Uit de pers
Openbaring van Johannes
In Interpretatie (Tijdschrift voor bijbelse theologie) oktober 1998, 6e jrg. nr. 7 doet ds. Jos de Heer, predikant in de Nicolaikerk in Utrecht, opnieuw een dringend beroep op predikanten om in het jaar 1999 uitvoerig" aandacht te geven aan het laatste bijbelboek. Opnieuw, want al eerder (samen met ds. Pieter Oussoren) deed hij twee jaar geleden in hetzelfde tijdschrift een 'beargumenteerd pleidooi' om bij het aanbreken van het derde millennium met de gemeente te lezen in de Apocalyps (= Openbaring). Samen hebben ze toen een uitvoerig rooster aan de hand gedaan om tot een brede lezing van dit klemmende bijbelboek in de kerken te komen. Hij verdedigt zijn hernieuwde oproep onder andere op deze manier:
'Twee jaar later geldt des te meer: Apocalyps Now of nooit! Onze gemarginaliseerde kerk heeft een schreeuwende behoefte aan krachtige, beeldende woorden die niet triomfalistisch, maar in alle kwetsbaarheid gesproken zijn; aan verheffende visioenen van een toekomst waar je niet van dromen durft, waarin de kwade machten die nu nog de dienst schijnen uit te maken en veel verzieken op aarde, vanuit een verloren standpunt strijden en uiteindelijk overwonnen worden. De kerk heeft verweer nodig tegen alle afplattende en verpletterende invloeden van de tijd. Wie zegt dat de Grote Verhalen afgedaan hebben? Gaan we apatisch berusten in een underdogpositie? Ik vind het een zegen voor de kerk dat ze geen politieke machtsfactor in onze maatschappij is. Daardoor is de kerk vrijer in haar spreken en handelen. Die vrijheid moet dan wel bescheiden, maar vol overtuiging, gebruikt worden.
De Apocalyps sluit niet voor niets de reeks geschriften van de canon van de kerk af In deze grote finale wordt dé boodschap van de hele Schrift nog eens met grote klem en kracht naar voren gebracht. Hiermee moet de kerk het maar zien uit te houden. Hoewel complex en niet makkelijk te interpreteren, is de grote lijn van de Apocalyps wél volstrekt eenvoudig. De hymnen die dit geschrift bevat, geven in een notendop deze grote lijn weer: ze beginnen in alle toonaarden het komen van de heerschappij Gods. Als een broos schuitje op de woelige baren van de Apocalyps (en de apocalyptische tijden) nemen de hymnische stukken ons mee. Moge dit notendopje een voorsmaak geven van de volle beker van de Apocalyps en ertoe aanzetten het-waagstuk met de gemeente aan te gaan om het boek integraal te lezen en het niet te degraderen tot redelijk alternatief voor de herfst.'
Ds. Jos de Heer, achterkleinzoon van de bekende Johannes de Heer die ooit een bekend boek schreef onder de titel Het Duizendjarig Vrederijk, liet dit jaar ook zelf een boek verschijnen over het laatste bijbelboek onder de titel: De Apocalyps van Johannes - Hemelse ontmanteling van aardse machten (uitg. Meinema). Het is al eerder dit jaar in ons blad besproken door ds. H. Veldhuizen. Wie zich ooit zette tot een reeks preken over dit bijbelboek weet op hoeveel uitlegkundige problemen je dan stuit. Bovendien, er bestaan zoveel verschillende wegen tot verstaan, dat je voortdurend het gevoel hebt op een hooggespannen koord te balanceren. Boven het artikel waaruit ik citeer zet ds. De Heer: de Apocalyps is hard nodig. Ik vind dat hij volkomen gelijk heeft en ik weet dat er in de gemeente ook veel vraag naar is. Er is behoefte aan opheldering, niet alleen maar over de inhoud van dit op het eerste gehoor ontoegankelijke bijbelboek, ook over de lijnen die er lopen naar onze tijd. Ik citeer nog het slot uit het artikel van ds. De Heer:
'Wat deze hymnen bezingen over het aanbreken van de heerschappij Gods en het feest van de bruiloft van het Lam, gaat ons bevattingsvermogen te boven. Het is de climax van alles waar de hele Schrift, Tenach en evangelie, over gesproken heeft, van alles waar de Naam voor stond! Daarom wordt dit niet informatief medegedeeld of zakelijk beargumenteerd, maar bezongen, opdat dit Grote Verhaal in ons gaat meeresoneren en zingen! De lofzangen beginnen in de hemel, opdat ze op aarde gehoord en overgenomen worden.
