De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Richtlijnen van de kerk inzake ethiek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Richtlijnen van de kerk inzake ethiek

Ethiek grensbepalend voor de kerk (2)

11 minuten leestijd

Hoe zal de kerk omgaan met de ethische vragen? Welke richtlijnen zal ze geven? Laten we eerst dicht bij huis blijven.

Daar is allereerst de lezing van de wet van de Tien Geboden in de eredienst. De wet heeft een drieledige functie ter ontdekking van zonde en schuld voor het leven der dankbaarheid, en ze heeft een politieke functie.

Verder is er de prediking van de Heidelbergse Catechismus. 'De Heidelberger, de eenvoudige Heidelberger houdt daaraan' vast kinderen', zei Kohlbrugge. Dat ook vanwege de ethiek, vanwege het levensgedrag van mensen. Om heiliging vanuit de rechtvaardiging. De Heidelbergse Catechismus is ook vandaag uiterst actueel. Het gaat daarin om gebed en gebod. Toen prof. dr. C. Graafland dominee was geworden in Amsterdam heeft hij de actualiteit van de catechismusprediking herontdekt. Dat heeft hij één en andermaal gezegd.

In de derde plaats mag er zijn de tijdprediking, met het oog op actuele zonden en noden in de samenleving. Is 'onze' predi­king als zodanig niet éénkennig geworden? Gaat het niet meestal om de verhouding van de persoonlijke mens tot God in de rechtvaardiging van de goddeloze (als het daarover gaat)? Vroeger werden bid en dankdagen gehouden, gericht op de noden en de zonden van de eigen tijd. Zouden we dat in onze tijd niet teveel ontberen? De ethiek, zowel de micro-ethiek als de macro-ethiek, mag in tijdprediking op zijn tijd aan de orde komen. Dat betekent geen actualistische prediking, die achter alle modegrillen aanholt, maar wel actuele prediking ter opscherping en bemoediging van de gemeenten. En om ook duidelijk te maken, dat het ook vandaag in het volle leven van mens en wereld gaat om de eer van God.

Decaloog

In dit alles is de wet des Heeren, de decaloog, de basis. Ooit schreef ds. H. G. Abma een prachtig boekje, getiteld Tien Woorden Ethiek; een ethiek naar aanleiding van de Tien Geboden. Het voorwoord in dit boekje is al een voltreffer. Hij zegt, dat hij met volle graagte zich geworpen heeft op het schrijven van dit boekje. Het is hem namelijk hoe langer hoe meer tegen de borst gaan stuiten, dat christenen 'via het stuk der verlossing in het derde deel van de Catechismus (waar de wet wordt behandeld, v.d.G.) opnieuw een juk van dienstbaarheid aan hun nek krijgen'. 'Ik heb geprobeerd vooral te laten uitkomen, dat de Wet van Christus een instrument van de Geest is om de vermaledijde oude mens te doden en de gezegende nieuwe mens leven en levensruimte te gunnen. (...) Als verlengstuk van het Evangelie is de Wet net zo goed een kracht tot zaligheid voor eenieder die gelooft.'

Dat is een positieve, dankbare benadering van de wet als leefregel der dankbaarheid, grondlijn voor een positieve ethiek naar de geboden; nochtans niet wettisch.

Profetische prediking

In een nadere uiteenzetting inzake de Tien Geboden zegt Abma dan over profetische prediking:

'Het behoeft ons niet te verbazen, dat de profeten gedurig de overtreding van de tien geboden scherp veroordeelden. Het peil van het zedelijk leven viel gemakkelijk af te lezen aan de hand van deze geboden. De tien woorden vormen als het ware het tientallig stelsel met behulp waarvan de overtredingen werden gemeten. Hosea bijvoorbeeld vaart tegen het volk Israël in zijn dagen uit met de volgende woorden:

"Hoort des HEEREN woord, gij kinderen Israels; want de HEERE heeft een twist met de inwoners des lands, omdat er geen trouw en geen weldadigheid en geen kennis Gods in het land is, maar vloeken en liegen en doodslaan en stelen en overspel doen, zij breken door en bloedschulden raken aan bloedschulden."

Jeremia werpt in zijn bekende tempelprediking de vraag op of het volk zal stelen, doodslaan en overspel bedrijven en vals zweren en Baal roken en andere goden nawandelen om dan te staan voor Gods aangezicht in het huis dat naar Zijn Naam genoemd is.

Zeker gaat het bij de profeten voortdurend om de nauwe betrekking tussen de Heere en Zijn uitverkoren volk. Het eerste gebod is voortdurend in geding. Toch op die manier, dat duidelijk naar voren komt, dat de overtreding van het eerste gebod ten gevolge heeft, dat met alle geboden de hand wordt gelicht.'

