De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

13 minuten leestijd

Kerk bij de tijd

In de rubriek Reflexen van Theologia Reformata (september 1998) schrijft prof. dr. F. G. Immink onder andere over Kerkzijn in een genotscultuur. Hij signaleert dat het in onze samenleving steeds meer alleen nog maar om geld en goed schijnt te draaien, om productiviteit, om genot en recreatie, maar hij constateert tegelijk dat het sociaal klimaat er niet op vooruitgaat. We zijn in een genotscultuur beland waarin nog slechts het privé-belang telt. Het kan niet anders of daar merken we ook het een en ander van in de kerk.

'Maar hoe zit het eigenlijk met de samenhang in de kerk en met de verantwoordelijkheid die we daarin dragen? Zit er nog verband in de kerk, een bezield verband, of moeten we constateren dat de kerk en zelfs de plaatselijke gemeente een eilandenrijk is met hier en daar een enkel bruggetje? Ik hoor zo nu en dan geluiden over de oecumene van het hart, en dat mag werkelijk als verkwikkend ervaren worden, maar daarmee kun je kerkelijk toch niet altijd uit de voeten. Krachtens het Evangelie is de samenhang in de kerk meer dan menselijke ervaring en overstijgt het de persoonlijke beleving. Op z'n minst zijn er een aantal institutaire aspecten: de liturgie, de doop, de prediking, de sacramenten, de ambten. Deze instellingen in de gemeente scheppen een verband en impliceren dat er meer is dan het individu en de persoon. Het zijn gestalten zonder welke het geloof niet kan gedijen en zonder deze instituties is er ook nauwelijks sprake van geloofsoverdracht. Eenheid en verbondenheid reikt dus verder dan de persoonlijke beleving en is iets wat zich voltrekt in kerkelijke verbanden en structuren. Votum en groet in de kerkdienst bijvoorbeeld zijn uitdrukking van een gemeenschap die voortkomt uit de belofte van Christus' aanwezigheid. Wanneer we ons in gebed tot God richten dan verenigt de éne Naam. Het is denk ik een slechte zaak wanneer de eenheid afgemeten wordt aan de menselijke ervaring, in ieder geval versmallen we de gemeenschap op die manier.

Toch ligt die kerkelijke eenheid en dat kerkelijke gemeenschapsdenken ons tegenwoordig niet zo. Ik weet wel dat het SoW-proces daar ook niet erg aan bijdraagt, maar het lijkt me ook een invloed van de hedendaagse cultuur Is het nou zo vreemd om te denken dat de genotscultuur zich ook nestelt in het godsdienstige leven? Het geloof als genotmiddel! Het geeft een kick, het is een ongekende ervaring, je wordt er blij van. En in de kerk moeten we ook aan onze trekken komen. Het geloof moet fijn zijn, een fijne dienst, ik moet er persoonlijk wat aan hebben. En het is ook erg als je week in week uit naar de kerk gaat en er nauwelijks iets positiefs aan beleeft. Toch komt dat veelvuldig voor (zonder dat de dominees het overigens in de gaten hebben omdat de gemeente er vanaf de preekstoel anders uitziet dan vanuit de kerkbank!). Maar moet ik dan ergens anders gaan om aan mijn trekken te komen? Want dat heeft weer tot gevolg dat het nog eenzijdiger wordt in allerlei gemeenten. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de kerk meer en meer verkokert, en dat proces gaat heel hard in de gereformeerde gezindte. Naast het genot dringt de individualisering steeds dieper door in ons mensenbestaan en de daarmee gepaard gaande mondigheid heeft tot gevolg dat we ons niet meer zo gemakkelijk voegen.'

Drie verschijnselen noemt prof. Immink: genotscultuur, mondigheid en individualisering. Ze verbreken ook meer en meer de samenhang in het kerkelijk leven. Het is volop herkenbaar en tastbaar in gesprekken met gemeenteleden. Het wordt lastiger en ingewikkelder om gemeenten bij elkaar te houden. Mensen zijn inderdaad soms al minder bereid zich te voegen in een kader waarbinnen een plaatselijke gemeente functioneert. We zullen er rekening mee hebben te houden, willen we niet onnodig mensen kwijt raken. De vinger aan de pols van de tijd houden kan gewenst zijn juist om de boodschap blijvend door te geven aan de generatie van nu en van morgen. Het kan toch niet de bedoeling zijn dat we mensen van ons vervreemden alleen maar omdat we ouderwets zijn en willen blijven? Dat zijn we zakelijk en huishoudelijk toch ook niet? Intussen ligt hier wel een groot spanningsveld.

