De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Evangelieverkondiging vanuit de  Noorderkerk in de binnenstad

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Evangelieverkondiging vanuit de Noorderkerk in de binnenstad

Het monument open;

9 minuten leestijd

Vandaag een feestelijke dag. De officiële heringebruikname van de Noorderkerk. De restauratie is voltooid. Inderdaad, het monument kan weer open. Ik aarzelde wat toen ik het woord monument hoorde in het thema, dat mij voor deze middag werd aangereikt. Een blik in Van Dale leerde mij nl. dat het woord 'monument' zoiets betekent als gedenkzuil, gedenkteken. Iets wat dus aan vroeger doet herinneren. In ons geval, hier in de Noorderkerk, dus aan het begin van de 17e eeuw. Een periode waarin als gevolg van een geweldige verstedelijking een enorme woningnood ontstaat. En om die woningnood op te lossen wordt de grachtengordel uitgebreid. Aan de overkant van de Prinsengracht wordt een nieuwe wijk gebouwd: de Jordaan. En op de grens van grachtengordel en Jordaan verrijst de Noorderkerk: 1623.

De kerk voor de Jordanees, die de afstand naar de Westerkerk te groot vond.

Voor ons nu een onvoorstelbaar argument. Menig gemeentelid moet een wat grotere afstand overbruggen. De stadsvernieuwing vanaf de zeventiger jaren in deze eeuw heeft de Jordaan in oude luister hersteld: prachtige geveltjes, mooie nauwe straatjes en schitterende hofjes. Voltooit de restauratie van de Noorder dit proces? De Noorder: hét monument van de Jordaan?

De Noorderkerkgemeente, een gemeente die zich alleen maar op het verleden richt? De vitrines, achterin de kerk, worden die straks ook gevuld met een oude Statenbijbel, een versleten toga en een overbodige collectezak en nog drie oude formulieren, attributen van vroeger?

Wacht, er staat een puntkomma achter het woord 'monument'. Dat biedt perspectief: het monument open; evangelieverkondiging vanuit de Noorderkerk in de binnen­ stad. En wel de Jordaan.

Terug

Dit 'monument' verwijst terug naar vroeger, zeker. Maar tegelijkertijd verwijst dit 'monument' vooruit.

Dit is een monument met een verleden, maar ook met een toekomst. Die vitrines zijn niet voor ons, maar voor de archeologische dienst van Amsterdam.

Velen van u zijn voor het eerst in de Noorder. Het valt u ongetwijfeld óp: deze kerk is zeer sober, geen imponerende glas-inloodramen, geen opvallende versieringen, geen oude kronen.

Ik nodig u uit nog iets scherper te kijken naar deze kerk.

De gemeente zit hier rondom het Woord van God: de Bijbel. De Openbaring van God. In deze kerk staat de kansel centraal.

Er wordt gepreekt. Alzo spreekt de Heere Heere.

Het bankenplan vormt eigenlijk een kerk in de kerk. Het geeft iets aan van het schuilen bij God.

De kerk als schuilplaats. In de wereld moet je scoren, presteren, anders val je uit de boot, sta je als mens op jezelf.

Hier mag je met al je vreugde en noden tot God de Toevlucht nemen, val je juist niet buiten de boot. Hier zijn de eeuwige armen van God, die je opvangen.

De gemeente rondom het Woord. Geborgenheid. Veilig in Jezus' armen, veilig aan Jezus' hart, tegelijkertijd, waar je ook zit in de kerk. Je kunt naar buiten kijken en je ziet de gevels van de omliggende panden. Al luisterend zie je dat je in Amsterdam onder het Woord zit.

Je hoort het Evangelie in deze stad. En zo is de gemeente niet alleen schuilplaats, maar ook uitvalsbasis. Ze opent haar oren en luistert naar God, en tegelijkertijd houdt ze haar ogen open en kijkt ze naar buiten! Het Evangelie communiceren met allen om ons heen. Moeilijk, jazeker, maar wel een Goddelijke opdracht. Met recht: een open monument. Naar God toe, naar de ander toe.

Jordaan

Evangelieverkondiging in de Jordaan. Waarschijnlijk verwijst de naam Jordaan naar de oudtestamentische rivier, de Jordaan. Israël moest deze rivier oversteken om zo het beloofde land binnen te trekken. De Prinsengracht zou dan de Jordaan zijn en precies bij die Prinsengracht staat deze kerk, op de grens van het beloofde land. Om mensen het beloofde land binnen te leiden. Niet zomaar, door het water heen, door de crisis heen. En dat is nu precies de taak van de kerk: binnenleiden. Mensen brengen tot de kennis van God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Dat gaat niet vanzelf, dat is een zaak van bekering. Van je leven verliezen.

De Jordaan is ook de rivier waar Johannes de Doper actief was. Hij riep het volk op tot bekering en doopte hen tot vergeving van zonden. Deze doopvont, geschonken in 1909 door Koningin Wilhelmina aan de Prinsessekerk; onlangs via de Nassaukerk in onze kerk terechtgekomen, wijst ons voortdurend op die Doop, die oproep en lokroep van God. Door de Jordaan heen, binnenleiden in het land van de rust en vrede.

Onze tijd wordt getypeerd door het gemis aan hoop. In de stad wordt de 'hopeloosheid' zichtbaar. Mensen die met hun ziel onder de arm lopen, niet meer weten waar ze het zoeken moeten.

Stad van God

In het jaar 410 wordt Rome door de Westgoten bestormd en geplunderd. Velen vluchten weg. Rome gevallen; onvoorstelbaar. De kerkvader Augustinus grijpt zijn pen en schrijft zijn meesterwerk: De civitate Dei, over de Stad Gods.

