De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Isaac da Costa en het herstel van Israël

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Isaac da Costa en het herstel van Israël

7 minuten leestijd

Onlangs heeft dr. A. van Brummelen ons attent gemaakt op het feit dat Isaac da Costa 200 jaar geleden geboren is. In enige artikelen in dit blad zijn diverse aspecten van het werk van Da Costa belicht aan de hand van zijn boeken. Ter aanvulling wil ik graag aandacht vragen voor een tamelijk onbekende brochure met stellingen. Het betreft 'Vijfentwintig stellingen over de nationale wederoprichting van Israël en de wederkomst van de Heer Jezus Christus in heerlijkheid, aangeboden aan de Vergadering van Evangelische Christenen te Parijs, in hunne zitting van 30 augustus 1855'. Daarin geeft Da Costa aan, bijna een eeuw voor de stichting van de staat Israël, dat het joodse volk een bijzondere nationale en geestelijke toekomst heeft. De oud-en nieuwtestamentische beloften die op Israël betrekking hebben, mogen niet louter op de kerk betrokken worden, maar hebben allereerst betrekking op het joodse volk. Ter illustratie volgen hier een paar stellingen, waarbij de oorspronkelijke spelling gehandhaafd is.

Stelling I

Het Oude Testament is vol van voorzeggingen eener eindelijke nationale herstelling van Israël. Moses en alle de propheten scheiden in hunne vergezichten der toekomst van hun volk deze twee gebeurtenissen nimmer van elkander: de tijdelijk verstrooijing en langdurige ellende van dat volk ten gevolge van zijn zonde, - zijne bekeering in het laatste der dagen tot den HEER en tot den Messias, Zone Davids, in gevolge de getrouwheid van zijnen God. De slotsom der veelvuldige en veelsoortige prophecyen, die gedurende een tijdvak van ongeveer tweeduizend jaren hieromtrent zijn uitgegaan, vat de propheet Hoséa te zamen in zijne wel bekende voorzegging (111:3, 4): De kinderen Israels zullen vele dagen blijven zitten zonder koning en zonder vorst, en zonder offer, en zonder opgericht beeld en zonder Ephod en Teraphim. Daarna zullen zich de kinderen Israels bekeeren, en zoeken den HEER hunnen God en David hunnen koning; en zij zullen vreezende komen tot den HEER en tot Zijne goedheid in het laatste der dagen.'

Stelling II

De wederherstelling van Israël, zoo duidelijk en herhaaldelijk in de Schriften der propheten beloofd en beschreven, is niet eeniglijk een daad van terugkeer door boete en geloof, tot den God dien zij beleedigd, tot den Messias die zij verworpen hebben. Zij zal tevens eene geestelijke bekeering en eene nationale wederoprichting zijn. De propheten des Ouden Testaments scheiden nooit van elkander dat tweeledig element van Israels wederaanneming in genade: de bekeering tot den God der vaderen door het geloof in Jesus Christus, zijnen waarachtigen Messias, en de wederkeering ten eeuwigen dage in het land der vaderen. (Ezech. XXXVn:21-28).

Stelling III

Noch de Christelijke kerk, in haar geheel beschouwd, noch de wereld der Heidenen, heeft iets te vreezen, maar integendeel oneindig veel te hopen van deze voor Gods oude volk weggelegde toekomst. Indien de verwerping der Joden de rijkdom der Heidenen is geweest, zoo zal juist in tegendeel de rijkdom van genade en heerlijkheid, voor Israël weggelegd, den volken der wereld tot een nooit tevoren gekenden zegen zijn. De Apostel der Heidenen, van de wederaanneming der Joden als van eene bij den Heer vast beslotene toekomst sprekende, noemt die, in betrekking bepaaldelijk tot de volken, tot de Christelijke kerk uit de volken, een leven uit de dooden(Rom. XI:12, 15).

Stelling XI

De Heer Jesus Christus heeft de prophecyen des Ouden Testaments betreffende de laatste toekomst en de openbaring in heerlijkheid van het Messiaansche Koninkrijk in geen anderen zin ooit verklaard, dan dien der volstrekte eenzelvigheid van het Israël, dat in de laatste dagen bekeerd, hersteld, en heerlijk gemaakt zal worden, met dat Israël, waaruit naar den vleesche Hij, de Heer zelve, gesproten was.