Kerk in de tijd

Uniek is de uitgave die onlangs verscheen: Gegrepen door het Woord. Op 16 september was er in Berkenwoude een samenkomst belegd door de elf oud-vicarissen van ds. W. van Gorsel. Ze wilden hun 'leermeester' eren met een vriendenboek volgeschreven met bijdragen over kerkhistorische figuren. Ter informatie vermelden we de namen van de scribenten met tussen haken de naam van de persoon over wie ze schrijven: ds. C. J. P. van der Bas (H. Bullinger), ds. P. de Vries (Charles Hodge), ds. A. J. Schalkoort (D. A. Detmar), ds. H. Markus (A. Capadose), ds. P. de Jager (H. F. Kohlbrugge), ds. G. van Wijk (C. H. Spurgeon), mr. drs. J. P. de Man (M. van Grieken), ds. H. de Leede (O. Noordmans), ds. J. Plomp (F. Kijftenbelt), ds. G. H. Abma (A. A. van Ruler) en ds. D. Breure (ds. G. Boer). Het boek opent met een kort levensverhaal van ds. W. van Gorsel en sluit af met de personalia van de elf vicarissen en een felicitatieregister. Het boek is niet te verkrijgen bij de boekhandel, maar wel via mr. drs. J. P. de Man, Postbus 181, 5240 AD Rosmalen, tel. 073-5213316 of 073-5219212. De prijs bedraagt ƒ 39, 75. Een recensie schrijf ik er niet over. Dat is me ook niet gevraagd.

Maar ik wil wel uit één bijdrage citeren, omdat daar opmerkingen in staan die aansluiten bij wat ik u al liet lezen over 'Kerkzijn in een genotscultuur'. Het is uit het artikel van drs. H. de Leede. Hij schrijft over 'O. Noordmans (1870-1956) over "Het Calvinisme en de oecumene'". Het voert te ver om een samenvatting van het geheel te geven. De Leede stelt op een gegeven moment de situatie aan de orde van het kerkelijk leven van dit moment.

'Hoe zal het kerkelijk leven er over vijftien, twintig jaar uit zien? Wat we nu al zien, zal zich waarschijnlijk in versneld tempo verder ontwikkelen. Het kerkelijk leven van hen die op enigerlei wijze tot het christelijk geloof willen behoren, zal zich vooral of zelfs uitsluitend afspelen in de gemeente van hun keuze. De gelovige van de toekomst kiest, zeker in een niet traditionele situatie zoals een nieuwe woonplaats, zijn of haar gemeente op grond van de identiteit, de sfeer en de bij hem of haar passende uitstraling van die gemeente. Ik merk dat in een groeistad als Amersfoort al volop. Mensen uit alle mogelijke geloofsrichtingen en uit verschillende kerken oriënteren zich eerst in diverse gemeenten en maken dan hun keuze. De plaatselijke gemeente (die dus helemaal niet in hun directe woonomgeving hoeft te zijn!) is verreweg het meest essentieel. Maar naast die "thuis"-gemeente zullen velen voor hun geestelijke voeding verder zoeken en vinden op allerlei "pleisterplaatsen" rondom en naast en soms heel anders dan hun kerkelijke gemeente. Ik denk aan ontmoetingsplaatsen in de vorm van conferenties, conventies, vrouwenmorgens en mannenconferenties. Zulke "pleisterplaatsen" van evangelische, charismatische, reformatorische of anderszins christelijke of gereformeerde kleur, zijn er in overvloed. We zien daarbij dwarsverbindingen tot stand komen tussen christenen uit verschillende kerken en groepen waar dat tot voor enkele jaren ondenkbaar was. Zelfs de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt gaan in ras tempo open. Voorts zullen de kerkelijke kaarten van de vroegere richtingen of modaliteiten anders en minder duidelijk geschud zijn. Wat is tegenwoordig nog "middenorthodox"? Vele gemeenten in het zo geheten "midden van de kerk" staan dicht bij een evangelische geloofsbeleving, mede door een instroom van gemeenteleden uit de Gereformeerde Bond of uit de "kleine" orthodox-gereformeerde kerken. Andere vanouds middenorthodoxe gemeenten staan onder invloed van een charismatische of een meer katholioserende spiritualiteit. Zo ligt de bundel liederen uit Taizé er naast het Liedboek voor de kerken. Menig gemeentelid gaat naar een klooster of naar een conventie van de Charismatische Beweging voor stilte, gebed en meditatie.

