De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

7 minuten leestijd

Dezer dagen verscheen in vertaling uit het Latijn het zesde deel van de beschrijving van 'de geschiedenis van Overijssel en met name de stad Deventer (1619-1640)' \/an de hand van de predikant-dichter Jacobus Revius.

• Hierin komt de schuldbelijdenis voor van Johannes Schotlerus in de kerk van zijn voormalige gemeente Kampen, toen hij van zijn remonstrantse dwalingen was teruggekomen. Hier volgen enkele passages daaruit:

'Eerwaarde en vrome christenen. Ik sta hier tegenover de alwetende God en zijn christelijke kerk om mijn vergrijp en schuld tegenover de Heer oprecht te belijden en nederig te vragen dat dit mij vergeven wordt. Behalve mijn fouten en zonden die ik als ongelukkige zondaar dagelijks bega en waarvoor ik dagelijks de Vader van barmhartigheid om vergiffenis vraag, ben ik er bovendien in mijn hart van doordrongen en belijd ik met smart dat ik tegen God en de gereformeerde kerk en met name die van Kampen ernstig in dezen gezoncligd heb omdat ik niet standvastig volhard heb in de waarheid van het christelijke en gereformeerde geloof, maar me daarvan heb laten afleiden door wereldse overwegingen en dat ik samen met mijn medewerkers die waarheid, die de in het Goddelijk woord vervatte waarheid van God is, heb aangevochten. Ik heb gezondigd omdat ik ben opgestaan tegen de gereformeerde kerk en godsdienst, die in de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Heidelbergse Catechismus overgeleverd wordt, die in de Canones van de synode van Dordrecht nader verklaard wordt; die niet slechts in deze streken, maar over de hele wereld waar de reformatie aanwezig is, geleerd en gepredikt wordt; die zoveel duizenden martelaren met hun bloed bekrachtigd hebben en die ik hier en nu als enige ware en goddelijke religie erken; ik heb gezondigd omdat ik, ik herhaal, tegen de gereformeerde kerk en religie door vleselijke ijver gedreven, ben opgestaan. Ik heb gezondigd omdat ik samen met anderen, toentertijd mijn helpers in de boosheid, gepoogd heb heimelijk en onder het mom van de oude waarheid, de nieuwe onwaarheid in te voeren; en omdat ik met dat doel samen met de overige toenmalige predikanten dat lasterlijke boekje gepubliceerd en eigenhandig ondertekend heb, gesierd met de misleidende titel De oude waarheid welke wij verdedigen en de nieuwe onwaarheid die wij bestrijden. En dat, terwijl het in werkelijkheid niets anders was dan een sluwe krijgslist om de gereformeerde kerk door een lasterlijke verdraaiing van datgene wat vrome en door de geest Gods geïnspireerde leraren (wier namen in zegen en wier zielen in rust zijn) overgeleverd hebben, als het ware in haar zijde te doorboren en haar onder laster en smaad te bedelven, zodat het onontwikkelde volk dagelijks meer en meer van haar wordt afgeschrikt. Daaruit is helaas het zeer droeve schisma van deze kerk, de verstrooiing van de schapen, de verzwakking van de sterken, de aanstoot bij de zwakken en de droefenis van allen die de godsdienst enigermate ter harte gaat voortgesproten. (...)

Ik smeek met oprechte zuchten eerst en vooral de Vader van de genade, en de God van alle troost (toevluchtsoord voor alle bekeerde zondaars) dat Hij omwille van Christus Zijn beminde Zoon, mij deze schandelijke en grote schulden en misslagen wil vergeven. Ik vraag vervolgens nederig aan deze heilige vergadering en aan allen die ik met mijn genoemde overtredingen aanstoot gegeven heb, dat ook zij mij terwille van Christus daarvoor vergiffenis schenken en samen met mij de almachtige en eeuwige God vragen om mij van mijn zonden te bevrijden en mij met de kracht van Zijn Heilige Geest te troosten en mij meer en meer in de waarheid te bevestigen, zodat ik, zelf bevestigd, ook anderen kan bevestigen, zoals ik hoop en beloof dit met Gods genade te zullen doen en in dit geloof te zullen leven en sterven. Moge mij de Vader, Zoon en Heilige Geest, gezegend en geprezen van eeuwigheid tot eeuwigheid, dit barmhartig verlenen, Amen.'

