De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

10 minuten leestijd

SCHOONREWOERD

Schoonrewoerd is een klein dorp in Zuid-Holland, gelegen in de Vijfheerenlanden.

Een stichtingsdatum is niet bekend, doch voor het ontstaan moeten we wel terug naar de Middeleeuwen, de tijd dat deze streek in cultuur werd gebracht. Een oorspronkelijk ondoordringbaar moerasgebied, ingeklemd tussen Lek en Linge. Dijken waren er niet, zodat het water er vrij spel had. Dit wil overigens niet zeggen dat er toen nog geen bewoning werd aangetroffen. Opgravingen hebben dit aangetoond.

Toen de engelen boven de velden van Efratha verschenen om de herders te vertellen dat er een Kind geboren was en waarmede onze jaartelling een aanvang nam, woonden er op de stroomruggen in het gebied dat wij thans als de Vijfheerenlanden kennen, al mensen. Van hun taal en namen weten we niets. Ook over hun godsdienst niet. Zijn het zonaanbidders geweest of dienden ze andere goden? We weten het niet en zullen het ook wel nooit weten. Het enige wat we wel van hen weten is dat ze in hutten woonden, waarvan de wanden gemaakt waren van wilgentenen en elzentakken. Ook dat ze al vee hielden en hun doden verbrandden. Maar dat is het dan ook wel zo ongeveer.

Aangenomen wordt dat de ontginning van de Vijfheerenlanden in de 11e eeuw een aanvang nam en in die tijd moet ook Schoonrewoerd ontstaan zijn. Een stichtingsdatum is, zoals voor de meeste dorpen, niet bekend. De naam Schoonrewoerd is een zogenaamde loknaam. In deze woeste streek moest men immers mensen zien te krijgen die voor de ontginning zorgden. De heren Van der Leede en Van Arkel die hier de dienst uitmaakten, meenden dat zo'n mooie naam daaraan wel zou meewerken. Wat ze deden was op zich niet nieuw, want dit soort fantasienamen kwam wel meer voor. De naam Schoonrewoerd kan dus verklaard worden als een schone (mooie) woerd (hoogte).

Reeds in 1112 vinden we de naam vermeld in Andriessen: Historia Dominorum Teysterband, Arkel, enz. Dat was een adelboek, waarvan de betrouwbaarheid vóór 1260 overigens wel in twijfel wordt getrokken. Wél betrouwbaar zijn de oorkondeboeken van het Sticht (Utrecht). Zo wordt op 25 juli 1261 een verzoeningsverdrag gesloten tussen bisschop Hendrik van Utrecht en Otto van Gelre, waarbij één van de bepalingen luidt dat de bisschop de graaf in het rustige bezit zal laten van 'het broek, dat Schoonrewoert genoemd wordt'. Op 26 februari 1292 wordt bovengenoemd verdrag weer bekrachtigd en ook hier gaat het weer over 'het broek dat Sco(n)rewo(e)rt heet'. Waarschijnlijk is het dorp dus nog wel ouder dan 1112, maar het bewijs daarvan ontbreekt.

De naam 'Woerd' wijst dus op een kunstmatige hoogte, waarvan er in deze streek wel meer zijn te vinden.

Kerk en toren

Midden op deze fraaie brink staat de oude Hervormde kerk. De kerk die in het leven van de inwoners een grote plaats inneemt en innam. De robuuste oude toren is in Romaanse stijl gebouwd. De kerk vertoont echter de gotische bouw. De Romaanse stijl van de toren wijst op de hoge ouderdom, evenals de tufstenen onderbouw.

In veel gemeenten werd de toren in 1815 tot burgerlijk eigendom verklaard. In Schoonrewoerd is hierover echter niets bekend. De toren werd van oudsher al door de burgerlijke gemeente van Leerdam onderhouden (en niet door het kerkbestuur). Men beschouwde dus kennelijk lang daarvoor de toren reeds als eigendom van de burgerlijke gemeente.

Helaas betekende dat niet dat ook het onderhoud daarmee verzekerd was. Veel geld daarvoor kon er kennelijk nooit af. Soms lezen we bv. dat er gras op de toren groeide en in 1630 was er zelfs een stuk uit de toren boven het uurwerk ingestort, zodat een drastisch herstel nodig bleek.

In 1839 had eveneens een grote reparatie plaats. Men was toen bang dat de spits er bij de eerstvolgende storm zou afwaaien.

Af en toe deed de toren zelfs dienst als woning. Wanneer het water weer eens hoog tegen de Diefdijk stond en door de grote kwel de bewoners hun huizen moesten verlaten, vonden ze nog wel eens onderdak in de toren. Een aangenaam verblijf zal het wel niet geweest zijn, maar nadat het water was weggezakt kon men het tijdelijk onderkomen ook weer verlaten. In ieder geval zat men er hoog en droog.