Kortom, we kunnen spreken van een flexibilisering van het gelovig en kerkelijk leven in de toekomst. We zien nu al hoe steeds meer gelovigen "shoppen".'

Zo ligt het in een breed spectrum van de kerken en richtingen van allerlei soort. Maar is het meer naar rechts anders en beter?

'Ook ter rechterzijde, in de reformatorische zuil, is het niet anders. Alleen "shopt" men er strikt binnen de grenzen van de zuil. In die zin is de reformatorische zuil, met name in een brede kerk als de hervormde, een nieuw fenomeen. De reformatorische zuil geeft aan vele vanouds hervormd-gereformeerde gemeenten een nieuwe eigen identiteit die zich vaak moeilijk verdraagt met het volkskerk-karakter, dat veel "bondsgemeenten" vroeger hadden. Deze ontwikkeling leidt, zoals inmiddels algemeen bekend, tot spanningen. "Het is onze gemeente niet meer, Bert", heb ik al heel wat mensen horen zeggen over hun gemeente waar zij tot voor enkele jaren toe behoorden en waar hun vader, en diens vader et cetera, in de kerkenraad zaten. Soms na een scheuring maar meestal geruisloos via de afvloeiingsregeling van de perforatie, behoren zij nu tot een andere gemeente. Ook deze ontwikkeling zal zich voorlopig nog wel doorzetten op een aantal plaatsen. Dat kan ook niet anders, want de kracht van de reformatorische zuil, namelijk duidelijkheid en herkenbaarheid tot in het uiterlijke toe, is tegelijk haar zwakte. De reformatorische zuil is immers zeer onthand tegenover een culturele pluraliteit; daarom reageert men binnen deze zuil vaak zeer krampachtig bij een vraag om enige vorm van zelfs bijbelse pluriformiteit. Heel gauw loopt de druk op bij een vraag om flexibiliteit of om verandering. Dat betekent dat je óf je aanpast óf je vertrekt.'

Op deze analyse is, dunkt me, weinig aan te merken. We hebben niets om ons op te beroemen als het om de kerkelijke praxis onder ons gaat. We kennen de verhalen van vroeger jaren: gemeenten en soms hele streken die voorheen de vrijzinnige richting waren toegedaan, kenden later een zwenking naar een orthodoxe inslag.

Waarom? Omdat gemeenteleden biddend en trouw op hun post bleven in de gemeente. Niet wegliepen of voor zichzelf begonnen. Die trouw werd gezegend in een prediking naar Schrift en belijdenis. Maar dat lijkt na de 'afvloeiingsregeling van de perforatie' niet meer mogelijk. Zo modern zijn wij orthodoxen intussen geworden. Zo diep heeft de tijdgeest van 'genotscultuur, individualisme en mondigheid' ons te pakken.

Hoe moet je als gereformeerd belijder met dit soort spanningen omgaan, vraagt ds. De Leede. Want dit probleem speelt niet slechts plaatselijk, maar betreft ook ons staan in de landelijke kerk. De trouw aan het geheel van de kerk, bestaat die eigenlijk nog wel? De Leede citeert dr. S. Gerssen die eens zei: De tijd van de 'hondentrouw' aan de kerk en aan de hervormdgereformeerde beweging is meer voorbij dan velen vaak denken. Ik zou er aan willen toevoegen: Gerssen heeft méér gelijk gekregen dan hij in zijn leven maar heeft kunnen vermoeden.

Ds. De Leede geeft twee vluchtwegen aan waarvan hij hoopt dat ze niet zullen worden gekozen, maar waarvan hij wel signalen bemerkt onder ons.

'Ten eerste is er de vlucht naar achteren, uit het barre heden in een geïdealiseerd verleden. Op de meest hevige momenten van het verzet tegen Samen op Weg bezweken velen in gereformeerde kringen in de Hervormde Kerk nogal eens voor deze verleidelijke vlucht naar achteren. Zo ben ik toenemend het ongenuanceerd gebruik van noties als vaderlandse kerk, de Nederlandse Hervormde Kerk als planting Gods, de belijdenis van Gods hand in onze vaderlandse geschiedenis, de onverbrekelijke band tussen kerk en de (protestantse!) natie, etcetera gaan zien als een vlucht uit de harde context in een geïdealiseerd verleden.