Stelling XII

De Heer Jesus Christus heeft den Joden nooit verweten of hun tegengesproken, de verwachting van eenen Messias in heerlijkheid, en van een koninkrijk van God zichtbaar en duurzaam, gelijkerwijs in den hemel alzoo ook op de aarde. De verblindheid, welke Jesus Christus den Joden toerekent, is hunne niet-aanneming van die andere waarheid, van die andere voor­ waarde van het Messiaansche koninkrijk: dat namelijk de Messias, voorzegd in de propheten, moest lijden en alzoo eerst in Zijne heerlijkheid ingaan.

Stelling XIV

De Heer Jesus Christus heeft de verwachtingen van eene wederoprichting des koninJarijks aan Israël nimmer afgekeurd of wedersproken. Op den dag zelven van Zijnen heengang ten hemel (van waar Hij alzoo zal wederkomen, hebben de Engelen gezegd, gelijk Hem Zijne Apostelen naar den hemel hebben zien opvaren, ) antwoordde Hy op de vraag der discipelen te dezer zake bevestigend (Hand. der Apostelen 1:6, 7) wat de gebeurtenis betreft, schoon ook tijden en gelegenheden daarvan nog niet werden geopenbaard.

Stelling XVII

Jesus Christus aangebeden als Koning der Joden bij Zijne geboorte, - uitgeroepen Koning der Joden in Zijnen dood op het kruis, - door den Israëliet zonder bedrog (Joh. 1:48-50) beleden Koning van Israël, werd als zoodanig van ouds bekend gemaakt door David, wiens Zoon en wiens Heer Hij is (Ps. 11:6), - door Jesaja (IX:5, 6), - door den Engel, bij de aankondiging der ontfangenis van dat Heilige, hetwelk Gods Zoon genaamd zou worden (Luc. 1:32, 33): God de Heer zal Hem het koninkrijk van Zijnen vader David geven, en Hy zal over het huis Jacobs Koning zijn in eeuwigheid.' Heeft ook Maria aan deze woorden van den Engel een dus genaamden geestelijken zin kunnen hechten? Of is er ook sedert een andere Engel uit den hemel gekomen, of een propheet of apostel opgestaan, om voor later tijden den letterlijken zin dezer woorden te rug te nemen?

Stelling XXII

Het is tijd, dat de Christenen van allerlei natie en van allerlei benaming, ingeënt op den goeden olijfboom van Israël, zich beijveren hun Amen uit te spreken op de beloftenissen Gods aan Zijn oude volk! In dit Amen zij begrepen in een eerste plaats de liefde en het gebed voor Israël, het onderzoek der prophecyen over Israël, de prediking van het Evangelie aan Israël. Alleenlijk gedenke men, dat de toebrenging der enkelen naar de verkiezing der genade (Rom. XI:5) tot het gebied der prediking van den mensch behoort, maar dat Israël als natie de beklagelijke wapenen zijns ongeloofs niet zal overgeven dan aan zijnen Koning in persoon, wanneer Hy verschijnen zal.

Stelling XXIII

Het is tijd, dat de Christelijke kerken acht geven, en elkander opwekken om acht te geven, op de teekenen der tijden. Zijn de oordelen Gods niet alreeds op aarde? Zijn de verschijnselen der eeuw op meer dan één punt en op meer dan ééne wijze, niet gantsch eenig? Bevindt zich het Christendom in alle zijne verschillende afdeelingen en benamingen niet in eenen toestand van crisis? Beginnen de beenderen van oud Israël niet overal zich te beroeren (Ezech. XXXVII:7)? Begint het land zelve van Israël niet op nieuw in onze dagen te herleven en op te spruiten?

Toelichting

Deze brochure, die onder andere in de Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage aanwezig is, is onlangs in het Duits vertaald en gepubliceerd in Fundamentum, Zeitschrift der Staatsunabhangigen Theologischen Hochschule Basel (Heft 3/1966, 47-57).

Wie meer wil weten over de achtergronden van deze stellingen kan terecht in de verhandeling 'De Profetieën' in de Bijbellezingen van Da Costa. Deze verhandeling van tientallen bladzijden staat aan het begin van de bespreking van de Psalmen (deel 2, p. 34-80). Uit alles blijkt dat Da Costa, die als Jood de letterlijke uitleg van de profetieën beleed, daarover na zijn bekering niet anders is gaan denken. Juist door Christus worden de genoemde profetieën werkelijkheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 november 1998

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Isaac da Costa en het herstel van Israël

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 november 1998

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's