De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De titan heeft gedaan

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De titan heeft gedaan

5 minuten leestijd

U weet wie deze titaan is: dr. B. Wentsel, emeritus gereformeerd predikant van 's-Gravenhage-West. Twee jaar geleden, tegen de jaarwisseling, schreef ik een stukje in de Waarheidsvriend naar aanleiding van de aanbieding van het toen pas verschenen deel 4A van de grote dogmatiek waarmee hij bezig was, voordien meldde ik eveneens al iets over zijn titanenwerk. Hij is ermee begonnen in 1980, en heeft het nu mogen voltooien in 1998. Op 4 september jl. zijn de beide laatste twee delen in Kampen aangeboden en op die dag ontving ik ze ook zelf.

Het deel over de Heilige Geest (4A, bijna 1000 blz.!), zo vertelde ik destijds, is nog niet af: er ontbreekt nog De kerk, de maaltijd des Heren, het gemenebest en de laatste dingen. Welnu, dit beloofde afsluitende deel is toch nog weer tot twee banden geworden, elk met eigen ondertitel. Het eerste handelt over De kerk als het saamhorige volk Gods (deel 4B, 842 blz., ƒ 175, - ) en het tweede deel (deel 4C, 671 blz., ƒ 160, - ) over De genademiddelen, het gemenebest en het eschaton. Zo is deze dogmatiek in zeven banden compleet: een titan is een reus (uit de Griekse mythologie) en dit werk is wat inhoud en omvang betreft, reus-achtig.

Dat het laatste deel dik is geworden heeft alles te maken met een vergroting van de toegankelijkheid van deze dogmatiek waar we erg blij mee zijn. We vinden hierin een inhoudsopgave van de vier delen in de zeven banden, een compleet tekstregister, een zaakregister en een naamregister Wentsel heeft steun gekregen van collega's en vrienden, en daarmee de toegankelijkheid van zijn werk in zeer hoge mate bevorderd. Immers, ook van deze delen geldt dat we zo veel ontvangen aan besproken literatuur, aan weergegeven meningen van anderen, aan ordening van de stof, aan overzichten van allerlei onderwerpen, ook van veel buitenlandse literatuur, dat deze registers enorm helpen.

De eigen draden die Wentsel op zijn lange baan gaandeweg spint zijn wat moeizaam te ontwarren uit deze zeven, overigens ordelijk gewonden, kluwen. Dat hangt met de omvang samen, maar ook met het feit dat het totaal van zijn opzet wat ondoorzichtig is, reden waarom hij vaak naar zichzelf moet terugverwijzen: je krijgt de hoofdlijn niet zo makkelijk te pakken.

Veelal eindig je een inleiding tot een boek dat de moeite waard bleek met een hoffelijk 'dit moet u aanschaffen' of 'dit boek moogt u niet ongelezen laten'. Dit laatste kan ik niet zeggen maar moet ik intomen tot een 'u moet het regelmatig gaan gebruiken', en dat laatste wil ik nadrukkelijk hier, gelijk aan het begin, al zeggen. Dominees worden nogal eens geacht veel over veel dingen te weten. Sommigen worden verleid tot al te grote parmantigheid: raadpleging van dit boek kan ons van ondoordachte stelligheden afhelpen. Anderen zoeken over iets materiaal omdat ze grondig denkwerk willen leveren: wie deze raadpleegt ziet direct structuren, en weet welke literatuur erom vraagt geraadpleegd te worden. Wentsel leverde een grote prestatie. In overzichten van onderwerpen - hij schematiseert sterk - die meestal verhelderen en altijd grondig zijn. In de manier waarop hij literatuur aandraagt, zowel van binnenlandse als buitenlandse, en deze voor ons ordent. Niet alleen de klassieke, maar ook heel veel modem-actuele zaken worden ter sprake gebracht, en dit vaak op plaatsen waar je het niet zou verwachten, en waar het m.i. toch echt niet misstaat. Zo kan opeens de waarde van de democratie opduiken, of (opnieuw en in ander verband) het probleem van de doodstraf, of de inkomensverdeling en de bezitsvorming.

Het uitgangspunt voor de omgang met de Bijbel stemt overeen met de geest van de dogmatiek van H. Bavinck, wiens dogmatiek tóch nog weer herdrukt gaat worden, dus in onze kring is herkenning' gewaarborgd.

Mijn aanbeveling kent dus geen reserves. Maar nu de contouren van deze dogmatiek voor mij gaan oplichten melden zich bij mij wel enkele kanttekeningen bij het geheel betreft: meer een onderbouwde indruk dan echte kritiek: het is immers ook voor mij nog te vroeg voor een oordeel op onderdelen.

Het geheel van Wentsels werk wordt allereerst gedrukt door een stukje intellectualisme. Waarschijnlijk brengt zijn klimaat dit mee. Zowel in zijn gebruik van de heilsgeschiedenis die door de Bijbel geschetst wordt als in de verwerkingsgeschiedenis van de Bijbel, na Pinksteren, proef ik daar iets van. Teksten uit het Oude Testament, met name die over de volheid en aardsheid van het heil, moeten het wat afleggen tegen het meer 'geestelijke' Nieuwe Testament. De tijd ontbreekt nu om hiervan voorbeelden te geven, maar ik vond ze.

Aan dit intellectualistische paart zich een grote nadruk op een haast herkenbare procesvorming, zowel binnen de Bijbel als daarna: in het aardse leven worden de werkelijkheden van hemel en hel, van verkiezing en verwerping - van God door de mens - , van geloof en ongeloof al allerwegen zichtbaar. Hemel en hel zijn haast in het heden al herkenbare werkelijkheden. Zozeer dat het laatste oordeel voor ons aan verrassing inboet. Ik denk dat ook dit iets is dat is meegegaan uit Wentsels achtergrond. Kuyper wordt door Wentsel in een vorig deel grondig weerlegd, maar iets van het klimaat van de antithese zit toch m.i. nog in Wentsels theologische genen. Het bepaalt zijn invoelingsvermogen, dat zich anders en rechtlijniger uit dat het mijne.

Zelf denk ik dat de dingen niet zo rechtlijnig  liggen: dat veel geloof voorkomt in de gestalte van twijfel en angst, zelfs van ogenschijnlijk ongeloof. Wij leven tenslotte in een complexe tijd, die van de eeuwwisseling, met al zijn angsten en onzekerheden, en deze hebben mensen in hun greep. En ook vrees ik dat veel wat als geloof oogt, niet echt een hart heeft. Dan kun je niet zoveel met de zichtbare zijde van de antithese.

Maar, nogmaals en tot slot, niemand moet denken dat dit een afdingen is op kwaliteit. Ik ben echt erg gelukkig deze boeken bij de hand te hebben, en dit geluk gun ik u ook. En ik stem van harte in met Wentsels eigen gebed dat de Heere deze arbeid zal willen zegenen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De titan heeft gedaan

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's