De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Greppels graven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Greppels graven

6 minuten leestijd

'En hij zei: o zegt de HEERE: maakt in dit dal vele grachten. Want zo zegt de HEERE: Gij zult geen wind zien, en gij zult geen regen zien; nochtans zal dit dal met water vervuld worden.' 2 Kon. 3 : 16, 17

Wat is er spannender voor een kind dan om op een zomerse vakantiedag aan zee greppels te graven in het zand. En dan wachten tot de vloed opkomt. Al die zelf gegraven gangen stromen in één keer vol water. Een prachtig gezicht. Greppels graven. In het gedeelte van de tekst voor de meditatie moeten drie koningen dat doen met hun legers. Er is alleen in de verste verte geen water te vinden. En het is midden in de woestijn! Op hun veldtocht tegen Moab hadden ze daar niet op gerekend. Duidelijk is dat dit geen spel is, maar een hoogst ernstige zaak. Wie zijn deze koningen eigenlijk en wat doen ze hier in de woestijn? We zien eerst Joram, de koning van Israël. Na de dood van zijn vader Achab wil hij zijn koningschap goed beginnen. De koning van Moab weigert namelijk belasting te betalen aan Israël. Dat bestond jaarlijks uit een gigantische hoeveelheid wol en vee. Daarom trekt Joram ten strijde tegen Moab en heeft daarbij koning Josafat van Juda met zich meegekregen. De vrome Josafat was namelijk een goed strateeg en had een flinke brok militaire ervaring. En met Josafat erbij, die God in zijn leven diende, denkt Joram het allemaal goed voor elkaar te hebben. In hun overmoed kiezen ze de kortste weg via de woestijn van Edom (vers 8) en krijgen zo ook nog de koning van Edom achter zich.

Het is opvallend dat Josafat banden aangaat met Joram van Israël, die van God eigenlijk niets wil weten. Maar Josafat houdt zichzelf groot en zegt zelfs met enige bravoure: 'Ik zal opkomen, zo zal ik zijn gelijk gij zijt' (vers 7). Blijkbaar vindt hij het moeilijk om 'nee' te zeggen. Als we eerlijk zijn, herkennen we daarin een houding, waar we op zijn tijd allemaal last van hebben!

De koningen zijn inmiddels al zeven dagen op weg, als ze tegen het probleem aanlopen. Er is geen water meer. Het grote en sterke leger is opeens zonder kracht. Joram dreigt zelfs van radeloosheid zich het leven te benemen en geeft de Heere God van alles de schuld (vers 10). Josafat beseft ook wel in welke benarde situatie ze nu terecht gekomen zijn, maar hij reageert heel anders. Zou de hemel nu niet gesloten blijven, omdat ze vooraf de weg naar boven niet hebben gezocht? In die tijd was het namelijk heel gewoon vóór een veldtocht een profeet te raadplegen. Dat was niet gebeurd! Zou het alsnog kunnen? Josafat vraagt: 'Is hier geen profeet des HEEREN, dat wij door hem de HEERE mochten vragen? ' (vers 11). En dan, als een volslagen verrassing, blijkt nota bene de profeet Elisa bij het leger te zijn. Onopgemerkt meegetrokken met het leger van Joram, toen het uit Samaria vertrok. Al die tijd houdt hij zich bij hen op. Zo is nu God! Al hadden de koningen Hem niet nodig. Zijn profeet (en dus Zijn Woord) gaat toch mee. Voor Elisa was er op Gods tijd een taak weggelegd, Om Zijn Woord te spreken. Noodgedwongen komen de drie koningen daarmee in aanraking. Misschien hebt u dat in uw eigen leven ook wel meegemaakt. Er zijn momenten dat je gemakkelijk aan Gods Woord voorbij kunt leven, maar de Heere laat niet zomaar los. En wanneer er zorg en moeite komt, dan is soms heel verrassend de Bijbel toch dichtbij. Of je valt terug op watje vroeger in je opvoeding hebt meegekregen. Of er komt iemand langs, er wordt je iets aangereikt, gezegd. Je kunt weer verder en weet alles bij de Heere God neer te leggen.

Elisa's woord is allereerst niet zo vriendelijk. Het Woord van God is eerlijk en wijst zonder omwegen aan hoe dwaas en verkeerd de koningen geweest zijn om God te vergeten. De confrontatie is gevoelig en snijdt in hun vlees. Maar dan klinken toch heldere woorden. Een belofte van uitredding: er zal water komen. Alleen, niet meteen! De koningen met hun legers worden eerst aan het werk gezet. 'Maakt in dit dal vele grachten.' Een vreemde opdracht. God gaat water geven, maar de manier waarop vraagt geloof en een rotsvast vertrouwen. Zo laat Hij deze koningen werkzaam zijn met Zijn belofte. De opdracht is: maak de weg vrij voor Mijn zegen.

Die opdracht ligt er voor ons nog altijd, al zitten wij niet in dezelfde situatie als toen. Maar God vraagt wel: maak de weg open, je leven ontvankelijk, zodat Ik Mijn zegen kan schenken. Is het niet zo dat de Heere God bijna altijd de weg van de middelen gaat. Er zijn zo van die greppels, waardoor Hij werkt. Die grachten, waardoor Hij het levende water wil laten stromen. De kanalen van de prediking, de sacramenten, de opvoeding, het onderwijs. De opdracht is: graven! En dat begint vooral met het graven in Gods Woord. Nieuwe en oude schatten komen er uit voort. Hoe dieper, hoe rijker. 'Véle grachten', staat er. Geen water te bekennen en doen alsof je de watermassa niet kunt verwerken. Rekenen op stromen van zegen, en niet op een enkele druppel alleen. Wat een opdracht. Dat is nu geloofsarbeid. Bidt en werkt.

Wacht even. Gaat dat niet te gemakkelijk? Je kunt er toch ook heel veel moeite mee hebben? U hebt al zoveel gebeden en ziet zo weinig vrucht. Bij uzelf, in je gezin, in de gemeente, de kerk. Dat graven van die grachten kan soms zo moedeloos zijn. Waar doe ik het voor? Wat is het belangrijk dat we ons in 2 Koningen 3 niet blindstaren op de opdracht alleen. Want je houdt dat graven nooit vol, als je niet zou weten van de belofte. In vers 17 klinkt dan ook het 'nochtans' van het geloof. Want, zo las ik, 'de uitvoering van het bevel lag voor hun rekening, de uitvoering van de belofte voor Gods rekening'. Dat ligt in Zijn hand. En elke belofte in het Oude' Testament brengt je dan ook uiteindelijk bij Gods grote daden in Christus. Eens stond Jezus op het heetst van de dag in hetzelfde gebied als waar Elisa woonde, Samaria. Tegen een vrouw, die dacht dat ze haar leven helemaal vergooid had, sprak Hij: Zo wie gedronken zal hebben van het water dat Ik hem geven zal, die zal in eeuwigheid geen dorst hebben'. Gelooft u dat? Zijn we al naar Hém op zoek? Die in Christus gelooft mag delen in de zegen op grond van Zijn offer. Zijn bloed heeft gevloeid tot een volkomen verzoening van al onze zonden. Aan de voet van het kruis ontspringt die bron van levend water. En daar leer je graven, iedere dag weer opnieuw. Onder de regen en zegen van Gods beloften (Psalm 84 : 3 ber.).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Greppels graven

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's