Globaal bekeken
Dezer dagen verscheen bij Antiquariaat-Uitgeverij 'Blassekijn' te Bleskensgraaf een boek van drs. A. P. B. van Meenteren, getiteld 'Het ruysschen als de Libanon'. Het boek bevat een herziene versie van de doctoraalscriptie van de auteur aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam (maatschappijgeschiedenis) en handelt over 'De Nijkerkse beroeringen in Bleskensgraaf in 1752'. Op de inhoud van dit boek komen we in deze kolommen breder terug. Hier volgen enkele fragmenten:
• Uit een 'vijftien pagina's tellend retorisch gedicht' van ds. Jacobus Lydius, n.a.v. de watersnood van 1658 en 1659 en 'de zondige Alblasserwaard':
Veler kerken waren kroegen
Daar men speelde daar men at
Daar de vuyie spotters loegen.
Daar men God den Heer vergat.
Kaarten bladers zijn gekomen
Voor de bijbels in de hand.
En veel grager aangenomen,
't Dobbelspel was velen Sant.
Keer dan weder tot verstand
God sal u dan weer verblyden
Na de dagen van u leet,
En u helpen uyt u lijden
Eerder dan je selver weet.
• De beroeringen gingen met 'lichaamsaandoeningen' gepaard, die ook aanstekelig op anderen werkten. De 'Werkendamse oefenmeester' Jacobus Groenewegen schreef in zijn 'Opregt verhaal':
'God slaat met Nederlands Kerk, een hooge en diepe weg in, ja wat zeg ik, met Nederlands Kerk? het is in de Kerke Gods, op alle plaatsen, en in alle Landen, daar God werkt, alzoo gestelt; dat God veele Menschen onder de bewerkinge zynes geestes zulke lichaams aandoeningen van de dinge doet ondergaan; dit is in Amerika, in Schotland, en in veele andere Landen alzoo geweest onlangs; daar wierd het voor het Werk Gods gehouden: en dat is niet bekent, dat de Presbyteriaansche Kerk van Schotland, de zuiverste Kerk van de Wereld is, wiens Leeraars in 't gemeen geen dwaasheden voor Gods werk zullen aanzien en aannemen...'
Uit de 'Tweede verzameling van stukken over de godsdienststorende kerkberoertens' (1752) wordt in een document 'biochemie' als verklaring genoemd:
'...ik alles rypelyk en nader overwogen hebbende, zie het aen als eene Ziekte, die deze menschen onder de leden hebben, en in zoo verre ook als een bezoekinge van God, en wel als zulk een quael die eigentlyk resideert in de zenuwen, en derzelver sappen, en vogten, waer uit wy weten dat vrezelyke stuypen, en folteringen konnen ontstaen.'
In haar rubriek 'Gedicht dichterbij' in 'Op weg met de ander' geeft mevr. A. D. Ooms-Slob aandacht aan dichters, die met liefde over eigen land schreven, zoals E. J. Potgieter in zijn bekende gedicht Holland ('Grauw is uw hemel en stormig uw strand'). Hier volgt een gedicht van W. S. Noordhout (geb. 1920):
Dit is mijn land; er roepen grauwe wulpen
en berken staan er, wit en ongeteld.
De heide is in bloei, er hangen fulpen
en paarse trillingen boven het veld.
Dit is mijn land; het wemelt er van tulpen,
bloem naast dieprode bloem: één purper veld.
Dit is mijn land, waar gonzend in de schelpen
en in de win de zee zijn droom vertelt.
Dit is mijn land: er leeft een groots verleden.
De Prins, die er voor instaat met zijn bloed.
Vermeer, die Delft de schoonste maakt der steden.
Spinoza, die de liefde Gods vermoedt,
en Gorter, die de mei is ingetreden.
Dit is mijn land, het edel Neerland soet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's