Torenspitsen-Gemeenteflitsen
AALST (1)
Ligging
Aalst is een dorpje in de West-Bommelerwaard. Het ligt aan de oostoever van de afgedamde Maas tussen Heusden en het slot Loevestein. Het ligt in een prachtig stukje rivierengebied.
Geschiedenis
De eerste flits die we van Aalst opvangen is een schenkingsakte van enige Franken aan de abdij van Lorsch uit het jaar 814. Het dorp heet dan Halosta. Een mogelijke verklaring is dat deze naam is ontstaan uit het woord AA. Dit heeft de betekenis van water. Aalst behoorde oorspronkelijk tot de parochie van het aan de overkant van de rivier gelegen Wijk. Later komen we de naam tegen in 1133. Dan verleent Andreas, bisschop van Utrecht aan die van Aalst toestemming om een eigen kapel te stichten. 'Overwegende de moeilijkheden van de weg die de bewoners van Aalst ten opzichte van hun kerk, die genoemd wordt Wijk, hebben, over het water dat er tussendoor stroomt'. Men moest om in Wijk te komen de Maas oversteken. Door rietschoven in het water te leggen kon men dan toch met droge voeten ter kerke gaan. Hieraan dankt de ten zuiden van Aalst gelegen buurtschap 'de Rietschoof' haar naam.
Kerkgebouw
De kerk van Aalst was oorspronkelijk gewijd aan onze Lieve Vrouw en de Heilige Antonius. Het kerkgebouw staat op een terp. Het gebouw bestaat uit een éénbeukig schip en een driezijdig gesloten koor. Onder de pleisterlagen bevinden zich in de noordmuur nog sporen van kleine hooggeplaatste rondboogvensters. Het onderste gedeelte van de toren is opgetrokken uit tufsteen, het bovenste bestaat uit baksteen. Waarschijnlijk zijn in de veertiende of de vijftiende eeuw, toen er een periode van betrekkelijke rust en welvaart was, kerkschip en toren verhoogd, terwijl toen ook het koor zijn huidige driezijdige afsluiting verkreeg, 't Is alles bij elkaar niet zo'n grote kerk, terwijl de toren met zijn twintig meter hoge spits eigenlijk beter torentje genoemd kan worden. Ook al is het maar een bescheiden gebouw, toch heeft het witgepleisterde geheel een vriendelijke uitstraling. Aan de wand in een gesloten kastje bevindt zich het borstbeeld van 'Egbert Klop, Hoogdijck Heemraet, Borgemeester en President Scheepen der Heerleyckheyt Aalst. 1722'. Kennelijk was hij belangrijk genoeg om een herinneringsbeeld aan hem te wijden.
Onder de kansel ligt een gebeeldhouwde grafzerk. Hierop zijn in laagreliëf uitgehouwen de figuren van een knielende man in harnas en een knielende vrouw. Op de zerk de familienamen Van Tuil en Van Aalst.
In 1922 is de zuidmuur vernieuwd. Voor de kerkdiensten was men toen te gast in het kerkgebouw van de gereformeerden. In 1969 is de kerk grootscheeps gerestaureerd. Al het meubilair is toen vernieuwd. Ook werd toen de zandloperhouder van een nieuw glas voorzien en op zijn oude plaats teruggebracht. Voor die tijd zat hij als drager van de doopvont tegen de trapboom van de preekstoel geschroefd. De doopvont kreeg een smeedijzeren driepoot als drager.
Door de firma Blank uit Herwijnen is toen een ieuw orgel geplaatst. Tijdens deze werkzaameden was men voor de eredienst te gast bij de Gereformeerde Gemeente. Grote initiator en bouwpastoor' van deze restauratie was ds. D. J. Cuperus, thans (nog) predikant te Nieuwerkerk aan den IJssel.
Reformatie
In 1572 wordt op gezag van de bisschop van Den Bosch in het dekenaat Bommel kerkvisitatie gehouden. Het beeld is treurig. Veel pastoors, kapelaans en andere kerkdienaars leven in concubinaat en hebben niet zelden kinderen. Sommigen leiden een losbandig leven met drank en vrouwen. Met de sacramenten wordt het niet zo nauw genomen. Er zijn er maar enkelen die zich aan de regels van de H. Moederkerk houden. Er is politiek en godsdienstig een vacuüm ontstaan. Op 31 juli 1572 gingen Zaltbommel en de Bommelerwaard over aan de Prins van Oranje. Toch wilde het met de stichting van de hervormde kerk niet erg vlotten. Er was een voortdurende staat van oorlog. Ook al was de Waard voor de Prins, de Spanjaarden deden er tot 1602 nog herhaaldelijk invallen. Omstreeks 1587 is er in Aalst een jezuïtische schoolmeester ingeslopen, 'terwijl er een paap staat, die tevens de functie van schout uitoefent'. Ook met de inkomsten uit de kerkelijke goederen is het allemaal een zeer verwarde situatie. Uit deze inkomsten moeten echter wel de predikanten worden betaald.
