Licht- en schaduwzijden van de moderne communicatiemogelijkheden
Op zaterdag veertien november I. 1. stond de Stichting Reformatica stil bij haar twintigjarig bestaan. In Gouda werd een bijeenkomst gehouden, waar ondergetekende sprak over 'Licht- en schaduwzijden van de moderne communicatiemogelijkheden'. Bijgaand een samenvatting van het gesprokene.
Twintig jaar Stichting Reformatica
In 1954 was dominee J. T. Doornenbal per boot op weg naar Amerika. In zijn reisbeschrijvingen meldt hij, dat hij met drie paters en een Duitse dominee afdaalde naar de machinekamer.
Jammer, zegt hij, dat hij er geen verstand van had; de techniek had te weinig zijn belangstelling. Hij ging wel steeds meer zien 'welke wonderen hier te beleven zijn in de voortbrengselen van het menselijk vernuft, als een gave van de Almachtige Schepper'., We zijn nog lang niet aan het eind van de mogelijkheden, zei hij. Ik citeer nu letterlijk:
'Enige maanden geleden zag ik in Amsterdam, in het mathematisch centrum, de zgn. denkmachines. Er mag nooit een ander bij, en bij wijze van uitzondering mocht ik ze zien, omdat ik er toch geen verstand van heb. Maar dat zijn onbegrijpelijke voortbrengselen van het menselijk vernuft. Ze werken"met elektronen en ze kunnen alle mogelijke wiskundige problemen uitwerken, die ze opgegeven worden en waarvoor het menselijk vermogen tekort schiet. Uitmiljoenen mogelijkheden, b.v. waar jaren van berekening voor nodig zouden zijn om de juiste oplossing te vinden, werpen ze binnen enkele kwartieren twintig van de beste uit, en dan kost het verder weinig tijd de opgaaf verder uit te werken. Ze zijn ingericht op de wijze van de menselijke hersenen, een wonder systeem van duizenden draden en lampjes, die aanglpeien en weer doven, en uit hun werking leert men omgekeerd te beter de werking van de hersenen begrijpen. Alleen missen ze natuurlijk elk initiatief. Dat blijft van de mens uitgaan, de wonderbaarlijkste schepping op deze wonderbaarlijke planeet. Steeds dieper moet onze indruk zijn van het mysterie der Schepping: "Ik loof U, omdat ik op een wonderbaarlijke wijze wonderbaarlijk gemaakt ben, hoe groot zijn Uwe werken, ook weet het mijn ziel zeer wel", Ps. 139.'
We leven nu veertig jaar later. De generatie van ds. Doornenbal kon nog niet bevroeden hoe ver de ontwikkelingen zouden gaan. De grote omslag moest nog komen. Vandaag weet intussen de (gemiddelde) dominee meer van computers dan ds. Doornenbal van machinekamers. Over het gebruik althans. Want de achtergrond en de werking van de apparaten, die we tegenwoordig gebruiken, is voor de gemiddelde gebruiker volstrekt ondoorzichtig geworden. Wie begrijpt het allemaal nog? De voortbrengselen van wetenschap en techniek mogen een wonder heten. Maar dan spreken we ten diepste over schèppingswonderen. Die ontwaren we niet alleen in de wereld van sterren en planeten - de makrokosmos - maar niet minder in de wereld van het onzichtbaar kleine, de mikrokosmos. Dat de mens ook daarin mocht doordringen heeft te maken met de grote gave, die de Schepper aan de mens verleende, ook na de zondeval. 'Gij hebt alles onder zijn voeten gezet... Heere onze Heere, hoe heerlijk is Uw Naam op de ganse aarde' (Psalm 8).
