De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Naar het hart van de jongeren

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Naar het hart van de jongeren

Ds. H. J. Stoutjesdijk: De doop raakt wel de kern van de geloofsleer

8 minuten leestijd

Mede vanwege invloeden vanuit de reformatorische zuil en de evangelische beweging wordt in deze tijd de vraag naar de waarde van het verbond in hervormd-gereformeerde gemeenten opnieuw geformuleerd. Kan ik mijn kind ook opdragen in plaats van laten dopen? Hoe kijken we naar de gemeente en hoe spreken we haar aan? In vier vraaggesprekken vanuit de gemeentepraktijk gaan we in op het functioneren van het verbond in prediking en pastoraat, waarna een evaluerende afronding met ds. K. Exalto zal plaatshebben. Vandaag deel 3: in gesprek met ds. H. J. Stoutjesdijk, sinds 1995 predikant in Nijkerkerveen, daarvoor in Brandwijk, Harskamp, Oud-Beijerland en Dordrecht.Over twee weken deel vier, een gesprek met ds. J. Kommers uit IJsselstein.

Hoogachting voor het Woord en de sacramenten, vindt ds. H. J. Stoutjesdijk erg goed, want 'in de kerk is God niet de buurman die over de heg tot je spreekt'. Waar gemeenteleden torenhoog tegen het avondmaal opzien, zou hij willen dat er ook voor de doop een tijd van voorbereiding was. 'Voordat een mens naar God vraagt, zegt Hij: Ik heb je bij je naam geroepen, gij zijt Mijn'.

Verbondsmatige prediking is voor ds. Stoutjesdijk de prediking van de volstrekte genade in Christus voor volstrekt verloren zondaren. 'Bewogen en appellerend moet aandacht gevraagd worden voor het eenzijdige werk van God, waarin je geen selecte groep maar heel de gemeente aanspreekt, al zeg ik niet dat heel de gemeente bekeerd is. Binnen de Gereformeerde Bond zijn er op dit punt altijd twee lijnen geweest. Die moeten mijns inziens bij elkaar blijven: verbond én verkiezing, geloof én wedergeboorte.

Prediking is altijd uitleg en toepassing. Je kunt de mensen niet wegsturen met, overtrokken gezegd, de mededeling dat ze kinderen van het verbond zijn en ze gerust mogen leven; evenmin kun je zeggen dat er eentje misschien mag weten in een diepe weg kind van God geworden te zijn, nadat hij bijna van benauwdheid het behang van de muur gekrabd heeft. Bij beide benaderingen functioneert het verbond niet. Als het gaat om een bijbelse prediking, denk ik aan de Schotten, onder andere de Erskines. Zij doen een appèl op heel de gemeente.'

Hosea

Gods Woord is er volgens ds. Stoutjesdijk duidelijk over hoe de gemeente bezien moet worden. 'Paulus spreekt in de Korinthebrief over de geliefden in de Heere Jezus Christus, de uitverkorenen, terwijl er toch heel wat te berispen was. Nee, zo spreek ik de gemeente niet aan. Dat hoeft ook niet. Als ik "Gemeente" zeg, zeg ik precies hetzelfde. Wie de woorden van Paulus letterlijk overneemt, moet uitleggen wat hij bedoelt. Het gevaar is levensgroot dat mensen denken dat als ze tot de gemeente behoren, ze ook zalig zijn.

Overigens vind ik het principieel verkeerd om de gemeente aan te spreken met "Geliefde toehoorders". Het gaat om de gemeente waarmee God een verbond heeft gesloten. God legt een claim op Zijn volk en zegt, net als in Hosea: "Het zijn Mijn kinderen". Toen ik recent in Leiden voor het Theologisch Werkgezelschap een lezing over de plaats van het verbond in de prediking hield, heb ik Thomas Boston aangehaald. Als iemand uit de gemeente de wereld introk, dan bracht Boston dat op de preekstoel en zei: "Gemeente, wij hebben niet gewaakt". Die notie, die pastorale houding ten aanzien van kinderen van het verbond, ontbreekt onder ons wel eens. Denken we soms niet: beter kwijt dan rijk.' De predikant uit Nijkerkerveen aarzelt bij de vraag of zijn gemeenteleden leven uit hun doop. 'Je merkt dat wel eens. Maar wanneer ik tijdens de belijdeniscatechisatie of op een doopbezoek naar de beweegreden voor de doopbediening vraag, is het nogal eens stil en weet men niet waarom het sacrament bediend wordt. Het is meer een gewoonte: je kunt je kind immers niet als een heiden laten opgroeien? Ik krijg vanuit de gemeente niet zoveel respons, maar dat wil niet zeggen dat ze er niet mee bezig zijn. De ouderlingen horen wat meer.

Tegen de bediening van het avondmaal ziet men vaak wel op. Ik vind dat niet terecht, want het zijn gelijkwaardige sacramenten., Augustinus zei: "Doop en avondmaal zijn de twee borsten waarmee de kerk haar leden zoogt door de bediening van de Heilige Geest". Dat er een hoogachting is voor het Woord en de aanklevende bediening van de sacramenten, vind ik erg goed: in de kerk is God niet de buurman die over de heg tot je spreekt. Ik zou echter willen dat er ook voor de doop een tijd van voorbereiding was.'

Jongeren

'De gemeente moet de rijkdom van de doop beseffen: God treedt ook met een mens in een verbondsrelatie. Voordat een mens naar God vraagt, zegt Hij: "Ik heb je bij je naam geroepen, gij zijt Mijn". Je mag daarom op de beloften uit de doop pleiten. Hem in het gebed voorhouden wat Hij vraagt. Ik zou dat vaker willen ontmoeten.'

