De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Letten op tekenen ten goede

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Letten op tekenen ten goede

8 minuten leestijd

Wijlen ds. W. L. Tukker, van 1969 tot 1975 voorzitter van de Gereformeerde Bond, placht nogal eens te zeggen dat er ook 'goede dingen in Juda' waren. Hij deed dat wanneer golven hoog gingen in kerk en gemeente of wanneer (slechts) klachten werden geuit over het kerkelijke en gemeentelijke leven. Aan die goede dingen trok hij zich op. Anderen wilde hij ermee bemoedigen.

Zwerfsteen

De 'goede dingen in Juda' treffen we in 2 Kronieken 12 : 12, waar letterlijk staat: Ook waren in Juda nog goede dingen'. Dat tekstwoord staat bijna als een zwerfsteen in dat Schriftgedeelte. Koning Rehabeam was in goede doen geraakt en verliet God. Daarin sleepte hij zijn volk mee. 'Zolang hij dacht dat zijn troon wankelde, bleef hij bij zijn plicht, opdat hij God tot zijn vriend zou maken. Maar toen hij vond dat hij aardig vast stond, dacht hij de godsdienst niet meer nodig te hebben. Hij was veilig genoeg zonder godsdienst' (Matthew Henry). Totdat de Egyptische legers eraan kwamen! De profeet Semaja kwam de koning zeggen dat dit geschiedde, omdat hij en het volk de Heere hadden verlaten. 'Toen verootmoedigden zich de oversten van Israel en de koning en zij zeiden: de Heere is rechtvaardig'. De bekering was echter maar voor korte tijd. In het slot van het Schriftgedeelte lezen we van Rehabeam, dat hij deed wat kwaad was, 'omdat hij zijn hart niet richtte om de Heere te zoeken'. Hoewel de bekering dus ten dele en voor korte tijd was bewaarde God het volk nochtans voor de ondergang. Zijn 'grimmigheid' zou over Jeruzalem niet worden uitgegoten (vs. 7).

'Zoals hun bekering was, was hun verlossing', zegt Henry: namelijk gedeeltelijk. Het volk werd door de Egyptische Farao Sisak namelijk wel beperkt in vrijheid en beroofd van bezit. De schatten uit het huis des Heeren en uit het huis van de koning werden geroofd: 'hij nam alles weg, hij nam ook al de gouden schilden weg, die Salomo gemaakt had'. Hij plunderde de tempel en de schatkist. Het is bijna ironisch te lezen, dat koning Rehabeam voor die gouden schilden wat povere koperen of bronzen schilden in de plaats stelde en de overste van de lijfwachten bevel gaf daarover te waken.

Toen de koning zich verootmoedigde, al was het dan niet met een ongedeeld hart, werd de toorn des Heeren van hem gewend, 'opdat Hij hem niet tot het uiterste toe verdierf. En dan staat er dat ene korte zinnetje: 'ook waren in Juda nog goede dingen'.

Goed

Men kan er naar gissen wat hier die goede dingen waren. Aardig en eenvoudig is hier de duiding van de goede dingen, die Matthew Henry eraan geeft: 'goede leraren, goed volk, goede gezinnen'. Hij betrekt er overigens ook de welvaart bij: 'In Juda gingen de dingen slecht toen alle vaste steden ingenomen waren, maar toen zij berouw hadden, veranderden hun zaken en gingen de dingen goed'. In de Engelse vertaling staat: 'In Juda gingen de zaken goed.'

Welke duiding we echter ook aan dit woord willen geven, zo'n woord staat er niet voor niets. Midden in alle zorg en afval en nood werd gewezen op de goede dingen, die er, ondanks alles, in Juda nog waren. Het staat er als een bemoediging. Het was niet alles kommer en kwel. Er was ook zegen. Daar mag op worden gewezen. Dat is geen triomfantelijkheid, maar uiting van dankbaarheid.

Hoopvol

Het is goed elkaar ook vandaag aan zo'n Schriftwoord te herinneren. Al te vaak overheerst de klacht. We wijzen op de secularisatie, de afval, de ontkerkelijking. De 'gouden schilden' zijn her en der weggehaald. Ik bedoel: fraaie, vaak historische kerken zijn onder slopershamers gekomen of zijn omgedoopt in tempels voor andere religies. Wat er voor in de plaats kwam waren vaak 'bronzen schilden'. Maar er zijn ook goede dingen in Juda.

Midden in de Amsterdamse Jordaan mocht de Noorderkerk weer in haar oude luister verrijzen. De dienst ter opening van de gerestaureerde Noorderkerk, in aanwezigheid van Hare Majesteit de Koningin, was een feestelijk gebeuren. De vlag op het dak van de kerk had het vanwege de storm begeven. Daarom echter had de baas van het café naast de kerk de vlag uitgestoken. Zo liet ook de buurt merken, dat de opening van de kerk een feestelijk gebeuren was. De kerk in de Jordaan, met door alle ramen heen uitzicht op de buurt, mocht haar plek houden en met ere innemen als centrum van de ontmoeting van mensen met God in Zijn Woord.

