Gereformeerde Bond ondersteunt classis
Onder de titel 'Gereformeerde Bond ondergraaft classis' stond het commentaar van collega Wassenaar in de vorige Woord & Dienst (nummer 22) op het voorstel van de Gereformeerde Bond (GB) dat in de toekomstige Verenigde Kerk de hervormde classes kunnen voortbestaan.
Zijn commentaar is nogal kritisch en komt kort gezegd erop neer dat hij in het voorstel van de GB niet zoveel heil ziet. Aparte hervormde classes: dat - ik lees Wassenaars kritiek én vrees wat bij elkaar - veroorzaakt opdeling van de kerk, levert een houding op van 'ieder het zijne', lost de kerk op in een administratief verband, is een uiting van sektarisch denken, gaat in tegen de confessionele beginselen (door mij verstaan als: tegen de confessie), maakt de kerkelijke eenheid onzichtbaar. Zijn hoofdargument is dat dergelijke classes in strijd zijn met het wezen van de classis als scharnier-en ontmoetingspunt van de kerk. Geen wonder dat de titel boven zijn artikel luidt: 'Gereformeerde Bond ondergraaft classis'.
Dat is heel wat! En heel erg. Hoe kan het hoofdbestuur van de GB met zo'n voorstel komen? ! Hebben de ecclesiologen in zijn midden, die toch presbyteriaal geïntoneerd zijn, zitten te slapen? Het is amper in te denken. En het is ook niet zo. Daarom rest er slechts één alternatief: dit voorstel is door de GB op tafel gelegd, juist omdat de kerk niet opgedeeld mag worden, meer en anders is dan een administratief verband, in haar structurering gegrond moet zijn op confessionele beginselen enz. Wij weten ons gehouden aan wat in artikel 28 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis is verwoord, namelijk dat wij de eenheid der kerk onderhouden, ons onderwerpen aan haar onderwijzing en tucht, de hals buigen onder het juk van Jezus Christus en dienen de opbouw van de broeders.
Wezel
Met het oog daarop is in 1568 het Convent van Wezel bij elkaar gekomen. Wassenaar verwijst naar dit gebeuren, waar de classis geïntroduceerd werd als grondvergadering van de kerk. Immers, onze gereformeerde vaderen waren afkerig van willekeur. De plaatselijke gemeenten mochten niet handelen naar het principe van 'ieder het hare'. Daarom zocht men naar gemeenschap en overeenstemming. Er werden dan ook op dit Convent regelingen ontworpen en aanvaard met het oog op het examineren en beroepen van predikanten, het catechismusonderricht, de verkiezing van ouderlingen en diakenen, doop, avondmaal, huwelijkszaken en tucht. Daarbij ging men te rade bij Calvijns kerkorde voor Geneve en bij de 'Christlicke Ordinancien' van de vluchtelingengemeente te Londen. Voorwaar een oecumenische insteek!
Deugd en nood
Wanneer we deze context van het Convent van Wezel doordenken, raken we m.i. aan het kardinale punt, waarom de GB met zijn voorstel komt: omdat gemeenten overeen stemden in het gereformeerd belijden, daarom zocht men elkaar op op classicaal niveau. Die overeenstemming, die gemeenschap was in de gemeente zelf geworteld. Er was - zoals de beroemde zinsnede op het titelblad van de Nederlandse Geloofsbelijdenis aangaf - 'een (algemeen akkoord door de gelovigen'. Was dat geen akkoord in hoofd-én bijzaken...? Dat was om-zo-te-zeggen de 'deugd', die de gemeenten uit de begintijd van de Reformatie in ons land sierde.
Helaas heerst in plaats van deze 'deugd' al lang 'nood': gemeenten en gemeenteleden groeien hoe langer hoe meer uit elkaar. Er is steeds minder sprake van 'een gemeen akkoord'. Dat blijkt uit de ontwerp-kerkorde en - ordinanties voor de Verenigde Kerk-in-wording: deze zijn tamelijk descriptief van opzet en aard. Want de verschillen, die er in de kerk en tussen gemeenten zijn op het terrein van doop en avondmaal, huwelijk en tucht, krijgen allemaal een plaats in de concept-kerkorde. Een gelegitimeerde plaats! Terwijl er opvattingen tussen zitten, die zich allerminst verdragen met het 'gemeen akkoord'.
Nu worden de verschillen, die er zijn, meer dan eens aangeduid met de term 'verscheidenheid'. Is dat woord echter geen eufemisme? Is het niet realistischer te spreken over verdeeldheid? Zij gaat - zo is diverse keren opgemerkt - 'tot op het bot'.
Ongelukken
Gelukkig wordt allerwegen beseft dat er grote ongelukken gebeuren, wanneer men zulke verschillende en ten aanzien van wezenlijke zaken divergerende gemeenten op plaatselijk vlak dwingt te fuseren. Maar waarom brengt men deze gemeenten op classicaal niveau dan wel bij elkaar? Hierboven schreef ik: 'Omdat gemeenten overeenstemden (...), daarom zocht men elkaar op op classicaal niveau.' Ten aanzien van SoW geldt echter: omdat gemeenten niet overeenstemmen, daarom zoekt men elkaar op op classicaal niveau. Of met een andere variatie: hoewel gemeenten niet overeenstemmen, niettemin dient men elkaar op te zoeken op classicaal niveau. Dat laat zich niet verenigen met de oorspronkelijke opzet van de classes, die de reformatoren in onze Lage Landen voor ogen stond, toen zij het Convent van Wezel bij elkaar riepen.