In 1604 wordt in de notulen van de Synode melding gemaakt van: 'de bedroeffelijcke staet der kercken en schoelen in de Tieler ende Bommelerwerdt, alwaer de kerckengoederen bij privaet personen ondergeslagen zijn'.
In 1607 vergadert de Gelderse Synode over dit probleem. Deze vergadering vindt plaats in Zaltbommel. Men neemt dan maatregelen die aan de situatie een einde moeten maken. Ook al kwamen de goederen in handen van de hervormden, de naamgeving van de fondsen blijft voorlopig nog rooms. Dit blijkt uit een overzicht van de vicariegoederen in de Bommelerwaard uit 1667. In Aalst is er dan nog steeds een 'Sint Catthrina vijcarije'.
Pas nadat in 1609 het Twaalfjarig Bestand wordt gesloten, zien we van lieverlede vaste predikantsplaatsen ontstaan. In 1617 krijgt Aalst in combinatie met Poederoijen zijn eerste predikant in de persoon van ds. H. Vogelius of Vogel. Niet uit te sluiten is dat de gemeente een remonstrantse snit heeft.
Ook uit het burgerlijk bestuur tracht men de rooms-katholieken te verwijderen. In 1609 bespreekt de classis de besluiten van de Gelderse synode hierover. Toch blijkt Aalst in 1680 nog steeds een 'paapse' secretaris te hebben.
In het in 1742 in Amsterdam bij Izaak Tirion uitgegeven werk over de 'Hedendaagse Historie of Tegenwoordige Staat van alle Volkeren XlIIe deel komen we de volgende omschrijving tegen: 'Aalst, een dorp en Heerlijkheid aan de Drielse en Welse Wetering gelegen niet ver van Nederhemert, heeft vroeger een voornaam kasteel bezeten, waarvan nog aanzienlijke resten zijn bewaard gebleven: enig afbrokkelend muurwerk, drie ronde torens en een stenen brug. De kerk van Aalst wordt door één Gereformeerde predikant bediend'. De restanten van het kasteel zijn eind vorige eeuw gesloopt. Op deze plaats staat nu de School met de Bijbel 'de Burcht'.
Een volgend bericht vinden we in 1878 en wel in het jaarboekje van Van Alphen: Aalst heeft een 'vrij beroep' (zonder collatie) en een eigen beheer over de kerkegoederen. Het ledental is 540 zielen. Het landstraktement bedroeg toen ƒ 157, - . Daarnaast betaalt de kerkelijke gemeente als aanvulling op het landstraktement uit eigen middelen ƒ 643, - en ƒ 70, - voor belasting. In 1878 staat in Aalst als predikant ds. Adam Frans Simons. Hij was een zeer zwaarlijvig man, die hierdoor nauwelijks lopen kon. Dat weerhield hem er niet van om niet minder dan in totaal veertien gemeenten te dienen. Hij was twee keer predikant in Aalst, nl. van 1868-1869 en van 1877-1879. In 1889 is hij voor de derde keer naar Aalst beroepen, maar voor dit beroep moest hij bedanken.
In 1887 vindt er een briefwisseling plaats tussen de classis en de kerkenraad over 'de berigten, die omtrent het doleren te Aalst in omloop zijn (...) en of er ook maatregelen door de Kerkeraad zijn genomen'. Kennelijk verdient de kerkenraad geen schoonheidsprijs, want men wordt dringend uitgenodigd: 'om zo 't onverhoopt mogt noodig zijn, in het vervolg overeenkomstig 't Reglement van Opzicht en Tucht te handelen, en volgens de daaromtrent door de Synode gezondene aanwijzing'. Hoe dan ook, de doleantie zette toch door.
Met dank aan: Tussen de Voorn en Loevestein, tijdschrift van de Historische Kring Bommelerwaard Streekarchief Bommelerwaard, Zaltbommel Stichting de vier Heerlijkheden, Brakel
Dhr. A. V. d. Pol, Aalst
Ds. J. L. Schreuders, Aalst
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's