Licht of donker
Wijlen dr. F. de Graaff, de cultuurkritische theoloog, benadrukte vaak sterk de ontwikkelingen in de techniek als vloek. Aardig te vermelden, dat hij in mijn studententijd sprak op een zomerconferentie van de CSFR, waar hem de vraag werd gesteld waarom hij dan toch per auto naar de conferentie was gekomen. 'Ik heb honderd en zestig kilometer per uur gereden om er zo kort mogelijk in te behoeven zitten', was zijn antwoord. Toen ik in Rotterdam leraar (natuurkunde) was, bezocht ik hem eens en liet ik een bandje horen met electronische spraak. Hoorbaar was hoe menselijke woorden in mootjes werden gehakt om ze te analyseren en vervolgens hoe uit een electrische ruis woorden werden samengesteld, de Engelse woorden 'fine' en 'characteristics'. De verontwaardiging was compleet. Dat moest het einde zijn: spraak zonder dat een mens eraan te pas kwam! Toen ik hem bij zijn afscheid in Hattem de hand drukte, kwam hij er nog eens op terug. 'Afschuwelijk'! En inderdaad: manifesteert zich in het immense bouwwerk van de moderne comunicatie niet ook wat prof. dr. ir. E. B. Schuurman 'Babelcultuur' noemt? Zelfs de spraakverwarring dient zich aan. Ouderen kunnen nog pogen buiten het taalveld van de moderne communicatie te blijven, maar jongeren worden er al op de schoolbanken mee vertrouwd gemaakt. De voorspelling is overigens, dat er een tweedeling onder de mensen zal , ontstaan: een deel, dat ermee vertrouwd is, en een deel, dat er nooit mee vertrouwd zal worden en er niet mee werkt en ook de spraak niet kent. Zeg: de have's, de bezittenden en de have-nots, de niet bezittenden.
Invloed
Invloed Feit is, dat het mens-zijn mede bepaald wordt door het materiaal, dat de mens gebruikt. De briefschrijvende mens is een andere dan de telefonerende mens en die is. weer een andere dan de computeriserende mens. Het leven werd steeds gehaaster. Het moderne materiaal is het electron: niet te doorzien en voor de gemiddelde gebruiker niet te doorgronden. Eén voorbeeld slechts. Ooit was ik bij de Victoria watervallen in Zimbabwe. Daar kwamen op me af de reisverhalen van David Livingstone, die in de vorige eeuw dat gebied ontdekte. Een jaar had hij nodig om er vanuit Londen te komen, een jaar om terug te gaan en zijn ontdekking te vertellen, weer een jaar om er weer naar terug te gaan. Zo gingen drie jaar voorbij. Nu vliegen we in supersnelle jets met de tijdverschillen mee. Nu communiceren we per e-mail momentaan met zendingsmensen, die zich in dat gebied ophouden. Zou dit opgevoerde tempo ons mens-zijn onberoerd laten?
....
We hebben een nieuw woord bedacht: onthaasten. Maar de moderne communicatie verbiedt het ons. 'Jullie hebben horloges, wij hebben tijd', zeiden mensen uit ontwikkelingslanden, toen ze hier op bezoek waren bij de zendingsorganen van de kerken. Wij hebben ook computers, hebben we het ook rustiger? Tijdens het congres van de gebroeders Baan in Den Haag vorige week werd opgemerkt, dat de moderne communicatiemogelijkheden van groot belang kunnen zijn voor de ontwikkelingslanden. Ongetwijfeld kan snelle communicatie zegenrijk zijn in bepaalde situaties. Maar is het alleen maar winst wanneer onder-ontwikkelde landen onze over-ontwikkeling krijgen?
We communiceren snel, maar of we als mensen onderling daarmee beter communiceren? ! Eerst heeft de televisie de mensen van de straat geplukt, daarna de computer. We denken, dat we sneller en beter communiceren Maar worden we intussen communicatief niet armer?
Het leven raakt daarbij ook steeds gestresster. Tijdens het Baan-congres werd ook gezegd, dat onderzoeken aan het licht brengen, dat die stress, met als begeleidend verschijnsel depressiviteit, niet alleen de werkende mens raakt maar ook diegenen, die niet meer aan het arbeidsproces deelnemen. De levensjacht heeft de culuur gepenetreerd en bepaalt het levensgevoel van de mens, van alle mensen.