In deze tijd, waarin het geloof in de God van het verbond als Heerser over het al zo aangevochten is, heeft de gemeente behoefte het grote visioen van de Schrift van het aanbrekende Rijk Gods opnieuw te beleven. Haar liturgie is bij uitstek de plaats waarin de Apocalyps met al zijn muzikaliteit en beeldend vermogen tot zijn recht kan komen. Ook in de liturgie gaat het immers om horen en antwoorden, een intense communicatie, waarin aardse mensen vanuit de hemel geroepen worden. De muzikale structuur van horen en antwoorden die de antifonen in het geheel van de Apocalyps aanbrengen, wil de communicatie tussen hemel en aarde bevorderen en mensen vanuit de hemel in beweging krijgen in de richting van het komende Rijk Gods. Dat werkt zuiverend, want wie instemt met de hemelse lofzang, krijgt een voorsmaak van hoe het zal gaan worden op aarde: diegene zal een afkeer krijgen van het toch al ten dode opgeschreven staande kwaad en een verlangen wordt geboren naar het goede leven dat God wil geven. Böse Menschen haben keine Lieden'
Wellicht een stimulans om volgend jaar de thema's van-de Openbaring in de prediking aan de gemeente voor te houden. Niet alleen de computers moeten afgestemd worden op een nieuwe tijd, maar vooral de harten der gelovigen. Zo worden we van doemdenken verlost en krijgen we Hem in het oog Die gezegd heeft: Ik kom haastig! Een hernieuwde oriëntatie!
Millennium
Dat is min of meer de conclusie van dr. Roel Kuiper in een column in het Nederlands Dagblad van 14 november. De confrontatie met het jaar 2000 van de christelijke jaartelling moet voor christenen iets hebben van het kairos, het moment van nieuwe keuzen. Ik citeer een belangrijk deel uit zijn bijdrage:
'In verschillende steden in de wereld staan klokken opgesteld die weergeven hoeveel seconden ons nog scheiden van het jaar 2000. Het aftellen is begonnen - alsof er een bijzondere raket de ruimte in gaat. Met enig reikhalzen kijkt de westerse wereld uit naar de aanvang van het derde millennium van de christelijke jaartelling. Met opzet zeg ik hier "westerse wereld", want volgens de joodse jaartelling leven we in het jaar 5759 en volgens de islamitische in het jaar 1417. Het passeren van de millenniumgrens wordt een gebeurtenis die weinigen zal ontgaan. Er is een vloed aan publicaties met "2000" in de titel. Links en rechts worden monumenten opgericht en feesten en trips georganiseerd. Wie op 1 januari 2000 het eerste zonlicht van het derde millennium wil zien verschijnen, had nu al moeten boeken voor de Fiji-eilanden. Anderen verkiezen Jeruzalem als plaats om het grote gebeuren mee te maken. Volgens het Centrum voor Millenniumstudies in Boston is dat omdat zij menen dat Jezus Christus op de Olijfberg zal terugkeren. De EO organiseert op 1 januari een Millenniumfeest in Nederland, om, zoals de EO-voorzitter zei, "met elkaar te zingen en te getuigen dat Jezus Christus de Morgenster is. Hij, die eens terugkomen zal".
De millenniumwisseling doet wat met mensen. Het jaar 2000 brengt niet alleen velen in beweging, het leidt ook tot nieuwe bezinning en creëert een zekere stemming in de cultuur. Iets van een melancholische fin-de-siècle-stemming is weer voelbaar. Over het verleden zijn we ambivalent en de toekomst is ongewis. Er wordt een tijdvak afgesloten, dat we niet zonder meer voortgezet willen zien. Het miUeu kan niet nog eens een twintigste eeuw consumptiedrift verdragen. De honderden oorlogen van deze eeuw vervullen ons met afgrijzen.
Opmerkelijk is dat apocalyptische beelden en begrippen in onze tijd weer worden opgeroepen - al is het vaak op ironiserende en lichtvoetige wijze. Het aantal studies die "het einde" van iets aankondigen, is inmiddels niet meer op twee handen te tellen. Het einde van de mens en van Nederland behoren tot het rijtje, dat uiteraard slechts nog kan worden overtroffen door het einde van de wereld. Dat juist in 1998 de film Titanic - het tragische beeld van de ondergang van een moderne wereld - zo'n kassucces kon worden, is m.i. niet geheel toevallig. De film evalueert als het ware een eeuw van vooruitgangsoptimisme, materialisme en techniekgeloof. Met al deze zaken loopt het slecht af in de film. Niemand die daarover treurt. Overigens gaat het in deze film ook niet zonder meer om het thema ondergang, maar om het thema redding en de ontroerende kracht daarvan.
Wat doet een millenniumwisseling met mensen? Volgens Prediker heeft de mens de eeuw in het hart (Pred. 3 : 11). Deze tekst houdt in dat de mens het vermogen heeft over de grenzen van zijn eigen leven heen te kijken. Iets breder geformuleerd kunnen we ook zeggen, dat de mens beschikt over historisch besef. Hij heeft een "natuurlijke neiging" de eeuwen en tijden te onderzoeken. Staande op de grens van een nieuw millennium wordt dat historische besef krachtig aangesproken. Een duizendtal jaren confronteert ons indringend met onze eindigheid en beperktheid. Blijkbaar proberen mensen met het gewicht van zoveel tijd nu klaar te komen.
