Het ruisen van de Libanon (1)
Een merkwaardig verhaal
Vermoedelijk vanuit de gedachte dat, als een predikant in een nieuwe gemeente aan het werk gaat, hij er goed aan doet kennis te nemen van het werk van zijn voorgangers kreeg ik bij gelegenheid van mijn eerste verjaardag in de Woudenbergse pastorie van een meelevend lid van die gemeente een boek met als titel Merkwaardig verhaal, geschreven door Michiel Christiaan Vos. Inderdaad: één van mijn voorgangers in Woudenberg. Het merkwaardig verhaal, niet merkwaardig in de zin dat uitsluitend van opzienbarende feiten verslag wordt gedaan, maar wél in de betekenis dat de vermelde zaken het opmerken waard zijn, is niet alleen een verslag van de jaren dat Vos in Woudenberg diende, maar bevat zijn levensverhaal. Omdat mijn interesse vooral naar zijn Woudenbergse periode uitging, las ik de hoofdstukken waarin hij over die tijd vertelt het eerst. Vooral het achtste hoofdstuk trok mijn aandacht omdat Vos daarin verhaalt van een opwekking die hij zelf benoemt als een werk van de Geest die 'overvloedig in mijn gemeente (werd) uitgestort'. Eerder had ik daarover gelezen in een boek van wijlen ds. J. T. Doornenbal, naar ik meen toen hij verslag deed van een weekbeurt in de onder Woudenberg ressorterende buurtschap Rumelaar. Maar hij verwees niet naar bronnen of andere lectuur. In het boek van Vos vond ik terug wat door Doornenbal terloops was genoemd.
Opwekking in Woudenberg
Genoemde opwekking deed zich voor toen Vos al zo'n drie jaar aan de gemeente van Woudenberg verbonden was. Hij was er op 3 juli 1785 bevestigd en zou er tot 27 september 1788 blijven. Hoewel hij 'op een enigszins ongewone wijze naar Woudenberg gebracht' was, moet hij na die drie jaar zeggen: '... Ik had tot nu toe maar weinig bijzondere zegen op mijn arbeid gezien.' Kennelijk had de ongewone manier waarop hij naar Woudenberg was geleid bij hem verwachtingen gewekt naar bijzondere zegen op zijn arbeid, die hij echter na drie jaar nog niet heeft kunnen waarnemen. Deze feiten, namelijk die bijzondere manier waarop hij aan de gemeente van Woudenberg was verbonden én het uitblijven van (verwachte? ) opmerkelijke zegen op zijn werk, doen hem besluiten te bedanken voor een beroep dat in maart 1788 vanuit Hilversum op hem wordt uitgebracht. Kort daarna wordt deze beslissing aangevochten. De predikant verlangt naar nieuwe bekeerlingen, maar die komen niet. Satan fluistert hem dan in dat hij God tégen heeft omdat hij naar Hilversum had moeten gaan. Zegen op zijn werk in Woudenberg hoeft hij daarom niet meer te verwachten. Maar de Heere Zelf heeft 'de vader der leugens te schande gemaakt'. Hoe? Door de al eerder gemelde overvloedige uitstorting van de Geest.
Wat heeft Vos daarvan waargenomen? 'Jongen en ouden, mannen en vrouwen, werden tot God bekeerd en ofschoon het bij allen wel geen goud was dat er blonk, bleek het echter bij een aanmerkelijk aantal, vele jaren daarna, uit de vruchten, dat die bomen goed waren geworden.' De predikant spreekt van een hemelse tijd die was aangebroken. Mensen kwamen bij hem onder veel tranen vragen wat zij moesten doen om zalig te worden. Anderen maakten hem deelgenoot van wat God aan hun ziel had gedaan. Wie 's avonds buiten het dorp een wandeling maakte, kon achter bosjes mensen horen roepen tot God om genade, terwijl men ergens anders in het dorp kon horen danken en zingen voor ontvangen genade. In het volgende citaat wordt de sfeer van die tijd treffend weergegeven: 'Eens kwam er 's avonds een jonge onverschillige losbol van zijn werk de straat in, overluid roepend: "Het is hier in Woudenberg haast niet meer uit te houden." "Wat scheelt er aan? , " vroeg een ander hem. "Wel, " zei hij, "hier ligt er één op zijn knieën en schreeuwt over zijn zonden; daar ligt er één die jammert en schreeuwt om genade; straks worden wij hier allemaal nog gek.'" Zo gaat Vos door met nog meer voorvallen uit die tijd voor het voetlicht te halen in zijn in briefvorm gestelde memoires.
