De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kanttekeningen bij de voorstellen  inzake invulling synodale motie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kanttekeningen bij de voorstellen inzake invulling synodale motie

9 minuten leestijd

De voorstellen zoals die vorige week in de Waarheidsvriend stonden zijn ook toegezonden aan de synode. We hopen en bidden dat onze poging aanknopingspunten mag bieden voor een weloverwogen besluit in de komende tijd. Ook de classicale vergaderingen hebben dit stuk ontvangen, in de hoop dat er vergaderingen zijn die dit stuk tot het hunne maken. Laten öok de grondvergaderingen van de kerk zich er over buigen. De zorg voor de gemeenten en de kerk moet ons een gezamenlijke zorg zijn. Diverse kerkenraden hebben meer dan eens om voorstellen gevraagd die hen zouden kunnen helpen bij een verdere doordenking van de huidige problematiek. Dat is ook de reden dat we de voorstellen in de Waarheidsvriend publiceerden. Kerkenraden en gemeenteleden die de zorg voor de kerk delen kunnen er op deze wijze ook kennis van nemen. Dat is eerlijk en open. Puntsgewijs wil ik in dit artikel een aantal knelpunten verduidelijken. De bedoeling daarvan is het gesprek over de voorstellen te dienen.

1. Uitgangspunt van het stuk ligt in onveranderde trouw aan de gereformeerde belijdenis. Dat is voor hervormd gereformeerden onopgeefbaar. Het is een rode draad door heel de tekst heen. De jaren door hebben we daarvoor gestaan en dat verlangen we ook vandaag. Daarbij hoort dat het principieel voor ons onmogelijk is om de pluraliteit te aanvaarden. Binnen de kerk der vaderen zijn we steeds gebleven en omdat de gereformeerde belijdenis haar fundament was. Datzelfde fundament willen we bewaren, we kunnen en durven niet anders. Daarom hebben we naar een weg gezocht waarin we alleen aangesproken kunnen worden op de gereformeerde belijdenis en waarin we bovendien duidelijk maken dat we de kerk in haar geheel daar slechts op zullen aanspreken. Aan de ene kant betekent dat dat we nooit kerkelijk gedwongen kunnen worden te aanvaarden wat naar onze diepste overtuiging niet naar Schrift en belijdenis is. En dat we bovendien in volle rechten de kerk kunnen blijven aanspreken op de Schrift en de uitleg daarvan in de belijdenis. We kunnen en willen niet anders, want we vrezen Gods verbondstrouw te schenden en de Heilige Geest te bedroeven. Op deze grondslag kan er zegen worden verwacht van God, Die weliswaar de trouw aan Zijn verbond betoont door de geslachten heen, maar die tevens verwacht dat wij Hem trouw blijven.

2. We hebben dus niet gezocht naar alleen maar het veilig stellen van de eigen traditie. Overigens kunnen wij als.mensen dat zelfs niet. We kunnen het vastleggen in ordinanties maar het echte 'traderen', het doorgeven, het leven uit het pand dat ons is toebetrouwd, is steeds weer en alleen maar vrucht van de Heilige Geest. Behalve het bewaren van de binding aan de gereformeerde belijdenis willen we en kunnen we ook niet anders dan haar steeds weer voorhouden aan een kerk die diep en diep door de crisis gaat. De schatten van het gereformeerd belijden willen we voorhouden aan, verbreiden in, en in de kracht van Gods Geest vruchtbaar maken voor een kerk in diep verval, een kerk die tot op het bot is verdeeld en die dodelijk ziek is tot in haar meest wezenlijke existentie toe. Daarom kunnen en durven we ons niet laten opsluiten in reservaten, in een fuik waar we wel onszelf kunnen blijven, maar geen woord en geen boodschap meer hebben aan en voor het geheel van de kerk. Uiteindelijk gaat het om de kerk, om heel de kerk, om de genezing, een reformatie van heel de kerk. Dat heilige verlangen blijft ons drijven, doet ons bidden om het behoud van kerk en volk. Al besef ik heel goed dat onze boodschap bij tijden ontzaglijk gebroken en uitermate stumperig overkomt. Het geheel van spanning in de kerk, van spanningen onder ons maakt ons onvruchtbaar. Dat is gezamenlijke schuld voor God. In de diepte bidden we: 'Uw werk, o HEERE! behoud dat in het leven in het midden der jaren'.

