Boekbespreking
Gerrit Manenschijn, Alleen het verbodene lokt - Seksualiteit en moraal in een postmoderne cultuur, Ten Have - Baarn 1998, 317 blz., ƒ 34, 50.
Dr. G. Manenschijn, emeritus-hoogleraar ethiek van de Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken (syn.) te Kampen, heeft een boek over seksualiteit en moraal doen verschijnen, dat als enerzijds interessant en lezenswaardig, anderzijds als teleurstellend en tegenspraak oproepend moet worden gekwalificeerd. De vraag die Manenschijn onder ogen ziet, is of er in de 'postmoderniteit' nog sprake kan zijn van duidelijk belijnde seksuele ethiek. In de postmoderniteit is de waarheid versplinterd in tal van deelwaarheden, zijn normen en waarden aan tijd en plaats gebonden, zijn de wereld en de geschiedenis volstrekt contingent en heeft de genieting het primaat op het denken (blz. XIV). Gaat het gezag van de moraal nog uit boven de morele opvattingen die wij toevallig hebben, met andere woorden boven de opvatting van een 'toevallige' meerderheid op een bepaald moment? Kunnen we aan het gevaar van moreel relativisme en ethisch nihilisme nog wel ontkomen? Dat is een uiterst actuele kwestie in ons door 'paars' geregeerde land. We zien in de dagelijkse praktijk de gevolgen van de historische breuk die er is ontstaan tussen klassieke ethiek en postmoderne ethiek. De klassieke ethiek bracht morele wetten die als onveranderlijk golden in verband met een goddeljke Wetgever: de God van de Bijbel of het Opperwezen van de Verlichting. De postmoderne ethiek wil van zo'n verwijzing naar een autoriteit buiten de mensen zelf en buiten de wisselvalligheden van het historische proces niet meer weten. Betekent dit dat we daarmee in het immorele vervallen? Manenschijn gaat in op de gruwelijke gedachten van Sade. Is dat inderdaad een juist dilemma: God of Sade? Of kan er sprake zijn van echte humaniteit los van enige verwijzing naar een goddelijke orde? Wanneer we een toespitsing maken naar het terrein waarop Manenschijn zich in dit boek begeeft, dat van de seksuele ethiek, luidt de vraag: is het pure willekeur dat de publieke opinie op seksueel gebied zo ongeveer alles voor geoorloofd houdt wat volwassenen zelf willen met elkaar, terwijl toch incest en pedoseksualiteit en zeker kinderporno beslist worden afgewezen?
Waarop is de aanvaarding van het ene (homoseksualiteit, voorechtelijk en buitenechtelijk geslachtsverkeer, zelfs vrije seks tussen volwassenen) en de afwijzing van het andere te funderen? Er is Manenschijn veel aan gelegen dat met name pedoseksualiteit (seksuele handelingen van volwassenen met kinderen) en incest (seksualiteit binnen nauwe graden van bloedverwantschap) nog krachtig kunnen worden afgewezen. Dat is in hem te prijzen, evenals zijn brede opvatting van het verschijnsel 'incest'. Incest houdt niet op incest te zijn als de leeftijd van zestien is bereikt. Het houdt niet op traumatiserend te werken wanneer het zich afspeelt tussen volwassen personen. Psychisch en moreel is incest niet aan leeftijdsgrenzen gebonden. Dat in Nederland leeftijdsgrenzen in acht worden genomen, heeft slechts juridische betekenis en geen morele (blz. 87). Manenschijn zoekt de verklaring voor het gegeven dat het incestverbod evenals de veroordeling van pedoseksualiteit een 'morele waarheid' is die in de postmoderniteit ondanks alles overeind blijft, in het bestaan van een 'harde kern van de moraal'. 'Die kern is altijd een verbod, dat door geen enkele onderhandeling kan worden opgeheven... Mijn stelling is dat die harde kern het karakter draagt van een taboe, welk taboe zich aan ons vertoont in de vorm van een grondeloos, onherleidbaar "moeten"'(blz. 89). Waarom grijpt Manenschijn, die in dit boek brede aandacht geeft aan onder meer Freud en Kant, als christen-ethicus niet terug op de Bijbel? Omdat hij een trouw leerling van H. M. Kuitert is op het punt van het Schriftgezag: 'alles wat over Boven gezegd wordt, komt van beneden'. Er is geen geopenbaarde leer van goed en kwaad, er zijn ook in de Bijbel alleen maar menselijke verhalen die tijdgebonden moreel besef tot uitdrukking brengen. Daarom heeft de Bijbel voor de moraal alleen illustratieve en geen normatieve betekenis. Zo.schrijft Manenschijn wel over 'Incest en incestverbod in de bijbel', waarbij hij allerlei opvattingen van bijbelkritische exegeten beschrijft, maar hij ontleent daaraan geen fundering voor morele positiekeuzen. Manenschijn houdt uiteindelijk alleen het criterium van menswaardigheid en wederzijds respect over. Ik prijs overigens in Manenschijn zijn eerlijkheid als hij stelt dat de opvatting die binnen de christelijke gemeente homoseksualiteit volledig wil aanvaarden een breuk betekent met een eeuwenoude traditie en dat de pogingen om de gronden voor die breuk 'uit de bijbel te halen' tot mislukken gedoemd zijn. We zouden - met G. Th. Rothuizen indertijd - gewoon moeten uitspreken dat we het beter weten dan Leviticus en Paulus. Hier stel ik tegenover dat we vanuit het eerbiedig luisteren naar de schrift niet kunnen komen tot acceptatie van de homoseksuele praxis, ook al weten wij misschien beter dan Leviticus en Paulus dat homoseksualiteit zich voordoet als variant binnen een breed scala van seksuele mogelijkheden, dat de seksuele geaardheid iemands gevoel van eigenwaarde mede bepaalt en dat het frustreren van seksuele gevoelens traumatiserend kan werken en tot allerlei aberraties kan leiden (vergelijk noot 34 op blz. 293). Al die psychologische en seksuologische wetenschap is van groot belang voor de pastorale benadering van de homofiele medemens en voor een genuanceerde morele beoordeling, maar zet de bijbelse afwijzing van de homoseksuele praxis niet buitenspel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 1998
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 1998
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's