In Rotterdam Delfshaven onderging de Oude of Pelgrimsvaderskerk eveneens een grondige opknapbeurt. Een kerk midden in een buurt, waar zeventig procent van de bevolking allochtoon is. Een kerk met 'een bloeiende gemeente', zoals in de kop van een 'portret' stond te lezen in Koers. Wat heet vandaag in de stad een bloeiende gemeente? 'Er zijn mensen die hier zijn blijven wonen of speciaal zijn komen wonen om hun krachten in te zetten voor de gemeente', zegt ds. P. L. de Jong. Een kerk met een gemeente rondom het Woord!

Goede dingen in Juda! We mogen er ons door bemoedigd weten. Gods werk gaat door, ook in de grote steden, waar gemeenten, die we restgemeenten zijn gaan noemen, nochtans tekenen van hoop zijn. Zulke dingen mogen gezegd worden.

Dat geldt ook andere 'goede dingen'. Goede leraren, goed volk en goede gezinnen, zei Henry. Enkele weken geleden schreven we over zorgelijke ontwikkelingen in hervormd gereformeerde kring. Blijkens de vele brieven en anderssoortige reacties werd onderkend en herkend wat daarin geschreven werd. Dan mag echter ook gezegd worden, dat er 'goede dingen in Juda' zijn. Gemeenten, waar opbouw plaats vindt in de geestelijke zin van het woord, door prediking, pastoraat en catechese maar ook door onderling dienstbetoon. Gemeenten waar van opbloei sprake is door de prediking. Het behoeft niet triomfantelijk te wezen als daarop wordt geduid. Het goede is er dank zij de bewaring des Heeren. Hij vergadert, beschermt en onderhoudt Zijn kerk door Geest en Woord (H.C., zondag 21), ook vandaag. Zo geldt het ook gezinnen. Er wordt pijn geleden door ouders, die zien dat hun kinderen de kerk verlaten. Er wordt in het algemeen pijn geleden aan kerkverlating. Dan mag ook gewezen worden op goede dingen in Juda; ook hierin, dat gezinnen bewaard blijven bij de gemeente, bij de Heere en Zijn dienst; en ook hierin, dat mensen, ook op plaatsen waar de gemeente 'dun' is geworden (Psalm 79 : 8), zich van heler harte inzetten voor de dienst des Heeren. 'Goed volk'!

Bemoediging

In het begin van de zeventiger jaren had ik een vraaggesprek voor dit blad met wijlen ds. J. van Amstel. 'Bemoedig de jonge predikanten', gaf hij als boodschap mee. De oudere generatie, ook onder de predikanten, heeft hier een functie naar de jongere generatie toe. Wanneer altijd wordt afgedongen op het kerkelijk of gemeentelijk leven, kan dit ontmoedigend werken. Jongeren worden er niet jaloers op. We mogen elkaar ook wijzen op de goede dingen. Daar gaat bemoediging van uit. Als het goed is functioneren zo ook de ringen van predikanten, ter onderlinge bemoediging. We moeten elkaar ook bewaren voor kerkelijk doemdenken. Velen vragen zich af wat er van de kerk in dit land worden zal. Er zijn zoveel ontmoedigende tekenen: afval, dwaalleer, verdeeldheid. Maar telkens ook mogen jonge predikanten aantreden, die er naar verlangen de gemeente te leiden en te weiden in het Woord. En de prediking van het Woord is een grazige weide, omdat Christus daarin centraal staat, zegt Luther.

Ten goede

Jaren geleden vroeg ik ds. G. Boer naar de gemeente, die hij toen diende. Een 'goede gemeente'? Het antwoord was: 'wat noemt ge me goed? Niemand is goed dan Eén. Adamskinderen, alles wat er meer is is genade'. Zo mag ten diepste over goede dingen worden gesproken. Als daarvan tekenen zijn is het door Gods genade. Daarom mag ook worden gebeden: 'Doe een teken mij ten goede, Dat mijn haters in hun woede mogen zien, hoe, tot hun spijt. Gij mij troost en mij bevrijdt'.

Ooit gaf prof. dr. A. F. N. Lekkerkerker aan een boek van zijn hand over het avondmaal de titel 'Doe een teken mij ten goede'. Daar, waar de avondmaalstafel staat aangericht, geeft de Heere inderdaad Zijn teken ten goede. Omdat in de tekenen van brood en wijn de levende Christus aanwezig is. Psalm 86 staat echter in een algemener verband, tegen de achtergrond van 'grote verdrukking'. Het gebed wordt dan door de psalmist gedaan om een teken ten goede, omdat hij weet van Gods barmhartigheid en genade.

Waar het Woord is, is de kerk. Ook vandaag gaat de Heere door om Zich een gemeente, verkoren ten eeuwigen leven, door Woord en Geest bijeen te brengen. Een teken ten goede! Er zijn ook vandaag de goede dingen in Juda. Die komen meestal niet in de krant. Kunnen zelfs wolkjes als de hand van een man niet voorboden van zulke tekenen ten goede zijn?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 november 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Letten op tekenen ten goede

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 november 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's