De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Hart van de hulpverlening  is dienst der barmhartigheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hart van de hulpverlening is dienst der barmhartigheid

11 minuten leestijd

Leven als een trektocht

Wie wel eens heeft gekampeerd kent een beetje dat gevoel: het leven als een trektocht: gaan van plaats naar plaats, je tentpinnen niet te vast in de grond. Een komen en gaan op de camping van rondreizende vakantiegangers; korte ontmoetingen en dan weer afscheid. Je beseft: we hebben hier geen blijvende stad, ook al heb je het nog zo naar je zin, je moet weer terug naar je eigen vaste woon-en verblijfplaats. Uiteindelijk toch altijd weer je home, je thuis. Ook al is dat het uiteindelijk ook niet! Repos ailleurs, de rust is elders! En zo zat ik in mijn vakantie ergens in Oostenrijk op een camping voor m'n tent lang te mijmeren over een uitspraak van de bekende Franse filosoof Jacques Derrida, die ik las in zijn boekje over gastvrijheid: 'Misschien kan alleen iemand die uit ervaring weet wat het is om geen huis te hebben gastvrijheid bieden'. Op een camping kan je zoiets een beetje indenken, hoewel? Je weet immers van de zekerheid van een eigen vaste woon-en verblijfplaats? De uitspraak van Derrida hield me bezig. Kan ik levend in een 'ik-cultuur', in een westerse samenleving en wonend in een riant huis, eigenlijk wel gastvrijheid bieden? Kan het diaconaat, behoorlijk vermogend soms, eigenlijk wel gastvrij zijn? Heeft het diaconaat vandaag de daadwerkelijke hulpverlening niet te veel ingeruild voor professionaliteit en geld? Maar kijk eens naar jezelf? Heb ik persoonlijk 'naastenliefde' soms ook niet te veel ingevuld met het regelmatig overmaken van een gulle gift naar instellingen, die het allemaal zo goed doen en waarvoor ik meer dan veel respect heb? Omdat wij en ik zo weinig raad weten met gastvrijheid?

Gastvrijheid

Ik denk aan Mozes' vlucht uit Egypte. Er is een moordenaar op de vlucht. Nee, zijn daad is niet goed te praten. U kent de geschiedenis. Hij wordt echter als politiek vluchteling gastvrij onthaald bij een rondtrekkende nomadenstam in Midian. Let wel: bij een oase, een rustplaats. Waar je elkaar de ruimte geeft en gunt en tot rust komt. In je primaire levensbehoeften kunt voorzien. Bij deze oase begint voor Mozes de eerste ontmoeting met de medemens. Er is kennelijk voldoende ruimte in de nomadentent. Rehuel, priester, diaken (!) van dit nomadenvolk ontvangt hem hartelijk. De familie schikt in en biedt plaats. Gastvrijheid als voorwaarde voor hulpverlening. En het is Gods weg, want Mozes leert hier leiderschap, geduld te oefenen. Alleen en in het veld met de schapen komt Mozes tot innerlijke rust en tot zijn bestemming. Tot je bestemming komen kost tijd. Dat het veel tijd kan kosten weten de hulpverleners van het EBC maar al te goed. Er is soms een lange weg, een omweg nodig om als mens tot je bestemming te komen. Misschien wel na een lange periode van hard werken op 'de Schuilplaats'. De uitspraak van Derrida sluit heel dicht aan bij de geschiedenis van Mozes in Midian. Wie weet wat het is om - zoals Rehuel in Midian - geen vaste woon-en verblijfplaats te hebben, herkent zich maar al te goed in de beweegredenen van een dolend mens...

Ontmoetingsplekken

Maar goed, als je nu in zo'n cultuur niet leeft hoe moet het dan met de hulpverlening? Want persoonlijk denk ik, dat gastvrijheid voorwaarde is, nodig is om werkelijk inhoud te geven aan de diaconale taak binnen kerken en binnen christelijke instellingen die namens de kerken hun dienst der barmhartigheid inhoud geven. Wat we als kerken van het EBC en wellicht ook andere instellingen kunnen leren is het scheppen van oases, rustplaatsen binnen de eigen leef-en ontmoetingswereld. Ontmoetingsplekken waar mensen zich veilig voelen, geaccepteerd weten en hun verhaal kwijt kunnen. Ervaren kunnen, dat er mensen zijn, die om ze geven. Hartelijke betrokkenheid en liefde. Dat is het eerste leerpunt voor het diaconaat vandaag! Het tweede, misschien nog wel het belangrijkste is dat wij leren gaan in de weg die Paulus ons wijst, namelijk: de voeten geschoeid te hebben met de bereidheid van het Evangelie. Dat is heel concreet in deze maatschappij en samenleving zoutend zout zijn. Je bekommeren om verloren zielen, die in Gods oog niet verloren zijn. Diaconaat is toch uiteindelijk de ander, je medemens brengen aan de voeten van de Heiland... En dat is meer dan medemenselijkheid!