3. In de preambule hebben we ons staan geprobeerd te verduidelijken. We sluiten aan bij de kern van de Reformatie. Daar ligt het hart van het Evangelie, maar ook" het hart van het kerk-zijn vertolkt. Om deze principiële spanning gaat het ten diepste. Leeft de kerk uit en is ze gefundeerd in dit verstaan van Wet en Evangelie? Dat maakt haar tot gereformeerde kerk, dat onderscheidt haar ten diepste van elk ander Evangelie dat ten diepste geen Evangelie is en waarvan Paulus zegt dat het vervloekt is. Telkens opnieuw mogen en moeten we staan voor deze kern van het Evangelie in woord en geschrift. Daar ligt leven, daar ligt hoop voor de toekomst. In deze premissen gaat het ons om de Schrift, om de belijdenis en om de religie van de belijdenis. Anders gezegd: het gaat ons om waarheid en leven, om leer en leven.

4. Ordinantie 11-2 legt vast dat er hervormde gemeenten kunnen blijven bestaan binnen de verenigde kerk. Dat zijn gemeenten die niet willen of kunnen fuseren. Voor hen moeten er nog regels getroffen worden in de ordinanties dat hun hervormd kerkelijk leven kan worden voortgezet. En het zou in onze visie goed zijn dat deze gemeenten, om hen voor verstrooiing te bewaren op een of andere manier te clusteren. We noemen dat een convenant.

Dat is geen opgetuigde vereniging onder leiding van het hoofdbestuur of iets dergelijks. Dat kan functioneren los van de Gereformeerde Bond. Bij de Bond kunnen gemeenten en kerkenraden zich niet aansluiten. De Gereformeerde Bond kent alleen persoonsleden en afdelingen. In het convenant gaat het er om dat gemeenten beloven voor God en voor elkaar, voor God en voor de kerk, dat zij de kerk slechts zullen aanspreken op de gereformeerde belijdenis en op de Schrift, en dat ze zich daar ook slechts op aangesproken weten. Deze gemeenten drukken daarmee hun onderlinge verbondenheid uit, hun staan in het geheel van het kerkelijk leven is er mee getypeerd. In de verklaring van overeenstemming (het convenant) die opgesteld zou moeten worden gaat het om de bovenstaande binding. En van deze gemeenten kan dan ook worden vastgelegd dat ze hun gemeentelijk leven regelen conform de gereformeerde belijdenis.

5. Met name vier aspecten van leer en leven worden in de voorstellen genoemd: het heilig avondmaal, de heilige doop, het huwelijk, de proponentsformule. We kunnen ook denken aan de ambten, de verkondiging van het Woord, opzicht en tucht, de erediensten en andere facetten van het gemeentelijk leven. We hebben het hier over het centrum van het gemeenteleven, het kerkelijk leven. Hier mag geen aanslag worden gedaan vanuit de verenigde kerk op deze gemeenten. Daarom moeten deze dingen kerkordelijk worden vastgelegd, ter bescherming. Gemeenten mogen op geen enkele manier onder een fusiedwang doorgaan met alle consequenties van dien.