Relatie tot Nijkerkse beroerten?
Wat ik mij heb afgevraagd sinds ik kennis nam van deze gebeurtenissen in de eerste gemeente die ik diende, is in hoeverre deze door Vos betitelde overvloedige uitstorting van de Geest in verbinding stond met de zogenaamde Nijkerkse beroeringen tussen 1749 en 1752. Het gebeuren in Woudenberg vertoont wel degelijk parallellen met wat plaatsvond in Nijkerk en vervolgens in veel andere plaatsen in ons land, van de provincie Groningen tot op de Zuid-Hollandse eilanden. Voorstanders onder de tijdgenoten zagen de in die dagen als het Nieuwkerkse Werk aangeduide beroeringen in het kerkelijk leven als een overduidelijk en krachtig werk van de Heilige Geest, die op een bijzondere manier werkte. Velen werden overtuigd van hun zonden. Alom werd de vraag gesteld: wat moet ik doen om zalig te worden. Tientallen vervoegden zich met die nood bij een predikant of oefenaar. Hartroerende tonelen speelden zich af zowel 's zondags in de kerk als tijdens gezelschappen in de week. Die hartroerende taferelen waren zowel uitingen van nood van de zonde en onbekeerdheid als van het gevoel van liefde tot Jezus. Veel mensen raakten buiten zichzelf. Intussen kwamen velen tot bekering. En hoewel het in Nijkerk en in de plaatsen die door deze beroering werden aangeraakt niet alles goud was wat er blonk, bleek later, toen de vloedstroom in eb veranderd was, uit de vruchten dat veel bomen wel degelijk goed waren, om met Vos te spreken.
Tijdgenoten die tot de tegenstanders gerekend moeten worden, waardeerden de beweging echter als geestdrijverij of spraken zelfs over godsdienstwaanzin. Vrijwel alle hier genoemde aspecten komen wij tegen in het verslag van Vos over wat wij nu gemakshalve zullen noemen de Woudenbergse beroering. Er spelen zich in die plaats hartroerende taferelen af zowel bij mensen die worstelen met hun geestelijke nood als bij mensen die Gods genade hebben ontvangen. Deze dingen gebeuren als vrucht van de prediking, maar ook tijdens het gezelschapsleven waarover Vos eveneens in zijn verslag spreekt. Voorstanders als Vos zelf waarderen het gebeuren als een overvloedige uitstorting van de Geest, maar tegenstanders zoals de genoemde onverschillige losbol stempelen het gebeuren als krankzinnigheid ('Straks worden wij hier allemaal nog gek'). Ook in Woudenberg blijkt het gebeuren, evenals in Nijkerk en andere plaatsen, enige tijd te duren; in ieder geval maanden, al wordt de bruisende stroom met het verglijden van de tijd wel wat rustiger. Ondanks al deze overeenkomsten, blijft toch nog een aantal vragen onbeantwoord. Hoe komt het dat deze dingen in Woudenberg plaatsvinden als de beroeringen in andere plaatsen al enkele decennia voorbij zijn? De bedoelde opwekkingsbeweging speelt zich, nadat het in Nijkerk in 1749 is begonnen, af in het begin van de vijftiger jaren van de 18e eeuw in zo'n 50 plaatsen in Nederland. Maar op een overzichtskaart van plaatsen waar de beroeringen hebben plaatsgevonden, komt Woudenberg niet voor. Het dichtbij Woudenberg gelegen Lunteren wordt wel genoemd en dan uiteraard in de genoemde periode. Moet wat in Woudenberg plaats heeft gevonden als een op