De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De vreze des Heeren (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vreze des Heeren (1)

5 minuten leestijd

Inleidende opmerkingen

Na enige artikelen te hebben geschreven over 'De kennis van God' wil ik nu graag uw/jouw aandacht vragen voor een kernwoord uit het Oude Testament, en wel 'de vreze des HEEREN'.

Er zijn er onder de lezers die van jongs af dit woord kennen. Misschien hebt u ten antwoord op de vraag 'wat waren uw ouders eigenlijk voor mensen' wel kunnen en mogen antwoorden 'mijn vader en mijn moeder waren beiden mensen die de Heere vreesden'. Wat daarmee bedoeld wordt verstaan de ouderen nog wel zo om en nabij. Er groeit echter een jongere garde op die deze bijbelse terminologie niet meer zo hanteert. Mogelijk zeggen zij 'waarom zeg je niet gewoon dat je ouders gelovige mensen waren? Dat is toch hetzelfde? '

Nu hebben wij allen ook te maken met een devaluatie van woorden. Niet slechts onze munt, de Hollandse gulden, kan in waarde verminderen - we spreken dan over gelddevaluatie - maar ook woorden kunnen hun zeggingskracht verliezen. Zo is het met het woord 'gelovig'. Wat betekent dat? Dat mensen aan God geloven, zo in de zin van 'weten dat er een God is en met Hem rekening houden' of dat mensen in God geloven en een heel persoonlijke band met Hem hebben?

Om nu weer terug te keren tot 'de vreze des HEEREN', ik hoop u/jou de betekenis van deze uitdrukking bij te brengen; vervolgens wil ik pogen te laten zien hoe belangrijk deze uitdrukking is en tenslotte wil ik ook iets schrijven over het leven in 'de vreze des HEEREN'.

Wat betekent de uitdrukking 'de vreze des HEEREN'?

a. De Hebreeuwse achtergrond In het Hebreeuws staat voor deze uitdrukking 'yir'at JHWH'. Het zelfstandig naamwoord komt van het werkwoord 'yare' en dat heeft de zin van 'vrezen, bang zijn voor iets of iemand, bang zijn dat er wat gebeurt' en dan ook 'eerbied, schroom hebben voor b.v. onze ouders, voor het heiligdom, voor de eed'. Eigenlijk zit in die term een mengeling van vrees en eerbied, van angst en ontzag. Maar sterke nadruk valt op het tweede element. Het zou een mistekening zijn te stellen dat men in de vreze des HEEREN eigenlijk alleen maar... bang is voor God. Ik denk dat bij deze voorstelling van zaken heel wat diepgelovige mensen zouden protesteren. Zij zouden zeggen 'wij zijn niet bang voor de Heere, maar wij hebben diep ontzag voor Hem, we hebben Hem lief en we achten Hem daarom ook hoog'.

Daarmee is tegelijkertijd duidelijk gemaakt dat vreze nog iets anders is dan vrees. Laat ik dit met een voorbeeld uit de praktijk toelichten.

b. Een voorbeeld uit de praktijk

Op de laatste woensdag in de maand maart van het jaar 1948 preekte voor het eerst in de Ned. herv. evang., waar mijn vader voorzitter van was, wijlen ds. Jac. van Dijk uit Garderen. Ik weet dat nog als de dag van gisteren! 't Was kort na Pasen. Hij preekte over de belijdenis van Thomas. 'Mijn Heere en mijn God', Joh. 20 : 26. 'Thomas', zo zei hij, 'beleed de Heiland als zijn Heere, niet als zijn heer.' Er zijn veel heren met een kleine h maar er is er maar Een, Die wij in onze taal met eerbied aanduiden door de grote H. Denk maar aan het verschil tussen huis en huiZE. U woont allemaal in Haarlem en omgeving in een gewoon huis. Maar bij ons op de Veluwe kennen we landhuizen, villa's. Soms staat er op geschreven HuiZE WELTEVREDEN, HUIZE VREUGD EN RUST. Dat staat niet op een gewoon huis. Een huiZE is meer dan een gewone woning. Dat eerste woord huiZE roept al de gedachte op van iets groots, iets wat ontzag inboezemt. Zo moet u ook het verschil zien tussen heer en HeeRE. Geen onaardig voorbeeld om te beginnen, dacht ik.

c. Des of van de

't Lijkt een raadseltje dit wonderlijk opschriftje. Maar ik leg het u/jou meteen uit. We denken na over de betekenis van de uitdrukking 'de vreze des HEEREN'. De woorden 'vreze' en 'HEERE' zijn met elkaar verbonden door het lidwoord de in de tweede naamval; in het Oudhollands is dat de vorm 'des' d.i. 'van de'. En heel vaak wordt door die tweede naamval iets van een bezitsverhouding uitgedrukt. Denk maar aan een uitdrukking als 'het boek des HEEREN'. We bedoelen daarmee te spreken over het boek dat van de HEERE is, dat Hem toebehoort. Als we op gelijke wijze nu zouden spreken over 'de vreze des HEEREN' dan tasten we mis. Bedoelt deze uitdrukking te zeggen dat de vreze, de eerbied, het respect van de HEERE is, dat HIJ dus vreest, dat HiJ eerbied en respect heeft? Neen natuurlijk. Het gaat er juist om dat er ontzag, respect, eerbied voor de HEERE is. Deftig gezegd: er is bij de tweede naamval niet sprake van een genitivus (tweede naamval) subjectivus maar van een genitivus objectivus. De vreze, de eerbied is niet van de HEERE maar is op de HEERE gericht. De vreze richt zich op het object, de HEERE. Die taalkundige uitleg moet ik geven om de uitdrukking te verduidelijken. Ik denk dat u/jij wel wat stof tot nadenken hebt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 september 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De vreze des Heeren (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 september 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's