De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Over het bijbelboek Prediker

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Over het bijbelboek Prediker

Op de school van Salomo (4)

11 minuten leestijd

De kern van Prediker

In het vorige artikel hebben we Salomo, schrijver van het bijbelboek Prediker, gezien als een prediker van genade alleen. In dit laatste artikel willen we, zoals gezegd, nog een en ander opmerken over het slot van dit boeiende bijbelboek, namelijk de verzen 13 en 14 van Prediker 12. Daar lezen we: 'Van alles, wat gehoord is, is het einde van de zaak: Vrees God, en houd Zijn geboden, want dit betaamt alle mensen. Want God zal ieder werk in het gericht brengen, met al wat verborgen is, hetzij goed, of hetzij kwaad.' Dat is voor ons de kern voor het verstaan van heel dit bijbelboek. Als het ware de echo van 'de vreeze des HEBREN, die 'het beginsel der wijsheid is'.

Wat is voor deze koninklijke prediker de reden geweest om deze kern van zijn boodschap eerst aan het einde van dit bijbelboek te plaatsen?

Moeten we, zoals wel verondersteld is, denken aan een andere auteur? Is dit laatste bij dit bijbelboek gevoegd om het wat meer toegankelijk voor de mensen te maken? En zo zijn er meer veronderstellingen geweest, waarvan we moeten zeggen dat ze ons bepaald niet voldoen, omdat ze niet rekenen met de Goddelijke inspiratie van de hele Bijbel en van dit bijbelboek in het bijzonder.

De plaats van Prediker in de joodse canon

We dienen ook de plaats van dit bijbelboek in de joodse canon in ogenschouw te nemen. Wellicht is het u bekend dat de canonieke bijbelboeken in de Tenach, zeg maar de joodse Bijbel, op een heel andere wijze gerangschikt zijn als bij ons te doen gebruikelijk. Wie wel eens een Hebreeuwse bijbel heeft ingezien, zal dat bemerken.

Prediker behoort tot de zogenaamde vijf Megilloth of boekrollen, die op hun beurt deel uitmaken van de zogenaamde Chetoebiem of Geschriften. Tot deze vijf Megilloth behoren de bijbelboeken Ruth, Hooglied, Prediker, Klaagliederen en Esther. Deze boeken zijn op rollen van perkament geschreven. Zij werden telkens op de grote feesten in de synagoge gelezen. Het boek Hooglied werd op Pasen gelezen, het boek Ruth op Pinksteren, het boek Klaagliederen op de gedenkdag van de verwoesting van Jeruzalem, het boek Prediker op het Loofhuttenfeest en het boek Esther op het Purimfeest.

Loofhuttenfeest

Het boek Prediker werd door de joden in de synagoge dus gelezen op het Loofhuttenfeest. Dat is het feest van de vruchtenoogst. Het was het feest bij uitstek. Dan gedacht de gelovige Israëliet aan het feit dat ze tijdens de woestijnreis van Egypte naar Kanaan in tenten hadden gewoond; en tevens aan de wonderen die de HEERE had gedaan. Deuteronomium 16 : 15 zegt ervan: Zeven dagen zult gij de HEERE, UW God, feest houden, in de plaats, die de HEERE verkiezen zal; want de HEERE, UW God, zal u zegenen in al uw inkomen, en in al het werk uwer handen; daarom zult gij immers vrolijk zijn.' Een heel vrolijk feest dus. De psalmen 113-118, het zogenaamde Hallel, werden op elke dag van dit feest met vreugde en vrolijkheid aangeheven.

Maar waarom las men op dit vrolijke feest dan het bijbelboek Prediker? Waarom juist Prediker? En niet een ander bijbelboek? Waarom op een vrolijk feest een bijbelboek dat begint met: IJdelheid der ijdelheden, zegt de prediker; ijdelheid der ijdelheden, het is al ijdelheid' (Prediker 1 : 2)? En zo zijn er nog wel meer passages uit dit bijbelboek op te sommen, die we bepaald nu niet meteen met een vrolijk feest zouden hebben geassocieerd. Wat is er de reden van? Wellicht is dit de reden dat we dit bijbelboek altijd verkeerd hebben geïnterpreteerd. We denken dat Salomo in zijn ouderdom zo somber is en niet de vrolijke kant van het leven ziet. Maar bij nadere beschouwing is het tegendeel het geval. Want het gaat onze koninklijke prediker in alles van dit leven onder de zon om een rechte verhouding tot God en de mensen. En dat is een leven in de tere vreeze van Gods Naam.

Dat is het ware geluk. En zo beschouwd, past het lezen van het bijbelboek Prediker heel goed op het Loofhuttenfeest alsook bij het nieuwtestamentische Loofhuttenfeest, de dag van Christus' wederkomst. Daarom eindigt Salomo Prediker zoals hij eindigt.