Het lijkt ds. Stoutjesdijk alsof jongeren hiervoor meer openstaan dan ouderen. 'Misschien werkt de Heere meer onder hen, leven ouderen hun gewone gangetje. Toen een aantal jongeren na de dienst eens over de preek wilde praten, keek ik op toen er 32 jongelui van 17 tot 20 jaar in de kamer zaten, met elkaar in gesprek over het avondmaal, over de zekerheid van het geloof.'

In zijn gemeentewerk probeert de predi­kant vast te houden aan de weg van catechisatie naar belijdenis en avondmaal. 'Aan die Calvijnse lijn houd ik vast. Ik kan het geloof niet geven - de term leren geloven vind ik ook wat gevaarlijk - maar je mag het leven met Christus zo naar het hart van de jongeren toebrengen dat ze er zin in krijgen. Als ze liefde in mijn preken proeven, als ze ontdekken dat ik hen bij de Heere Jezus wil brengen, hoeven ze het niet in alles met me eens te zijn.'

Van huis uit is ds. Stoutjesdijk rechts-confessioneel. 'Later is mijn hart tot de gereformeerde richting getrokken. Als ik onze tijd met mijn studietijd vergelijk, heb ik soms het idee dat wat vroeger confessioneel was nu tot de Gereformeerde Bond gerekend wordt, ook in de vragen van het verbond. Helaas is de polarisatie ook in dezen groot. Als je als predikant spreekt over de "gemeente van onze Heere Jezus Christus", ben je voor een groep al afgeschreven, terwijl het legitiem is het te verwoorden zoals Paulus het bedoelde. Die sjibbolets komen we slechts te boven door de erkenning van de schuld tegenover elkaar, door samen te luisteren naar wat het Woord zegt.'

Avondmaal

In de diverse gemeenten die de Nijkerkerveense predikant diende, leefden de vragen rondom het verbond niet altijd op dezelfde wijze. 'Tussen twee Veluwse dorpen kan best een groot verschil zijn. In Harskamp lag vaak een soort domper op de vragen rond de toe-eigening van het heil, hoewel ik niet wil generaliseren en we er ook wonderen gezien hebben. Op ruim 200 lidmaten gingen er zestien aan het avondmaal. Toen ik wegging, waren er 24. Dat kon eigenlijk niet, 24 bekeerde mensen. Nog altijd hebben we er goede contacten.

In Nijkerkerveen zijn ook meer dan 200 belijdende lidmaten en komen zeventig mensen aan het avondmaal. Ik benadruk tegenover de jonge lidmaten dat het goddelijke recht als toegang tot de tafel een poort is waardoor ze mogen gaan.

In het westen van het land weet men, algemeen gesproken, waarover je spreekt als het verbond aan de orde komt, ook binnen de kerkenraad. Dat is hier wat minder. Ik heb wel eens gezegd tegen de kerkenraad: "De vragen waarmee wij zitten, zijn in de stad voorbij. Daar is het front anders". Met wat in de breedte van de kerk speelt, word je bijvoorbeeld in Dordt geconfronteerd. Nee, ik voel me niet speciaal een dominee voor de stad: het gaat erom, waar de Heere je nodig heeft. Daar moet je naartoe gaan.'

Bewogenheid

Als een jong stel zijn kindje niet direct wil laten dopen, gaat ds. Stoutjesdijk rustig met hen in gesprek. 'Dan zeg ik: Denk er eens goed over na, kan ik je helpen met een boekje, wil je nog verder praten? Ik denk dat het legitiem is de doop uit te stellen, als ouders die niet van harte begeren. Je moet hen wel begeleiden. Ik heb liever dat ze een maand of een halfjaar wachten

Mede vanwege invloeden vanuit de reformatorische zuil en de evangelische beweging wordt in deze tijd de vraag naar de waarde van het verbond in hervormd-gereformeerde gemeenten opnieuw geformuleerd. Kan ik mijn kind ook opdragen in plaats van laten dopen? Hoe kij­ken we naar de gemeente en hoe spreken we haar aan? In vier vraaggesprekken vanuit de gemeentepraktijk gaan we in op het functioneren van het verbond in prediking en pastoraat, waarna een evaluerende afronding met ds. K. Exalto zal plaatshebben. Vandaag deel 3: in gesprek met ds. H. J. Stoutjesdijk, sinds 1995 predikant in Nijkerkerveen, daarvoor in Brandwijk, Harskamp, Oud-Beijerland en Dordrecht.

en dan tot klaarheid komen dan het zomaar doen en na een halfjaar uit de gemeente vertrekken. Ik wil wel laten staan dat de kinderen der gemeente behoren gedoopt te wezen, ook dat het antwoord eerlijk gegeven moet worden.

De doop raakt wel de kern van de geloofsleer, want het raakt het genadeverbond, het zicht op Gods genade. Wie in meer remonstrantse zin voor Jezus kiest, is ook het zicht op de ambten kwijt. De boodschap van de gereformeerde prediking is dan weg. Ik pleit voor een bewogenheid vanuit het Woord, bewogenheid om anderen te bereiken, al is er ook de grens van het verbond.

De prediking is de worsteling om het hart van de gemeente, opdat zondaren bij Christus terechtkomen, dat de staat van hun ziel gegrond wordt op dat vaste en welgeordineerde werk der verlossing in Christus en verloren mensen gebracht worden aan de voeten van de Heere Jezus.'

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 november 1998

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Naar het hart van de jongeren

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 november 1998

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's