zichzelf staand gebeuren worden beschouwd of heeft het toch aanknopingspunten met soortgelijke bewegingen in het begin van de tweede helft van de 18e eeuw? Voor zover mij bekend, is er geen onderzoek gedaan naar de Woudenbergse beroering en (nog) geen antwoord gegeven op de vraag waarom Woudenberg qua tijd buiten de boot valt, terwijl er zoveel overeenkomsten zijn met wat in Nijkerk en zo'n 50 andere plaatsen gebeurde ongeveer 30 jaar eerder. Mocht daarover informatie bestaan, dan word ik daarover graag geïnformeerd. Als het niet zo is, zou de Woudenbergse beroering, zo mogelijk in de bredere context van het toenmalige Nieuwkerkse werk, alsnog onderwerp van studie kunnen zijn. Wie waagt zich er aan?
Hoe het verder ging
Als ik al gedacht had dat met mijn vertrek uit Woudenberg bovengenoemde beroeringen uit mijn blikveld zouden verdwijnen, was de werkelijkheid toch anders. Gedachtig aan de stille wenk van het aan het begin van dit artikel genoemde Woudenbergse gemeentelid nam ik mij voor spoedig na mijn komst in Bleskensgraaf iets te weten te komen over de kerkgeschiedenis van dit dorp en zijn streek. Tijdens mijn speurtocht ontdekte ik een toen recent verschenen boekje dat in kort bestek over Reformatie en Nadere Reformatie in de Alblasserwaard en de Vijfherenlanden wil informeren en via een uitgebreid notenapparaat de weg verder wijst voor wie verder wil. Al lezend ontdekte ik dat ook in de tweede gemeente die ik mag dienen een
opwekking heeft plaatsgevonden. En ook dit gebeuren wekte mijn belangstelling. De informatie was nauwelijks meer dan ik in het Merkwaardig Verhaal van Vos vond over de opwekking in Woudenberg. Maar wat ten aanzien van 'mijn' eerste gemeente tot op heden een vraag is gebleven, werd voor wat betreft 'mijn' tweede gemeente bevestigd: de Bleskensgraafse opwekking lag onmiskenbaar in de lijn van de Nijkerkse beroeringen. Andere lectuur waarnaar het notenapparaat van genoemd boekje verwees, bevestigde dat. Al kwam ik niet veel méér te weten dan dat de beroering in deze regio was begonnen in Werkendam en vandaar was overgewaaid naar de Alblasserwaard. Maar wat niet is, kan komen. Een aantal jaren geleden maakte ik kennis met een student in de maatschappijgeschiedenis, A. B. P. van Meeteren. Om af te studeren deed hij on derzoek naar de beroeringen in Bleskensgraaf en in verband daarmee kwam hij met een aantal vragen bij mij. Aries woonde toen nog in Bleskensgraaf en wilde dit stukje (kerk)geschiedenis van zijn geboortedorp voor het voetlicht halen. Het resultaat daarvan is eerst verschenen als doctoraalscriptie en nu in boekvorm op de markt gebracht onder de titel 'Het ruysschen als de Libanon'. Over de beroeringen in Bleskensgraaf en over dit boek wil ik u in een volgend artikel meer vertellen.
Naar aanleiding van A. P. B. van Meeteren, Het ruysschen als de Libanon (De Nijkerkse beroeringen in Bleskensgraaf in 1752), Antiquariaat en uitgeverij 'Blassekyn' te Blesliensgraaf, 192 blz., prijs ƒ 42, 50.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 1998
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 1998
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's