Een nagel ingeslagen in een vaste plaats

Vers 13 is een nagel, die door de grote Meester en Profeet van Zijn Kerk diep is geslagen in een vaste plaats (zie Jesaja 22 : 23). Salomo vermaant ons en zichzelf om werkelijk te luisteren naar zijn slotconclusie, het einde van de zaak. Waar het nu echt op aankomt. Twee korte zinnetjes, echte wijsheidsspreuken. 'Vrees God.' 'Houd Zijn geboden.'

Dat is ook de juiste volgorde. Immers, het vrezen van God is het verborgen beginsel van de gehoorzaamheid van het geloof. Deze gehoorzaamheid is geen vrucht, die groeit op de bodem van ons natuurlijk hart, maar gevolg van genade alleen. Het is het werk van de Geest in een hart dat is wedergeboren tot een levende hoop. Deze vreeze Gods is de verbondsbelofte van die God, Die aan Zijn kinderen zweert: En Ik zal Mijn vreeze in hun hart geven, dat zij niet van Mij afwijken.' (Jeremia 32 : 40b).

Deze vreeze heeft niets met schrik of slavernij te maken maar met kinderlijke liefde in het hart van een kind van God en is heilige vrucht van vergeving. Immers, 'bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt'. (Psalm 130 : 4)

En zo wandelen we nederig, veilig en in tere liefde met God en Vader van onze HEERE Jezus Christus, door wie wij verzoening verkregen hebben. En deze vreeze draagt geestelijke vrucht in een leven van gehoorzaamheid, geloof en liefde. Want 'welgelukzalig is de man, die de HEERE vreest. En waarom is die mens welgelukzalig? Omdat hij 'grote lust heeft in Zijn geboden'. (Psalm 112:1)

Wat van binnen leeft, komt naar buiten openbaar. Het grote gebod in het houden van Gods geboden vinden we in 1 Johannes 3 : 23 waar de apostel vermaant: En dit is Zijn gebod, dat wij geloven in de Naam van Zijn Zoon Jezus Christus, en elkander liefhebben, gelijk Hij ons een gebod gegeven heeft.' Want niemand mag van God ook maar één seconde langer ongelovig blijven. En zo is dit slot van Prediker boordevol Evangelie voor elke mens. 'Zie, de vreeze des HEEREN is de wijsheid, en van het kwade te wijken is het verstand.' (Job 28 : 28) Wie hier ook vandaag zijn rustplaats zoekt en vindt, vindt werkelijke vreugde en zijn hoogste goed in leven en sterven.

Het laatste oordeel

In vers 14 rolt Salomo het gordijn op van onze menselijke geschiedenis. Hij tekent ons het grote eindgericht. De eeuwige bestemming van elk mensenkind. Dat zet het zegel op de zegen van het vrezen van en de liefdedienst aan de levende God. De dag van het grote eindgericht en het laatste oordeel zal immers alles openbaren. Dan zal God alle maskers wegnemen. Alle dingen, die nu zo onverklaarbaar zijn, zullen dan duidelijk worden. De puzzelstukjes, waar­ aan het leven van een mensenkind onder de zon zo rijk is, zullen dan op hun plaats worden gebracht en het zal één groot borduurwerk worden waarvan de Drie-enige God alle eer ontvangt.

Salomo heeft vele duistere zaken in zijn boek onder de aandacht gebracht; zaken die hij niet kon begrijpen en verstaan. Denk aan wat hij zegt in hoofdstuk 7 : 23-24, 8 : 16-17 en 9 : 1-6. En er is daarin zo heel veel wat tegenstrijdig lijkt aan het heilige en rechtvaardige karakter van het Godsbestuur, wanneer bijvoorbeeld het goede onderdrukt wordt en het goddeloze lijkt te triomferen. Toch, alles wat in de duisternis verborgen is, zal dan in het licht worden gebracht, wanneer de HEERE, de rechtvaardige Rechter, elk werk in het gericht zal brengen en goed en kwaad voor eeuwig zullen worden gescheiden.

Wat in het laatste vers van Prediker met een enkele pennenstreek wordt geschilderd, wordt in het Evangelie helder en duidelijk getoond. Wanneer we daar de Rechter zien in al Zijn heerlijke en onuitsprekelijke majesteit. Wanneer we daar de Rechter vinden getekend, Die hier en nu zolang wij in dit leven zijn onze Redder wil wezen. Christus Jezus, de Wijsheid Gods en de Kracht Gods, Die zal komen om te oordelen de levenden en de doden. Zie Johannes 5 : 22, Handelingen 10 : 42 en 17 : 31.

Johannes ziet dat de grote, witte, troon klaar staat. Hij ziet Degene, Die daarop zit, van Wiens aangezicht de aarde en de hemel wegvluchten, en geen plaats is voor die gevonden. De doden, klein en groot, staan voor God. De boeken worden geopend, dat zijn de gewetens van de mensen. En een ander boek wordt geopend, dat des levens is. En de doden worden geoordeeld uit hetgeen in de boeken geschreven is, naar hun werken. Zie Openbaring 20 : 11-12.