Over de stichting van het kerkgebouw is niets met zekerheid bekend. Wie de opdracht tot de bouw heeft gegeven, is echter wel te raden. Vermoedelijk zal het wel een van de heren van Arkel zijn geweest die voor de stichting van het dorp niet alleen de mensen aantrok, maar hen ook in de gelegenheid stelde hun godsdienstplichten te vervullen en hen mede op die manier aan hun woonplaats bond. Ze behoefden dan niet, zoals op andere plaatsen nogal eens voorkwam, ver te gaan om naar hun kerk te komen.

We weten dat de kerk gewijd was aan Maria en onder toezicht stond van het kapittel van Sint Marie, later het Domkapittel te Utrecht. De kerk hoeft overigens niet door het kapittel gesticht te zijn. Ook wereldse vorsten konden een kerk stichten. Ze verleenden dan aan de te benoemen pastoor de middelen van levensonderhoud. En dat was in Schoonrewoerd het geval.

Collatlerecht

Al weten we dan niet wie de stichter van de kerk is geweest, vast staat dat de heren Van Arkel het collatierecht bezaten. Ze benoemden de pastoor en het kapittel van St. Marie verleende hem de kerkelijke waardigheid, al zal er van tevoren wel het nodige overleg zijn geweest.

Dit collatierecht gaf overigens nog wel eens aanleiding tot moeilijkheden. Veelvuldig kwam dit zelfs voor. Dit recht behoorde ook na de Hervorming aan de heer van de Heerlijkheid. Prins Willem van Oranje had dit recht gekregen na zijn huwelijk met Anna van Buren. De kerkenraad wilde wel graag van dit recht af, maar moest het toch niet wagen te doen alsof dit niet bestond. Zo ging bv. ds. Van Oudheusden in 1774 met emeritaat. Daarom wendde men zich met een adres aan Zijne Hoogheid met de vraag de predikant van Herwerden te willen benoemen. Ze vroegen dus niet eerst toestemming een drietal te mogen voordragen, maar dienden direct een voordracht in. Dat was dus geheel tegen de bestaande regels. Uitdrukkelijk werden zij daarom gewaarschuwd voor de gevolgen van zo'n verkeerd optreden en men werd scherp bekritiseerd. Conflicten als deze kwamen veelvuldig voor.

Exterieur

Boven de ingang vinden we een steen gedateerd 1701, waarop de spreuk

'Aleer Ghy in Gods Huys in gaet soo overdenckt U sonden quaet hebt een oprecht berou en leetwesen soo sal God uyt genad om Christy voorbiddingh u alles vergeven. Christus alleen is de waere Hoecksten. Psalm 118 V. 22 Ano 1701 J. D. Bruyn.'

Deze J. D. Bruyn was een der burgemeesteren van Leerdam. In de stadsrekening wordt de levering van deze steen vermeld. Waarschijnlijk is het dan ook een bijdrage van de stad Leerdam aan de kerk van Schoonrewoerd. Overigens wil het bovenstaande niet zeggen dat de kerk toen pas werd gebouwd. Nee, de kerk zelf is van een veel oudere datum, maar in 1701 vond een grote restauratie plaats. De kerk was namelijk al sedert lange jaren in een slechte staat van onderhoud. De laatste herstellingen hadden plaatsgevonden in de jaren 1641-1642. Toen werd het plankendak aan de zuidzijde vernieuwd. Daarbij bleek dat ook een stuk muur moest worden vernieuwd en de leien vervangen. De dominee Daniël Colonius klaagde in de classicale vergadering over het verval van de kerk. Hoe erg het wel was, blijkt uit een brief aan de Prins waarin werd gesproken over een ruïneuze toestand van kerk en toren. Het dak was zo lek dat men bij regen of sneeuw niet in de kerk kon zitten. Het plafond was geheel vergaan en zwart.

Toch duurde het nog tot 1701 alvorens de restauratie rigoureus kon worden aangepakt en de kerk min of meer haar huidige vorm kreeg. Maar toen kon het ook werkelijk niet langer meer, temeer omdat de kerk ook nog eens door een zware storm vernield was.

Het kostte veel geld, veel meer dan de kerkelijke en burgerlijke gemeenten konden opbrengen. Maar de Oranjes hadden niet alleen de rechten als collateur overgenomen, maar ook de plichten. Een bijdrage van de gemeenteleden werd dan ook niet gevraagd. Helaas is er bij deze restauratie toen ongetwijfeld veel waardevols verloren gegaan.