• Nu het doek over Leiden is gevallen is het ook aardig uit hetzelfde boek van Revius enkele passages over te nemen uit een gedicht van Juvenis Adam De Lockhorst, toen een Leidse filosoof, Henricus Reneri, in Deventer een professoraat kreeg aan de daar gevestigde academie. Dat zulk een geleerde voor het roemruchte Leiden verloren kon gaan! 'Leidse tranen!' Die waren er ook vroeger al. 'Leiden' treurde als volgt:

'Ik, het Leiden dat de grote moeder genoemd wordt van grote mannen, ik treur omdat ik beroofd ben van mijn telgen. Weg is Vossius, weg is ook Barlaeus, maar het verdriet om hen wordt minder, want zij hebben mij verlaten. Mij treft geen blaam, tenzij roem mij aangerekend wordt, roem waarmee beiden uitblinken in mijn wetenschappen. Als ik treur, dan is mijn verdriet niet in overeenstemming met het motief. Het is van geen tel iets verloren te hebben wat men niet mag behouden. Maar, (het wekt schaamte om eigen schuld te bekennen), ik had hem, die ik verloren heb en om wie ik nu in droefheid ween, kunnen behouden. Mijn Reneri die mij dierbaarder was dan mijn eigen levenslicht en die ook zelf voor mij een licht was, is heengegaan. Ik verwachtte grote naam van zijn naam, maar al mijn hoop is omgeslagen in droeve jammerklachten. Overal waar ik kijk is kommer, kommer kwelt allen en dat is reden voor nog meer tranen. (...) Jouw reputatie werd voor mij een nadeel. Ik ben schuldig door je de eretitel te hebben onthouden. Alleen op deze manier had ik jou aan mij kunnen binden. Ook al kende de Hogeschool de verdiende ereblijken niet toe en duldde hij geen langer uitstel van dat iudicium, zij zou hem niet als professor geweigerd hebben. Hij verdiende deze titel, zelfs in haar ogen. Onderwijl zullen anderen mij beschuldigen en mij traag noemen en mij het droevig lot van mijn school verwijten. Ik daarentegen zal het boosaardig lot veroordelen, dat niet billijk was jegens mijn verlangens. Billijker is het lot zeker jegens jouw wensen, Deventer, waardoor het mij boosaardig berooft van die man en hem jou schenkt. Toch ben ik niet afgunstig en word jij niet mijn vijand genoemd en vind ik niet, dat jij het vriendschapsrecht geschonden hebt. Dit verlies lag in het lot besloten en het wordt dragelijker omdat men zal zeggen, dat ik zorg heb gedragen voor een universiteit in ons vaderland. En ook jou, Reneri, haat ik niet, ook al bezit thans de andere jou, maar ik feliciteer je met je professoraat, ook al betreur ik datje nu weg bent. Ik ben bedroefd en betwijfel, of er een remedie is voor mijn klacht, want alleen het lot, dat de schade heeft toegebracht, kan hulp bieden. Als jij inderdaad voor altijd van hier weg bent, wat ik niet hoop, geloof me, mijn liefde voor jou zal altijd leven. Leef in lengte vanjaren als een Nestor, en moge de Deventer school uitgerust met jouw kennis bloeien. Leef en als je ooit, wat ik hoop, iets groots zult voortbrengen, moge jouw roem zich dan aan mijn eretitels toevoegen. Dan zul je zeggen: Luik heeft mij voortgebracht, Deventer plukt de vruchten, maar Leiden heeft mij met haar edele wetenschap gevormd. Al ben je weggerukt, jouw faam zal mijn smart verminderen, want mijn eer zal groeien door jouw reputatie.'

Op 16 november 1631 ondertekende Reneri 'De Drie Formulieren van Enigheid'. Deventer was 'een gereformeerde stad'.

Hieronder volgt nog een foto van de feestelijke opening van de Amsterdamse Noorderkerk, met v.l.n.r.: ds. C. Blenk, drs. C. Boerhout, ds. C. van Duyn, H.M. Koningin Beatrix.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 november 1998

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 november 1998

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's