Diaconale presentie

Het diaconaat van de kerk heeft de bijbelse opdracht om uiteindelijk daar aanwezig te zijn, in navolging van Jezus, en ook daar aanwezig te blijven waar andere vormen van hulpverlening zich al hebben teruggetrokken omdat er geen 'eer meer aan te behalen was'. Misschien is de Pauluskerk in Rotterdam daar een sprekend voorbeeld van. Of een diaken die zegt: Vergaderen? Laat mij maar bezoekwerk doen, signalen opvangen, verwijzen, begeleiden, overleg plegen, samen met de ander, die op je weg is gekomen een weg gaan en een uitweg zoeken. De ander als bondgenoot! Of nog een derde voorbeeld afkomstig van een predikante uit Indonesië, die een bezoek bracht aan het jongerenadviescentrum Meet-Inn te Ede en na dit bezoek treffend opmerkte: 'Elkaar helpen kan ook zonder geld'. In Ede proef ik iets van de geest van herevangelisatie en kerkvernieuwing. Jongeren met vragen waarop zij geen antwoord hebben, kunnen bij Meet-Inn terecht om hun problemen met Gods hulp te overwinnen. Dat is de nieuwe uitdaging voor de kerk in Nederland: niet binnen de kerkmuren blijven, maar ingaan op actuele situaties die zij in de samenleving tegenkomt en zo medemensen, die daar niet van weten, bewustmaken van de waarde van het christelijk geloof. Trouwens: waar was Jezus het meest nodig? In de achterbuurten van Galilea. Daar had Hij Zijn handen meer dan vol! Daar was Hij nodig. Helaas niet bij de kerkelijke trendsetters van Zijn tijd. De ander toelaten in jouw beschermde en riante leefwereld. Daar gaat het om bij diaconale hulpverlening. Zoiets doe je niet zomaar, dat moetje leren, kost iets van jezelf, je eigen veiligheid, vraagt om in te schikken. Vraagt om bekering, overgave zoals Bonhoeffer eens uitdrukte: 'De kerk dient uit haar stilstand uit te treden. We moeten weer naar buiten gaan voor het geestelijke debat met de wereld. We moeten het riskeren om aanvechtbare dingen te zeggen als daardoor maar vitale vragen worden aangeroerd. Jezus roept ons niet tot een nieuwe religie, maar tot een nieuw leven in Hem'. Uit onszelf lukt dat niet. Wel als Gods Geest ons daarvoor inwint en we ons door Zijn Geest laten toewijden aan Hem. Bidden we daar wel voldoende om als ambtsdragers en hulpverleners?

Afstemming hulpverlening

Hoe komt een diaconie met de hulpverleningsinstellingen als verlengstuk, tot bloei en hoe kan de afstemming onderling verbeterd worden? Met deze vragen probeer ik voorzichtig ook de grenzen tussen ambtsdragers en hulpverleners aan te geven. Hoe kom je tot bloei? Door openheid, gastvrijheid en vooral dichtbij je eigen opdracht dat is dicht bij jezelf te blijven. Een diaken is geen professionele hulpverlener, maar zoekt verdwaalden, eenzamen en verslaafden op. Signaleert, verwijst, wijst de weg! Door gebruik te maken van elkaars gaven en talenten en eikaars mogelijkheden, versterk je elkaars werk en positie. Voortdurend met elkaar de dienst der barmhartigheid beoefenen vanuit een positie van wederkerigheid en vertrouwen. Diaconie en hulpverlening moet je bij elkaar houden. Zeker niet tegen elkaar uitspelen! Samenwerking is geen doel op zichzelf maar is er ten behoeve van de hulpvrager. 

Mogelijkheden

In het kader van de wederkerigheid zie ik een aantal mogelijkheden. Waar ontmoeten hulpverleners en ambtsdragers elkaar? Toch niet alleen tijdens zakelijke vergaderingen hoop ik. Organiseer eens b.v. één keer per jaar een bezinningsdag met elkaar en bevraag elkaar eens op motivatie, identiteit en verantwoordelijkheid. Verlies elkaars doelstellingen niet uit het oog en neem vooral elkaars verantwoordelijkheden niet uit handen. Bid voor elkaar en bemoedig elkaar. Hulpverleners, werkers in het veld hebben van ambtsdragers bemoediging nodig. Weten hulpverleners zich gedragen door het gebed? Vraagt u het wel eens: broeder, zuster hoe is het nu in jouw hart, hoe is je relatie met de Heere God en voel je je in je werk gesterkt door het geloof? Door elkaar de ruimte te geven kom je pas werkelijk tot bloei. Ambtsdragers mogen best wat extra's toevoegen aan waar het bij de overheid soms te veel om draait namelijk: efficiency, doelmatigheid, kwaliteit, deskundigheid en flexibiliteit. Van de hulpverleners kunnen diakenen leren wat het is om langdurige relaties aan te gaan, wat praktische hulpverlening daadwerkelijk inhoud. Een cursus hulpverlening, hoe? zou een instelling kunnen aanbieden aan ambtsdragers. Maar ook informatie en voorlichting aan de gemeenteleden is van groot belang. Samen preventief werken en samen peilen wat er leeft in de maatschappij, waar het fout gaat en hoe je zaken kunt voorkomen.