Tot ver in het laatst van de vorige eeuw kon men ook om de kerk heenlopen, maar door de aanbouw van een consistorie in 1874, en meer recentelijk nog weer het kerkelijk centrum, is dit thans onmogelijk geworden. Ongetwijfeld zou de kerk wat fraaier uitkomen wanneer deze net als vroeger geheel vrij zou staan.

In 1955 vond wederom een grote restauratie plaats. Hierbij werden o.a. de buitenmuren van de in 1865 aangebrachte pleisterlaag ontdaan, wat het aanzicht zeer ten goede is gekomen.

Oude kerken hebben vaak gebrandschilderde glazen. De kerk van Schoonrewoerd had die niet. Deze ramen waren immers duur en alleen rijken konden zich veroorloven zulke glazen aan de kerk te schenken. Wél lezen we dat in de ramen van het hoogkoor geschilderde glazen met wapens waren aangebracht. O.a. een raam met een wapen van de graaf van Buren, een glas met een wapen van prins Frederik Hendrik en een met een wapen van prins Willem III. Ter bescherming daarvan waren aan de zijde van het hoogkoor 16 ijzeren staven aangebracht.

In 1798 werden de glazen, die herinnerden aan de Oranjes, op last van de overheid verwijderd. Daarbij werd ook het wapen van Leerdam meegenomen, dit alhoewel het dorpswapen mocht blijven. Helaas is niet bekend waar deze later zijn gebleven. In ieder geval zijn ze nadien nimmer herplaatst.

Interieur

Wie zou verwachten dat in dit mooie oude kerkgebouw een daarmee overeenstemmend interieur wordt aangetroffen, komt bedrogen uit. Met name de restauratie in 1955 heeft daaraan bijgedragen. Zo werd toen o.a. het oude plafond door een betimmering met zachtboard (!) aan het oog onttrokken en ook de banken en dooptuin verdwenen. De zware oude eiken trekbalken werden vervangen door ijzeren trekstangen en de vele in de vloer aanwezige oude grafzerken opgeruimd. Maar het meest betreurenswaardige is misschien nog wel geweest dat ook de restanten van de aangetroffen muurschilderingen werden weggehakt en daarmede voor eens en voor altijd verdwenen zijn. Zijn andere zaken misschien bij een volgende restauratie nog weer te herstellen, voor deze schilderingen en zerken geldt dit helaas niet meer. Het uit zuinigheid achterwege laten van het inschakelen van de rijksdienst voor de monumentenzorg, dan wel een terzake kundige architect, heeft zich hierbij wel heel jammerlijk geopenbaard.

Wat gelukkig wel gespaard bleef zijn de drie fraaie 18e-eeuwse koperen kaarsenkronen. Alhoewel men in 1870 het voorstel deed deze te verkopen, werd dit gelukkig toch verworpen, zodat ze nu nog de kerk sieren. Weliswaar zijn er elektrische kaarsen op aangebracht, doch dat heeft aan de authenticiteit niets afgedaan. Met name de grote kroon is een zeer fraai exemplaar.

Ditzelfde geldt ook voor de preekstoel. In 1672 lag Schoonrewoerd namelijk aan de oostgrens van het inundatiegebied. Franse soldaten konden vanaf de Diefdijk Schoonrewoerd gemakkelijk bereiken. In de kerk werden nogal wat vernielingen aangericht, waarbij de preekstoel zo zwaar beschadigd werd, dat herstel niet meer mogelijk was. Maar het kerkbestuur was zuinig en wist raad. In het aangrenzende Everdingen was nog een tweedehands preekstoel beschikbaar omdat men daar het interieur had vernieuwd. Nu verwisselde deze voor zegge en schrijve ƒ 15, - van eigenaar. De schrijnwerker Paulus Pieter de Vos knapte het geheel wat op en met vracht-en plaatsingskosten was men voor ƒ 23, - klaar. De preekstoel zelf is dus veel ouder en vermoedelijk gemaakt na de kerkbrand in Everdingen in 1498. Ondanks alle kritiek is een bezoek aan deze eenvoudige  dorpskerk, met toren en aangebouwde pastorie, toch alleszins de moeite waard.

Zeker ook de ligging aan de mooie dorpsbrink, met zicht op de op het nest naast de kerk staande klepperende ooievaars werkt hieraan mee. En wanneer de bezoeker hierbij dan ook nog over voldoende tijd beschikt om zijn voertuig een poosje op het kerkplein achter te laten en een wandeling te maken om de nabijgelegen fraaie Schoonrewoerdse wiel, zal men van dit bezoek vast geen spijt hebben.

Maar uiteraard bent u ook tijdens de diensten in de kerk van harte welkom.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 september 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 september 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's