegt 'zand erover'. De realiteit van Gods rechtvaardige toom moet worden erkend. Maar om toch verder te kunnen in verbondenheid met Hem en om nieuwe mogelijkheden te ontvangen om ons leven te kunnen beteren, wordt er door mensen een ritueel van verzoening bedacht. Daarin spelen we uit dat we weer met God in het reine komen en we nemen aan dat God met dit spel instemt. Joden weten dat al lang en voor hen brengt het evangelie van Jezus dus geen nieuws. Het zou dan ook volgens Kuitert een misverstand zijn om joden op te roepen tot geloof in Jezus als de Messias.

Maar voor niet-joden, heidenen als wij zijn, is dit een evangelie van blijvende betekenis.

De centrale betekenis van Jezus in het christelijke geloof is ook voor Kuitert onopgeefbaar. Tegelijkertijd wil hij echter onderstrepen dat het wel draait om Jezus, maar dat het gaat om God. Jezus mag niet als een tweede God de echte God verdringen. Het is dan ook niet goed om tot Jezus te gaan bidden. Allerlei uitingen van Jezus-vroomheid in liederen worden dan ook zeer kritisch benaderd.

Kunnen we hier iets mee?

Het ligt in de lijn van Kuiterts betoogtrant om de vraag te stellen of we nu met zo'n boek iets kunnen. Het antwoord moet zijn: uiterst weinig. Natuurlijk staan er goede passages en treffende uitspraken in dit boek. De schets die Kuitert geeft van 'leven voor Gods aangezicht. De christelijke religie als praktijk' (198-200) heeft mij aangesproken. Terecht legt hij er de vinger bij dat in bepaalde 'piëtistische', evangelische kringen een Jezus-vroomheid in de plaats dreigt te treden van de omgang met God. Jezus wil geen tweede God zijn. Hij is wel het gezicht van de enige God. Verder schrijft Kuitert zeker goede dingen over de noodzaak van verzoening. Hier geldt het fundamentele bezwaar dat hij 'van beneden' over verzoening spreekt: een door mensen bedacht ritueel waarvan mensen beweren dat God het meespeelt.' Hoe veel rijker is het te mogen weten in geloof dat de verzoening van boven komt. Het gaat niet om een menselijk spel, maar om een goddelijke realiteit!

Verder kunnen we in dit boek nog eens geïllustreerd zien hoezeer alles op drift raakt wanneer we niet langer vasthouden aan de geloofsovertuiging dat God zich in Zijn Woord op betrouwbare wijze heeft geopenbaard. Dan gaan we gissen hoe Jezus wel gedacht zal hebben, terwijl de vele woorden die uit Zijn mond zijn opgetekend en in de evangeliën zijn overgeleverd als 'onecht' worden beschouwd.

Hier gaapt een wijde kloof tussen enerzijds Kuitert en anderzijds gelovigen die de Bijbel van harte aanvaarden als bron en norm voor hun geloofsovertuiging. Een kerk die het Woord van God aanvaardt, dient een christologie al la Kuitert met beslistheid af te wijzen. Doet ze dat niet, dan kan ze wel beweren dat 'zij weert wat haar belijden weerspreekt', maar dan blijkt die bewering een loos gebaar te zijn.

N.a.v.: H. M. Kuitert, Jezus - nalatenschap van het christendom, uitg. Ten Have, Baarn 1998, 320 blz., ƒ 39, 90.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 september 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Wat moeten wij met de nieuwste 'Kuitert'?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 september 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's