Wanneer deze dingen alzo zijn, kan niemand toch onverschillig blijven hoedanig zijn of haar leven is onder de zon? Want dit oordeel zal gaan over elk mens. Wij moeten allen verschijnen voor de rechterstoel van Christus. Wetende de schrik des HEEREN, bewegen we u tot het geloof, schrijft de apostel. En zo doen ook wij via dit artikel. Niemand mag denken dat het wel meevalt hoe hij leeft, wat hij zegt, wat hij denkt en wat hij doet. Dat geldt in het maatschappelijke en politieke leven. Dat geldt in kerk en gezin. Dat betreft gelovig en ongelovig. Zijn we ware of valse dienstknechten Gods? Is het eeuwig leven of eeuwig sterven? Is het hemel of hel?

God zal ieder werk in het gericht brengen. Het meest kleine en het meest belangrijke. Van de eerste tot de laatste ademtocht. Ook de meest verborgen en zelfs de meest geheime dingen, waar alleen God van af weet en de ziel, ook al kunnen we dat voor het moment vergeten zijn. Elk werk brengt God in het oordeel, hetzij goed, hetzij kwaad. Waarbij het er niet toe doet of wij aan dit kwaad hebben toegegeven of niet. Waarbij het er niet toe doet of wij dit kwaad bewust of onbewust hebben gedaan als kind, in onze jeugd of in onze ouderdom.

Alles komt voor Gods aangezicht. Elk moment. Niets ontbreekt. Van elk ijdel woord zullen we in die dag rekenschap moeten geven. Ook van alles wat we huichelachtig gedaan hebben om van de mensen gezien te worden of wat we uit liefde met ons ganse hart voor Christus' Naam hebben gedaan. En dan wordt openbaar dat alles wat niet vanuit de vreeze des HEEREN gedaan is ijdel blijkt. Maar dan wordt ook openbaar dat alles wat vanuit de verborgen omgang van God gedaan is niet ijdel blijkt. Dan blijkt dat de werken van hen, die het goede in Gods oog gedaan hebben, met hen de hemel ingaan. En dan blijkt ook dat de werken van hen, die het kwade in Gods oog gedaan hebben, hen in de hel achtervolgen. Zo spreekt Gods Woord in Prediker en elders in de Bijbel. En met dit alles wil veel meer gezegd zijn dan woorden uitdrukken.

Zeker, de gedachte aan het laatste oordeel is voor hen, die God niet kennen, met recht verschrikkelijk en vreselijk. Eeuwig zal hij zijn eigen dwaasheid vervloeken, dat hij de wijsheid van God niet heeft omhelsd, en daarmee in een eeuwige duisternis wegzinken. Wat dat betekent voor het verstand, het gevoel, het geheugen, de ziel, kortom de hele mens, kunnen we ons niet voorstellen.

Maar voor hen, die God kennen, is de gedachte aan het laatste oordeel zeer troostrijk en wenselijk (zie artikel XXXVII van de Nederlandse Geloofsbelijdenis). We mogen onze hoofden omhoog heffen en zien dat onze verlossing aanstaande is. Want voor die dag hoeven we niet bang te zijn. Die dag is een dag van eeuwige en ongestoorde vreugde voor alle ware gelovigen, die zichzelf met Paulus hebben leren kennen dat ze zondaren zijn (zie 1 Timotheüs 1 : 15). Want zij zijn met hun zonden, met hun kwade werken, tot de Gekruisigde en Opgestane gevlucht. En de grote Hogepriester heeft hen voor eeuwig bedekt met Zijn zoenbloed.

Wanneer we dan op die dag voor Hem, Die op de witte troon zit, moeten verschijnen, zullen we Hem herkennen en aanbidden als onze Zaligmaker en Middelaar. We zullen geen vreemde God ontmoeten of in de hemel een vreemd werk doen. En hier in dit leven onder de zon roepen we uit: Ja, kom, HEERE Jezus! Maranatha!

Geraadpleegde literatuur:

Dr. G. Ch. Aalders: De Prediker, Kampen 1941.

Prof. dr. M. A. Beek: Prediker, Hooglied, Nijkerk 1984.

Dr. Ch. Bridges: Ecclesiastes, Edinburgh 1992.

K. A. Dachsel: Prediker, Utrecht.

Ds. R van Deursen: Prediker, Hooglied, Amsterdam 1988.

Dr. J. G. Geelkerken: Levensraadsel en levenshouding, Baarn 1931.

Matthew Henry: Prediker, Kampen.

Drs. W. Chr. Hovius: Aantekeningen bij het Oude Testament, Amersfoort.

Derek Kidner: De boodschap van Prediker, Apeldoorn 1997.

Drs. A. G. Knevel e.a.: Verkenningen in Spreuken en Prediker, Kampen 1989.

Ds. J. Kok: Salomo's Prediker, Kampen 1899.

A. Lauha: Kohelet, Neukirchen-Vluyn 1978.

Prof. dr. A. A. van Ruler: Dwaasheden in het leven, deel I, Nijkerk.

Prof. dr. A. A. van Ruler: Dwaasheden in het leven, deel II, Nijkerk.

Walther Zimmerli: Das Buch des Predigers Salomo, Göttingen 1967.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1998

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Over het bijbelboek Prediker

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1998

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's