De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De vreze des Heeren (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vreze des Heeren (2)

5 minuten leestijd

3. Vreze en vrees

In het eerste artikeltje wees ik al even op het verschil tussen angst voor God en eerbied voor Rem. Gods kinderen zijn voor de Heere niet bang maar ze hebben wel eerbied voor Hem. Ook in het prijzen van Hem klinkt dat door: 'Geloofd zij God met diepst ontzag...'.

In het Hebreeuws kan echter zowel de angst alsook de eerbied in dat ene woord 'yare' = vrezen worden uitgedrukt. Waar de angst in 'vrome schroom' overgaat spreken we van eerbied. Die eerbied kan er zijn jegens ouders, generaals, het heiligdom of de eed. In mijn Hebreeuws woordenboek wordt ter aanduiding daarvan het Latijnse 'revereri' gebruikt. We kennen dat woord ook nog in onze taal. De 'dikke Van Dale' meldt: 'reverence, buiging van dames als groet; en reverentie, eerbied, eerbetuiging, nijging'.

Vrees en vreze kunnen heel dicht bij elkaar liggen. Er kan vrees, grote schroom voor God zijn als Bestraffer van het onrecht zoals in Exodus 14 : 31 blijkt. En wat vreesden de Israëlieten voor God toen Hij 'donder en regen te dien dage gaf', 1 Samuel 12 : 18. Waar de echte eerbied voor de Heere is daar komt Godsvrucht voor de dag.

4. Belangrijke uitdrukking

a. Twee lijnen
Wie uit de Heilige Schrift en vooral uit het Oude Testament poogt te verstaan wie God is komt steeds twee lijnen tegen. De eerste is dat God de Heilige is, de Gans Andere dan de mens. God heeft niemand nodig. In Zichzelf is Hij genoegzaam.

De andere lijn is dat Diezelfde God gemeenschap sticht, relatie wil hebben. Dat wordt zo bijzonder mooi tot openbaring en uiting gebracht in de naam HEERE, zoals dr. M. J. Paul heeft aangetoond tegen de hypothese van de bronnensplitsing. De mens kan God kennen en kan met de Heere gemeenschap hebben maar daardoor wordt de majesteit van God nooit aangetast.

De uitdrukking 'de vreze des HEEREN' is dan ook tevens HET woord voor religie, geloof, godsdienst in het Oude Testament. De profeet Jesaja laat horen (in 29 : 13) '...hun vreze, waarmee zij Mij vrezen zijn mensengeboden, die hun geleerd zijn'. Prof. dr. Th. C. Vriezen merkt op: Men zou dit kunnen vertalen met: hun godsdienst is een uit het hoofd geleerd lesje'! Het komt er voor alles zo op aan dat wij mensen in ons leven in de rechte verhouding tot God staan; dat wij met diepe eeried en met heilig ontzag tegen Hem opzien en daardoor ons denken, ons doen en laten daardoor laten regeren. Er blijft in de vreze des HEEREN altijd een spanning bestaan tussen de heiligheid van Hem en Zijn omgang en gemeenschap met de mensen.

b. Boven de angst uit
Er is wel beweerd dat het oude Israël nooit boven de angst voor God is uitgekomen, zoals de godsdienstfilosoof Martin Buber ooit heeft gezegd. De term 'de vreze des HEEREN' spreekt deze bewering tegen, omdat het woord gebezigd voor 'vreze' kan worden opgevat als een ander woord voor vertrouwen en verwachting. Maar steeds worden deze dan begeleid door de indruk van de heerlijkheid, de heiligheid en de majesteit van God.

Het is trouwens heel opvallend dat wanneer de Heere verschijnt aan Zijn kinderen en knechten er ook altijd diepe eerbied voor Hem is, zoals bij Mozes als God verschijnt op de Sinaï, bij Jesaja als Hij de HEERE ziet in de tempel en ook bij Ezechiël in diens roepingsvisioen.

En ook in het Nieuwe Testament lezen we dat 'de herders met grote vrees vreesden, toen hen de heerlijkheid des Heeren omscheen', Lukas 2.

Dat was bij hen allen echter maar niet een angstgevoel, het zat heel wat dieper.

c. Vreze en kennis
Er kan Godsvreze zijn omdat de Heere Zich openbaart. Maar ook de kennis van de Heere is daarvan een vrucht. Het gaat er om dat door de openbaring van God gemeenschap van God met de mens en omgekeerd.

Gods openbaring leidt tot kennis van Hem niet in de verstandelijke zin van het woord overigens. Het gaat om een diepe relatie met Hem waarbij de gemeenschap gestempeld wordt door de goddelijkheid van de Heere.

Kennis van de Heere is dan ook niet mogelijk zonder vreze voor de Heere. Beide oudtestamentische begrippen doordringen elkaar in de beleving van de godsdienst, de zuivere religie.

d. Vreze en nederigheid Wanneer in de oudtestamentische openbaring van God die twee lijnen zo heel duidelijk zijn, die van de gemeenschap en van de heiligheid, dan zorgt de laatste lijn er voor, om zo te zeggen, dat de mens ook heel klein en nederig voor God wordt. Eigenlijk wordt dat ook al met de uitdrukking 'de vreze des HEEREN' onderstreept. Iemand die God vreest recht zijn rug niet voor Hem maar leerde voor Hem buigen. Tegenover de hoog-heilige God weet en gevoelt men zich een totaal onwaardige. Een typische oudtestamentische uitdrukking voor zo iemand is 'knecht van de HEERE'. Men staat helemaal tot Zijn beschikking zonder dat echter de idee van slaafse, angstige onderwerping daarin ligt opgesloten. Integendeel, wie van deze God knecht wordt door de vreze des HEE­REN te kennen weet zich ook door Hem bemind! Men MAG Hem dienen en voor Zijn rekening zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1998

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

De vreze des Heeren (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1998

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's