De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Marnix van Sint Aldegonde

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Marnix van Sint Aldegonde

8 minuten leestijd

Het jaar 1998 is in vele opzichten eenjaar van herdenken. De te gedenken feiten en data lopen vanaf de Vrede van Munster (1648) tot aan de oprichting van de Wereldraad van Kerken (1948). Het heeft zin stil te staan bij de feiten van het verleden. Want wie alleen leeft bij het heden en er niet van wil weten dat we altijd weer staan op de schouders van het voorgeslacht, is een kortzichtig mens. Alsof het allemaal bij ons vandaag begint. Herdenking van het verleden is iets anders dan persoonlijkheids verheerlijking of een onkritisch verabsoluteren van het verleden. Het gaat er om te laten zien, dat gebeurtenissen en personen uit het verleden een spoor getrokken hebben dat nog altijd van waarde is. Bovendien vormt ook een kritisch oordeel over het verleden een leermoment. Zien we een en ander in bijbels licht, dan kunnen we zeggen dat 'gedenken' een bijbels kernwoord is. Juist het dankbaar gedenken wat God ons geschonken heeft in hen die ons zijn voorgegaan, geeft een goed zicht op de toekomst.

Een van hen is Philips van Marnix, Heer van Sint Aldegonde, wiens sterfdag - 15 december 1598 - wij dit jaar gedenken. Ik weet niet of de lezers van dit blad hem meteen kunnen plaatsen. Wellicht helpt het als ik er aan toevoeg, dat Marnix jarenlang nauw betrokken is geweest bij het werk van prins Willem van Oranje, onder ons bekend als Willem de Zwijger. De stichting die in haar naam herinnert aan de eerste Oranje, is van mening dat er naast de wetenschappelijke bijdragen in vaktijdschriften er ruimte is voor een publicatie die de betekenis van Marnix belicht voor een breder publiek. Daarom kondig ik met vreugde de verschijning van een boekje aan over Marnix van de hand van de Neerlandicus dr. J. de Gier. Als Neerlandicus gaat de schrijver uitvoerig in op de betekenis van Marnix voor het kerklied, maar daarnaast geeft hij ook een voortreffelijke inleiding in de historische en theologische aspecten van zijn werk. Werk en persoon zijn nooit van elkaar los te maken. In hoofdstuk 1 komt, zij het beknopt, de levensgang van Marnix ter sprake.

Strijd

We ontmoeten Marnix als een man die al vroeg in aanraking kwam met de beginselen van de Reformatie en de principiële keuze maakte voor de gereformeerde belijdenis. Of liever gezegd: gekozen werd. Want Marnix zelf omschreef deze overgang als een wonder van God die hem de ogen opende voor de weg tot het heil door genade alleen, door Christus alleen.

Marnix heeft op een aantal manieren de zaak van de Reformatie gediend zowel op meer politieke posten als de rechterhand van Willem van Oranje als in kerkelijk verband. Dat waren geen gemakkelijke posten. Dat om met Gezelle te spreken het leven een krijgsbanier is, een strijdend bestaan waarin je wonden oploopt omwille van het Evangelie, is ook in zijn leven waar geworden. Ballingschap, verdacht­making en teleurstelling bleven hem niet bespaard. Het behoeft dan ook niet te verbazen dat deze man die het kruis van de kerk in meer dan één opzicht heeft meegedragen en aan den lijve ervoer dat de weg achter Christus een kruisweg is, als zinspreuk had 'repos ailleurs', de rust is elders. Ook op Marnix is van toepassing het bekende woord van Noordmans over Calvijn: de christen als schildwacht der eeuwigheid. We kunnen ook denken aan ons volkslied. Of Marnix de dichter van het Wilhelmus is geweest is een omstreden zaak. Maar dit lied vol Godsvertrouwen, gedicht ter ere van de Prins van Oranje in een situatie van strijd en verzet, typeert ook de mens Marnix ten voeten uit.

Marnix en de kerk

Meer dan 35 jaar heeft Marnix intens meegeleefd met het wel en vooral ook het wee van de kerk der Hervorming en zijn bijdrage gegeven aan de opbouw van de gemeente: de organisatie, de leer en de liturgie.

Wat de organisatie betreft, Marnix is nauw betrokken geweest bij de opbouw van de vluchtelingengemeenten in Londen en Emden. En er moest in die eerste fase veel geregeld worden tussen de vaak verspreide gemeenten zoals de positie van de ambtsdragers, de opleiding van de predikanten, het pastoraat rondom de sacramenten. We leren hem daarin kennen als een man die beslistheid wist te paren aan gematigdheid. Regelgeving en organisatorische maatregelen dienen gestoeld te zijn op het Woord van God, maar mogen nooit leiden tot aantasting van de christelijke vrijheid en gebondenheid aan menselijke inzettingen.