Blijf ook op dit terrein 'on speaking terms'. Je komt tot bloei als je samen vecht voor elkaars belangen. De christelijke gemeente heeft het belang van Gods Koninkrijk. Daar mogen ook zij binnengaan die 'clean' zijn. Het gaat om het heil van de ander. Christelijke instellingen mogen via de kerken getuigen van Gods wonderen in levens van mensen. Samen vechten voor je belangen bij de overheid, de politiek. Ambtsdragers dragen het ambt van Godswege opgelegd. Zijn Hem verantwoording schuldig en aan de gemeente, die geroepen heeft tot het ambt. Dat vraagt een dubbele verantwoordelijkheid. De hulpverlener is de deskundige. Is gericht op het psychisch welzijn. Redt het echter niet met deskundigheid alleen. Zonder bron en rustplaats in de gemeente, drogen ze op en uit... Voorzorg, zorg en nazorg blijven in de christelijke gemeente een voortdurend aandachtspunt. Sociale steun aan ex-patiënten en verwanten en het opbouwen van netwerken zijn zaken die wellicht nog ver­ der ontwikkeld kunnen worden. Drs. A. Th. Hegger schrijft hier zeer behartenswaardige dingen over in het boek Psychische nood, ambt, gemeente en hulpverlening onder redactie van dr. J. van der Wal, directeur van Gliagg 'de Poort'.

Barm-hart-igheid

Tenslotte. Hoe houd je het hart in de hulpverlening kloppend?

Door goed je verstand te gebruiken en je hart niet buiten te sluiten. Als Jezus in gesprek is met de wetgeleerde over de vraag: wie is mijn naaste, gaat het op een gegeven moment mis bij de interpretatie van de tekst uit Deut. 6. De wetgeleerde heeft het over verstand in de zin van de rede, terwijl in Deuteronomium gesproken wordt over het vermogen. D.w.z. ziel en lichaam als één geheel. Het vermogen omvat vanuit het Hebreeuws de totale mens. Verstand en hart horen bij elkaar, zijn op elkaar betrokken. Als we het verstand los gaan pellen van het hart, de emotie, de ziel, loop je het gevaar de rede centraal te stellen. Dan ga je redeneren over van alles en nog wat en je hart, je geloof sluit je uit! Je kunt dan iets met je verstand beamen, maar het toch niet doen, het aan je voorbij laten gaan. Het gaat in de hulpverlening er niet om wie in jouw straatje past, aan jouw criteria voldoet. Geld voor hulpverlening is nodig en prima, als het maar geen alibifunctie gaat krijgen.

Dan klinkt en klopt het materieel gezien alleen bij het opstellen van de begroting en vaststellen van de jaarrekening. Het is niet belangrijk of alles wel past binnen onze identiteit en of we ons handelen kunnen 'verkopen' naar de achterban.

Voor barmhartigheid is meer nodig dan regeltjes naleven en je eigen straatje schoonvegen. Alleen door de liefde, die zichzelf niet op het oog heeft, maar lankmoedig is, geduldig en goedertieren houden we het hart kloppend.

De naaste en dat geldt ons allemaal zoals we hier zijn moet ikzelf zijn voor degene die op mijn weg wordt geplaatst, ongeacht wie die ander is. De vraag is dus niet wie wel of geen naaste is; de vraag is veel meer of we zelf de inhoud van het begrip 'naaste' in praktijk brengen. 'Ga heen en doe gij desgelijks'. Een bijna onmogelijke opdracht, tenzij de liefde tot God en de naaste ons hart heeft vervuld. Dan is onze dienst werkelijk dienst der barm-hart-igheid! Daar zit het hart helemaal in!

Persoonlijke stellingen:
1. Persoonlijke hulpverlening 'zonder geld' is/blijft kerntaak van de diaconie.

2. Het diaconaat heeft de afgelopen jaren de dienst der barmhartigheid ingeruild voor een gift.

A. Peters diaconaal consulent

(Referaat gehouden tijdens het symposium 'Met hart, hoofd en handen' op zaterdag 19 september jl. te Elburg ter gelegenheid van 25 jaar 'De Schuilplaats', evangelisch begeleidingscentrum 't Harde.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 1998

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Hart van de hulpverlening  is dienst der barmhartigheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 1998

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's