De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HAGESTEIN (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HAGESTEIN (1)

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

8 minuten leestijd

De hervormde kerk van Hagestein kan terugzien op een lange en bewogen historie. De eerste vermelding van een parochie gaat terug tot 1108. In dat jaar verleende de bisschop van Utrecht, die in 944 deze streek tussen de rivieren in leen had ontvangen van de Duitse keizer Otto I, toestemming om in Hagestein een parochiekerk te stichten. Overigens heette de plaats toen en ook later tot zeker ver in de 14e eeuw nog Gasperden. De betekenis hiervan was Gaaspwaarden; waarden aan de Gaasp, een klein riviertje dat zich langs de plaats slingerde. Hagestein was de naam van het kasteel en deze naam ging in de loop der jaren over op het dorp. De parochiekerk was afhankelijk van de Domkerk te Utrecht en evenals deze aan St. Maarten gewijd. Op haar beurt werd de kerk van Gasperden de moederkerk van de meeste kerken in het noorden van de Vijfheerenlanden, waaronder Everdingen, Vianen, Lexmond, Heicop en Zijderveld. Everdingen was in 1282 al onafhankelijk van Hagestein, doch Vianen werd pas in 1345 zelfstandig.

Waarschijnlijk is al kort na de stichting met de bouw van een kerk begonnen op de plaats waar de huidige kerk staat, wellicht in de vorm van een eenvoudige kapel, die later werd uitgebreid. Van deze kerk resteert thans nog alleen het onderste gedeelte van de toren. Die dateert uit het eerste kwart van de 13e eeuw. Vanwege de uitgestrektheid van de parochie waren er in de eerste eeuwen twee priesters.

Het wereldlijk gezag lieten de bisschoppen over aan leden van de dienstadel, de zogenaamde ministerialen. Deze heren begonnen al spoedig zich zeer zelfstandig te gedragen en werden de eigenlijke heersers.

In 1349 werd Jan IV uit het machtige geslacht van Arkel, heer van Hagestein. Diens zoon Otto schonk om zijn macht uit te breiden op 11 november 1382 naast aan Gorinchem ook stadsrechten aan Hagestein. Diens zoon Jan V versterkte het kasteel en de stad Hagestein tot een sterkte, waarmee hij de vaart op de rivier de Lek kon beheersen, tot ongenoegen van zijn buren en de stad Utrecht. Hij stond aanvankelijk echter in hoog aanzien en genoot de bescherming van de graaf van Holland. Maar zoals gewoonlijk is de gunst van aardse vorsten nogal wisselvallig en zo ook hier. Jan V viel in ongenade, waarschijnlijk vond men hem te veel macht krijgen.

In het voorjaar van 1405 sloot graaf Willem VI van Holland een verbond met de bisschop van Utrecht en Hendrik II van Vianen om de Arkels te vernietigen. Op 22 april 1405 begon de belegering van Hagestein en met een korte onderbreking in de zomer, duurde deze tot 23 december van dat jaar, toen de uitgehongerde bezetting zich overgaf.

Op 26 december 1405 zwoer bisschop Frederik van Blankenheim dat het hoge en lage recht van Hagestein aan de kerken van Utrecht toebehoorde. Direct daarna begon men met de verwoesting van Hagestein. De beide kastelen Everstein en Hagestein werden met de grond gelijkgemaakt, de huizen gesloopt en de straten omgeploegd. Alleen de grachten en de drie onderste geledingen van de toren bleven gespaard. Hierna kon de bisschop aan de wederopbouw van Hagestein beginnen. De kerk werd weer opgetrokken op de oude funderingen. Dit is gebleken tijdens de laatste restauratie in 1988, waar onder de fundamenten van de latere kerken, tufsteenresten van de eerste kerk werden gevonden. Deze kerk was wel enkele meters langer in oostelijke richting dan de huidige, maar wel lager. Aan de noord-en zuidzijde bevonden zich vier boogvensters en de ingang was aan de westzijde via de toren. Ook werd vermoedelijk in die periode de vierde geleding en de stompe spits van de toren aangebracht. Tevens werden in dat gedeelte twee klokken geplaatst, waarvan de kleinste door Steven Butendiic in 1444 gegoten nog elke zondag de kerkgangers ter kerke roept. In 1546 werd in de noordwesthoek van 'de Poort' ook het kasteel weer opgebouwd.

De bisschop liet Hagestein tot 1484 besturen door een drossaard of schout. In dat jaar gaf hij het in leen aan Jan van Egmond, die het in 1510 voor vierendertighonderd pond afstond aan de kapittels van de Dom en Oudmunster te Utrecht. Deze bezaten het als een vrij en edel goed, inclusief het recht om priesters te benoemen.

Inmiddels waren er in deze 16e eeuw heel andere ontwikkelingen gaande; De reformatie deed haar intrede en hoewel het in een geheel door kanunniken beheerst gebied, zowel op geestelijk als bestuurlijk terrein als Hagestein, wel beperkt bleef, deed het toch ook hier zijn invloed gelden. Op 12 maart 1567 vielen de geuzen van Hendrik van Brederode vanuit Vianen Hagestein binnen en vernielden veel in de kerk en pastorie en namen onder andere zelfs de klokken mee. Deze werden echter na de aftocht van de geuzen uit Vianen met andere geroofde goederen weer teruggehaald. Toch was de schade aanzienlijk. Uit de rekeningen van die jaren blijken onder andere een nieuwe preekstoel, doopvont, koorhek en hoogaltaar te zijn aangeschaft.