Niet alleen de organisatie van de kerk had zijn aandacht, Marnix heeft zich ook met theologische vragen beziggehouden. Zijn reformatorisch verstaan van de Schrift als enige bron en norm bracht hem in botsing zowel met Rome als met de Dopers. De Gier gaat uitvoerig in op wat wel Marnix meest bekende strijdschrift is Den Byencorf der H. Roomsche Kerkce uit 1569, een felle satire op Rome, dat ook in literair opzicht een van de hoogtepunten van de 16e eeuwse literatuur vormt. Op deze wijze stelde Marnix zijn pen in dienst van de verdediging van de reformatorische leer. Wie over de Reformatie spreekt kan om de herontdekking van Bijbel en prediking niet heen. De Reformatie heeft de Bijbel weer onder ons volk gebracht. Daarom hechtte men aan een goede vertaling uit de grondtekst. Marnix heeft zich enkele jaren aan het werk van een nieuwe bijbelvertaling gewijd, maar zijn vele andere bezigheden brachten met zich mee dat hij gedurig weer dit werk moest onderbreken. Slechts een aantal fragmenten zijn bewaard gebleven. Het zou tot 1637 duren eer een nieuwe vertaling, de Statenvertaling, aan kerk en volk gegeven werd. Overigens: het werk van de statenvertalers laat nog de invloed zien van Marnix' vertaalarbeid.

Marnix en het kerklied

De Reformatie doorbrak de scheiding tussen geestelijkheid en leken. Kerkdiensten waren samenkomsten van de gemeente. En deze gemeente bleef niet passief in de eredienst, maar werd op allerlei wijze ingeschakeld in de liturgie. Dat betekende aandacht voor het lied, en in de calvijnse tak van de kerken der Hervorming met name het zingen van berijmde psalmen. Calvijn heeft op dit punt baanbrekend werk verricht. En Marnix is hem daarin gevolgd. De Gier geeft een boeiende schets over het werk van Marnix als dichter van een aantal Schriftuurlijke lofzangen - we zouden kunnen spreken van bijbelliederen of schriftgezangen - maar gaat vooral in op de psalmberijming van Marnix.

Wat was de zaak? In ons land heeft de berijming van Datheen ruim twee eeuwen als psalmberijming in de kerkdiensten gefunctioneerd. Ze was geliefd bij het volk, maar werd vanwege het lage dichterlijke niveau door anderen bekritiseerd. In 1580 verscheen de eerste editie van de berijming van Marnix. De overwegingen die hem leidden, en zijn manier van werken worden uitvoerig door De Gier beschreven. Literatoren, musici en theologen roemen de kwaliteit van deze berijming en stellen haar boven Datheen.

Toch heeft zijn berijming het niet 'gehaald'. De Gier spreekt over een 'gemiste kans'. Maar er zijn wel verschillende factoren aan te wijzen die een en ander verklaarbaar maken. Het synodebesluit van 1586 tot invoering vertoont een tweeslachtig karakter. Daarbij komt het feit dat de overgave van Antwerpen door velen op de debetzijde van Marnix werd geplaatst. Ook materiële belangen speelden mee. Een nieuw kerkboek aanschaffen was zeker voor de laagste klassen in die tijd geen sinecure. Daarnaast hebben nog andere factoren meegespeeld. In de eerste plaats was het tijdstip van verschijnen niet gunstig. De eerste editie verscheen slechts veertien jaar na Datheens berijming, die dus nauwelijks nog ingeburgerd was. In de tweede plaats moest Marnix optomen tegen een grote gehechtheid aan Datheens berijming. En we kunnen ons voorstellen, dat daarin allerlei emotionele momenten een rol spelen. Datheens berijming was ontstaan onder de rook van de brandstapels en stond bovendien dicht bij het volk. Marnix' taalgebruik - dichterlijk zeer fraai - stond ver af van de taal van het eenvoudige kerkvolk, dat soms nauwelijks lezen en schrijven kon. Heel wat gemeenteleden zongen de psalmen uit hun hoofd. Een nieuwe berijming zou betekenen dat ze opnieuw moesten beginnen. In de spiegel van de geschiedenis herkennen we allerlei trekken die ook vandaag nog spelen. Is het werk van Marnix op dit punt mislukt? Dat is een te voorbarige conclusie. De Gier laat aan enkele voorbeelden zien dat de berijming van Marnix heeft doorgewerkt zowel in 1773 als in, wat we noemen 'de nieuwe berijming' van 1967.

Tenslotte

De tijd ontbreekt om uitvoerig te citeren uit deze interessante studie, die de Willem de Zwijgerstichting in de vorm van een dubbelbrochure aan haar donateurs aanbiedt en die voor hen die geen donateur zijn voor een gering bedrag bij het bureau in Apeldoorn (Postbus 10049, 7301 GA) te koop is. Ik hoop duidelijk gemaakt te hebben dat Mamix onder hen die de zaak van de Reformatie in ons land bevorderd hebben met ere zijn plaats inneemt en dat het na zoveel eeuwen goed is kennis te ne­ men van zijn levenswerk. Het goed gedocumenteerde boekje van De Gier vormt daarbij een goede gids.

N.a.v. dr. J. de Gier, Marnix van Sint Aldegonde: 'Tolk der bijbeltaal'. Kerklied en kerk bij Marnix, uitgave Willem de Zwijgerstichting, 1998.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Marnix van Sint Aldegonde

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's