Toegankelijkheid (1)
Vandaag komt door de moderne communicatie veel binnen ons bereik, waarvan vroegere generaties niet hebben kunnen dromen. Is dat allemaal zegen? Nu wil ik allereerst zeggen, dat ik niet zo onder de indruk ben van discussies over 'het vuil' van bijvoorbeeld Internet. Vuil vinden we vandaag overal, bij de tv, de radio, het boek, de shops en andere publieke plaatsen om ons heen. Verloedering van de samenleving treffen we alom. Er wordt gesproken over decadentie van de cultuur. Wie voor dit 'vuil' openstaat en er gevoelig voor is, kan overal terecht. Met dr. W. Aalders, in diens 'In verzet tegen de tijd', zeg ik, dat we in een tijd, waarin de tekenen van het Evangelie één voor één vervangen worden door a-christelijke of zelfs anti christelijke tekenen, een eigen levensgedrag moeten trouw blijven: 'eigen normen en overtuigingen in ere houden; weerbaar, critisch, waakzaam staan tegenover de penetrerende invloeden van de moderne communicatiemiddelen: krant, radio, film, tv; niet in de ban raken van dingen die een "naam" hebben in deze wereld'. Het gaat om innerlijke weerbaarheid om de tijdgeest te weerstaan.
Het 'grote kwaad' is hier gemakkelijk te onderkennen. Maar er is ook de invloed, die we via de nieuwe communicatiemogelijkheden sluipenderwijs ondergaan. Ook wie 'normaal' gebruik ervan maakt ondergaat invloed. Onze 'Sitz im Leben' wordt bepaald door de wijze, waarop we communiceren.
Predikant
Dat geldt ook de prediker, in zijn communicatie met de hoorders. Ooit zei een predikant, dat een bevindelijke preek wordt geschreven achter een eikenhouten tafel. Vandaag echter vlecht de prediker de tale Kanaans moeiteloos in in de methoden van de moderne communicatie. Bovendien, men kan aanvankelijk 'aanrommelen' om uiteindelijk toch een vlekkeloos eindproduct te krijgen. Van ds. G. Lans, ooit predikant te Huizen, gaat het verhaal, dat hij zijn preek helemaal opnieuw uitschreef als hij halverwege een schrijffout maakte. De preek moest vlekkeloos zijn. Vandaag is dat niet zo moeilijk meer, hoe on-zorgvuldig men aanvankelijk ook te werk gaat. Zo communiceert vandaag ook de prediker met zijn gehoor. Heel gestyleerd! Maar ook omgekeerd: vanuit de dagelijkse communicatieve leefwereld (met efficiency, snelheid, 'hapklare brokken') zit het gehoor onder de prediking. Worden het geestelijk leven en de overdracht van de prediking ook niet mede bepaald door de dagelijkse communicatie? Door de week zwerven mensen surfend over de hele wereld, 's zondags zitten ze op dat ene stille (? ) plekje.
plekje. Vloek en zegen
De mens kreeg als scheppingsopdracht om vruchtbaar te zijn, te vermenigvuldigen en de aarde te onderwerpen. In Genesis 9 wordt de opdracht letterlijk herhaald. Maar nu met een toevoeging: 'uw vrees en uw verschrikking zij over al wat zich op de aarde roert'. De schepping is niet meer ongerept. De aarde is vervloekt om de mens. Daarom brengt ze doornen en distelen voort. De vloek ligt over de aarde. Nochtans staat de mens ook nu voor de opdracht van het rentmeesterschap. 'Hij doet hem heersen over de werken Uwer handen' (Psalm 8). De mens mocht (nochtans) uit de schepping halen wat de Schepper Zelf erin heeft gelegd. Hij mocht de aarde bebouwen maar ook bewaren. Heersen met beheersing!
Bij elke nieuwe vinding, of het nu de boekdrukkunst of de electriciteit of van-
daag de electronische snelweg is, gaat het ook om beheersing. Alle dingen zijn mij geoorloofd zegt Paulus, maar niet alle dingen zijn oorbaar. 'Ik zal onder de macht van geen mij laten brengen' (1 Cor. 6 : 12). Geen 'computerweduwe' dus.
De zegen ligt in de beheersing, de vloek in het beheerst worden. De zegen ligt in de onvoorstelbare mogelijkheden, de vloek in de onoorbare mogelijkheden. De zegen van de moderne communicatie ligt in tijdwinst, de vloek in tijdverspillling. Beheer van de schepping is ook beheer van de tijd. We zijn economen van de tijd, zei prof. dr. A. de Reuver op het Baan-congres.
