De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

7 minuten leestijd

Op 15 januari 1921 stelde de hervormde synode een 'Reglement op de Predikantstraktementen' vast Bij een groot aantal kerkvoogdijen viel dit besluit slecht. Er werd een 'Vereniging van Protesterende Kerkvoogdijen' opgericht. De gemeenten die weigerden aan hun verplichtingen te voldoen en niet bewilligden in het synodebesluit, mochten (jarenlang) niet beroepen. Zo ook in Leersum. 'De Leersumse Quaestie' in de jaren 1920-1940 is recent beschreven in een proefschrift van dr. C. Blankestijn 'Kerkvoogden in verzet' (uitgave Boekencentrüm, Zoetermeer). De heer Pieter van Dijk, oorspronkelijk aangesteld als 'huisbewaarder van de pastorie', ging als godsdienstonderwijzer in die jaren voor maar kreeg uiteindelijk ontslag. Hij behoorde tot de GB en omschreef zichzelf en zijn volgelingen als 'gezond gereformeerd'. In 1940 scheidde zich een hervormd gereformeerde evangelisatie af in zaal 'Gerth', die wordt getypeerd als een 'uiterst bevindelijke gereformeerde stroming', die zich later voegde bij de Christelijke Gereformeerde Kerken en nog weer later (onder ds. Du Marchie van Voorthuizen) bij de Oud Gereformeerde Gemeenten. Uit dit boek twee passages:

• Uit een interview met een lid van de gemeente:

'Het is een keer gebeurd, dat ik in de kerk zat en dat ds. Van der Snoek uit Veenendaal zou preken. Toen hij de kerk binnenkwam was hij helemaal alleen. Er was geen enkel kerkenraadslid bij: Waarom dat was weet ik niet, maar het geeft wel aan wat voor een toestand het hier was. Het gekke was, dat ik naar de kerkdiensten zowel van mijnheer Van Dijk als naar de dominees ging, maar dat ik mij eigenlijk bij geen van hen op mijn gemak voelde omdat er zo'n ruzie was. Wij zijn niet meegegaan met de groep, die zich, toen zij het verloren hadden, gingen afscheiden en in de "zaal Gerth" samenkomsten belegde. Wij wilden en willen hervormd blijven. Trouwens: Waarom is al die herrie nodig geweest. Iedereen denkt toch, dat hij de waarheid heeft. Waarom konden ze niet in vrede met elkaar optrekken ? Je raakt de herinnering en de onprettige gevoelens over die strijd nooit meer kwijt. Ik weet nu nog altijd heel goed, hoe het toen was. Er is zelfs nog een keer een handgemeen geweest voor de kansel over de collecte. Aart van Manen en Dirk Floor stonden allebei aan de stok van de collectezak te trekken. Geen wonder, dat mensen afhaakten om zoveel herrie. '

• Een satirisch anoniem 'gedicht' uit de Doornsche Courant (13 november 1926):