Natuurlijk snap ik heel goed waar het spiritueel om gaat. Ook weet ik welke bijbelse grondwoorden - verkiezing, verbond, Gods trouw, de schare - er in door klinken. Maar er is sprake van een vlucht naar achteren, wanneer a) een ideaal beeld van de historie wordt gehanteerd dat nooit werkelijkheid was; b) een culturele pretentie wordt gevoerd - namelijk voeling te kunnen houden met de culturele breedte van het Nederlandse volk "van hoog tot laag" - die de dragers van deze noties samen niet waar kunnen maken; c) geen relatie wordt gelegd tussen dit mijns inziens sterk negentiende-eeuwse beeld van de kerk en van de natie en de feitelijke context van het kerkelijk leven onder "paars". Het grote gevaar in het hanteren van deze noties, is dat we het over een kerk hebben die er nooit was, die er ook niet zal komen en die, als ze er al kwam, in de context van een postmoderne "paarse" cultuur nergens meer op slaat.'

Het staan naar een bijbels-gereformeerde grondslag voor de kerk heeft niet te maken met een idealisering van onze kerk. Dat wordt hier ook niet gezegd, maar wel enigzins gesuggereerd. En een kerk waarin iedereen alles mag vinden en zeggen, dat kan toch ook de bedoeling niet zijn? Wel geef ik ds. De Leede toe dat we het verleden (geromantiseerd of niet) niet mogen gebruiken als een vluchtweg. Dr. C. Rijnsdorp gaf eens een tot nadenken stemmend beeld. 'Neem eens een globe, zoek daarop eens naar Nederland en mompel dan voor u heen: "vaderlandse kerk"... hebt u werkelijk de moed dit hardop te zeggen? Moeten we geloven in de kerk der vaderlanden of in het Vaderland der kerken? '

'Er is echter óók een vlucht, een uitweg naar voren mogelijk. Deze ligt dichter bij ons en is verleidelijker dan we denken. Het is namelijk de vlucht in de kleine kerk of groep van de wedergeborenen of van degenen die tenminste bewust ervoor kiezen. Dit past helemaal bij het bovengeschetste beeld van het kerkelijk leven van de toekomst. Waarom zo'n landelijke kerk? Waarom die structuren? Waarom die aandacht voor de "rand"? De kerk is toch daar waar mensen bewust bij Christus willen horen? De kerk als de gemeenschap van de wedergeborenen. En de rest? Dat is "wereld".

Dit noem ik de verleiding van de vlucht naar voren. De kerk of de gemeente is dan degene die "het" heeft: "het heil". En de anderen "hebben het niet". Dat is de wereld. Dit was vroeger de weg van de doperse radicalen. Nu is het een verleiding uit de evangelische hoek waarvoor ook veel gereformeerde belijders kunnen gaan zwichten. Maar dan verliezen we iets kostbaars van het gereformeerde kerkbesef, namelijk dat kerk en schare dicht bij elkaar moeten blijven. Naarmate we de kerk meer definiëren als de gemeenschap van de wedergeborenen die "het hebben", zullen "Jan Rap en zijn maat" zich minder welkom weten. Soms zie ik in een wat sombere bui een kerk ontstaan van vele bloeiende gemeenten met keurige mensen die "het hebben", maar waar tobbers, arme zondaren en allerlei mensen "met lege handen" zich onwennig voelen. Zo'n kerk begeer ik niet. Zo'n kerk is ook niet calvinistisch.'

De opstelling die hier bepleit wordt is die welke Noordmans bij Calvijn zag. De kerk als verstrooide minderheid bijeenbrengen. Niet te veel lettend op historisch gegroeide verschillen maar meer zien op kerkelijke perspectieven in de toekomst. De oecumene betrachten met allen die bereid zijn in prediking en belijdenis de kracht van de kerk te zien om zo de inzet van Calvijn ook voor onze tijd te herhalen. Het Woord Gods laten regeren binnen een zo eenvoudig mogelijke organisatie. Hier wordt het verleden gezien als een voorbeeld en een weg van hoe het in de toekomst zou moeten.

Soms komt het gebed in je hart omhoog bij alles wat je ziet en hoort:

O God, ontferm U over Uw kerk. Uw werk, behoud dat in het leven in midden der jaren!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's