Daarom kan ik - gegeven de kerkelijke situatie van de SoW-kerken - niet anders dan concluderen dat de keuze voor de classis als scharnier-en ontmoetingspunt van kerk en gemeente volstrekt arbitrair is. Waarom worden gemeenten met het oog op het onderlinge gesprek bijv. niet op provinciaal niveau bij elkaar gezet? Of waarom worden er geen ringverbanden gecreëerd voor niet-gelijkgezinde gemeenten? Dat is vanuit reformatorisch oogpunt m.b.t. de classis als grondvergadering der kerk veel zuiverder.
Boodschap
Hebben we dan geen boodschap aan elkaar? Jazeker! Hebben we als gemeenten dan niets met elkaar te maken? Dat zij verre! We zijn immers allen gedoopt in de Naam van de Drie-enige God. Er dient, door elke modaliteit, naar eenheid gezocht te worden. Dat zou, zeker ook in de kring van de GB, veel hartstochtelijker kunnen en moeten. Ik stem in met mijn Friese collega, wanneer hij schrijft 'dat wij van Christuswege verplicht zijn verder te worstelen en elkaar te zoeken.' Het vervolg van die zinsnede maak ik echter niet mee: 'in het verband van de verenigde classis.' Men moet van de nood geen deugd maken door de classis aan te wijzen als scharnieren ontmoetingspunt.
De ben me ervan bewust dat de huidige situatie in de Hervormde Kerk weinig beter is. Helaas functioneren ook hier de classes niet volgens de oorspronkelijke bedoelingen. Er is echter een essentieel verschil met de situatie, zoals die zal zijn in de nieuwe kerk: de verdeeldheid wordt momenteel niet afgedekt met het woord 'verscheidenheid'; en de verschillen, welke zich niet verdragen met de belijdenis, worden de iure niet geaccepteerd.
Grondrecht
Er pleit nog een argument tegen de vorming van louter en alleen SoW-classes. Waar de classis de grondvergadering van de kerk is, dient het toch ook een grondrecht van de classis te zijn om zelf te kunnen besluiten over wel of geen fusie. Wanneer men dat niet toestaat, is er sprake van twee dingen: a. opnieuw blijkt het SoW-proces meer van bovenaf aangestuurd te worden dan van onderaf geboren, en b. opnieuw maakt een zekere regenteske houding zich meester van de bestuurders der kerk, net als in de vorige eeuw: 'hoger' weet wat goed is voor 'lager'.
Naast deze - vanuit gereformeerd kerkrecht - meer principiële overwegingen, zijn er ook meer praktische, om niet te zeggen: pragmatische beweegredenen om een voorstel te doen voor niet-SoW-classes.
a. Hervormde classes op de Veluwe, in de Alblasserwaard en wellicht ook elders zullen onder geen beding samen willen gaan met gereformeerde classes. Daartoe zal men zich niet laten dwingen. Daarom: beter in vrede naast elkaar dan in ruzie bij elkaar.
b. De concept-kerkorde zelf is een heen-en-weer tussen het principiële en het pragmatische. Waarom wordt er ten aanzien van het ene punt wel principieel geargumenteerd, ten aanzien van het andere, c.q. de classis, niet?
c. Blij ben ik dat collega Wassenaar onderkent dat de voorstellen m.b.t. aparte hervormde classes voortkomen uit het besef dat de kerk een gescheurde en gebroken gestalte vertoont. Ligt het dan niet voor de hand, voor de Confessionele Vereniging, maar ook voor de opstellers van de kerkorde, de moderamina en de SoW-partners, om meer dan één mijl met ons te gaan? Anders zal de inbreng van de GB (waarop Wassenaar vurig hoopt) gemist worden. Dat is geen dreiging, maar een constatering.
d. De oplossing voor de lutheranen met hun eigen synode etc. is m.i. ook een pragmatische oplossing, ten spijt van mooie woorden als: 'Het gaat er (...) niet zozeer om de plaats van de evangelisch-lutherse gemeenten veilig te stellen als doel op zich, maar om een prominente plaats te geven aan dat wat de kracht heeft om de lutherse traditie te dragen en uit te dragen.' Hoezeer namelijk hecht ook de GB aan de traditie van Luther!
Ondersteuning
Voor de repliek heb ik wat breed uit moeten halen. Dat kan echter niet anders met zo'n aangelegen zaak. Duidelijk wordt hopelijk dat de GB met zijn voorstel (het functioneren van) de classis niet ondergraaft, maar ondersteunt. De diepste motivatie is dat wij onze hals willen buigen onder het juk van Christus, en daarom niet onder een ander juk.
't Lijkt me het beste om ten slotte het woord te geven aan iemand, die mijn Workumse mededienaar en ik gelijkelijk achten, Noordmans: 'Ik heb steeds de scheiding van 1834 en 1886 als een onwezenlijke gevoeld. (...) Het moet een vervolg hebben. (...) Ik ben wel altijd, van mijn vroegere huisgenoten blijven houden. Mijn bezwaar was alleen dat ze zich te veel gingen vastzetten. Waarheid moet men niet op een schaaltje wegen. Waarheid is het gedruis van de komende Koning. Waarheid is trompetten-en bazuingeschal. Deze waarheid wordt juichende aanvaard en zij neemt niet automatisch de scheidingen weg.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's