Terwijl Nederland zich losmaakte van het Spaanse bewind, ging de hervorming door, hoewel in Hagestein nog steeds aarzelend. In 1574 was door het kapittel van Oudmunster een nieuwe pastoor benoemd, Gerardus van der Goude. Hij zou de laatste pastoor van Hagestein worden. In 1580, na de dood van de laatste bisschop van Utrecht, mocht er geen nieuwe worden benoemd en werd ook de kerk van Hagestein toegewezen aan de aanhangers van de 'nije leere', die alhier echter nog weinig in getal waren. Pastoor Van der Goude bleef zijn oude geloof trouw, maar mocht dit niet in de kerk doen. Hij bleef echter in de omgeving wonen en had zodoende nog veel invloed.

In een visitatieverslag uit 1593 wordt vermeld, dat de kerk van Hagestein nog op de oude paapse wijze wordt bediend. En in 1595 klaagt de Provinciale Synode van Zuid-Holland over de paap, die nog steeds te Hagestein werkzaam is en veel toeloop heeft van omringende plaatsen. Het werd dus hoog tijd dat Hagestein een eigen predikant krijgt. Dit gebeurt dan ook in 1596, wanneer Olivier van Hattem naar Hagestein komt als herder en leraar. Hij blijft hier tot 1599. Wanneer 5 maart 1601 de oude pastoor overlijdt, wordt de Rooms-Katholieke periode voorgoed afgesloten en begint de geschiedenis van de hervormde kerk.

Maar ook nu is rampspoed het deel der kerk. In de zomers van 1598, 1599 en 1600 woeden hevige onweersbuien en meer dan eens in deze jaren zijn kerk en toren door bliksem/brand getroffen. Weer spreken de rekeningen een taal van schulden en tekorten en de gemeente moet er zelf voor opdraaien, want ondanks alle smeekbeden, springen de kapittels niet bij.

Toch schijnt men er te komen. Misschien door groei van de gemeente? We weten het niet. Er blijkt meer te kunnen. In september 1646, twee jaar na de komst van ds. Cornells Bosch, die 35 jaar lang tot aan zijn dood in Hagestein zal blijven, worden er een nieuwe preekstoel en een nieuwe doopstoel geleverd door schrijnwerker Adriaen Andrieszn uit Utrecht voor de prijs van ƒ 84, - . In 1650 nieuwe kerkenraadsgestoelten en een doophuis voor ƒ 170, - .

Toch is deze voorspoed niet van lange duur. Een nieuwe ramp treft de kerk en het dorp Hagestein. Woensdag 1 augustus 1674 trekt een hevige orkaan over Midden-Nederland en verwoest onder andere het hele schip van de Domkerk, waardoor sindsdien Domtoren en kerk apart staan. Ook in Hagestein wordt enorme schade geleden. Als het kapittel van de zwaar getroffen Utrechtse kerk vrijdag 3 augustus in vergadering bijeen is, verschijnt de heer N. Vervoorn, secretaris te Hagestein met de mededeling 'hoe dat voorleden woensdach door den ongemeenen vreselijcken storm de kerck en toorn mitsgaders veele huysen, schuren etc. waren om verre gesmeten ende ingestort'.

Uit het verdere relaas blijkt dat het dak van de kerk volledig is ingestort en het gebouw totaal onbruikbaar voor de eredienst. Het koor in het oostelijk gedeelte is het minst beschadigd. Maandag 20 oktober wordt een verzoek van de drossaard, predikant en kerkmeesters behandeld om het koor provisorisch te repareren en bruikbaar te maken voor kerkdiensten. Een week later wordt besloten dit te laten maken 'ten meesten oorbaar ende minstens costen'. 

Zodoende zat de kerk van Hagestein weer in de zorgen. En nu was er nog minder hoop op hulp van de kapittels, die zaten zelf in grote nood. Dat bleek ook wel want per 1 januari 1675 verkochten ze de hoge en vrije heerlijkheid van Hagestein voor veertigduizend gulden aan George, vorst van Waldeck, tevens graaf van Culemborg. Hiermede ontvingen ze geld om hun eigen nood te lenigen en waren ze tevens verlost van het noodlijdende Hagestein.

De overgebleven koorruimte werd als kerk ingericht. De gespaard gebleven kansel werd op de oude doopvont geplaatst en met een aantal stoelen kon men ongeveer een vijftigtal mensen bergen. Niet veel, maar de gemeente was en bleef klein. In 1684 waren er 48 lidmaten en in 1762 slechts 27. Tot het tweede kwart van de 19e eeuw heeft men zich zo beholpen. 16 oktober 1758 wordt het slopen van de vervallen muren van de oude kerk, die instortingsgevaar opleverden, aanbesteed. Het danig vervallen gebouw kost veel aan onderhoud en voldoet steeds minder aan het gestelde doel. Zeker wanneer begin 19e eeuw de gemeente zich uitbreidt. Uit een schrijven van 1825 blijkt dat de gemeente in 30 jaren zich heeft uitgebreid van 100 tot 200 zielen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 1998

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

HAGESTEIN (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 1998

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's