Toegankelijkheid (2)
Behalve schaduwzijden zijn er ook de lichtzijden. De nieuwe communicatiemiddelen geven ons bijvoorbeeld ook snelle toegang tot goede lectuur. Aan het eind van de zeventiger jaren demonstreerde wijlen de heer P. Tieleman (Baam), mede grondlegger van de Stichting Reformatica, aan dr. A. van Brummelen en ondergetekende hoe een artikel in een bibliotheek in Washington toegankelijk kon worden gemaakt via telefoon en beeldscherm. Zijn ideaal was toen om op dezelfde wijze de Statenvertaling toegankelijk te maken. Hij heeft zijn wens (meer dan) verkregen. Recent kwam een Online-Bijbel uit, met nog veel meer mogelijkheden voor bijbelstudie.
die. Ooit nam ik mij voor grenzen te trekken en maar niet met Internet te beginnen. Totdat iedereen ging vragen: 'hebt u al e-mail? ' En zo ga je mee in de vaart der volkeren. In korte tijd ontdekte ik ook prachtige mogelijkheden. De Engelse geestelijke John Stott bijvoorbeeld heeft een eigen website, zoals dat heet. Internationaal zijn dingen toegankelijk geworden. Het gereformeerde spoor is smal in deze wereld. Hier is echter een Reformatica-intemationaal mogelijk.
Vluchten kan niet meer. De tijd van de trekschuit en de stoommachine is definitief voorbij. Mensen van nu zijn aangewezen op de machines en de apparaten van nu. Deze kunnen aangewend worden tot een .zegen en tot een vloek. Geldt echter ook hier niet het vermaan van Paulus: open als niet bezittende (1 Cor. 7 : 30)? Dat geldt toch ook de computer met alle communicatiemogelijkheden, die daarmee zijn gegeven?
Verwondering
Verwondering Gebruiken in verwondering! We zijn bezig met de wonderen der moderne techniek, die in feite scheppingswonderen zijn. Ooit schreef mij een bioloog, die zijn hele leven atheist was geweest, dat zijn bezig zijn met het grootse bouwwerk der natuur hem tot de overtuiging had gebracht, dat daarachter wel een Groot Architect moest staan.
Zo bracht C. S. Lewis, wiens honderdste geboortejaar nu wordt herdacht, ook alles terug tot het wonder van de Schepping. Men leze zijn boek over Wonderen. Daarin zegt hij: 'Ik ben nog geen wijsgerige theorie tegen gekomen, die een werkelijke vooruitgang is ten opzichte van de woorden van Genesis: "In den beginne schiep God de hemel en de aarde".' Maar dan gaat hij nog een stap verder. Hij spreekt niet alleen over het wonder van de schepping, maar ook over het wonder van de vleeswording van het Woord, de Incarnatie. Omdat Christus Mens werd, is het le-ven leefbaar, met de ons geschonken mogelijkheden. Ik citeer hem hier letterlijk:
'Het centrale wonder dat de christenen verkondigen is de Incarnatie, de menswording van Christus. Zij zeggen dat God mens geworden is. Ieder ander wonder bereidt dit voor, verwijst hiernaar, of vloeit hieruit voort. Zoals iedere natuurlijke gebeurtenis een manifestatie is, op een bepaalde plaats en een bepaald tijdstip, van wat het karakter is van de natuur als geheel, zo is elk christelijk wonder op een bepaalde plaats en op een bepaald tijdstip een manifestatie van het karakter en de betekenis van de Incarnatie.'
Wij, kleine mensjes mogen, zegt Lewis, (het met) grote dingen doen. Met een citaat daarover sluit ik af:
'Het kleine, vergankelijke lichaam dat wij nu hebben, kregen wij zoals een schoolkind een pony krijgt. Wij moeten ermee leren omgaan niet om op een goede dag niets meer met paarden te maken te hebben, maar om op een goede dag vol vreugde en zelfvertrouwen de ongezadelde grotere rijdieren te beklimmen, de glanzende, gevleugelde en wereld-schokkende paarden die ons misschien nu al trappelend en briesend van ongeduld staan op te wachten in de stallen van de Koning. Niet dat hun galop van enige waarde zou zijn als het geen galop in gezelschap van de Koning was; maar hoe anders zouden wij Hem - die immers zijn eigen strijdros behouden heeft - kunnen vergezellen? '
In gezelschap van de Koning mogen we zo op weg naar de toekomst, met de materialen die de Schepper ons vandaag aanreikt. Om de aarde te bebouwen èn te bewaren totdat Hij komt!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 november 1998
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 november 1998
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's