De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

6 minuten leestijd

In de recent verschenen fraaie (uitgebreide) uitgave 'Uit aller mond' van de Stichting Geestelijk Lied Gereformeerde Gezindte troffen we de volgende vertaling van H. van 't Veld van het lied van F. A. Lampe (1683-1729) 'De pelgrimsstaf is in mijn hand' (n.a.v. Hebr. 11 : 8-17; melodie Psalm 84):

'De pelgrimsstaf is in mijn hand,
ik ben op reis naar 't vaderland,
naar het Jeruzalem hier boven,
de sterke stad, door God gegrond
op Christus' bloed, op zijn verbond,
daar zal ik Hem, mijn God, steeds loven.
De pelgrimsstaf is in mijn hand,
ik ben op reis naar 't vaderland.

O Christus, die uw volk bewaart
en zelf een pelgrim werd op aard,
daar Gij mijn vlees hebt aangenomen,
wijs mij steeds in uw Woord de weg,
laat elke stap hier afgelegd
mij dichter bij uw heil doen komen
Weg spoedt mijn leven, haast u, Heer,
daal met gena en redding neer

Heer, laat mij door uw Geest geleid,
mijn weg gaan in standvastigheid,
wil mij voor struikelen behoeden.
Richt mij weer op, zo vaak ik val,
trek mij, zodat ik volgen zal,
beschut mij. Heer, als stormen woeden.
Laat uw gena, uw lichte schijn
in donkerheid dicht bij mij zijn.

Hier trek ik door een vreemd gebied,
de blinde wereld kent mij niet,
daar ben ik thuis bij al mijn vrienden.
Daar zal ik met de englen saam
U roemen, daar zal ik uw naam
in vuurge liefde immer dienen.
Mijn Heiland, kom, o wacht niet lang,
dit woeste land maakt mij zo bang.

Ons aller bekende broeder In Grand Rapids, Cornelius Lambregtse, zond ons een pennenvruchtje over de thans nogal eens gebezigde uitdrukking 'Bij God vandaan':

'Deze uitdrukking ben ik, tot mijn verbazing, verschillende keren tegengekomen in artikelen in de Waarheidsvriend, en heb me afgevraagd hoe die aan het kritische oog van de redacteur is ontsnapt.

Ik heb geen idee wie deze uitdrukking "gemunt" heeft, maar wil hem of haar wel zeggen dat ik die ongepast vind, en dat zowel op linguïstische als theologische gronden.

Linguïstisch beschouwd is bij God vandaan een contradictio in terminis (een tegenspraak in woorden). Iets of iemand kan niet tegelijkertijd bij God en bij Hem vandaan zijn.

Natuurlijk begrijp ik wel wat de oorspronkelijke gebruiker/ster van die gezochte frase bedoelde: zeg maar, een weldaad van God (ontvangen) van welke aard dan ook. Maar omdat hij/zij dat eens frappant wilde zeggen, kwam hij/zij op het ongelukkige idee om het eenvoudige voorzetsel van door de nietszeggende uitdrukking bij God vandaan te vervangen, wat ik niet alleen een mislukte maar tevens een geforceerde fabricage vind. Want omdat ik tamelijk visueel van aanleg ben, roepen woorden beelden in me op, en zie ik in deze uitdrukking God zodanig omringd door miljarden wezens die Zijn onmiddellijke aandacht vragen, dat hij a.h.w. zegt: Geef die ziel maar waar zij om vraagt. Ik heb thans geen tijd Mij speciaal met haar te bemoeien. Wat zij vraagt komt toch bij Mij vandaan." Ik ben blij dat ik God zo niet ken, en nog veel blijer dat de Bijbel Hem zo niet kent of voorstelt. Zijn Woord verzekert mij dat Hij een immediate (onmiddelijk) Hoorder (en Verhoorder) van mijn gebeden is, hoe armzalig en gebrekkig ik die ook onder woorden breng. "Verberg Uw aangezicht niet van uw knecht...; haast U, verhoor mij" (Ps. 69:18).'

In de altijd lezenswaardige rubriek 'Naar aanleiding van...'van F(lorljn) te S(cherpenzeei) In De Wachter Sions (Geref. Gemeenten In Nederland) stond de volgende bijdrage over 'Een rooms devotieboekje':

'"O Heere, ik ben verblind en verhard in mijn eigen zonden, tenzij Gij mij bestraalt met Uw heilig licht om mijzelf te doen kennen en mij een waarachtig berouw instort. Moge ik mijzelf oprecht minachten en verfoeien. Vergun mij o Heere deze genade, dan zal ik pas met een zuiver hart kunnen naderen tot U, Die alleen kan worden aangebeden in Geest en in Waarheid. Geef mij dit o Vader om Uw gekruiste lieve Zoons Jesu Christi wille. Amen.

Dit gebed trof ik aan in een boekje met de titel "Vrugten uyt den geestelycken wyngaert". Het is een rooms boekje, compleet met het in die kringen vermelde "Nihil obstat" (Niets staat de uitgave in de weg) en de uitgever had de teksten ontleend aan allerlei devotieboeken uit het verleden. Uiteraard staan er veel fragment in, met name over de mis, die we nooit zouden willen onderschrijven, maar aan de andere kant las ik toch ook gedeeltes die aanspreken en waarvan wij gerust kennis kunnen nemen, des te meer omdat hierin de kerk van de oude tijden, toen het grote verval nog niet zo doorgedrongen was aan het woord gelaten wordt. Nog twee gedeeltes eruit geef ik hier weer, het eerste is een gedicht getiteld "Lofzang tot de Heilige Geest":

Geef, altijd brandend eeuwig Licht,
Waarvoor de Zon in luister zwicht.
Een straaltje aan mijn blind verstand.
Een vonkje tot mijns hartens brand.

Daal Heil'ge Geest, daal in mijn ziel
Als G' eertijds op d' apost'len viel:
Vervul met Goddelijke kracht
Het harte door Uw voortgebracht.

De laatste tekst wordt in het boek aangeduid als een "Gebed voor de tegenwoordige nood der kerk". Het is als volgt:
"Erbarm U, o God, en verwijder, of indien uw toekomst nadert, verkort die droevige maar evenwel voorzegde tijden, waarin Uw uitverkorenen zelf benauwd en ontsteld, de verrassing en verleiding zullen vrezen. Men zal toch naar alle profeten niet mogen luisteren omdat er vele niet in Uw, maar in hun eigen naam spreken en hun ijdele verdichtsels in plaats van Uw leer aan de mensen voorstellen.

Moge Gijzelt o Heere, wederkerende, ons niet vinden in een slappe verkoudende liefde, in een geloof zonder leven, zonder licht, en zo verduisterd dat men nauwelijks zal mogen zeggen dat er nog geloof gebleven is op aarde. Moge Uw Geest Uw kerk nooit, tot het einde der eeuwen toe, verlaten en moge zij haken naar U.

De Geest en de bruid zeggen: Komt! Uw Schrift, die Gij ons nagelaten hebt, U begevende tot de schoot Uws Vaders, eindigt met die zo troostrijke woorden, waarmee Gij ons verzekert dat Gij haast zult komen: "'Ja, Ik kom haastiglijk"'. Maak dat wij bereid zijn om U te ontvangen en dat wij uit de grond van onze harten mogen zeggen: "'Amen, ja kom Heere Jesu!"'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1998

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1998

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's