INGEZONDEN

'Hebt acht dat gij uwe aalmoes niet doet om van de menschen gezien te worden'. Matth. 6:1.
't Is een drietal weken nu geleden.
Dat in de Kerk, eer er werd gebeden.
Werd meegedeeld aan arm en rijk.
Dat was ingekomen, voor den Heer van Dijk,
Een extra gift van honderd gulden.
Waarmee hij dankbaar zijn beursje vulde.
Zulke gaven komen dikwijls voor.
En de ontvanger is hoogst dankbaar, hoor.
Maar, er wordt gemompeld (heb ik 't wèl verstaan? )
'Dat geven... daar is een luchtje aan.'
Als De Genestet nog in leven was.
Wellicht kwam hem 't geval van pas.
'k Wed zeker dat hij dichtte:
Verstaat het, o, gij braven,
't Is driemaal schande zulke gaven
't Is schande voor de Kerkvoogdij,
Die is, zoo vroom en... vrij,
dat zij, Aan Reglementen zich niet stoort.
Maar wel... 't is ongehoord.
Iemand de Kerk durft binnen halen.
Zonder hem voldoende te betalen.
- 't Is schande ook voor den Heer van Dijk,
Omdat uit de aanvaarding blijk.
Dat hij nog nooit - 't moet wel zoo wezen -
Handelingen 20:33 heeft gelezen.
Als hij er zonder 'aalmoes' niet kan komen.
Waarom dat werk dan aangenomen?
Om daarin God te dienen?
Ja? ... ach, wie. Las nooit: De Schoenlapper van Alexandrië'?
Voor een handwerksman, gezond en sterk.
Is er zeker nog wel ander werk.
Dan 't bekleeden van een post.
Die welverdiende strijd hem kost,
Den Heere dienen, vol christenzin.
Kan men in elk vak - nog zoo gering.
Dat begreep Antonius weldra.
Door Simon's spreuk 'Ora et Labora'.
En wil hij toch in 't Evangelie werken.
Voor Evangelisatie's, Kringen, Kerken,
Accoord, hem wordt een plaats gegund.
Maar, hij weet het, 't kardinale punt.
Is hier, dat hij, door 't werk hem toevertrouwd.
Der Gemeente een Predikant onthoudt.
Nu kan hijzelf wel denken: t gaat goed'.
Maar toch... 't is niet zoo 't wezen moet.
En men voorspelt: dat 'ambt' van protégé.
Schenkt op den duur, hem rust, noch vree -
 't Is schande ook voor den gever zelf.
Hoewel men vrij - dat spreekt van zelf -
Kan geven, wien en wat men wil.
Maar men doe het needrig, vroom en stil.
Met het uitdrukkelijk verlangen
't Niet aan 'de groote klok' te hangen.
Dan eerst - ge moet Matth. 6 maar lezen-
Wordt uwe daad, door God geprezen.
Doch uwe gave, in dit geval.
Bewijst, dat gij wel niemendal.
Nog van 't verband der Kerk begrijpt.
En dat daardoor een toestand rijpt,
(Uw goeden wil wellicht ten spijt)
Van volkomen onverdraagzaamheid.
Gij steunt er door de kwade trouw.
Die zeker wel verdwijnen zou.
Stond eenmaal ieder hand aan hand.
Men beriep hier wel een Predikant.
Nu echter werkt gij door uw 'zegen'.
Dit noodig werk, niet weinig tegen.
En dan ook - neen, ik heb 't niet mis -
Uwe gave wekt veler ergenis.
Omdat, 't wordt met weemoed hier beleden.
Gij uw offer, veel beter kunt besteden.
Gerust, doe wel, geel veel, 't is ieders wensch.
Maar let, aan wien gij geeft, o, mensch.
Ook deze raad is naar Gods Woord,
Of hebt gij nimmer, dat gehoord?
Welnu: de Weezen, Weduwen, Grijsaards,
In één woord: de waarlijk armen.
God zendt ze op uw weg, en spreekt
Tot u: Schenk hun erbarmen'.
Leersum, 10 november 1926. 'Non Nominandus.'
Het woord schande in dit gedicht is bedoeld als afkeuringswaardige daad.

                                                                                            .....

'Vervolgd maar niet verlaten' is de titel van een boekje met 'Getuigenissen van Arabische luisteraars', die door Trans World Radio met het evangelie werden bereikt. Hier volgt één van de brieven uit 'een islamistisch land':

'In 1985 was ik student aan een universiteit. Ik had een protestantse leraar, die ik gevraagd had om me iets te laten zien over christelijk gedrag. Hij stemde toe, en we begonnen samen de Bijbel te lezen. Ik was er verbaasd over dat het christendom een godsdienst van vrede en liefde is. Ik was toen 23 jaar oud. Toen mijn familie hoorde van mijn beslissing om christen te worden, stonden ze mijn keus niet al te veel in de weg. Ik was heel gelukkig. In 1986 slaagde ik met uitmuntende resultaten. Ik was de beste van 150 studenten, en men dacht dat ik wel een beurs zou krijgen om mijn studies in Engeland of de Verenigde Staten voort te zetten. Tot mijn grote verslagenheid werd mij geen beurs toegekend, terwijl diegenen die tweede en derde waren geworden hun beurs wel ontvingen. Dat was de eerste keer dat ik besefte, dat het heel moeilijk is om hier christen te zijn.

Ik was een heel jaar lang werkeloos, en ging toen twee jaar het leger in voor mijn militaire dienstplicht. In 1989 begon ik les te geven op een middelbare school. Ik woonde toen weer bij mijn ouders. Op een dag, toen ik thuiskwam uit de kerk, ontdekte ik dat al mijn godsdienstige boeken waren verbrand. Mijn ouders vertelden me dat ik moest kiezen tussen bij hen te wonen én mijn geloof te verlaten, of het huis te verlaten. Ze hadden gedacht dat mijn bekering van voorbijgaande aard was en al spoedig zou wegebben, maar dat was niet het geval. Ik ging van huis weg en woonde in een hotel op zo'n 100 km afstand van ons dorp, waar ik werkte, want in mijn kleine dorp waren geen hotels. Dat was heel duur en fnuikend voor mijn gezondheid. Ik kon me maar één maaltijd per dag permitteren. Ik moest om 04.30 uur opstaan en was pas tegen 10 uur 's avonds terug in het hotel. Dit duurde van juli 1989 tot april 1990. Mijn predikant, die zag dat ik het niet langer aankon, vroeg me om tijdelijk de kerk te verlaten om mijn ouders tevreden te stellen, zodat ik weer naar huis kon gaan. Sindsdien ben ik niet meer naar de kerk geweest. Ik probeer mijn geloof alleen te beleven, wat heel moeilijk is. Alles om mij heen is heel vijandig en heel ontmoedigend. Ik ben nu 31 jaar oud.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's