'Niet voor niets', zegt Abma, staat de behandeling van de wet in de Heidelbergse Catechismus in het stuk van de rechtvaardiging. De wet is niet alleen heilig, maar de wet is ook geestelijk. Abma noemt de wet als zodanig heel treffend 'De radar van de Geest'.

Actueel

Nog één keer Abma: 'De onderhouding van Gods wet geeft een onaantastbaar recht op leven en doet leven'. Daarom is het leven naar de geboden heilzaam en het leven buiten de geboden is heilloos. Zo gaan de concrete geboden heen en weer tussen het heilzame en het heilloze, het positieve en het negatieve.

In de ethiek, in de ethische richtlijnen, naar de geboden van God zal het derhalve steeds gaan om het positieve én om het negatieve. Ik noem enkele voorrbeelden.

In het eerste en tweede gebod is het positieve het doorslaggevende, namelijk dat een mens God lief heeft. Daar hangt alles aan. Dan wordt echter ook gezegd, dat we geen afgoden, geen andere goden zullen liefhebben. Hoe zullen we dat in deze tijd concretiseren? We kunnen denken aan de overdreven lichaamscultus, aan het materialisme, aan de sportverdwazing. In ieder geval gaat het dan altijd om goden, die zichtbaar zijn, terwijl de God, die we liefhebben, geen zichtbare God is; een God, die we 'nochtans' liefhebben (1 Petrus 1 : 8).

In het derde gebod wordt positief gesproken over het heiligen van de Naam. We zullen met eerbied over God spreken en ook over Zijn geliefde Zoon in Wie, zoals de Vader Zelf zegt in het Johannesevangelie. Hij al Zijn welbehagen heeft. Maar vanuit deze liefde tot God en de begeerte om Zijn Naam te heiligen, keren we ons tégen het vloeken, zoals dat vandaag breed in onze samenleving voorkomt; ook tégen veel aanstootgevende reclame in dezen. De Bond tegen het vloeken vraagt hiervoor terecht aandacht.

Recent bracht het dagblad Trouw, ooit leidinggevend voor het christelijk leven in dit land, een interview met de literator Gerard Reve. Deze staat bekent als een 'decadent schrijver'. Hij laat zich deze bejegening ook gaarne welgevallen. In het betreffende interview wordt de decadente taal van Reve, inclusief de meest snerpende Godslasterlijke woorden, onverhuld overgenomen. Mijn hart keert om als ik dergelijke dingen lees.

Zondag

In het vierde gebod gaat het erom, dat de tijd wordt geheiligd. De zondag mag een dag van vreugde zijn ter onderbreking van de zes dagen arbeid, die in de Schrift ook positief worden benaderd. Vanuit de zes scheppingsdagen mogen lijnen worden getrokken naar de arbeidsethiek. Zo heeft de zondag ook een sociale functie. Luther sprak over de sociale functie van de zondag voor de knechten en de meiden, in het taaleigen van zijn tijd. Daarom keren we ons, en dat is de negatieve kant, tegen de 24-uurseconomie.

'Een mens moet van ophouden weten', schreef de recent overleden dr. C. B. Posthumus Meijes. We mogen in deze, ook in het geheel van de Gereformeerde Gezindte, onze zondagsbesteding zelf ook wel kritisch tegen het licht houden. Is al het reizen op zondag verantwoord? In dit ver­ band mag ook gedacht worden aan de rondreizende dominees, die trekken van 'Onstwedde totTerneuzen'.

De tweede tafel

In het vijfde gebod is het positieve, dat we vader en moeder eren, omdat de generaties in de Schrift een positieve betekenis hebben. 'Wat hebt ge daar voor een dienst? vroegen jongeten aan ouderen in Israël (Ex. 12 : 26, 27). 'Dat is de Heere een Paasoffer' antwoordden de ouderen. In de estafetteloop van de geslachten wordt de boodschap Gods doorgegeven. De vraag is of de jongere generatie, in het licht van dit gebod, vandaag op een verantwoorde wijze omgaat met de ouderen. Leven we niet vandaag in een opbergmaatschappij? In ziekenhuizen kan men de meest schrijnende verhalen vertellen over de verwaarlozing van ouders door hun kinderen.

Het gaat niet aan hier alle geboden in extenso te behandelen.

Het zevende gebod spreekt positief over de waardering van huwelijk en gezin en is daarom richtlijn ten opzichte van alternatieve relaties.