De tekst uit Prediker moeten we echter wel lezen tegen de achtergrond van het feit dat het beschikken over de tijd in de Bijbel uitdrukkelijk aan God wordt toegeschreven. God houdt de tijden in Zijn hand (Daniël 2 : 21) en leidt de geschiedenis. Paulus vond het niet nodig over de "tijden en gelegenheden" te schrijven, want de Heer komt terug "als een dief in de nacht" (1 Thess. 5 : 1). Niet op aftellen en tijdrekenen komt het in het geloofsleven dus aan, maar op verwachten en gereed staan. De tijd voor de mens in de Bijbel is gelegenheid tot bekering, het moment van beslissing: airos.
God zelf is het die in tijd en geschiedenis Zich openbaart en ons confronteert met onze eindigheid. Maar ook met de voortgang van Zijn werk in Jezus Christus en daarmee het perspectief opent op de eeuwigheid! De eeuw in het hart is een bron van heilzame onrust. God klopt aan onze deur. De overdenking van de eeuw en van een millennium kan voor mens en wereld een begin van iets heel nieuws worden. Luther zou op de gedachte komen een appelboom te gaan planten. Wat doet een millenniumwisseling met christenen? De twintigste eeuw, als eeuw van secularisatie en de kerkverlating, lijkt niet de meest gelukkige voor het christendom. De verdeeldheid van christenen en kerken vraagt niet om voortzetting in de eenentwintigste eeuw. De doorwerking van het geloof laat veel te wensen over. Het is soms moeilijk beweging te krijgen in verstarde verhoudingen en nieuwe geestdrift aan te wakkeren.'
Maar wanneer begint nu precies het derde millennium? Is dat nu op 1 januari 2000 of pas op 1 januari 2001? In de rubriek 'Ingezonden brieven' van het tijdschrift Bijbel en Wetenschap van november 1998 nr. 207, schrijft J. W. van Ganswijk uit Putten het volgende:
'Wanneer het derde millennium "ter sprake" komt, krijg ik telkens weer de neiging de spreker of schrijver te vragen, op welk tijdstip deze nieuwe era zal beginnen.
Ik neem aan, dat men er algemeen van uitgaat, dat die begint bij de aanvang van 1 januari 2000. Ik meen echter, in het verleden gemaakte berekingsfouten en afrondingen buiten beschouwing gelaten, dat het jaar 1 voor Christus eindigde op het tijdstip van Christus' geboorte en dat het jaar 1 na Christus direct daarop aansluitend begon. De tijdsspanne tussen bijv. het begin van het jaar 10 V. Chr. en het einde van het jaar 10 na Chr. is 20 jaar. Dit betekent, dat de eerste eeuw eindigde aanstonds na afloop van 31 december 100 en dat de tweede eeuw begon met 1 januari 101. Evenzo begon het tweede milleimium bij de aanvang van 1 januari 1001, hetgeen betekent, dat het derde millennium zal beginnen bij de aanvang van 1 januari 2001.
Indien mijn redenering just is, lijkt het mij goed, dat Bijbel en Wetenschap hier eens duidelijk de aandacht op vestigt. Heb ik ongelijk, dan hoor ik graag van u waarom.'
Hoe het ook zij, het cijfer 2000 roept heel wat op. We mogen ons niet het hoofd op hol laten jagen door wat heet 'millenniumgekte'. Een jaartal, zelfs het getal 2000, is zeer betrekkelijk. Gevolg van een bepaalde tijdrekening die op een gegeven moment in de geschiedenis is vastgesteld door mensen. Wel is te onderstrepen wat dr. Roel Kuiper opmerkt. Christenen hebben geleerd 'de tijd uit te kopen omdat de dagen boos zijn' (Ef. 5 : 16). Je moet als christelijke gemeente het gunstige moment, de geschikte gelegenheid afwachten én benutten. Hoe staan we in de tijd? Laten we de kansen voorbijgaan door interne schermutselingen en aanhoudende achterhoedegevechten? Paulus bedoelt de geciteerde woorden (zie ook Kol. 4 : 5) vooral als een appèl aan de gemeente: let op de tijd, laat geen tijd verloren gaan, leef missionair als christen en als gemeente. De tijden spitsen zich toe op wetteloosheid. Lees en zie het in het laatste bijbelboek. Grijp de kansen door God ons nog gegeven. Dat doet voorzichtig wandelen. Letterlijk: je staat op scherp en je leeft gespitst op de tekenen der tijden. Kortom, met ds. De Heer zeggen we: de Apocalyps is hard nodig.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's