6. Gemeenten hebben het recht te fuseren of niet. In het synodebesluit is vastgelegd dat eigen vormen van kerkelijk kunnen worden voortgezet. Daarom spreekt het voorstel ook over hervormde classes. Zij vormen de eigenlijke grondvergaderingen van de kerk. Zij moeten in vrijheid, overeenkomstig hun eigen bevoegdheid, kunnen beslissen over vereniging met de classis van de andere kerken binnen de regio. De classes die besluiten niet te verenigen blijven in de weg van het belijden der kerk, zoals dat in 1951 is vastgelegd. Op deze wijze blijft de classis een plaats van ontmoeting en zorg. Hier kan blijvend het onderling gesprek gevoerd worden in de classes die voor deze optie kiezen. Immers diverse soorten hervormde gemeenten kunnen tot deze classes behoren. Om het kerkelijk gesprek extra te stimuleren zou de hervormde en niet-hervormde classis in de regio elkaar minimaal één keer per jaar moeten ontmoeten. Waarom hechten we aan deze structuur op classicaal niveau? Omdat zij de grondvergadering van de kerk is. Omdat gemeenten elkaar hier ontmoeten en met elkaar spreken, omdat hier de onderlinge bezinning plaatsvindt. Omdat de classicale vergadering een wezenlijk, diep grondgegeven is in de kerkelijke structuur. Deze classes kunnen op deze manier niet worden gedwongen te erkennen wat strijdig is in leer en leven met de gereformeerde belijdenis. Op deze wijze kan met de woorden van het synodebesluit een 'vorm van eigen kerkelijk worden voortgezet'.

7. Daarnaast stellen we voor een hervormde raad in het leven te roepen. Daarbij gaat het om een raad die evenals de evangelisch-lutherse synode een volledige plaats krijgt. Wat is de bedoeling daarvan? Haar ambtelijke opdracht is te bewaken dat we op geen enkele wijze gedwongen worden te erkennen wat tegen Schrift en belijdenis ingaat. Het gaat hier om een synode, naar analogie van de lutherse synode als ambtelijk orgaan. Hoe deze raad wordt samengesteld moet nog verder worden onderzocht. Eén van de wezenlijke bevoegdbeden is het toetsen van uitspraken over leer en leven van de synode. Die toetsing vindt plaats in het licht van het gereformeerd belijden. Deze raad geeft haar oordeel over de uitspraken van leer en leven. Ook op deze wijze wordt het hervormd kerkelijk leven voortgezet én bewaakt. Zij zorgt er voor dat geen momenten van leer en leven die strijdig zijn met de gereformeerde belijdenis hervormde gemeenten en classes worden opgedrongen. Tegelijk is het haar roeping om op deze wijze het gereformeerde erfgoed te verbreiden. We geloven in de kracht van het Woord, in de kracht van het gebed.

8. We hebben gehunkerd om er samen uit te komen in hervormd gereformeerde kring. Uiteindelijk is dat niet gelukt. Wie er echt aan lijdt belijdt schuld en machteloosheid en bidt God om genade en ontferming. Uit iets gebrokens van ons kan de Heere God iets goeds maken. Ik besef goed dat we dat niet verdiend hebben. We gaan door ballingschap en oordeel van verdeeldheid en gescheurdheid. We bidden God om genade en verzoening, we bidden God om de leiding van de Heilige Geest. Laten we er over en weer voor waken dat de polarisatie als een onheilig vuur ons verder uit elkaar drijft. Dat is geen vrucht van de Heilige Geest, dat hoort veeleer bij de werken van het vlees. We pleiten op de trouw van God, de God van het verbond. En onze roep is een roep uit de diepte om ontferming en genade en om genezing van de kerk in haar geheel, tot eer van God. De voorstellen zijn voorstellen in gebrokenheid en voorlopigheid. Daarmee bedoel ik ook dat dat de gestalte is van de kerk hier beneden. Geschonden gaat Christus' lichaam binnen de hervormde kerk haar weg. Alle triomfalisme zij ons vreemd. Wij roepen en bidden: 'Uw werk, o HEERE! behoud dat in het leven in het midden der jaren'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 november 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Kanttekeningen bij de voorstellen  inzake invulling synodale motie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 november 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's