Er zijn twee steden: de stad van de mens en de Stad van God. De stad van de mens is gebaseerd op eigenliefde, eigenbelang. De Stad van God is gebaseerd op de liefde van God, gevende liefde. Gods liefde in Christus. De eerste stad valt, inderdaad, maar de tweede Stad valt nooit. Die Stad komt. Dat is de Stad van de Toekomst. Het rijk van de genade. Dat God in Christus, Immanuël, de kloof van onze zonde overbrugd heeft, en dat de Heilige Geest ons in verbinding wil brengen met deze Christus, met deze God. De Stad Gods.

En nu is dit het opvallende van Augustinus, dal hij dan naar voren brengt: die steden kun je nu nog niet helemaal van elkaar scheiden. Er is nu nog geen waterdichte scheiding tussen de stad van de mens en de Stad van God. Nog sterker: in de stad van de mens moet je wijzen op de Stad van God. En dat is nu precies de taak van de kerk in de Jordaan, als onze tijd lijkt op de tijd van Augustinus. Een tijd van leegte, angst, kunstmatig optimisme, de Stad Gods proclameren in de stad van de mens.

De mens, de mens vandaag opzoeken met het Woord van God. Zo hopen wij deze kerk te mogen gebruiken: om hier het Woord van God te ontvangen. Hoop in een tijd van hopeloosheid. Zien op Christus, de hoop der heerlijkheid. Maar tegelijkertijd dit woord ook door te geven. Stad van God temidden van de stad van de mens.

Evangelieverkondiging in de Jordaan. Mensen helpen met oversteken.

De hand reiken

In de stad lopen mensen vaak tegen elkaar aan, bijvoorbeeld in de Kalverstraat. Je raakt elkaar aan, maar je bent een vreemde voor elkaar. Anonimiteit, kenmerkend voor de stad. Het lijkt heerlijk, je kunt rustig je eigen gang gaan, maar wie kent mij nog? De kerk: helpen met oversteken, elkaar de hand geven, dan moet je elkaar ook leren kennen. Hier in de Noorderkerk worden maaltijden georganiseerd om met jongeren hier in de wijk contact te zoeken. In Hebron, het wijkgebouw in de Spaarndammerbuurt, komt iedere dinsdagmiddag de ouderenclub bij elkaar. Ontmoeting, aanspraak in de eenzaamheid. Ook daar wordt iedere week een open maaltijd georganiseerd. Even eten? De ontmoeting is van belang. Je nodigt mensen uit. Je toont belangstelling. Ook door gewoon met hen te eten. Wij belijden immers met Zondag 1 dat de enige troost in leven en in sterven is dat we met ziel en lichaam beiden het eigendom zijn van Jezus Christus. Ziel en lichaam. De hele mens doet mee. De mens met al zijn vragen. Twee keer per maand is er na de maaltijd een samenkomst, komt het Woord van God ter sprake. Om Zijn stem gaat het. Daarom wordt hier gepreekt. Wie op zondagavond de kerk nadert, merkt dat de kerk niet door schijnwerpers wordt verlicht om het gebouw te laten zien. Nee, het licht dat binnen brandt om de mensen te ontvangen, straalt van binnen naar buiten. Kom, maar er wordt niet alleen gepreekt. Er wordt ook geluisterd, geholpen, meegezocht. Op een clubmiddag in Hebron voor kinderen uit de buurt werd aan een meisje gevraagd: waarom kom je hier eigenlijk? Omdat het gratis is, zei ze. Inderdaad, gratis. Genade. Waarom ik dit allemaal vermeld? Om onszelf als Noorderkerk wat op te hemelen? Welnee, van ophemelen kan geen sprake zijn. We doen dit werk immers op aarde, bij de Jordaan, op de grens, de stad van de mens en de Stad van God lopen immers nog door elkaar heen. Het blijft stucwerk, net als de buitenkant van de kerk. Ik weet niet of het u opgevallen is, de kleurverschillen in de gevel: nieuwe stenen moesten geplaatst worden. Je kunt het zien. Duidelijk. De architect heeft met opzet geen stenen gekozen die er al heel oud uitzien. Nee, je ziet duidelijk dat ze er pas tussen zijn geplaatst. In de loop der jaren groeien de kleuren vanzelf wel naar elkaar toe.

Niet te glad

Deze kerk moet niet te glad zijn, te mooi, te gepolijst, te steriel. Dat past niet bij onze opdracht. Die vervullen wij niet vanzelf en automatisch, integendeel. Trouwens, het is ook een 'bont' gezelschap dat hier samenkomt. Iets van de gang der eeuwen wordt zichtbaar, aan de buitenkant, ook hier binnen: banken en lampen uit de vorige eeuw, illustratie van de trouw van God, de eeuwen door.

Voor de restauratie tochtte het in de kerk, je voelde het waaien. Het moet hier blij­ven waaien, de wind van buiten moeten wij blijven voelen. Die ruwe werkelijkheid geeft aan: we zijn kerk bij de Jordaan. Op het kruispunt van twee werelden. Het blijft stucwerk.

Wacht: Evangelieprediking in de Jordaan. Er zijn ook mensen die zeggen, dat het woord Jordaan van het Franse woord jardin komt: tuin. Zo eindigt de bijbel, het hemels Jeruzalem, de Stad Gods, het daalt neer uit de hemel en het is een tuin, een jardin. In het midden: de boom des levens, haar bladeren tot genezing van de heidenen. Het monument is open, restauratie voltooid, inderdaad. Maar de Evangelieprediking nog niet. Die gaat maar door! Totdat Christus komt.

 

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 november 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Evangelieverkondiging vanuit de  Noorderkerk in de binnenstad

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 november 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's