In het achtste gebod wordt het eigendomsrecht veilig gesteld. Intussen mogen we samen delen, wat voor handen is. Hoe gaan we in deze om met het materiële? Moet niet kritisch, zéér kritisch zelfs, worden gereageerd op woekerwinsten, goklust, belastingpraktijken? Het negende gebod gebiedt ons positief de goede naam van onze naaste te bewaken tegen lastering. We mogen geen kwaad spreken tegen onze naaste. Het tiende gebod keert zich tegen de egocultuur.

Mr. P. P I. Oud, vroeger burgemeester van Rotterdam en leidinggevend persoon in de liberale beweging van zijn dagen, heeft eens gezegd, dat op de tweede tafel van de wet der Tien Geboden, het hele politieke ethos is te baseren. Ik zou daaraan willen toevoegen, dat dit slechts op verantwoorde wijze tot zijn recht komt in relatie tot de eerste tafel; vanwege de liefde tot God. Maar waar zijn de stemmen vandaag, die normen en waarden relateren aan de tweede tafel van de Tien Geboden? Paars heeft ons gebracht op een liberalistische lijn, die zelfs ver afstaat van de liberale lijn van mr. Oud.

Noachitische geboden

Tenslotte, in dit verband: de joodse gemeenschap herinnert er ons aan, dat we samen, als christenen en joden, de Noachitische geboden honoreren. De Noachitische geboden van Genesis 9 raken de ganse schepping. Dan gaat het over het verbond, dat God opricht met de mens 'en met alle levende ziel, die met u is, van het gevogelte, van het vee, en van al het gedierte der aarde met u, van allen, die uit de ark gegaan zijn, tot al het gedierte der aarde toe'. Hij heeft Zijn boog gegeven in de wolken, die zal tot een teken zijn van het verbond tussen Hem en tussen de aarde. Liggen hier ook niet de grondlijnen vanuit het gebod ten aanzien van de macroethiek?

Bedreigd bestaan - onder de belofte

De christelijke ethiek is vandaag zeer aangevochten. In de aangrijpende secularisatie van dit moment is er niet alleen sprake van een onttrekking van het leven van mens en samenleving aan de kerk, maar vooral aan God. Er is sprake van een ver doorgevoerd mondigheidsdenken, en vrijheidsdenken. We leven in een hedonistische cultuur, zei prof. dr. A. Th. van Deursen, gericht op genot en consumptie. Hier is overigens wel een waarschuwing op zijn plaats. Er zijn ook vandaag hoogstaande humanisten, die opkomen voor normen en waarden in de samenleving. Terecht hebben enige tijd geleden vrijzinnigen geprotesteerd tegen het feit, dat uit hun vrijzinnige theologie geconcludeerd werd tot acceptie van bijvoorbeeld pedofilie. We mogen hier verder denken aan een man als Albert Schweitzer, een vrijzinnig mens, die als geen ander eerbied voor het leven heeft gepraktiseerd. Hij durfde nog geen lieveheersbeestje dood te slaan. Maar de integrale, essentiële beslissingen inzake de ethiek vallen bij de Schrift en het Schriftverstaan, juist ook ten aanzien van alle geboden, die de Heere God ons gegeven heeft, daarbij uitgaande van het eerste gebod; liefde tot God.

Wij constateren als zodanig in onze samenleving een afnemend Godsbesef. Er wordt zelfs gesproken van Godsverduistering. Welnu, .wanneer het besef aangaande God wijkt in de samenleving en de liefde tot God minder wordt, zal het met de ethiek niet goed gaan. We wijzen hier ook op de macht van de media. Het kwaad verbreidt zich vandaag in onze samenleving snel. Wat de tv in dit opzicht te bieden heeft, is nog kinderspel bij wat Internet aanbiedt. De tekenen van het Evangelie worden één voor één uitgewist. Al eerder schreef ik over een artikel in de NRC van de journalist Micha Kat. Hij zegt, dat in een decadente periode de mens louter aan zichzelf denkt en zijn eigen genot najaagt. Men leze hiervoor mijn artikel in de Waarheidsvriend d.d. 20 augustus.

Gewenning

We wijzen intussen op het gevaar van de gewenning, ook bij christenen. Het kwaad penetreert ook de christelijke gemeente. Wij ademen als christenen de moderne cultuur in en wennen langzaam maar zeker aan wat ons aangeboden wordt. Daardoor zien we ook grenzen verschuiven. We hebben dat al gezien ten aanzien van de zondag. De moderne sport bijvoorbeeld heeft de zondag, of de helft ervan opgeslokt in veel christelijke gezinnen. Daartegenover stellen we 'Gij geheel anders, gij hebt Christus leren kennen' (Efeze 4 : 20). Vraagt dat ook niet om enige christelijke ascese vandaag?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 september 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Richtlijnen van de kerk inzake ethiek

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 september 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's